Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

26 December 2012

Kosice2013: de stad van Sándor Márai


Kosice (Hongaars: Kassa) is in 2013 culturele hoofdstad van Europa. De stad is bij veel mensen vooral bekend als de plaats waar de Hongaarse schrijver Sándor Márai (1900-1989) vandaan komt. Wat Kafka is voor Praag, is Márai voor Kosice, aldus de organisatoren van het 2013 programma. Maar wat is er van en over Márai vandaag eigenlijk nog te vinden in de stad? Deel 1 in een korte serie over Kosice2013.



Add caption
Het allerbelangrijkste is misschien wel dat het, als je in het mooi gerestaureerde centrum van Kosice rondloopt, geen enkele moeite kost om jezelf voor te stellen hoe Márai hier zijn jeugd doorbracht. Het decor is er nog: het langgerekte hoofdplein (nu Hlavna, destijds de Fö utca) met zijn prachtige huizen en stadspaleizen, gegroepeerd rond een buitengewone kathedraal en een Opera. En Márai zelf heeft het in zijn boeken ingekleurd: “In de Föstraat wandelden aan de ene zijde van de straat de gegoede burgers van de stad, terwijl het trottoir aan de andere kant door dienstmeisjes, soldaten en andere eenvoudige lieden werd bevolkt. Het publiek van de ‘herenpromenade’ was alleen in uiterste noodzaak bereid naar het proletarische deel van de straat over te steken.” (Bekentenissen van een burger).

Márai geldt als de belangrijkste vertegenwoordiger van de Hongaarse burgerlijke middenklasse litteratuur. Zowel de conservatieve waarden als het uitgesproken multiculturele karakter van het milieu en de stad waarin hij opgroeide, drukten een blijvend stempel op hem. “De conversatietaal van de plaatselijke ‘betere kringen’ was officieel het Hongaars, maar thuis, onder elkaar, spraken de mensen het Duitse dialect van de Tatra-regio, zelfs degenen die uit puur Hongaarse streken afkomstig waren. Dit alles had niets krampachtigs. De sfeer in de stad was Hongaars, maar als de mannen na het avondeten in pantoffels en hemdsmouwen een boom opzetten, gingen ze al spoedig over in het Duits, zelfs de heren.” (Bekentenissen van een burger).

Márai museum


Het belangrijkste feitelijke overblijfsel van Márai’s jeugd in Kosice is het huis aan de Masiarska ulica 35, waar hij met zijn ouders een aantal jaren woonde in de tijd dat hij naar het gymnasium ging. Nu is er het Sándor Márai Herinnerings Huis gevestigd, een modern museum over zijn werk, zijn leven en zijn banden met de stad (www.sandormarai.eu). Er zijn onder meer filmfragmenten over Marai en audiofragmenten met voorgedragen stukken uit zijn werk. Een paar honderd meter verder, op de hoek van de Masiarska en de Zbrojnicna, staat een mooi beeld van de schrijver dat uitnodigt even tegenover hem te gaan zitten.


Heel veel meer is er niet. Midden op de Hlavna op nr. 42, staat nog het pand waar destijds Megay’s patisserie was gevestigd. Daar ontmoette hij tijdens een ijseet-wedstrijd voor het eerst zijn latere vrouw Lola. Nu zit er het Italiaans cafe-restaurant Carpano. En aan de overkant van het plein, even de Univerzitna straat in, staat op hoek links de middelbare school waar hij zat en vanaf werd getrapt omdat hij zich veel te vrij gedroeg. Zijn geboortehuis vlak achter de Hlavna (nu Bocna ulica 2, naast een parkeerplaats) staat er nog, maar is volledig van karakter veranderd. Het huis waar hij het grootste deel van zijn jeugd doorbracht, aan de zuidpunt van de Hlavna, is weg (er staat nu een lichtbruin winkelpand met veel glas). De grote marktplaats voor de deur, die hij in diverse boeken beschrijft, is vervangen door een verkeersplein, een modern winkelcentrum en een zwartglazen Hilton hotel.

Meer over Sándor Márai in Kosice: www.sandormarai.eu Op 19 en 20 januari vindt in de stad een grote culturele openingsshow plaats, zie www.visitkosice.eu en www.kosice2013.sk

Meer weten over Kosice? De reisgids Hongarije van Henk Hirs(eboek, verkrijgbaar in epub en kindle) maakt een uitstapje over de grens naar de geboorteplaats van Marai.

20 December 2012

De andere oever van de Donaubocht: Vác

Van lelijk eendje tot mooie zwaan. Dat is een beetje de geschiedenis van het Donaustadje Vác in de afgelopen twintig jaar. En daaraan heeft Vác, gelegen in de Donaubocht, op de oostelijke en relatief rustige oever van de rivier, dan ook te danken dat het toeristisch nog tamelijk onbekend is. Toch is dat onterecht. Het verdient minstens even zeer een bezoek als Szentendre. Of misschien wel meer.

Marcius 15 tér
Dat Vác twintig jaar geleden een lelijk eendje was, is niet overdreven. Je kon destijds hooguit zeggen dat het stadje "potentieel" had, zoals makelaars dat ook van een aftands huis beweren. Iets ten noorden van Vác was, en is, een cementfabriek. Het stof daarvan overdekte de hele regio. Sinds die fabriek ergens in de jaren negentig door een Duitse investeerder werd gekocht die filters heeft laten plaatsen, is dat probleem gelukkig voorbij. Bovendien kon het zeer vervallen centrum de afgelopen jaren dankzij EU-steun geheel worden opgeknapt. Daardoor is het barokke plein, het Március 15 tér, in het centrum in zijn oude glorie hersteld en kregen ook de omliggende straten een forse opknapbeurt. Sindsdien ontwikkelt het toerisme in Vác zich gestaag.


Er zijn weinig stadjes in Hongarije met zo'n mooie ligging aan de Donau. Direct langs de rivier vind je een promenade en een park met prachtig uitzicht op de bergen van de Donaubocht. Langs de promenade en bij het park is een groeiend aantal cafés en restaurants en een fietspad, dat onderdeel uitmaakt van de doorgaande route van Passau naar Boedapest. Wie dat fietspad naar het noorden volgt, komt op zeker moment langs een groot gebouw dat eruit ziet als een gevangenis, wat het ook is.
Net om de hoek van het centrale plein vind je de de zeer gezellige markt, dagelijks geopend, maar vooral op dinsdag, vrijdag en zaterdag de moeite van een bezoek waard. Op die dagen komen er namelijk heel veel verkopers uit dorpen in de omgeving om hun producten te verkopen: groenten en bloemen uit eigen tuin, zelf gemaakte jams, thuis gerookte worsten en af en toe een thuis geslachte kip. Een keer in de twee weken op zondag worden de stalletjes van de markt ingenomen door een vlooienmarkt (bolhapiac). De precieze data daarvan zijn te vinden op Facebook. Daar kun je, helaas alleen in het Hongaars, ook vinden waar de markt wordt gehouden als het buiten te koud is.

7 December 2012

Een kerk met Romeinse wortels in Pest

In de Parochiekerk van Pest, pal naast het viaduct van de Erzsébetbrug, wordt hard gewerkt aan de restauratie van diverse gotische fresco’s die in 2010 zijn ontdekt op de muren achter het hoofdaltaar. Maar de kerk is om meerdere redenen interessant. Zo zijn er nog sporen zichtbaar van de Turkse tijd, toen de kerk deels als moskee werd gebruikt. En verder is dit misschien wel de alleroudste christelijke gebedsplaats van Hongarije, want deze kerk is gebouwd op de plek waar al in de Romeinse tijd een eerste vroegchristelijke kapel, een Cella Trichora, stond.

Foto Wikipedia
De Parochiekerk van Pest is in de loop der eeuwen diverse malen verwoest, herbouwd en uitgebouwd, steeds weer in een nieuwe stijl. De laatste restauratie is van na de Tweede Wereldoorlog en heeft er een wat bont geheel van gemaakt. Het achterschip is nu gotisch (13e eeuw) en neogotisch (19e eeuw), met onder meer de kenmerkende bogen boven ramen en deuren. Het middenschip en de twee torens getuigen overduidelijk van de barokke herbouw uit de 18e eeuw.  De voorgevel is versierd met zuilendecoraties die over zijn gebleven van een neoclassicistische restauratie in 1808.  Het hoofdaltaar binnen is gewoon modern, een ontwerp uit 1948.
Wie de kerk ingaat en helemaal naar achteren loopt, vindt in de nissen achter het altaar de recent ontdekte fresco’s uit de 13e eeuw. Het meest compleet is een afbeelding van Maria met de jongeling Jezus staande op haar knie en een achtergrond van diep azuurblauw die het hemelse symboliseert. Er schijnt in vakkringen het nodige debat te zijn of de restauratie te ver gaat of juist meer recht doet aan het origineel (het blauw is duidelijk ‘vernieuwd’).
Eén nis, in de zuidoostelijke hoek, rechts achter het altaar heeft duidelijk een wat afwijkende vorm. In de Turkse tijd werd de kerk (toen nog niet groter dan het huidige ‘gotische’ achterstuk) gebruikt als moskee. Deze nis was de mihrab die aangeeft in welke richting Mekka ligt. Tot 2010 was hij beschilderd met Arabische letters en krullen in zwart, groen en rood. Maar tegenwoordig is hij wit geschilderd. Dat lijkt cultuurbarbarij, maar wetenschappers betwijfelen of deze nis de originele mihrab was, omdat de richting niet helemaal klopt en omdat de Arabische tekst klaarblijkelijk een wat wonderlijke was: "Op de laatste dag legt God het besluit in de handen van Jezus." Dat is uiteraard niet wat de Koran over het einde der tijden zegt. Het verhaal gaat dat de tekst ergens in de jaren zeventig door een islamoloog die in de buurt woonde, is geschilderd en dat de man regelmatig voor de nis kwam bidden.

