Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

18 December 2015

De nieuwe Hongaarse keuken

Voor wie van koken houdt, is een kookboek over de lokale keuken altijd een leuk souvenir of een goed geschenk. Er zijn er genoeg, van het inmiddels tachtig jaar oude, maar nog steeds herdrukte Hongaarse kookboek van Károly Gundel, in zijn tijd een van de topkoks van het land, tot in het in vele talen vertaalde Culinaria Hungary, een prachtige uitgave met veel foto's en achtergrondinformatie over de Hongaarse keuken, maar ook met deels behoorlijk ingewikkelde gerechten. Al die kookboeken hebben één ding gemeen: ze zijn goede leveranciers van traditionele recepten voor gulyás (de echte, niet wat daar buiten Hongarije onder wordt verstaan), lecsó (Hongaarse ratatouille), gepaneerde schnitzels en gevulde kool, maar ze hebben de enorme ontwikkeling die de Hongaarse keuken de afgelopen tien jaar heeft doorgemaakt, totaal gemist.
Hongarije staat natuurlijk niet alleen in de ontwikkeling. Ook in Londen, Amsterdam en Kopenhagen eet je veel beter dan tien jaar geleden. En eerlijk is eerlijk, de ontwikkeling beperkt zich momenteel nog vooral tot Budapest, al zijn er inmiddels in de provincie ook een aantal goede restaurants. Maar wie tien, vijftien jaar geleden voor het laatst in de Hongaarse hoofdstad was, zal verbijsterd zijn door het enorme aantal nieuwe restaurants en door de kwaliteit van het eten dat die restaurants te bieden hebben. 
Behalve een haast onvermijdelijke invloed van mediterrane en Aziatische keukens betekent de vernieuwing vooral ook een nieuwere, en lichtere, Hongaarse keuken. En een herontdekking van oude recepten. "Hongarije had van oudsher een hele multiculturele keuken, met Franse, Italiaanse, Duitse, joodse en Turkse invloeden. Maar onder het communisme is veel verloren gegaan. Mensen zijn in die tijd veel simpeler gaan koken en in de keuken domineerde heilige drie-eenheid van paprika, uien en varkensvet," aldus Zsófia Mautner, een van de bekendste Hongaarse foodbloggers en schrijfster van het onlangs verschenen Engelstalige kookboek Budapest Bites, waarin de nieuwe Hongaarse keuken ruimschoots de aandacht krijgt.
Dat leverde een kookboek op waarin een groot deel van de klassieke gerechten wel degelijk aan bod komen, maar vaak in een lichtere versie of met gebruik van ingrediënten die je in de Hongaarse keuken niet zo snel aantreft of bij elkaar gebruikt: tijm in een abrikozentaart, kokosmelk in plaats van room in een spinazieschotel en bulgur in plaats van rijst in een ovenschotel. Er staan vergeten recepten in, zoals een buitengewoon lekkere ganzensoep met kweeperen uit de buurt van Debrecen die ieder restaurant van mij op de kaart mag zetten.
Behalve smakelijke recepten geeft Mautner gedegen achtergrondinformatie over de herkomst van haar gerechten en van de ingrediënten. Zo blijkt het eerste recept van lecsó, dat veel Hongaren toch als een van de meest typische gerechten ervaren (in de zomer worden er hele lecsó-competities georganiseerd) pas ergens in de jaren dertig in Hongaarse koekboeken op te zijn gedoken. Ze is nuchter in haar aanpak en verwacht niet dat koks in het buitenland op zoek gaan naar Hongaarse paprikaworst: een andere pittige worst werkt ook prima.
Budapest Bites is een uitgave van Libri, een uitgeverij met een eigen reeks boekhandels in en buiten de stad. Of het is via het internet te bestellen. maar helaas is de bestelsite alleen in het Hongaars.

7 December 2015

Uit eten op Kerstavond, update 2015

Café New York
Kerstavond, 24 december, is een beetje een dooie boel in Hongarije. Het is traditioneel een familiefeest dat thuis gevierd wordt met vissoep of vis in een andere vorm, meestal karper, omdat vis een oud symbool voor Christus is. Winkels, café's, restaurants, alles gaat dicht. 's Ochtends is er nog tijd om boodschappen te doen, een deel van de restaurants serveert nog wel een middagmaal, of is nog open voor mensen die een afhaalkerstmaaltijd besteld hebben, maar daarna houdt het openbare leven op. Zelfs een deel van het openbaar vervoer stopt ermee, een beetje zoals in Nederland met oud en nieuw. Daar sta je dan als toerist. Zelfs de meeste hotel-restaurants zijn dicht die avond. Er is vaak wel een of andere voorziening voor gasten, maar als toevallige passant kun je er niet zomaar terecht. Gelukkig zijn er wel een paar opties, al zul je in bijna alle gevallen diep in de buidel moeten tasten. En wie niet nu reserveert, maakt waarschijnlijk geen schijn van kans.
Onderstaande lijst is in december 2015 aangevuld, en, moet erbij worden gezegd, ook gezuiverd,. Gezien het aantal Hongaarstalige artikelen over de vraag waar je op kerstavond uit eten kunt gaan, is er ook onder Hongaren behoefte aan open restaurants die avond, maar een trend om open te blijven er er desondanks niet. Een behoorlijk aantal restaurants die in 2012 nog een menu hadden op kerstavond, zijn in 2015 dicht. Eventuele tips zijn van harte welkom.