23 November 2012

Monniken in warm water

Pal bij het grottenzwembad van Miskolctapolca zijn de afgelopen maanden onverwacht de funderingen blootgelegd van een kerkje uit de 11e eeuw. Het gaat waarschijnlijk om de restanten van het in de 15e eeuw verwoestte Benedictijner klooster waaraan Miskolc zijn naam ontleent. Daar werd al meer dan een eeuw naar gezocht, maar naar nu blijkt altijd op de verkeerde plek (op een heuvel in de buurt).

Ook de middeleeuwse monniken waren natuurlijk niet gek en bouwden hun optrekje pal bij het warme water dat daar uit de grond opborrelt en dat tegenwoordig de bron is van een van de mooiste baden van Hongarije. Toegegeven, Miskolctapolca ligt een enorm eind weg, vlak bij de arme industriestad Miskolc helemaal in het noordoosten. Maar wie ooit in de buurt is, moet gewoon even tijd maken om dit thermale grottenbad te bezoeken.

Het is fantastisch om rustig rond te dobberen en te zwemmen in water van 30 graden Celsius dat door een aantal ondergrondse kamers en hallen stroomt die door diverse gangen met elkaar zijn verbonden. Er staat een lichte stroming, zodat je je ontspannen mee kunt laten voeren. Er zijn trappetjes en bruggetjes, een paar punten waar water vanaf de bodem opborrelt of van boven in een aangename straal naar beneden valt, en het zachte licht van de lampen zorgt soms voor spannende dan weer voor verrassende effecten. En voor wie met kinderen is: er zijn ook nog buitenbaden met het nodige vertier.


De eerste keer dat we er waren, ergens begin jaren negentig, was het complex in een verwaarloosde staat. Maar wie de toen wat armzalige badhokjes e.d. nam voor wat ze waren, kreeg daar wel een kolonie vleermuizen voor terug die zich in de grotten van het bad genesteld hadden zodat er af en toe een boven je hoofd scheerde. Inmiddels is het bad allang gerenoveerd. Dat heeft een hoop eersteklas faciliteiten opgeleverd – badhokjes, massages, douches en wat al niet – maar de vleermuizen zijn niet meer.

11 November 2012

Kerstmarkt in Boedapest

Boedapest in de winter is een hele andere stad dan Boedapest in de zomer. Verdwenen zijn de terrassen, en met een beetje geluk maken de zwoele zomernachten plaats voor een flink pak sneeuw en ijsschotsen in de Donau. Maar zeker in de weken voor kerstmis heeft de stad zijn eigen charme. Vanaf 16 november zijn de kerstmarkten weer open, en die zijn zeker een bezoek waard.
Je vindt ze overal in de stad, en ook in veel andere steden. De fraaiste, dat leidt geen twijfel, is die op het Vörösmarty tér in het hart van Pest. Hoewel in Nederland nauwelijks bekend, staat de markt, die dit jaar voor de veertiende keer plaatsvindt, in de top tien van mooiste kerstmarkten van Europa. En terecht.
Het is een buitengewoon gezellige markt, die veel toeristen en Hongaren lokt. De talloze kramen bieden een topselectie aan Hongaarse handvaardigheid, van prachtig houten speelgoed, houtsnijwerk en handgeschilderde zijden sjaals tot vele soorten aardewerk, lamsvachten jassen, prachtige hoeden van vilt en kaarsen versierd met ingelegde droogbloemen. Wie op zoek is naar kerstcadeaus, kan hier zeker zijn slag slaan.

Wie hongerig of dorstig is, komt ook aan zijn trekken bij de kramen met warme gekruide wijn (forralt bor), hete zoete thee en enorme pannen vol met paprikaworsten, gevulde zuurkoolbladen, stoofpotten, en bonensoep. Uiteraard kun je er ook kerstversiering krijgen, en Hongaarse kerstspecialiteiten zoals karper en beigli, een gebak van opgerold deeg met een vulling van walnoten, maanzaad of gedroogde vruchten.
Er is een enorme kerststal, uiteraard een kerstman en op een podium worden optredens verzorgd. Iedere adventszondag zijn er extra programma's. De markt loopt tot en met oudejaarsavond, als het Vörösmarty tér een van de drie centra is waar de nieuwjaarsfeesten zich concentreren.
Het enige dat misschien op het Vörösmarty tér aan te merken is, is dat het, voor Hongaarse begrippen althans, niet echt goedkoop is, al zullen de meeste buitenlandse toeristen daar anders over denken. Maar elders in de stad vind je ook markten, zij het kleiner en bescheidener: op het Liszt Ferenc tér, niet ver van de Opera vandaan bijvoorbeeld, en op het Széll Kálman tér, een druk knooppunt voor het openbaar vervoer, waar vooral buurtbewoners en toevallige passanten hun slag slaan.
Wie wil weten wat er in de provincie te doen is, vindt hier een uitgebreide lijst met programma's in steden in heel Hongarije. Helaas alleen in het Hongaars.

31 October 2012

Een verkwikkend warm bad

Boedapest, en Hongarije staan bekend om hun thermaalbaden, en een bezoek aan zo'n warm bad hoort er eigenlijk echt bij. Veel van die baden zijn buiten, maar dat is geen reden om ze in de herfst of de winter te mijden. Juist nu het weer snel minder wordt, is een bezoek aan een warm buitenbad een speciale ervaring. Weinig is zo ontspannend als omringd door prachtige herfstkleuren te dobberen in lekker warm water van een graad of 36. Helemaal mooi wordt het als flarden stoom langzaam omhoog kringelen in de winterkou en een laag verse sneeuw de daken rondom bedekt.

Héviz
De mooiste plaatsen voor zo’n verkwikkend buitenbad zijn het Széchenyi badhuis in Boedapest en het thermale meer van Héviz, aan de westkant van het Balatonmeer.
Het neobarokke Széchenyi heeft twee grote ronde buitenbaden met warm water. In het ene bad, met een temperatuur van 38 graden, wordt vooral gedobberd en zie je oudere Hongaarse mannen vaak urenlang staan schaken. In het tweede, iets koelere bad is tot plezier van veel kinderen en behoorlijk wat volwassenen in het midden een kleine ronde wildwaterbaan. Tussen beide baden in is een derde bassin van 26 graden, bestemd voor mensen die baantjes willen trekken.
In de omringende gebouwen zijn kleedkamers en badhokjes, een cafetaria en diverse sauna’s en kleinere bassins met koud tot heet water (ook massages). Het is de moeite waard om even de ingang van het Gezondheidsbad (Gyógy fürdö) aan de andere kant van het gebouw binnen te lopen. Het is het oudste deel van het bad en versierd met prachtige jugendstil mozaïeken.

In Héviz, een paar kilometer ten westen van de Balatonbadplaats Keszthely, ligt een van de grootste natuurlijke thermale meren ter wereld. In de Romeinse tijd en de middeleeuwen werd het licht radioactieve water van het meer al gebruikt vanwege zijn geneeskrachtige werking en voor de leerlooierij. Eind 19e eeuw was Héviz een even beroemd kuuroord voor de Habsburgse adel geworden als Karlsbad in Tsjechië. Bij de hoofdpoort getuigt een park met grote oude kuurhotels nog van die glorietijd.
De temperatuur van het water varieert tussen 24 graden in de winter en 38 graden in de zomer. Op het oppervlak drijven Indiase waterlelies en als die in de winter bloeien, is de sfeer ronduit feeëriek. Rond het meer zijn ligweiden en stoelen, maar in de winter kun je direct vanaf een badgebouw over het meer het water in.
In de gebouwen direct rond het meer, deels in de romantische stijl van de 19e eeuw en deels modern, bevinden zich kleedhokjes, restaurants en koffiebarretjes, maar ook voorzieningen als sauna’s en masseurs. Héviz kan overdag behoorlijk druk zijn, maar wie ’s morgens een beetje op tijd komt, heeft het meer nog zeker een uur vrijwel voor zichzelf.

Meer weten over Boedapest en Héviz? Lees de e-boeken “Hongarije, meer dan een reisgids” door Henk Hirs en/of “Boedapest, een verhalende reisgids”door Runa Hellinga. Ze staan boordevol toeristische tips en verhalen over de geschiedenis, de cultuur en het dagelijkse leven. Prijs: € 9,50 (Kindle en epub). Kijk voor meer info bij ons boekenaanbod.

18 October 2012

Gulyás en vissoep

Hongaars eten? Goulash natuurlijk, dat weet iedere toerist! Behalve dan, dat geen Hongaar het gerecht dat ze over de grens als goulash bestempelen, zal herkennen als de maaltijd die in Hongarije gulyás wordt genoemd. Niet alleen omdat je het heel anders schrijft, maar ook, omdat goulash en gulyás minder met elkaar te maken hebben dan een bord Italiaanse en Amerikaanse spaghetti. En die twee lijken ook al erg weinig op elkaar.
Vissoepfestival in Szeged
De Hongaarse gulyás is geen stoofpot, zoals over de grens, maar een soep, en niet eens een gebonden soep. Een zeer goed gevulde stevige bouillon, vol met vlees, stukken aardappels, stukken wortel en andere groente en gekruid met onder meer paprikapoeder en liefst gekookt boven een open vuur: dat is de gulyás zoals Hongaren die kennen. Je eet hem als maaltijdsoep, met een stuk brood erbij. In toeristische restaurants krijg je hem meestal in een klein soepketeltje, hangend boven een waxinelichtje.
Wie in een Hongaars restaurant op zoek is naar een lichte lunch, grijpt met de soepen zelden mis. Broodjes zul je op een menukaart zelden zien staan, behalve in het centrum van Boedapest, waar de sandwich langzamerhand een begrip begint te worden. En een hoofdmaaltijd is voor Nederlandse begrippen meestal te veel van het goede als lunchgerecht, behalve in duurdere restaurants, waar de porties inmiddels een stuk kleiner zijn. Het blijft een merkwaardig, dat de hoeveelheid op je bord, niet alleen in Hongarije overigens, vaak omgekeerd evenredig is aan het prijsniveau van het restaurant.
Een salade is natuurlijk een goed lunchalternatief, maar echt Hongaars is dat niet. Soep speelt daarentegen een hoofdrol in de Hongaarse keuken. Behalve de gulyás zie je vaak bonensoep (bábgulyás) en vissoep (halászlé)  op de kaart staan. De bonensoepen zijn echte maaltijdsoepen, niet zo dik als een erwtensoep in Nederland, maar ze komen een aardig eind in de richting. Spek en paprika zijn onmisbare ingrediënten.
Wie een uniek Hongaars gerecht wil proberen, moet zich aan de vissoep wagen. Die wordt meestal ook als maaltijdsoep gegeten en smaak lijkt werkelijk in niets op Franse of Italiaanse vissoepen. De smaak van Hongaarse vissoep wordt bepaald door de twee belangrijkste elementen: zoetwatervis, meestal karper, maar afhankelijk van de streek ook andere vis, en paprikapoeder. Als je een van de twee niet lekker vindt, kun je er beter niet aan beginnen. 
Behalve vis gaan er uien in de soep, soms een tomaat of een groene paprika en water en bij sommige recepten de hom en kuit van de vis. Meer is het meestal niet, hoewel er ook streken zijn die nog wat pasta of citroen aan de soep toevoegen. Vissoep is scherp, maar hoe scherp, hangt af van de streek.. Bij het serveren gaat er vaak nog een schep zure room in, en op tafel staan meestal gedroogde rode pepers, voor wie het graag nog pittiger heeft. 
Een goede vissoep hoort eigenlijk boven open vuur gemaakt te worden, en het koken ervan behoort dan ook, net als gulyás en barbecue, traditioneel tot het domein van de mannen. De vissoep uit de Zuid-Hongaarse stad Szeged is de bekendste, en in die stad wordt eind augustus, begin september een vissoepfestival gehouden, dat jaarlijks enkele honderdduizenden bezoekers trekt. Maar in andere delen van Hongarije, zoals Baja en Paks, zweren mensen uiteraard dat hun variant veel lekkerder is.


10 October 2012

Oude vulkanen aan de Balaton

Wie langs de zuidoever van het Balatonmeer rijdt, ontkomt niet aan de Badacsony, een afgeplatte vulkanische berg van 438 meter hoogte aan de noordoever. De berg met zijn steil oprijzende wanden is in de wijde omtrek zichtbaar en doet een beetje denken aan de beroemde Tafelberg bij het Zuid-Afrikaanse Kaapstad. Pas bovenop zie je dat schijn bedriegt. Terwijl de top van de Tafelberg slechts bedekt is met rotsen, gras en lage struiken, is de Badacsony bovenop één groot bos.
De oude vulkaan, en de omliggende regio die naar hem is vernoemd, zijn een prachtig wandelgebied met op verschillende plekken fantastisch uitzicht over het Balatonmeer en het achterland. Vanuit de voet van de berg leiden diverse wandelpaden naar boven. Het laatste stuk is zeer steil, maar wie vanaf Badasconytördemic omhoog gaat, belandt uiteindelijk bij een lange, maar goed begaanbare trap naar de top. Het eerste stuk van die wandeling gaat over een verharde weg die je eventueel ook met de auto kunt rijden, maar wees gewaarschuwd: het weggetje is zeer smal en parkeerplaatsen zijn er nauwelijks, zeker niet aan het eind.

28 September 2012

Houten achtbaan in toekomst in dierentuin

Houten achtbaan, in het vervolg in de dierentuin.
Al jaren wordt erover gesproken: overleeft het Vidámpark, Boedapests eigen pretpark, of overleeft het niet? De verliezen zijn enorm, en de naburige dierentuin zit te springen om uitbreidingsmogelijkheden. Nu is het besluit gevallen, het Vidámpark sluit op 6 november definitief de deuren.
Het park, dat nog steeds eigendom van de gemeente Boedapest is, heeft een schuld van een miljard forint, en is feitelijk failliet. Maar de historische achtbaan uit 1922, de oudste en langste houten achtbaan van Europa, blijft.
Alleen zullen liefhebbers in toekomst een entreekaartje voor de dierentuin moet kopen, want die ziet een oude wens in vervulling gaan en krijgt het terrein en de achtbaan onder zijn beheer. Ook een aantal andere historische attracties van het Vidámpark blijven als onderdeel van de dierentuin bestaan.
Voor veel oudere Boedapesters zal het even slikken zijn, want het pretpark speelde in hun jeugd een belangrijke rol. De kans dat jonge Boedapesters er zijn geweest, is minder groot. De toegang was ooit spotgoedkoop, maar het laatste decennium was het park zeer duu zeker als je het aanbod vergelijkt met pretparken elders in de wereld. Een tijdlang moest je er zelfs, net als op de kermis, voor iedere attractie apart betalen. Van dat beleid kwam het park terug, maar dat kon de teloorgang niet verhinderen.
De gemeente Boedapest hoopt wel dat er een nieuw pretpark komt, maar op een andere plek, met een ruimere opzet, een modernere aanpak en met hulp van een private investeerder.

22 September 2012

Europa's grootste steppe: Hortobágy, de poesta


De poesta, puszta in het Hongaars, geldt, ook voor Hongaren, als misschien wel het meest typische Hongaarse landschap: wijde vlakten, waar kuddes runderen worden voortgedreven door een eenzame herder, liefst een herder in een wijde blauwe broek met een zwartgerande hoed op zijn hoofd. Een cliché, maar wel een cliché dat, ten dele althans, echt bestaat. Het Hortobágy Nationale Park, het grootste natuurgebied in Hongarije, is inderdaad grotendeels een grasvlakte die begraasd wordt door vrij rondlopende runderen, schapen en tegenwoordig ook een kudde wilde Przewalsipaarden, hoewel die van oudsher niet in het gebied voorkomen.


De dieren zijn geen folklore, maar van levensbelang voor het beheer van de grootste steppe ten westen van de Oeral. De Hortobágy is binnen Europa een uniek gebied, vergelijkbaar met de prairie en de Siberische steppen. De puszta (het woord betekent leeg, verlaten in het Hongaars) is voor zijn behoud afhankelijk van begrazing, net zoals de Amerikaanse prairie in stand bleef dankzij de trekkende kuddes bizons.
Het gebied is vooral onder vogelliefhebbers zeer populair. Met 340 vogelsoorten is het een van de belangrijkste vogelgebieden van Europa. Dat is niet alleen aan de kale steppe te danken, hoewel die haar eigen vogelpopulatie heeft. Ooit werden midden op de poesta enorme visvijvers aangelegd om het gebied  economisch te ontwikkelen. Het zijn de grootste vismeren van Europa en ze trekken een enorme hoeveelheid vogels, vaste bewoners, maar uiteraard ook trekvogels. Een spectaculaire tijd om de meren te bezoeken is de herfst, als duizenden kraanvogels op weg naar hun overwinteringsgebied zich nog een keer goed voleten voor de lange vlucht. Wie geluk heeft, ziet misschien ook een otter.

18 September 2012

Gestolen kunst te bezichtigen

Pál Szinyei Merse: Bloeiende appelbomen 
Een kunsttentoonstelling met een speciaal tintje: tot 14 oktober loopt in het Museum voor Schone Kunsten in Boedapest een tentoonstelling over gestolen, en door de politie teruggevonden kunst. Behalve een kunstverzameling die loopt van kostbare schilderijen en archeologische vondsten tot kerkelijke voorwerpen en goudschatten, vertelt de tentoonstelling ook het verhaal van de diefstallen, en wijze waarop de kunstwerken door politie en douane terug zijn gevonden. 
We hebben het niet over kleine misdaad: kunstdiefstal staat na wapenhandel en drugs wereldwijd op de derde plaats als het om lucratieve criminaliteit gaat. 
Niet alle gestolen kunst eindigt in de handen van malafide kunstliefhebbers: diefstal van bronzen beelden op openbare pleinen voor de oud-metaalhandel begint zo'n serieus probleem te worden (en niet alleen in Hongarije) dat diverse beelden in Boedapest inmiddels door een niet van echt te onderscheiden kunststof replica zijn vervangen. Ook sieraden verdwijnen vaak in de smeltpot.
De tentoonstelling maakt deel uit van een project om de politiecapaciteit om kunstdiefstal aan te pakken, uit te breiden. Toegang is gratis.

12 September 2012

Antiekstraat


De tijden dat je in Boedapest voor een habbekrats antiek kom oppikken omdat niemand een idee had wat die oude spullen in West-Europa waard waren, zijn wel een beetje voorbij. De prijzen liggen tegenwoordig een stuk hoger, maar het blijft een interessante stad om antiek te zoeken. Overal in de stad vind je antiquairs en antiquariaten, al hebben de laatsten voor buitenlanders misschien iets minder te bieden: hun aanbod is grotendeels Hongaars, hoewel je goede kans maakt er ook oude Duitse boeken te vinden.