27 November 2015

De Notenkraker en andere dingen om te doen rond Kerstmis

Mooie kerstmarkten, romantisch verlichte gebouwen aan de Donau, kerstconcerten en kraampjes met gepofte kastanjes of glühwein: Boedapest is rond de kerst zeker het bezoeken waard. Al moet je één ding op de koop toenemen: op 24 december, Szenteste (Heilige Avond), gebeurt er echt helemaal niets in de stad. De winkels gaan vroeg dicht, en bioscopen, theaters en dergelijke houden hun deuren gesloten., En wat voor toeristen problematischer is: de meeste restaurants en cafés zijn die dag ook dicht. Degene die wel open zijn, hebben daar vaak een behoorlijk prijskaartje aanhangen. Bij deze een overzicht.

Wie rond de kerstdagen in Boedapest uit wil gaan, komt er bijna niet omheen: de Notenkraker. Tchaikovsky's ballet over de kerst van de familie Stahlbaum en het magische speelgoed dat de kinderen krijgen, is het traditionele programma van veel Hongaarse theaters en concertzalen. Het ballet wordt rond de kerstdagen maar liefst 19 keer in de Opera opgevoerd en vier keer in het Paleis der Kunsten, op 18, 19, 23 en 27 december. Wie er heen wil, mag snel zijn met kaartjes boeken, want een behoorlijk deel van de voorstellingen is al volgeboekt, Wie misgrijpt: filmhuis Uránia heeft twee live projecties van het ballet, uitgevoerd door het Bolshoi theater in Moskou.

Maar er is meer te beleven, gelukkig. Van een hele andere orde zijn de verrassingsconcerten van het internationaal gerenomeerde Budapest Festival Orchestra in de prachtige concertzaal van de Liszt Ferenc Zeneakademia. Ze maken deel uit van een nieuwe traditie: twee jaar geleden organiseerde dirigent Iván Fischer deze concerten voor het eerst. Wat je te horen krijgt, blijft geheim tot het concert zelf. Fischers uitdrukkelijke bedoeling is om mensen in aanraking te brengen met muziek waar ze anders zo snel niet naar zouden luisteren: "Mensen zijn gewend om te eten wat ze kennen. De grote meerderheid is bang voor nieuwe dingen. Wij moeten een weg zoeken om die angst te overwinnen," aldus Fischer zelf over de concerten.

Wie voor de kerst in de stad is en nog op zoek is naar goede kerstcadeaus, Boedapest is een prima plek om te zoeken. Sinds half november zijn de kerstmarkten weer open, met als belangrijkste die op het Vörösmarty tér, en daarnaast die op het Szent István tér voor de basiliek en die op het Déak tér. De markten liggen allemaal op loopafstand van elkaar en bieden een keur aan producten, voor een groot deel Hongaars handwerk, van traditioneel en modern aardewerk en houtsnijwerk tot handbeschilderde zijden shawls, handschoenen van lamsvacht en kleurrijke vilten hoeden en jassen. Je vindt er gegarandeerd wat, wat je in Nederland niet gevonden zou hebben.
Wie van 4 tot 6 december in Boedapest is, kan ook terecht in het Museum voor toegepaste kunst,  een prachtig jugendstil-gebouw waar op die dagen een speciale adventsmarkt wordt gehouden waar meer dan honderd moderne Hongaarse grafici, sieradenontwerpers, keramiekmakers en andere kunstenaars hun werk komen verkopen.
Verder houdt WAMP, een club die markten voor moderne Hongaarse designers organiseert, op de eerste drie zondagen van december een design-kerstmarkt in het Millenáris, een park in Buda met een aantal voormalige fabrieksgebouwen die zijn omgebouwd voor andere doeleinden. Ook voor architectuurliefhebbers de moeite waard.

Wie van de winter wil genieten met een mooie wandeling of een duik in een verwarmd openluchtbad, kan hier hier kijken voor tips over wandelen, zwemmen en schaatsen.

6 November 2015

Budapest Card, nuttig of niet 2

Foto Runa Hellinga
Capa fotomuseum: gratis met de Budapest Card
Tijd voor een update over de Budapest Card, de toeristenkaart die ook recht geeft op gratis gebruik van het openbaar vervoer. Sinds een vorige post daarover is er het een en ander veranderd en zijn er meer instellingen waar je met de kaart gratis in kunt. Zo biedt de kaart nu gratis entree tot een aantal musea, één thermaalbad en kunnen de kopers gebruik maken van twee gratis Engelstalige, zij het tamelijk korte rondleidingen. Verder geeft de kaart recht op kortingen van tussen de 10 en de 30 procent bij andere musea, restaurants, rondvaarten en dergelijke. Maar of dat alles de aanschaf rechtvaardig, hangt nog steeds erg vanaf wat je van plan bent in Boedapest te gaan doen.

Koop je de kaart vooral vanwege het gratis openbaar vervoer? In dat geval is het antwoord simpel: dan ben je (aanzienlijk) goedkoper uit met een gewone 24-uurskaart of een 72-uurskaart van het openbaar vervoer dan met de Budapest Card. De 24-uursvariant van de Budapest Card kost 4900 forint (€15,80), de even lang geldige 24-uurs openbaar vervoerkaart 1650 forint (€5,30). Groepen zijn zelfs nog voordeliger uit, want er zijn 24-uur groepskaarten voor het openbaar vervoer, voor maximaal vijf mensen, die 3300 forint, €10,65 kosten. Bij de 72-urige Budapest Card is het verschil met de even lang geldige openbaar vervoerkaart iets minder groot, maar nog steeds aanzienlijk: 9900 forint (€ 31,90 tegen 4150 forint (€13,40).
Openbaar vervoerkaarten kun je meteen bij aankomst op het vliegveld kopen (ze zijn ook geldig op de bus vanaf het vliegveld) of anders bij de automaten op vrijwel iedere tram- en bushalte. De kaarten zijn geldig op het hele openbaar vervoer, dus de metro, bus, tram, trolley en door de week zelfs op de BKK-boten op de Donau. Klik hier voor een uitgebreid overzicht van de verschillende kaarten die de Boedapester kaartjesautomaten (en de ticketkantoortjes, uiteraard) kunnen leveren.
Zowel de Budapest Card als de openbaar vervoerkaarten zijn geldig vanaf het uur dat ze worden afgestempeld. Wie om twee uur 's middags een kaart van 24 uur in gebruik neemt, kan daar tot twee uur de volgende middag mee op stap.

Wie ouder is dan 65, hoeft de Budapest Card sowieso niet te kopen, want het Hongaarse openbaar vervoer is gratis voor 65-plussers en bovendien hebben vrijwel alle musea kortingsregelingen voor ouderen. 
Ook voor gezinnen met kinderen bestaan allerlei kortingsregelingen die de aanschaf van de kaart voor een gezin minder aantrekkelijk maken.

Wie geen gebruik wil maken van het openbaar vervoer, kan de kaart beter niet aanschaffen. Ondanks een enkele gratis activiteit is het dan zeer de vraag of je de kosten er bij benadering uithaalt. Maar ook voor mensen die het openbaar vervoer wel gebruiken, blijft de vraag wat de kaart oplevert. De meeste bezoekers van de stad blijven al met al een of drie, hooguit vier dagen. Dat betekent voor velen toch vooral: veel rondwandelen, en af en toe een kerk of museum in. Verder staat er vaak een bezoek aan een van de beroemde thermaalbaden op het programma, net als een rondvaart en een bezoek aan de Grote Markt en de cafeetjes in de joodse wijk. En uiteraard lekker eten 's avonds. 
Juist bij die hoogtepunten heb je weinig aan de kaart, want in de regel geldt: hoe populairder een bezienswaardigheid, hoe minder korting: tien, hooguit twintig procent, en vaak helemaal niets. En om de prijs van de kaart bij elkaar te sprokkelen met kortingen van tussen 200 en de 500 forint moet je heel wat betaalde activiteiten ondernemen. Los van de vraag of je daar de tijd voor hebt, kan dat uiteindelijk aardig in de papieren lopen. In praktijk blijken mensen de kaart er dan ook zelden uit te halen, is ook de conclusie van veel gebruikers op Tripadvisor.

Maar voor wie de aanschaf toch overweegt, hier onder een lijstje van de meest interessante kortingen.

- Musea. De meeste musea in Boedapest zijn niet gratis met de kaart. Belangrijkste en meest interessante uitzondering is de Nationale Galerij op de burchtheuvel, die een overzicht biedt van de Hongaarse kunst van de middeleeuwen tot nu. Hongaarse kunst is in het buitenland zelden te bezichtigen, dus voor de liefhebber is dit museum zeker de moeite waard. De toegang is normaal 1800 forint. Maar voor gezinnen met kinderen onder de 18 zijn er  kortingen, net als voor studenten, ouderen en gehandicapten met hun begeleiders. Ook zijn er allerlei dagen waarop speciale kortingsregelingen gelden, dus het werkelijke voordeel van de Budapest Card uiteindelijk aanzienlijk minder zijn dan het op het eerste gezicht lijkt. Voor tijdelijke tentoonstellingen geldt geen gratis toegang.
Wie dieper in de geschiedenis van de stad of het land wil duiken, beleeft mogelijk ook plezier aan de mogelijkheid om gratis het Museum voor de Geschiedenis van Boedapest, ook op de burcht, of het Nationaal Museum over de geschiedenis van Hongarije op de Muzeum Körút te bezoeken Voor liefhebbers is het Capa-fotomuseum nog interessant. De meeste andere gratis musea zijn voor toeristen die er maar een paar dagen zijn, niet heel erg interessant of moeilijk bereikbaar.
Bij de musea die korting geven, is het Ziekenhuis in de Rots onder de burchtheuvel de moeite waard, zeker voor mensen met (niet te kleine) kinderen. De toegangsprijs is rond de 3000 forint, de korting 30 procent. Maar ook daar geldt: voor gezinnen bestaan aparte kortingsregelingen.
- Thermaalbaden. De kaart geeft gratis toegang tot het Lukácsbad (toegang normaal 3000 forint, pakweg 10 euro). Maar in de twee bekendste thermaalbaden van de stad, het Széchenyi bad en het Gellért bad, krijg je maar 10 procent korting op een toegangsprijs van rond de 5000 forint (16 euro). Het Lukácsbad is een thermaalbad uit het begin van de vorige eeuw. Wie op zoek is naar authentieke sfeer is er aan het goede adres, want het bad trekt vrijwel uitsluiten Hongaren. Maar de andere twee baden zijn veel mooier, en dat is voor veel toeristen de voornaamste reden om erheen te willen.
- Restaurants. De Budapest Card geeft recht op korting bij een aantal restaurants, maar het moet erbij gezegd worden dat die zich voor het grootste deel in het duurdere segment bevinden. Dat voor aanzienlijk minder geld eet je elders in de stad ook prima, dus de vraag is of je met de korting veel bespaart.
- Voorstellingen. De kaart geeft 10 procent korting op concerten in de Basiliek en concerten en volksdansvoorstellingen in het Duna Palota.
- Rondvaarten. De kaart geeft korting op de tochten van Legenda. Wie niet echt per se zit te wachten op de ingesproken teksten via de koptelefoon, kan voor veel minder geld ook een keer de boot van het openbaar vervoer nemen. 