Falk Miksa utca
Van oudsher is de BÁV een aangewezen plek om heen te gaan. De winkels van de BÁV kom je op meerdere plaatsen in de stad tegen, net als een instelling die onherroepelijk met deze winkels verbonden is: het pandjeshuis. De BÁV heeft een oude geschiedenis: de voorloper werd in 1773 door Maria Theresia opgericht met het doel woekeraars te bestrijden.
Een andere plek voor de antiekjacht is de Ecseri-markt, de vlooienmarkt op de Nagykőrösi út 15, een eind buiten het centrum, maar bereikbaar met bus 54 vanaf het Boraros tér bij de Petőfi brug. Voor echte koopjesjagers is dit waarschijnlijk de beste plek, maar je moet er vroeg bij zijn om de antiekhandelaren die hier ook hun slag slaan, voor te zijn. Een beetje verstand van zaken is ook niet weg: de kans om vervalsingen in je hand gedrukt te krijgen is er niet helemaal denkbeeldig.
Maar de grootste concentratie antiekzaken vind je in de Falk Miksa utca, in het vijfde district, vlak bij de Margit brug. Met enkele tientallen  galerieën en antiekzaken is de straat een paradijs voor de liefhebber. Er zijn in Hongaarse schilderkunst gespecialiseerde galerieën zoals Kiesselbach en de MissionArt Galéria, de Antik Zsolnay, gespecialiseerd in jugendstil keramiek van Zsolnay uit Pécs en in meubels en schilderijen uit dezelfde tijd. Maar er is ook een bedrijf als Moró, dat zich heeft toegelegd om oriëntaalse kunst en antiek. Ook voor wie niet per se op zoek is naar antiek, is de straat best een bezoek waard, want veel van de panden zijn versierd met jugendstil-ornamenten.
Ieder jaar in september organiseert de straat het Falk Art Forum, met lezingen, terrasjes, muziek en speciale programma's en activiteiten voor kinderen. Dit jaar staat het festival voor 22 september vanaf 14 uur gepland. Helaas is zowel de website als het programma zelf in het Hongaars. Maar gezellig is het er die dag wel.


29 August 2012

Vegetarisch eten

Toen mijn zoon op de lagere school zat, stond als vegetarische optie op het weekmenu van de schoolkantine een keer csontlevés "bottensoep", bouillon getrokken van botten, vermeld. Botten, dat is geen vlees, per slot van rekening. Vegetariërs hebben het van oudsher niet echt makkelijk in Hongarije, zeker niet in restaurants. Wie twintig jaar geleden in een restaurant vleesloos wilde eten, moest het doen met gepaneerde, gefrituurde champignons of gepaneerde, gefrituurde kaas. Niet vies, maar het gaat vervelen, op den duur.
Hongaren zijn van oudsher vleeseters, en dat vlees moet liefst in grote porties komen, maar er is voor vegetariërs gelukkig veel verbeterd, zeker in Boedapest. Er is inmiddels een aantal vegetarische restaurants, zoals het door de Hare Krishna geleide Govinda, of het Napfényes étterem en Eden. De laatste twee zijn ook geschikt voor mensen die geen ei of melk eten, maar zowel Govinda als Eden zijn zelfbedieningsrestaurants. Behalve vlees is alcohol er ook taboe, hoewel mij het verband tussen slachten en een glas wijn geheel ontgaat. Ze zijn, kortom, eerder geschikt voor een lunch of de zeer principiëlen dan voor mensen die simpelweg geen vlees willen eten.
Maar veganisten zullen het in andere restaurants een stuk moeilijker hebben, want de Hongaarse keuken maakt veelvuldig gebruik van room en eieren. Wie niet zo strikt is, vindt in Boedapest inmiddels een groot aantal gewone restaurants dat in ieder geval een aantal gerechten voor vegetariërs op de menukaart heeft staan. Bij Italiaanse, Indiase of Thaise restaurants kun je als vegetariër natuurlijk altijd terecht, en die zijn er inmiddels in grote getale. Alleen wil een mens tijdens een paar dagen Boedapest misschien liever de lokale keuken uitproberen.
Gelukkig weten Hongaarse restaurants, vooral die in de iets duurdere categorie, inmiddels met meer fantasie te koken voor mensen die geen beest op hun bord willen. Een goed voorbeeld is Klassz, niet ver van de Opera vandaan, dat altijd een aantal vegetarische soepen en voor- en hoofdgerechten op de kaart heeft staan. Het is overigens onmogelijk om bij Klassz te reserveren, het is een kwestie van wie het eerst komt, het eerst maalt, maar er is een wijnbar voor wie wachten wil op een plek. Een ander restaurant met veel vegetarische opties is de bistro Két Szerencsen, vlak om de hoek in de Nagymező utca.
Wie 's middags een snelle lunch (of avondmaaltijd) zoekt, kan goed terecht bij de Hummusbar, een keten die inmiddels zeven vestigingen in de stad heeft en, zoals de naam al verraadt, gespecialiseerd is in eten uit het Midden-Oosten. Ook het groeiende aantal Turkse zelfbedieningsrestaurants in de stad heeft altijd wel iets voor vegetariërs in de aanbieding. En voor wie verlangt naar een echt Hongaarse, vegetarische snack, is er altijd nog de lángos, volksvoedsel bij uitstek en voor te vinden op markten dergelijke.

20 August 2012

Daar bij de molen van Tapolca

Het Malom tó, Molenmeer
Het stadje Tapolca, 12 kilometer ten noorden van het Balatonmeer, is een merkwaardige mengeling van mooie stukjes met oude huizen en betonbouw uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Op het eerste gezicht weinig opmerkelijk, maar in het hart van dit stadje, pal naast het barokke Fő tér (Hoofdplein) liggen twee onverwachte pareltjes: het prachtige Molenmeer en de watergrot waar je met een bootje de ondergrondse rivier af kunt varen.
Een poort in de huizenrij aan de zuidkant van het helaas niet autovrije hoofdplein leidt naar het ronde Malom tó (Molenmeer), ooit aangelegd door de Romeinen. Het water, afkomstig van ondergrondse bronnen, is kraakhelder en wemelt van de reusachtige sierkarpers, kleinere visjes en waterplanten. De sfeer is mediteraan, met een aantal huizen die zo aan de Middellandse Zee zouden kunnen staan en de oude watermolen waarnaar het meer is vernoemd, met aan de zijkant een metershoge houten schoeprad dat nog dagelijks draait. In de molen is nu Hotel Gabriella gevestigd. Aan de andere kant zit restaurant/koffiehuis Tópart, beide met een ruim terras en perfecte plekken voor een zeer aangename versnapering.
Voor tien uur ’s ochtends, als de grote fontein nog niet werkt, weerspiegelt de nog niet al te warme zon prachtig in het strakke, verstilde wateroppervlak. Achter het houten rad, langs het glasheldere kanaaltje dat het water afvoert, ligt bovendien nog een klein en mooi parkje met een speeltuin.


De tweede verrassing van Tapolca bevindt zich aan de oostkant net naast het Fő tér: de Tavasbarlang, een door ondergrondse bronnen gevoede watergrot waar de bezoekers zelf een stukje (300 m.) met een roeibootje door de grotgangen varen. De grot is verlicht en de kleine bootjes varen vlak achter elkaar aan, maar het blijft heel leuk en apart om te doen. Wie bang is in kleine ruimtes, kan overigens beter niet aan de tocht beginnen, de gangen zijn soms zo krap dat roeien niet mogelijk is en je de boot met de hand verder moet duwen.
De grot maakt deel uit van een kilometerslange watergrottenstelsel dat in de 20e eeuw ten behoeve van de bauxietmijnbouw lange tijd drooggelegd was. Maar sinds de mijnen begin jaren negentig gesloten zijn, kan het water van de ondergrondse bronnen weer vrijelijk overal naar toe. Uit recent onderzoek blijkt dat al die grotten en gangen met elkaar in verbinding staan. De bewoners wisten overigens dat allang, want ze waren eraan gewend dat visjes uit het Molenmeer af en toe opdoken in de waterputten elders in de stad.

Ingang Tavasbarlang, Kisfaludy S. u. 3, tel 0687 412579.

Meer weten over Tapolca en omgeving? Koop het eboek “Hongarije, meer dan een reisgids” door Henk Hirs, boordevol toeristische tips en verhalen over de geschiedenis, de cultuur, het dagelijkse leven. Prijs € 9,50 (346 pagina’s Kindle en epub).