26 October 2015

Tips voor opera, concert en andere voorstellingen

Foto Runa Hellinga
Opera, centrale hal
Wie pas in Boedapest bedenkt dat het toch wel leuk zou zijn om de opera of een concert te bezoeken, loopt een groot risico dat de voorstellingen uitverkocht zijn. Opera en concerten zijn populair in Hongarije, onder Hongaren zelf, maar zeker ook onder toeristen, en de naar verhouding aangename prijs van de kaartjes heeft daar zeker veel mee te maken. Bovendien is de Opera een prachtig gebouw, en alleen dat al maakt een bezoek de moeite waard. Dat geldt trouwens ook voor de recent schitterend opgeknapte Liszt Ferenc Academie.
Maar, zoals gezegd, je moet er vaak snel bij zijn om kaartjes te bemachtigen. Gelukkig kan dat tegenwoordig online. Er zijn meerdere Hongaarse online boekingssites, maar sommige daarvan zijn uitsluitend in het Hongaars. De meest bekende, en voor buitenlanders de meest toegankelijke, is zonder enige twijfel Jegymester (Kaartjesmeester, of Kaartjesvakman). Geheel tweetalig, en met tal van zoekfuncties: op datum, op soort voorstelling of evenement of op de plaats waar het evenement plaatsvindt. Jegymester is ook de plek waar je vooraf bezoeken aan het parlement kunt boeken. 
Betaling loopt per creditcard, waarbij je als gebruiker kunt kiezen of je via de OTP of de CIB wilt betalen. Beide zijn betrouwbare Hongaarse banken. Bij boeking via de site betaal je een klein bedrag (200 forint, pakweg 65 eurocent) boekingskosten.
Het grootste nadeel van Jegymester is dat je er weinig te weten komt over de aard van de voorstelling. Bovendien beschikken online ticketverkopers niet altijd over alle beschikbare plaatsen, omdat die verdeeld worden onder verschillende online boekingsorganisaties. Wie meer over bepaalde voorstellingen wil weten, kan beter kijken op de sites van de betreffende instellingen zijn. Op die sites is ook altijd de mogelijkheid om kaartjes te boeken.

Een paar nuttige sites. 

De Opera. Website met nieuws over de opera zelf en met veel informatie over programma en voorstellingen. Even oppassen, want de site geeft niet alleen informatie over voorstellingen van de Opera op de Andrassy út, maar ook van het Erkel Színház, een modern theater in het achtste district en als gebouw voor toeristen niet erg interessant. Boeken loopt via een link naar Jegymester. 
Behalve opera brengt de Opera dansvoorstellingen en soms ook musicals. De meeste opera's zijn in Hongaars, met boventiteling in het Engels, maar soms zijn er ook buitenlandse voorstellingen. 
Foto Runa Hellinga
Fresco in de hal van de Liszt Ferenc Muziekacademie
Wie geen opera wil bezoeken, vindt op de website een link naar een virtuele rondleiding door het gebouw. Verder heeft de opera twee keer per dag, om drie en om vier uur, echte rondleidingen en kun je de hal van het gebouw gewoon inlopen voor een bezoek aan de souvenirwinkel en het recent geopende Operacafé.

12 October 2015

Kürtóskalács, schoorsteenkoek, een nieuwe Hongaarse traditie

Picture Wikipedia
Kürtőskalács boven de kolen
Je ziet ze steeds vaker in de stad: stalletjes die kürtőskalács (voor wie het graag wil kunnen uitspreken: kuurteusjkallaatsj), letterlijk schoorsteenkoek, verkopen. Net als patat en verse stroopwafels is kürtöskalács zo'n product war je geen reclame voor hoeft te maken, omdat zichzelf verkoopt, dankzij de verlokkende geur van versgebakken zoet brood, gekarameliseerde suiker en kaneel.
De koek wordt gemaakt van een lange reep lichtzoet, gegist deeg die rond een taps toelopende houten cilinder wordt gewikkeld, daarna door de suiker wordt gerold en vervolgens draaiend aan een spit boven gloeiende kolen goudbruin wordt gebakken. Over de gare koek wordt kaneelsuiker gestrooid, hoewel je kürtőskalács tegenwoordig in allerlei andere smaken kunt krijgen, zoals gehakte walnoten, hazelnoten, vanille of cacao. Het is geen snack voor mensen die aan de lijn doen: behalve een forse hoeveelheid suiker wordt ook nog behoorlijk wat boter in het deeg verwerkt. Aan de andere kant, de koek is makkelijk te delen: gewoon naar smaak een stuk van de gebakken deegreep lostrekken.
Hoewel je schoorsteenkoek het hele jaar door kunt krijgen, is het toch het soort eten dat ikzelf vooral met herfst, winter en kerstmarkten associeer dan met de zomer, Maar dat is misschien iets persoonlijks. Het komt omdat de lust mij een beetje vergaat als ik bakkers met temperaturen van 30-35 graden achter een bak met gloeiende kolen zie staan.
Vaak staat voor de stalletjes een rij te wachten tot er weer een koek van het spit komt, en dat is volkomen terecht: kürtőskalács hoort echt vers te zijn. Dan zijn ze onweerstaanbaar. Je ziet ze soms in winkels voorverpakt staan, maar de lol is er bij een afgekoelde koek snel af. De knapperige suikerlaag wordt zacht, het zachte deeg taai. Om die reden is de koek ook niet echt iets om van vakantie mee naar huis te nemen.
Hongaren omschrijven kürtőskalács als een typisch Hongaars product, maar de koek zoals die nu wordt verkocht, is eigenlijk vooral een streekproduct, afkomstig van de Hongaars sprekende Szeklers in Transsylvanië. Er is een kookboek van de Transsylvaanse gravin Mária Mikes uit 1784, waarin voor het eerst gewag wordt gemaakt van een rond een cilinder gebakken koek, die toen overigens nog niet gezoet werd. Zo'n twintig jaar later beschreef de Transsylvaanse kok Kristóf Simai voor het eerst een gezoete variant.
In de eeuw daarna doken verschillende variaties van de koek op in Hongaarse kookboeken, maar het was ook weer in Transsylvanië dat iemand op het idee kwam om de cilinder met het deeg over een met suiker bestrooide oppervlakte te rollen, zodat de buitenkant wat vlakker en eenvormiger werd. Pas in de afgelopen paar decennia is men begonnen de koek na het bakken met verschillende smaakmakers te bestrooien.
De kürtőskalács is overigens nauw verwant aan een reeks van soortgelijke koeken in andere landen. Vanaf de middeleeuwen kom je recepten voor aan een spit gebakken koeken tegen in heel Centraal-Europa. De Slowaakse skalicky trdelnik is zelfs precies hetzelfde als de Hongaarse schoorsteenkoek. Geen wonder, want Kristóf Simai, de Transsylvaanse kok die eind achttiende eeuw de gezoete variant bedacht, was in die jaren in Slowakije in dienst van een gepensioneerde Hongaarse generaal. Ironisch genoeg zijn het dan ook de Slowaken die de koek in 2007 als beschermd regionaal product bij de EU hebben laten te registreren.

30 September 2015

Street food, de snelle lunch

Runa Hellinga
Bageltram van Budapest Bakering
Geef fast food een nieuwe naam, kleed het een beetje aan, en plotseling is het hip en heb je street food. Boedapest, een stad waar de warme lunch traditioneel de belangrijkste maaltijd van de dag was, heeft het concept de laatste paar jaar innig omarmd. Voor hongerige toeristen een uitkomst.
Het Mekka van dit soort snelle maaltijden is het zevende district. De joodse wijk heeft zich binnen enkele jaren tot dè uitgaanswijk van de stad ontwikkeld, en daar past street food perfect in. De ruimste keuze vind je in de Kazinczy utca,
Om te beginnen is er op nummer 18 Karaván, een binnenplaats met street foodkraampjes. De binnenplaats is overdekt en ook in de winter geopend. Karaván, open vanaf 11.30 uur 's middags tot een kwartier voor middernacht, is de enige plek in de buurt waar je het Hongaarse street food bij uitstek, lángos, kunt kopen. De lángos, een soort platte oliebol ter grootte van een pannenkoek, is zelfs de reden waarom Karaván bestaat.
Eigenaar Gábor Almási wilde eigenlijk gewoon een lángostentje in de buurt beginnen. Dat bleek lastiger dan hij dacht. Op straat mocht het niet, en het werd te duur om alleen voor een lángoszaak restaurantruimte te huren. Toen kwam hij op het idee van een food court, waar tien kramen onderdak hebben gevonden en waar de kosten gezamenlijk kunnen worden gedeeld.
Traditioneel wordt lángos gegeten met zure room, knoflookolie en gerapste kaas, maar in Karaván kun je ook kiezen voor kaantjes, gemarineerde uien of geroosterde paprika's. Geen lichte hap, maar je kunt er de rest van de dag op voort. Wie liever iets anders wil: er is keuze genoeg, van pizza's, soepen en wafels tot Zing Burger, volgens velen de beste hamburger in de stad. Je vindt Zing Burger verder in een caravan op de Gozsdu udvar en in koude seizoen, als de straatstalletjes dicht zijn, in hun vaste zaak op de Kiraly utca 60.
Azië is het continent bij uitstek als het om street food gaat en ook in de Kazinczy utca kun je het Aziatische aanbod niet missen. Op nummer 9 zit Ramenka, genoemd naar de Japanse noedelsoep die het belangrijkste aanbod vormt. Vlak daarnaast op nummer 7 is het Thaise soep- en wokrestaurant Kis Parázs.
Steeds meer eetgelegenheden in het zevende district spelen in de joodse reputatie van de wijk. Een daarvan is Ricisi's World Jewish Street Food in de Rácz kert op Dob utca 40. Niet kosher, wel joods, met traditionele gerechten uit de Asjkenazische en de Sefardische keuken, van cholent (sholet op zijn Hongaars, een bonenschotel die vooral op sjabbat erg populair is), mákos nudli (gekookte aardappelpasteitjes met maanzaad en poedersuiker) en knish (gevulde pasteitjes met hartige vullingen als kip of lamsvlees) tot tabouleh met lamsvlees en Marokkaanse stoofpot.
Een broodje van Kolbice
Ook de  bagel heeft inmiddels zijn intrede gedaan in het zevende district, in de vorm van Budapest Bakering, een keten van drie karretjes (een minitram, een minibus en een minitrolleybus) die dit typisch Amerikaans-joodse, deels gekookte broodje met een gat in meerdere smaken aanbieden. Die zijn overigens weinig joods: schapenkaas met bacon en geitenkaas met ham behoren tot de zéér onkoshere opties. De karretjes staan niet altijd op dezelfde plek, via een app is te zien waar ze zich bevinden.
Ook buiten de joodse wijk is overigens street food te vinden. Het aanbod van de sandwichshop Meat and Sauce in de Nagymezö utca 34, vlak bij de Andrássy utca, spreekt voor zich. Als vegetariër heb je er echt niets te zoeken, al komen visliefhebbers er nog wel aan hun trekken.
Ietwat onontdekt zijn de eetstalletjes op de tweede verdieping van de markt in de Hold utca 13, achter het Szabadsag tér, op tien minuten lopen van het parlement. Een prima plek voor street food in de winter, want de markt is overdekt en je kunt er rustig zitten. Het aanbod is ruim, van verse vis en Thaise kokussoep tot de Hongaarse minimaaltijden in een broodje van Kolbice. Dit bedrijf, dat inmiddels meerdere vestigingen in de stad heeft, vult een soort ijshoornvormige broodjes met Hongaarse miniworstjes, gebakken uien, kool en andere ingrediënten naar keuze.