12 August 2012

Onbekend Boedapest: het Imre Varga museum

Franz Liszt
Ver buiten het centrum, in het wat vergeten stadsdeel Óbuda, ligt achter het historische Fő tér in een zijstraat het Imre Varga-museum. Varga behoort tot de belangrijkste Hongaarse beeldhouwers en om zijn werk kom je in Hongarije nauwelijks heen. Hij is de maker van de prachtige treurwilg achter de Grote Synagoge, met op ieder blad de naam van een slachtoffer uit de Holocaust. Hij schiep het beeld van Raoul Wallenberg, de Zweedse diplomaat die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog duizenden joden het leven redde, en het beeld van componist Ferenc (Franz) Liszt die in Pécs van een balkon naar beneden kijkt. 
Varga ontwierp ook het bruggetje waarvandaan Imre Nagy, leider van de Hongaarse opstand van 1956, peinzend op het parlement uitkijkt, al werd het werk feitelijk door een andere Varga, Tamás, gemaakt. Zij werk reikt van portretten van Churchill, De Gaulle en Konrad Adenauer en historische figuren tot ontwerpen voor munten, kleine sculpturen, monumenten en heiligenbeelden zoals dat van St. Fransiscus. Zijn werk is in tal van andere landen te vinden. Zo is het beeld van componist Béla Bartók op het naar hem vernoemde plein in Parijs van Varga's hand.
Varga volgde in de jaren vijftig de kunstopleiding, in de hoogtedagen van het socialistisch realisme. Maar zijn populariteit dankt hij daaraan dat hij in de jaren zeventig afstand nam van het socialistische monumentalisme en zijn eigen weg zocht. Zijn onderwerpen zijn vaak sociaal of politiek bewogen en stralen een zekere melancholie uit, gecombineerd met een ironische zin voor humor.
In het verleden waren er meer beelden van de inmiddels 89-jarige Varga in Boedapest te vinden, maar een groot deel van zijn werk kwam tot stand tijdens het communisme, en zijn beelden van bijvoorbeeld Lenin en Béla Kun (leider van de kortstondige communistische Radenrepubliek in 1919) overleefden de systeemwisseling niet, en zijn nu terug te vinden in het beeldenpark in Érd.
Maar ook recent ligt een deel van zijn werk onder vuur. Eerder dit jaar werd zijn beeld van graaf Mihály Kárólyi, premier aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, bij het parlement weggehaald en naar Varga's geboortestad Siófok overgebracht, formeel in het kader van een reconstructie van het plein voor het parlement. Er is ook een debat of het bruggetje met Nagy mag blijven.
In het Imre Varga-museum worden zowel grotere beelden als kleine sculpturen tentoongesteld. Een deel van de beelden zijn kopieën van beelden die elders ook te zien zijn. Achter het museum is een beeldentuin ingericht. De tentoongestelde werken variëren af en toe, want Varga, die persoonlijk bij het museum betrokken is, laat de collectie rouleren.
Imre Varga museum, Laktanya utca 7, dagelijks behalve maandag van 10 tot 18 uur.

10 August 2012

Klompen op de poesta 4: Kampvuur op de camping

Een serie over Nederlandse activiteiten in het Hongaarse toerisme. Deel 4

Zolang Joke Wesselink zich kan herinneren, ging ze met haar ouders in Hongarije op vakantie, naar de familie van de vrouw die voor iedereen in het gezin 'oma' was. Oma was Hongaarse, en eigenlijk de stiefmoeder van Jokes vader Gert, met wie ze samen de camping Amedi bij het Noord-Hongaarse dorpje Borsodbóta bedrijft.
Boogschieten op camping Amedi
Oma was één van de duizenden kinderen die na de Eerste Wereldoorlog vanuit het hongerende Hongarije naar Nederland werden gestuurd om daar weer op krachten te komen. Zoals veel kinderen bleef ze veel langer bij haar Nederlandse pleeggezin dan aanvankelijk de bedoeling was, en hoewel ze een tijdje naar Hongarije terugkeerde, had ze haar hart aan Nederland verpand. Zo kwam ze na het overlijden van Gerts moeder in het gezin Wesselink terecht om voor de kinderen te zorgen, en trouwde uiteindelijk met zijn vader.
De hechte band van de familie Wesselink met Hongarije leidde ertoe dat de inmiddels gepensioneerde Gert en zijn vrouw in 2004 in Borsodbóta een huis met twee kant-en-klare houten bungalows kocht met het idee om er een camping te beginnen. Borsodbóta ligt aan de noordkant van het Bükkgebergte, in een prachtig en afwisselend heuvelgebied, niet ver van de grotten van Aggtelek. Het gebied is ideaal voor mensen die houden van activiteiten als wandelen, mountainbiken, vissen of paardrijden.
Joke en haar vriend, die een tijd in Zuid-Amerika hadden rondgekeken, besloten haar vader te gaan helpen met de opbouw van het bedrijf. "We woonden in Nederland, maar staken al onze vakanties in de werkzaamheden hier. We hadden met Pinksteren 2005 net het toiletgebouw klaar, toen zich de eerste fietsers als kampeerders meldden," herinnert ze zich.
Camping Amedi is een kleinschalig bedrijf.

1 August 2012

Berenpark in Veresegyház: nieuwe kans voor zielige beren

Het begon allemaal met een voormalige dierenverzorger van MAFILM, die zich begin jaren negentig ontfermde over de beren die dat Hongaarse filmbedrijf "in dienst" had gehad voor tal van rollen in Oost-Europese films. Zijn initiatief om die beren, en diverse beren die elders een beroerd leven hadden gehad, een goed onderkomen te bezorgen, liep aanvankelijk uit op een fiasco, omdat de autoriteiten hem tegenwerkten en het geld voor een goede verzorging ontbrak.
Maar het leidde uiteindelijk wel tot de oprichting van het Berentehuis, het Medveotthon, Europa's enige berenasiel, dat nu onderdak biedt aan voormalige dansende beren, aan beren die tijdens de oorlog in Joegoslavië van een zekere dood werden gered en aan beren die ooit als huisdier werden gehouden. Eén beer kwam al pub terecht in een hondenasiel. Allen vinden er een nieuw, beerwaardig bestaan.
Het Medveotthon (Berentehuis) in Veresegyház ligt zo'n dertig kilometer van Boedapest en is - met of zonder kinderen - zeker een bezoek waard. Het biedt inmiddels onderdak aan zo'n 42 beren op een terrein van ruim 3 hectare. Ze hebben er ondergrondse verblijven, bos en zwem- en drinkmeertjes ter beschikking. Bezoekers zijn er van harte welkom, en om het hele terrein loopt een pad, zodat de beren van alle kanten te zien zijn. Buiten beren biedt het asiel op een apart terrein van 1,6 hectare onderdak aan twee roedels van in het totaal 26 wolven.

24 July 2012

Een Hongaarse Biesbosch met Buffels

Iedereen kent het Balatonmeer, maar zijn kleine broertje, het Klein Balatonmeer (Kis Balaton) is een stuk minder bekend. Dat is jammer, want het Kleine Balaton is een natuurgebied met een viertal natuurattracties die ook voor buitenlandse toeristen zeer de moeite waard zijn. En de toelichtingen zijn overal in het Engels.

Het Kleine Balaton, een meren- en moerasgebied, zorgt voor de inlaat van water uit de Zala naar het grote Balatonmeer. Aan de zuidkant van het meer zit in Kapolnapuszta (niet ver van het dorp Zalakaros) het Buffelreservaat (Bivalyrezervátum). Hier lopen twee kuddes Indiase buffels rond. Een natuurpad voert langs hun graasgebieden en waterpoelen. Toelichtingsborden en een museum vertellen de geschiedenis van deze buffels in Hongarije. Er zijn op het terrein ook bijeneters en grondeekhoorns te zien en bij de ingang lopen geiten en ezels rond. Wie wil, kan per huifkar een rondrit door het uitgestrekte reservaat krijgen.
Wie iets van het meer, de oevers (veel riet) en de vogels wil zien, kan een paar km noordelijker naar het Kányavár eiland (sziget). De toegang is gratis (parkeren kost wel wat geld). Er is een mooie houten brug naar het eiland (voor gehandicapten een prachtig klein veerpontje). Op het eiland zelf zijn wandelpaden, twee uitzichttorens, diverse weides en een speeltuintje.
Weer een paar km noordelijker in Zalavár ligt het Klein Balaton Huis met een tentoonstelling over de waterhuishouding van de regio (middagpauze tussen 12-13, altijd dicht op maandag, en in voor- en naseizoen ook op dinsdag en woensdag. Van december tot maart is het helemaal gesloten). Op de grote kinderspeelplaats is van alles met water te doen, en verder vindt je er de ruïne van een paar oude christelijke kerkjes van de Avaren, een bevolkingsgroep die hier voor de komst van de Hongaren woonde, en een kerkje van de architect Imre Makovecz in de voor hem kenmerkende mythisch-Hongaarse bouwstijl.

6 July 2012

Supergroot aquarium bij het Tizsa-meer

In het dorpje Poroszló bij het Tisza-meer in het oosten van Hongarije is sinds een aantal maanden een nieuw Eco-Centrum geopend, officieel het “Tisza-tavi Ökocentrum.” Daar is de rijke waterflora en -fauna van het meer te bewonderen in het grootste zoet water aquarium van Europa.  

Er is ook verder van alles te doen voor en met kinderen. Er zijn 3D films, een speeltuin, een speelkamer, een microscopenkamer, een uitkijktoren, een drakenhuis en veel meer. Er is een website in het Engels waarop van alles uitgebreid wordt toegelicht (http://tiszataviokocentrum.hu/en/ ).

Het Tiszameer is een soort Balaton in het klein: zomervertier met water, strand en zon en in de dorpjes rond het meer, cafés, restaurants en pensions. Het is een kunstmatige meer dat zich heeft gevormd na de bouw in 1975 van een dam in de rivier de Tisza bij het dorpje Kisköre. Pas in 1990 was het meer vol en ook de ontwikkeling van toeristische faciliteiten is dus van recente datum.

24 June 2012

De bronnen van Boedapest

Boedapest, heel Hongarije eigenlijk, is gebouwd op een enorme bel heet water. Best lastig soms, als je een nieuwe metro wil bouwen bijvoorbeeld. De bouw van het metrostation bij het historische Gellértbad werd ernstig bemoeilijkt door het feit dat de ingenieurs zich een voorzichtige weg moesten banen langs de bronnen die datzelfde bad, en de stadsverwarming uit de wijde omgeving, van heet water voorzien. Het komt met meer dan 70 graden uit de grond, en moet worden afgekoeld voordat badgasten erin kunnen dobberen. In oude tijden was er een warm moddermeertje waar nu het bad staat.