15 September 2015

Nationale Gallop, jaarlijks festijn voor paardenliefhebbers

foto: Nemzeti Vágta
Strijdwagens op de Nemzeti Vágta
Het is inmiddels een jaarlijks terugkerende traditie geworden: ieder jaar, ergens midden september, racen de paarden over het Heldenplein (Hősök tere) in Boedapest. De Nationale Gallop (Nemzeti Vágta) is een driedaagse gebeurtenis dat ruiters uit heel Hongarije trekt. De race in Boedapest is een nationaal kampioenschap, waar de winnaars van lokale races die gedurende het jaar in het hele land worden gehouden, hun krachten meten.
Het is een bont spektakel, want de races zijn een eerbetoon aan de Hongaarse geschiedenis en de ruiters racen dan ook in huzarenkleding, al zit onder hun hoge huzarenhoed een ruiterhelm verborgen.
Er zijn ook races voor kinderen en wedstrijden met strijdwagens. Omdat de wagens waarmee dit soort races normaal worden gehouden, niet geschikt zijn voor de wat beperkte ruimte om het Heldenplein, is speciaal voor deze gelegenheid een nieuw type ontwikkeld. Behalve paardenraces zijn er ook allerlei andere activiteiten: demonstraties van boogschutters en van Hongarije's beste paardentrainers, namaakgevechten te paard en worstelaars. Het volledige programma is te vinden op website van de organisatie.
Voor wie niet van paarden houdt, maar wel van folklore, is een bezoek aan de Nationale Gallop overigens ook de moeite waard. Ter ere van de races wordt op de Andrassy út gedurende die dagen een soort grote braderie gehouden, met de nadruk op lokale tradities en Hongaars handwerk. Er zijn tenten waar dorpen en steden hun lokale gewoonten presenteren en andere waar smeden, pottenbakkers en andere vaklieden hun vaardigheden demonstreren.
Geen Hongaars feest kan trouwens zonder overvloedig eten en drinken, en dit is dan ook een prima gelegenheid om de traditionele Hongaarse keuken te proeven. Op 18 september, de eerste dag, gaat de 'Nationale Keuken' open, met Hongaarse specialiteiten, palinka en wijn. Een evenement dat niet erg geschikt is voor vegetariërs, want de organisatoren melden trots dat vlees dit jaar de hoofdrol speelt in het culinaire aanbod.
Nemzeti Vágta 2015: 18-19-20 september.

23 August 2015

Massages in het grootste kuuroord ter wereld

Foto Runa Hellinga
Een van de thermaalbaden in het Gellértbad
Turkse baden, art nouveau of modern: er is voor elk wat wils als je in Boedapest een bad wil bezoeken. De badcultuur is haast 2000 jaar oud. De Romeinen waren de eersten die profiteerden van het warme water dat zich in ruime mate onder de grond van de stad bevindt. Maar het waren de Turken die de basis legden voor de huidige badcultuur. En net als in de Turkse tijd zijn de Boedapester baden tegenwoordig veel meer dan zwembad alleen.
In feite is Boedapest het grootste kuuroord ter wereld. Hongaren gaan graag naar een kuurbad voor massage, heilgymnastiek en modder- of kruidenbaden. Lang niet al die diensten kun je als buitenlandse bezoeker zomaar gebruiken, want voor een deel ervan heb je een verwijzing van de dokter nodig, Maar de baden bieden een groeiend aantal diensten aan waar toeristen wel plezier van kunnen hebben.
De meest bekende kuurbaden zijn het Gellérthotel en het Szechényibad.. Beide hebben zowel een zwembad als een thermaalgedeelte. In het Gellért bevinden de thermaalbaden zich links en rechts van het gewone zwembad. Tot voor kort waren de thermaalbaden gesplitst voor mannen en vrouwen en liep je daar in principe naakt, maar tegenwoordig is het gemengd en moet je zwemkleding aan. In het Széchenyi bevindt het thermaalbad zich aan de andere kant van het gebouw. Het heeft een prachtige entreehal, die zeker ook de moeite van het bezoeken waard is als je helemaal niet naar het bad gaat.
Je hoeft niet naar het thermaalgedeelte, want in beide baden kun je je ook laten masseren als je alleen het gewone bad bezoekt. De prijs van de massage en andere diensten komt boven op de entreeprijs voor het bad. Toegangsprijzen variëren van een euro of 15 tot een euro of 18 en zijn mede afhankelijk van afhankelijk van het al dan niet huren van een kleedhokje (de goedkoopste optie is een omkleedruimte en een afsluitbare opbergkast), de dag van de week en in het geval van het Széchenyi ook nog het uur van de dag. Hou in de gaten dat de massage daar dus nog bijkomt. Reken voor de goedkoopste massage (20 minuten) pakweg 15 euro. Een uur luxemassage is al snel een veelvoud daarvan. Hou er rekening mee dat het wordt afgeraden om met kinderen onder de veertien naar een thermaalbad te gaan.
Behalve massage bieden de baden tegenwoordig ook andere diensten aan. In het Gellért kun je bijvoorbeeld een privébad huren, het Széchenyi beschikt sinds kort over een palmenkas waar je, tegen extra betaling in tropische sfeer kunt ontspannen en theedrinken. Ook heeft dat bad de mogelijkheid voor pedicure met behulp van visjes.
Minder luxueus, maar een stuk goedkoper is het Lukács, in Buda vlak bij de Margitbrug. Voor een ticket dat twee uur geldig is, ben je er ongeveer de helft kwijt van de andere baden. Ook een dagkaart is aanzienlijk goedkoper. Net als de andere baden biedt het Lukács een rijke keuze aan massages en wat het aan pracht en praal mist, compenseert het met sfeer. Het overgrote deel van de bezoekers zijn Hongaren.
Bij deze een overzicht van de diensten en de prijzen van het Gellért en van het Széchenyi. De site van het Széchenyi geeft de mogelijkheid om meteen online te boeken. Boeken bij het Gellért kan via een contactformulier.