Volgens de overlevering leefde er een middeleeuwse kluizenaar in een grot in de Gellértheuvel, die het geneeskrachtige water gebruikte om zieken te behandelen, en de Turken lieten hun paarden na een zware dag in de modder bijkomen.
De plannen voor het hotel stammen van voor de Eerste Wereldoorlog. Een luxe kuuroord moest het worden, met warme thermaal- en modderbaden voor mannen en vrouwen gescheiden. Waar zich nu het overdekte zwembad met schuifdak bevindt, was oorspronkelijk een wintertuin met minigolfbaan, waar de gasten zich konden verpozen.
Maar tegen de tijd dat het bad openging, waren Hongarije en heel Europa drastisch veranderd. Vorstenhuizen waren gevallen, revoluties hadden de adel van hun landerijen beroofd, nieuwe landen werden geboren, terwijl andere, zoals Hongarije, juist waren geschrompeld. Al ras werd duidelijk dat het Gellért iets moest doen om een groter publiek te trekken, en daarom werd besloten tot de bouw van zwembaden, zowel binnen als buiten.

22 June 2012

Jugendstil in de Donaubocht

Het bekijken van de prachtige jugendstil kerk in Zebegény, een fietstocht langs de rivier, een picknick aan het water met uitzicht op de burcht van Visegrád of wandelen in de heuvels: de dorpjes in de Donaubocht aan de noordoever van de rivier hebben van alles te bieden voor wie een dagje weg wil uit het hectische Boedapest. En dat alles op slechts een uur met auto of trein vanaf de hoofdstad.

Vanaf Vác neemt de provinciale weg langs de linkeroever van de rivier een ruime bocht naar het westen en doet achtereenvolgens de dorpjes Veröce, Kismáros, Nagymáros, Zebegény en Szob aan.
In Zebegény (rechts van de hoofdweg, onder het spoor door) staat aan het hoofdplein een architectonisch pareltje: een prachtige witte kerk (katholiek) die in 1908 in Hongaarse jugendstil (szecesszió) is gebouwd door de beroemde architecten Károly Kós en Béla Janszky en in 2010 geheel is gerenoveerd. Ook het interieur met zijn kleurrijke fresco’s van ondermeer Aladár Körösföi-Kriesch, lid van de fameuze kunstenaarsgroep van Gödöllö, is buitengewoon.
In alle dorpen zijn de nodige terrasjes, veelal aan het water, en ze zijn een goed startpunt voor wandelingen in de Börzsöny heuvels ten noorden. Er is een mooi smalspoortreintje dat vanuit Kismáros de heuvels ingaat naar Királyrét (De Koningsweide). Királyrét is eigenlijk niet meer dan een verzameling restaurants in het bos en bij een visvijver, maar vandaar zijn allerlei wandelroutes uitgezet, onder meer naar de burchtruïne van Nógrád, en het is onder Hongaren buitengewoon populair.

18 June 2012

Klompen op de poesta 3: Nederlandse natuurexcursies

Een serie over Nederlandse activiteiten in het Hongaarse toerisme. Deel 3

Broedplaats van bijeneters
Niet zo lang geleden ontdekt Rob de Jong een mastertree voor vliegende herten, een boom waar zespeciaal naar toe komen om te paren en waar de mannetjes elkaar de tent uitknokken. "Fantastisch. Het was een van de meest opwindende dagen die ik in Hongarije heb meegemaakt." De natuur is wat de Nederlandse bioloog naar Hongarije trok. Voor natuurliefhebbers heeft het land dankzij zijn speciale ligging enorm veel te bieden. Het ligt in een overgangszone tussen de West-Europese flora en fauna en de Oost-Europese steppes, en dat zorgt voor een ongekende soortenrijkdom. Bijna 400 vogelsoorten broeden in Hongarije of doen het land tijdens de trek aan. Ook voor vlinderaars is het een paradijs: met een totaal van 3500 dag- en nachtvlinders is Hongarije een van de belangrijkere vlindergebieden van Europa.
Sinds veertien jaar runt De Jong samen met zijn Hongaarse vrouw Barbara het natuurstation Farm Lator aan de voet van het Hongaarse Bükk-gebergte, waar ze een combinatie van accommodatie en natuurexcursies aanbieden. Het dorpje Lator, aan een uitloper van de Karpaten waar bergen en steppen elkaar raken, ligt in het centrum van een bij uitstek rijke regio. Er zijn drie nationale parken en twee beschermde landschappen in de buurt. Op de steppeachtige Hortobagy zijn zo’n 320 vogelsoorten waargenomen. In zijn tuinstaat een nachtvlinderval, een plastic doos met bovenin een gat en een sterke lamp om de vlinders te lokken en onderin eierdozen als schuilplaats. “We hebben inmiddels zo’n 600 soorten gedetermineerd.”
De Jong krijgt zowel groepen als individuele bezoekers. Gasten kunnen terecht op de kleine camping of in een van de eenvoudige, maar vriendelijk ingerichte tweepersoonskamers. Alles op Farm Lator is ingericht op natuurliefhebbers. Er is geen tv, maar wel een uitgebreide bibliotheek met natuurboeken, waar iedere soort die in de omgeving voorkomt, te vinden is. Wie wil, kan mee met de excursies die De Jong organiseert, maar alleen op stap gaan is uiteraard ook mogelijk. ’s Avonds kookt Barbara een gezamenlijke maaltijd voor de gasten met biologische groenten uit eigen tuin. Een restaurant is er niet in het dorp, zelfs geen café. „Het leuke is dat iedereen die hier komt een belangstelling met elkaar deelt, en dat schept een band,” zegt De Jong.

10 June 2012

Runa Hellinga's Boedapestgids als e-boek

Oud en toch nieuw: Runa Hellinga's gids over Boedapest als e-boek. Het is een herziene en vernieuwde uitgave van mijn boek dat in 2008 voor het eerst verscheen. Sinds de eerste uitgave is er behoorlijk wat veranderd in Boedapest: er zijn bruggen gebouwd, straatnamen veranderd en nieuwe gebouwen verrezen. De veranderingen zijn niet alleen materiaal. Nieuwe culturele en politieke ideeën hebben opgang gemaakt. Bovendien heb ik de stad in vier jaar tijd weer beter leren kennen. Er waren, kortom, nieuwe verhalen te vertellen. 
Boedapest, een Verhalende Reisgids leidt de lezer per hoofdstuk rond door een bepaalde periode uit de geschiedenis van de stad en van Hongarije en door een wijk die die periode het beste vertegenwoordigt. Het Romeinse Boedapest voert langs de opgravingen in Óbuda, de Middeleeuwen langs de restanten gotiek op de burchtheuvel, en Turks Boedapest leidt de lezer langs de baden en andere gebouwen uit de tijd van de Turkse bezetting. Joods Boedapest belicht de geschiedenis van de Joden in de stad en communistisch Boedapest het sociaal-realisme en de Hongaarse opstand van 1956. De zwerftocht door tijd en stad eindigt met de nieuwe architectuur van de moderne stad.
Boedapest, een Verhalende Reisgids is geen reisgids in de normale zin van het woord. In tegenstelling tot de papieren versie geeft het e-boek een zekere praktische informatie over adressen en openingstijden, maar voor uitgebreide tips over goede restaurants en hotels moet je in andere gidsen zijn. Het boek is bestemd voor mensen die tijdens hun bezoek meer willen weten over de achtergronden van de stad en de gebouwen die ze zien, maar ook voor thuisblijvers die graag meer willen weten over Boedapest en Hongarije. Behalve historische informatie behandelt het boek sociale, politieke en culturele ontwikkelingen

5 June 2012

Restanten van de Boedapester gettomuur

Sufni G'art'n met gettomuur op achtergrond
Het zevende district, in de volksmond ook wel de joodse wijk in Boedapest genoemd, kreeg vanaf maart 1944, toen de Duitsers de macht in Hongarije grepen, de functie van getto. Rond de Grote Synagoge aan de Dohány utca staat een aantal monumenten ter herdenking van die duistere jaren. Een beetje verborgen tussen de synagoge en het museum staat een bakstenen muur die de haastig opgetrokken muur symboliseert die het getto van de buitenwereld afsloot. De barrière omsloot het gebied tussen de Király utca, Rumbach utca, Dohány utca en de Kertész utca. Om te voorkomen dat mensen er overheen klommen, was het bouwwerk op sommige plekken meerdere verdiepingen hoog.
De bakstenen muur bij de synagoge is een replica, maar her en der in de wijk zijn, verborgen op binnenhoven en meestal onzichtbaar voor het publiek, nog restanten van de oorspronkelijke muur te vinden. Op de Király utca 15, vlak bij de Holló utca, staat nog een stuk overeind, met daarop een kaart van het getto die laat zien dat de muur in de meeste gevallen dwars over binnenhoven liep. In 2006 sneuvelde een van de laatste grotere gave stukken muur, wat voor de Unesco reden was om de Hongaarse regering te manen zorgvuldig met dit historisch erfgoed om te gaan. Behalve in de Király utca is er ook in de Sufni G’art’n op de Akácfa utca 47, een van de ruïnecafés waar het zevende district beroemd om is, een groter stuk gettomuur zichtbaar.
Voor wie in juni in Boedapest is: in de Rumbach Synagoge is tot eind deze maand een tentoonstelling te zien die de Duitse fotograag Martin Fejer maakte van de restanten gettomuur die op binnenhoven zijn verborgen. De foto's zijn ook te bekijken op zijn website.