Wie op zoek is naar een hele andere sfeer, kan terecht in de oude Turkse baden, het Rudás- het Király en het Veli Bejbad. (Op het moment van schrijven is het Kiralybad overigens al haast een week 'om technische redenen voor onbepaalde tijd' gesloten). De Turkse baden stammen uit de zestiende en zeventiende eeuw en ze zijn een van de weinige herinneringen aan anderhalve eeuw Turkse bezetting van Budapest.
Het Rudás, dat in de afgelopen jaren een behoorlijke opknapbeurt kreeg, biedt naast het oude, fraai
Kiralybad
gerestaureerde Turkse bad ook een zwembad. Prijzen liggen iets lager dan die van het Széchenyibad (en een stuk lager dan het Gellért).
Goedkoper is het Veli Bej bad, het oude Czaszarbad. Ook dat werd onlangs helemaal opgeknapt. Daarbij werden de oude stenen muren gepleisterd en werden nieuwe voorzieningen gebouwd. Helaas is niet alleen het bad zelf moeilijk te vinden (het ligt verscholen  achter het zwembad van het gelijknamige Czaszarhotel, vraag daar even naar de ingang), maar bij gebrek aan website is de informatie over het bad ook zeer beperkt. 
In principe (als het open is) is het Király het goedkoopste van alle genoemde baden, Voor 4800 forint 16 euro heb je er een dagkaart inclusief een massage van 15 minuten. Zonder massage kost een dagkaart 2600 forint, studenten betalen 2000 en gepensioneerden 1800 forint. Het is ook het mooiste Turkse bad, omdat het niet alleen binnen, maar ook buiten zijn originele uiterlijk behouden heeft. 

Gellértbad:  Kelenhegyi út 4. +36 1 466-6166
Széchenyibad: Állatkerti krt. 9-11, +36 1 363 3210
Rudásbad:  Döbrentei tér 9. +36-1-3561322
Kiralybad: Fő u. 84. +36 1 202-3688
Veli Bejbad  Árpád fejedelem útja 7 +36 1 438 8400

16 August 2015

Bioscoop in de buitenlucht.

Corvin tető
Wie warme zomernachten wil combineren met bioscoopbezoek, kan op meerdere plekken terecht. Hieronder een paar opties.

Het meest bekend is de bioscoop op het Corvin tető, het dak van het Corvin Warenhuis op het Blaha Lujza tér. Op de bovenste verdieping van het gebouw bevindt zich een complex van voorzieningen: bar, theater, galerie, allemaal gericht op een wat alternatiever publiek. In de zomer (het seizoen loopt tot eind september) worden er een tot twee keer per films op het dakterras vertoond. Alle films zijn vrijwel altijd Engelstalig, met Hongaarse ondertiteling. Het gaat veelal om klassiekers, al stond Grand Hotel Budapest dit jaar ook op het programma. Het aanbod loopt van een beruchte gewelddadige klassieker als Clockwork Orange over Terminator en Batman tot Catch me if you can, The Truman Story en Ghostbusters.
Op Facebook is het programma voor de komende film te vinden. Toegang is 600 forint, de films starten als het donker wordt, ergens tussen kwart voor negen en negen uur, maar het terras is open vanaf half zeven. Reserveren is niet mogelijk en als het regent, gaat de film niet door. De eerst komende film, Hangover, wordt op 20 augustus vertoond. De ingang is overigens niet op het Blaha Lujze tér, maar om de hoek in de  Somogyi Béla utca. En een waarschuwing: er is geen lift.

Ook op het Margit Sziget, in de Holdudvár, is een openluchtbioscoop gehouden. Het reausachtige terras is overdag een restaurant, maar 's avonds worden er regelmatig parties en andere activiteiten georganiseerd, en iedere tweede week draait er op vrijdagavond om negen uur een film. De bioscoop concentreert zich op internationale films. Vorig jaar stond de Franse film centraal en deze zomer worden er in samenwerking met de Spaanse ambassade en cultuurinstituut Instituto Cervantes Spaanse films vertoond met Engelse ondertiteling. De eerst volgende film draait op 24 augustus Living is easy with eyes closed, het verhaal van een leraar Engels die in Franco-Spanje op zoek gaat naar zijn idool John Lennon. Meer info.

Ook restaurant Pagony in de Kemenes utca, achter het Gellért bad, legt zich toe op internationale films. Het restaurant zit in het voormalige kinderbad dat bij het Gellért bad hoorde. Ze draaien meerdere malen per week een film. Deze week staan de Poolse film Ida (over een non die ontdekt dat ze eigenlijk joods is). de Amerikaanse film Frances Ha en het Zweedse blijspel Love and Lemons op het programma. Toegang is gratis, maar Pagony is een restaurant, dus consumptie van een hapje en een drankje worden gewaardeerd.