26 May 2012

Goedkope en duurdere rondvaarten op de Donau

Waterbus van de BKV
Een boottocht over de Donau in Boedapest is een feest, en de laatste jaren is een aantal bedrijven ingesprongen op de vraag van toeristen naar een rondvaart. De keuze is ruim. Er zijn meerdere bedrijven (Legenda, Mahart) die rondvaarten aanbieden, zowel overdag als 's nachts. Alle rondvaarten vertrekken bij het Vigadó tér, aan de Pestkan van de Donau.
Sommige boottochten hebben alleen een gids, andere vaarten bieden de optie van een diner of zelfs een met diner of met diner met muziek en dans. Vooral 's avonds, als de belangrijkste gebouwen langs de rivier verlicht zijn, is zo'n tocht de moeite waard. Maar er hangt een prijskaartje aan dat niet iedereen zich kan of wil veroorloven. Vijftien euro ben je al snel kwijt, voor de kortste tocht. Dat tikt met een familie behoorlijk aan, zeker als je erbij bedenkt dat de rondvaartboten een betrekkelijk korte route varen, pakweg tussen de Erzsébetbrug en de Margitbrug. Bij de lange vaarten met diner varen ze enkele malen op en neer om de tijd vol te maken.
Voor wie dat geld niet heeft, of eigenlijk alleen een stuk met de boot wil varen en geen behoefte heeft aan allerlei extra's, is er een veel goedkopere optie: de waterbus die het Boedapester openbaar vervoerbedrijf BKV tussen 28 april en 2 september laat varen tussen de Petőfi brug in het zuiden van de stad tot aan Pünkösd fűrdő in het noorden. Alleen overdag, en de tocht duurt pakweg anderhalf uur, enkele reis. Niet alleen kost die boot veel minder, 1000 forint, nog geen vier euro van het begin- naar het eindpunt, maar hij stopt ook op haltes tussendoor en hij heeft een veel langere route. Bovendien kun je je op de BKV-boot fietsen meenemen, en vanaf het eindpunt Pünkösdfürdő is het nog maar een vrij korte fietstocht naar het stadje Szentendre.

23 May 2012

Klompen op de poesta 2. Balans voor lichaam en geest

Een serie over Nederlandse activiteiten in het Hongaarse toerisme. Deel 2

Toen Karin Gabor en Michel Daenen een paar jaar geleden op zoek waren naar een mooie locatie voor het resort dat ze wilden opzetten, behoorden een tropisch klimaat en strand tot de eerste vereisten. Dat ze uiteindelijk in Tardona, een dorpje in het Hongaarse Bükk-gebergte uitkwamen - niet tropisch, en de zee is er ver te zoeken - is te danken aan Karins Hongaarse wortels en aan het feit dat de plek gewoon meteen goed voelde. "Ik vind dit een van de mooiste streken van Hongarije. We zochten eigenlijk alleen een vakantiehuis, maar realiseerden ons dat de plaats veel meer mogelijkheden bood. Er is hier een hele positieve energie," zegt Karin.
De activiteiten van Move to Balance zijn niet makkelijk onder één noemer te vangen. Op dit moment concentreren ze zich nog voornamelijk rond bed and breakfast, maar het aanvankelijke idee, en het uiteindelijke doel, is dat individuen en groepen er terecht kunnen voor een breed scala aan activiteiten die het persoonlijke of het groepswelzijn bevorderen. Yoga, ontgifting, meditatie, massage, maar ook bemiddeling bij persoonlijke conflicten behoren tot de mogelijkheden. Los natuurlijk van het feit dat de omgeving gasten van alles te bieden heeft, van schitterende wandelingen tot thermaalbaden, grotten tot forelkwekerijen en de nabijheid van enkele van Hongarije's belangrijkste wijngebieden.
Het idee voor een resort kwam voort uit de activiteiten die de twee in Nederland deden. Karin komt uit de bedrijfsconsultancy, maar legde zich gaandeweg steeds meer toe op bemiddeling bij persoonlijke conflicten: "Ik heb bemiddeld bij scheidingen, maar ook bij burenruzies, bijvoorbeeld bij geluidsoverlast," zegt ze. Michel deed training en procesbegeleiding bij bedrijven. Ze werkten vaak met groepen, en constateerden al snel dat je bij accommodatie de keuze had tussen groot en luxe of klein en sober. Dat deed hen besluiten zelf iets op te zetten dat geschikt was voor kleinere groepen en dat toch comfort bood.

15 May 2012

Het Deseda meer bij Kaposvár

 
Rond het Deseda meer aan de noordrand van het stadje Kaposvár in zuidwest Hongarije is men begonnen met  de bouw van een bezoekerscentrum met uitkijkterras, bruggen en ecologische wandelpaden. Het hele project kost 500 miljoen forint waarvan de EU twee derde betaalt. 

Het Deseda meer is met 8 km het langste kunstmatige meer van Hongarije. Het ligt prachtig temidden van de beboste heuvels en wordt benut om te kamperen (camping aan de zuidpunt), vissen, zwemmen, watersporten en natuurlijk (rondom) wandelen. Op een schiereiland aan de noordkant is een arboretum.

Kaposvár zelf is bovenal interessant omdat het de geboorteplaats is van Jozsef Rippl-Rónai (1861-1927), de vader van de Hongaarse moderne schilderkunst. De villa in een buitenwijk van de stad (Rómahegy, in het zuidoosten) waar de schilder lange tijd woonde, is geheel aan hem en zijn werk gewijd. In 1908 kocht de schilder in de Rómahegyi utca 88 (tel 82/422-144) een villa waar hij tot zijn dood bleef wonen. Het geheel beslaat twee verdiepingen met zes kamers. U vindt er zijn originele meubels en er wordt aan de hand van meer dan 90 van zijn kunstwerken een inzicht geboden in de ontwikkeling van de kunstenaar en zijn werk, helaas alleen in het Hongaars.

In het kleine maar elegante centrum van de stad

6 May 2012

Klompen op de poesta 1. Een galerie in de kelder

Een serie over Nederlandse activiteiten in het Hongaarse toerisme. Deel 1

Het begon allemaal er allemaal mee dat de buurvrouw in Nagypall, een dorp zo'n 15 kilometer van de Zuid-Hongaarse stad Pécs, een kelder te koop aanbood. Het was een prachtige ruimte, een oude wijnkelder met hoge ramen, en hoewel Frouke Schouwstra en haar man, fotograaf Eddy Smid niet direct wisten wat ermee te doen, zeiden ze toch enthousiast ja. Het werd uiteindelijk een galerie, waar ze nu al sinds 2002 jaarlijks tussen 1 mei en half september tentoonstellingen organiseren, waarin ze Eddy's foto's combineren met het werk van Hongaarse kunstenaars, die zich, soms ook op hun verzoek, bezig houden met het thema dat ze kiezen.
Die thema's worden soms bepaald door het werk van Eddy, maar het gebeurt ook dat de tentoongestelde kunst juist het onderwerp van zijn fotografie bepaalt. De eerste tentoonstellingen draaiden om Hongaarse volkskunst. Afgelopen jaren besteedden ze aandacht aan religieuze kunst en aan kunst die gemaakt van hergebruikte materialen. De inspiratie voor dat thema was de stedelijke vernieuwing in Pécs, waarin gebouwen vervallen en weer worden opgeknapt.
Dit jaar draait het om Hongaarse naïeve kunst. Aanleiding was een boekje dat Frouke ergens op een markt tegenkwam. "Dat is een thema wat me al langer boeit. Ik realiseerde me dat er veel meer naïeve kunst in Hongarije moet zijn, maar dat je die eigenlijk nooit ziet.

4 May 2012

Prijs voor ‘Nederlands’ gebouw in Pannonhalma


Afgelopen donderdag vierde het klooster van Pannonhalma het feit dat recent haar nieuwe restaurant en ontvangstgebouw, een ontwerp van het Nederlandse architectenbureau Roeleveld-Sikkes, de prestigieuze Hongaarse Prijs voor Uitzonderlijke Gebouwen won.

In het opvallende gebouw, met daaronder een kleine parkeergarage en congreszaal, zit het inmiddels al bijna gerenommeerde restaurant Viator Apátsági. Het ligt buitengewoon mooi aan de voet van het beroemde klooster en zowel van binnen als vanaf het aangenaam ruime terras heeft u een fantastisch uitzicht over de heuvels eromheen. Het restaurant wordt van de monniken gepacht door dezelfde man die ook het beroemde Klassz in Boedapest bezit. Volgens de betrouwbare Hongaarse website Dining Guide is de keuken (internationaal/Hongaars) voortreffelijk, de inrichting elegant en modern, en het prijsniveau zeer redelijk (gemiddeld minder dan 4000 Ft voor drie gangen).

Het klooster van Pannonhalma, gelegen in West Hongarije boven op een heuvel tien kilometer ten zuidoosten van Györ, is zonder meer een van de topattracties van het land. Het is de oudste abdij van Hongarije, gesticht in 996 als zendingsabdij van de Benedictijnen door de paus in Rome op verzoek van prins Geza, en wordt sinds 1991 weer bewoond door zo’n 50 monniken. De orde draagt een opvallend open en oecumenische filosofie uit (opvallend omdat de katholieke gezagsdragers in Hongarije juist buitengewoon conservatief zijn). Vanuit die moderne instelling koos Pannonhalma ook voor het ontwerp van Roeleveld-Sikkes.

1 May 2012

Hongarije, het goedkoopste vakantieland van Europa

De zwakke Hongaarse forint mag voor Hongaren nadelen hebben, voor vakantiegangers heeft hij een enorm voordeel: Hongarije is volgens een onderzoek van het economische bureau van de ING momenteel het goedkoopste vakantieland van Europa. Accomodatie kost 51 procent minder dan in Nederland, om maar een voorbeeld te noemen, en zelfs in het hart van Boedapest moet je tegenwoordig moeite doen om meer dan anderhalve euro voor een kop koffie te betalen, tenzij je bij de echte toeristenterrassen gaat zitten. Zulke prijsverschillen maken een bezoek de moeite waard, zelfs als je de reiskosten meetelt.
De hoofdstad Boedapest is zeer betaalbaar, maar het platteland is echt spotgoedkoop. Een pilsje in een dorpscafé kost meestal nog geen halve euro, en voor drie of vier euro krijg je bij kleine restaurants een simpele maaltijd zoals een goed gevulde bonensoep waar je weer een flink eind op verder kunt.
Wie hoge, ruige bergen zoekt, of wil surven in de golven, heeft in Hongarije niet zoveel te zoeken. Maar wie van wandelen, fietsen en af en toe een bezoek aan een mooie stad houdt, kan er prima terecht. Steden als Eger, Pécs en Szeged zijn zeker een bezoek waard, en Boedapest heeft genoeg te bieden om een aantal dagen voor die stad uit te trekken. In veel gebieden zijn wandelwegen uitgezet en de wegen op het platteland zijn over het algemeen rustig, (helaas, moet er bij worden gezegd, zijn ze vaak ook niet in al te beste staat). Zware hellingen zul je zelden tegenkomen.
Het aardige van Hongarije is dat het op de grens van twee werelden ligt. Het is Europees genoeg om er accommodatie te vinden die voldoet aan de normen van de Westerse toerist, maar gelijktijdig zit het land nog niet in de toeristische eenheidsworst die alle hotels, restaurants en attracties in Europa zo langzamerhand op elkaar doet lijken. Meer weten over wat je er allemaal kunt zien? Bestel voor 9,50 euro de e-boek reisgids die correspondent Henk Hirs over Hongarije schreef, met tips en achtergronden over het land.


24 April 2012

De stad van boven, deel 2

Foto Runa Hellinga
Een van de fantastische dingen van Boedapest is dat je zelfs vanaf het centrum van de stad in pakweg een half uur midden in de natuur kunt staan. In de Boedabergen aan de westzijde van Boedapest begint meteen aan de rand van de stad een uitgestrekt natuurgebied met bossen, weidse uitzichten en een net van wandelpaden. De simpelste manier om naar boven te komen is met bus 21 of 21a vanaf het Széll Kálmán tér (vroeger Moszkva tér) naar Normafa, van waaraf je over de hele stad kunt uitkijken.
Wie de bergen wat spectaculairder wil benaderen, kan met de stoeltjeslift (libegő) naar boven. Die stoeltjeslift, gebouwd in 1970, had volgens plannen van direct na de Tweede Wereldoorlog onderdeel van een netwerk aan liften moeten worden, maar uiteindelijk bleef het bij dit ene exemplaar.
Uitzicht vanaf János hegy
De rit duurt twaalf minuten, is ruim een kilometer lang en overbrugt een hoogteverschil van 262 meter. Het onderste deel van de tocht voert direct over een aantal woonhuizen en tuinen, waar in de struiken een doorgang van de stoeltjes worden vrijgehouden. Hoger zweef je over een uitgesleten helling van kalksteen. Vooral naar beneden is het een prachtige tocht, omdat je dan uitzicht over de hele stad hebt.
Vlak bij het bovenste station van de stoeltjeslift staat de uitkijktoren die ooit voor keizerin Elisabeth (Sissi) werd gebouwd. De toren staat op de 527 meter hoge János hegy, het hoogste punt van de Boedabergen. Vanaf de top van de toren (ruim honderd traptreden) zouden bij heel erg helder weer de besneeuwde toppen van de Hoge Tatra zichtbaar zijn. Maar eerlijk gezegd, zo goed heb ik het weer nog nooit meegemaakt en gezien het geregeld voorkomende smogalarm in Boedapest is de kans erop waarschijnlijk niet heel groot. Dat neemt niet weg dat je er een geweldig uitzicht over de wijde omgeving hebt.

15 April 2012

Zsolnay-tentoonstellingen in Pécs


Donderdag 19 april wordt in Pécs eindelijk de tentoonstelling “Zsolnay, de Familie en de Fabriek” geopend. Een week later, van 27 april tot 1 mei, vindt in het Zsolnay Cultural Quarter in de stad ook het eerste Zsolnay festival plaats.

De zogenaamde Gyugyi collectie in de Sikorski villa, over Zsolnay en zijn werk – The Golden Age of Zsolnay – is nu permanent te bewonderen (voorheen alleen op bepaalde uren en op afspraak). Ook is er een tentoonstelling over pottenbakkerswerk van Zsolnay in de beginperiode van de fabriek – In the Beginning was the Pink.
Zo wordt het langzaam toch wat met dat culturele kwartier, gevestigd in de meer dan 20 gebouwen van de oude Zsolnay fabriek (inclusief een ijshuis en villa’s omgeven door prachtige tuinen) even buiten het centrum van Pécs. 
De wijk had eigenlijk al af moeten zijn toen Pécs in 2010 culturele hoofdstad van Europa was, maar corruptie en mismanagement wierpen roet in het eten. In de persuitnodiging voor de opening worden die problemen wat verbloemd door te doen alsof “de geleidelijke opening van diverse faciliteiten” altijd al zo was gepland. Het zij zo. Beter laat dan nooit en het Zsolnay Quarter wordt wel steeds meer een bezoek waard.
Naast genoemde tentoonstellingen is er ook het Zsolnay mausoleum (Felsőmalom u. op de heuvel net boven de fabriek), in 1903 gebouwd voor Vilmos Zsolnay, die de fabriek tot bloei bracht. Verder zijn er nog het Bobita Poppen Theater, de Pécs Gallery (tentoonstellingen moderne kunst), de faculteit van muziek en visuele kunst van de Universiteit van Pécs en het universiteitstheater. Ook vindt u er meerdere restaurants en cafés (onder meer in de oude villa van Vilmos). In de toekomst moeten er ook een planetarium, een interactief wetenschapsmuseum voor jongeren (Magic Lab) en een museum van industriële geschiedenis komen. Hoop doet leven.
Het Zsolnay Kwartier zit aan de  Zsolnay Vilmos út 37.

Meer weten over Pécs?
Koop het nieuwe eboek Hongarije, meer dan een reisgidsdoor Henk Hirs, boordevol toeristische tips en verhalen over de geschiedenis, de cultuur, het dagelijkse leven. Prijs € 9,50 (346 pagina's, verkrijgbaar voor Kindle en epub).

12 April 2012

Een snelle lunch



Hongaren eten 's middags warm. Toeristen willen vaak niet eindeloos lunchen. Dat botst. Maar wie op zoek is naar een snel, en goedkoop middagmaal, kan, behalve uiteraard bij de bakker, in Boedapest wel degelijk terecht. Om te beginnen is er een groeiend aantal Turkse zelfbedieningsrestaurants waar je terecht kunt voor een broodje shoarma of, iets uitgebreider, een soep of Turkse stoofpot. Ook zijn er humus-bars met een snelle maaltijd en je vindt op iedere hoek van de straat tegenwoordig wel een McDonalds, Burger King of KFC
Lángos
Maar wie het liever op echt Hongaars houdt, en geen vegetariër is, kan, althans in Budapest,  terecht bij de slager. Veel slagers verkopen niet alleen vlees en beleg, maar hebben ook een afdeling waar je gegrilde kolbász (paprikaworst) of hurka (bloed- of leverworst) kunt krijgen, met een boterham erbij en "zuur", meestal een augurk of de ronde, lieflijk klinkende appelpaprika, die ondanks zijn naam behoorlijk scherp is. Meestal is er ook wel een gegrilde kippenpoot verkrijgbaar. In de zaak staan hoge tafels, waaraan je staande eet. Volkser kan het niet: het is de lunch van heel wat stratenmakers en ander volk dat zwaar werk verricht.
Een andere typisch Hongaarse snelle lunch is de lángos, een soort grote, platte oliebol, formaat pannenkoek, die kokend heet uit de olie geserveerd wordt met zure room, geraspte kaas en/of knoflookolie, naar keuze. Niet voor mensen die aan de lijn doen, wel erg lekker. Kleine eters hebben genoeg aan een lángos met zijn tweeën. Lángostentjes vind je over het algemeen in markthallen en achterafstraatjes en voor anderhalve euro heb je er een rijkelijke maaltijd.

1 April 2012

Atoombunker en andere grotten

Boedapest, althans het heuvelachtige deel, is gebouwd op grotten. Een groot deel is niet of nauwelijks verkend, en een paradijs voor speleologen, maar wie het iets minder avontuurlijk wil doen, kan er ook terecht. Twee grotten, de Pál-völgyi barlang en de Szemlő hegyi barlang,  een beetje aan de rand van de stad in het tweede district, zijn open voor publiek. Het zijn geen enorme grotten, het bezoek neemt iets van een uur hooguit, en wie vaker in een grot is geweest, zal misschien teleurgesteld zijn.

Deel van de atoombunker
Maar onder de burchtheuvel, in het centrum van de stad, ligt een gangenstelsel dat wel de moeite van een bezoek waard is: het rotsziekenhuis (sziklakorház), een voormalig ziekenhuis dat in de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd in het net van onderling verbonden grotten, gangen en cisternes dat de ondergrond van de burcht vormt. In het ziekenhuis werden soldaten en burgers verpleegd. Het speelt ook een rol in het succesvolle boek over Anna Boom, een Nederlandse die in de Tweede Wereldoorlog betrokken was bij de inspanningen van de Zweedse diplomaat Raoul Wallenberg om joden te redden van de Holocaust. Tijdens het beleg van Boedapest, in de laatste maanden van de oorlog, was het Duitse commandocentrum in het ziekenhuis gevestigd (in weerwil met het ook door Duitsland ondertekende Verdrag van Geneve dat het verbood burgers op die manier in gevaar te brengen).
Na de Tweede Wereldoorlog bleef het ziekenhuis tientallen jaren "stand by", terwijl een beheerdersechtpaar regelmatig braaf de onbeslapen lakens verschoonde.