17 July 2015

Voor warme zomerdagen: Hongaarse limonadé

Hongaarse limonade
Het is waarschijnlijk het meest opvallende drankje op ieder terras in Boedapest: limonadé, limonade dus, Grote glazen, soms wel een halve liter, meestal gevuld met een gele drank en stukjes citroen, sinaasappel, limoen, of soms munt of bosvruchten. Plus een rietje. Ze ogen feestelijk, en goed gemaakt is het een perfecte dorstlesser. 
Limonadé is zo alom verkrijgbaar dat het moeilijk voorstelbaar is dat je er tien, vijftien jaar geleden bij de meeste restaurants vergeefs om gevraagd zou hebben. Inmiddels is het een Hongaarse klassieker, een zomertraditie die niet meer weg te denken is.
Voor Nederlanders is limonade simpelweg siroop met water en vooral een drankje voor kinderen. Maar de Hongaarse limonade wordt (meestal) vers gemaakt van citroen-, sinaasappel of limoensap (of een mengsel daarvan), aangevuld met water, suikersiroop en de feestelijk ogende stukjes fruit. Wat je dan krijgt, staat op de kaart als 'klassieke limonade'. 
De drank is niet erg zoet, wat hem extra verfrissend maakt. Wie suiker liever laat staan, kan trouwens ook om limonade zonder suikerstroop vragen. Dan moet je wel van zuur houden, uiteraard. Een deel van de populariteit is verklaarbaar uit het feit dat limonade een prima alternatief is voor een pilsje of een glas wijn, spannender dan een glas water, niet zo zoet als frisdrank en afwisselend van smaak. Dat is natuurlijk zeer welkom in een land waar je geen druppel mag drinken als je nog moet rijden.
Tegenwoordig wordt limonade in allerlei smaken aangeboden. De basis is dezelfde, maar de suikersiroop wordt vervangen door een goede kwaliteit limonadesiroop, of er worden ingrediënten als vers geraspte gember, groene thee, munt of bosvruchten aan toegevoegd. Watermeloen is ook een smaak die je steeds vaker tegenkomt. Een echte aanrader is vlierbloesemlimonade (bodzavirág). Daarvoor worden de bloemen een dag lang getrokken met citroen en suiker. Het levert een zeer geurige siroop op.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen: niet overal is limonadé even goed. Er zijn ook wel plaatsen die het zichzelf makkelijk maken en gewoon een kwak siroop met water aanlengen. Meestal drijft er dan ook niet meer dan een enkel schijfje citroen in het glas. Maar dat zie je snel genoeg en gelukkig zijn dat uitzonderingen.  

14 July 2015

Om niet te missen, de Csontvárytentoonstelling op de burcht

Csontváry, de eenzame cederboom
Hij was vegetariër, dronk niet en had visioenen. Knettergek vonden ze hem in zijn eigen tijd, en niemand wilde zijn schilderijen hebben. Hij stierf eenzaam en in armoede, nadat hij ook nog eens zijn spaargeld kwijt was geraakt in de Eerste Wereldoorlog. Inmiddels is Tivadar Csontváry erkend als een van de belangrijkste schilders van Hongarije. Maar zijn werk dat bewaard is gebleven, is uitsluitend te danken aan de architect Gedeon Gerlóczy. Die vond de schilderijen, die Csontváry tijdens zijn leven aan de straatstenen niet kwijt kon, na diens dood in 1919 opgerold in een juten zak op een zolder. Ze waren haast op straat gezet, maar Gerlóczy zag gelukkig wat hij in handen had.
Normaal gesproken moet je naar het in 1973 geopende Csontváry Museum in Pécs, waar het overgrote deel van zijn werk hangt. Maar tot eind dit jaar is een overzichtstentoonstelling van zijn schilderijen in Boedapest te bewonderen. Dat is pech voor Pécs, waar het museum bij gebrek aan schilderijen tot volgend jaar dicht is, maar een geluk voor bezoekers van de Hongaarse hoofdstad. Want Csontváry's soms wat naïeve mystieke realisme kent weliswaar invloeden van expressionisme en jugendstil, maar is een unieke, op zich staande stijl.
Er zijn slechts 127 werken van hem bekend, pakweg 100 schilderijen, de rest tekeningen. Daarvan is het meeste (waaronder de schilderijen uit Pécs) in bezit van de Nationale Galerie in Boedapest. Een deel van de schilderijen is in de communistische tijd naar Rusland verdwenen en nooit teruggekomen. Van andere werken is onbekend wat ermee gebeurd is. Op de website van de tentoonstelling staat een overzicht van die tekeningen en schilderijen, met een oproep voor informatie.
De periode waarin Csontváry schilderde was kortstondig, niet meer dan veertien jaar. De in 1853 geboren Csontváry was feitelijk autodidact.  Hij was eigenlijk apotheker, maar besloot zich  na een visioen toe te leggen op de schilderkunst. Hij reisde veel, en tijdens zijn leven werden drie tentoonstellingen van zijn werk georganiseerd. Maar toen - in tegenstelling tot de beloften van het visioen - ook de laatste een mislukking bleek, raakte hij in een diepe depressie en stopte met schilderen.
De tentoonstelling in Boedapest vindt plaats in het voormalige hoofdkwartier van het Hongaarse leger op de burchtheuvel, op het Disz tér (bereikbaar met bus 16), en is dagelijks, met uitzondering van maandag, geopend van 10 tot 18 uur. Toegang is 3200 forint als het kaartje aan de kassa wordt gekocht en 2880 forint bij voorverkoop via het internet. Er zijn kortingen voor families met kinderen, studenten (diák) en mensen boven de 62 (nyugdíjas 62-70 év). Wie boven de 70 is (70 év felett) krijgt nog meer korting. Gehandicapten kunnen gratis naar binnen, hun begeleider met korting. Tickets zijn geldig binnen een toegewezen tijdsbestek.

4 July 2015

Ruïnecafés, voor elk wat wils

Szimpla kert
Ze staan in iedere toeristengids en ze hebben Boedapest op de kaart gezet als uitgaansstad: de ruïnetuinen of ruïnecafés. Wat begon als initiatief van jongeren die een plek voor zichzelf wilden creëren, is een van de handelsmerken van de stad geworden. En daarmee is het karakter ook behoorlijk veranderd. Dat is niet per se negatief, trouwens. De eerste ruïnecafés waren echt vooral voor jongeren. Tegenwoordig heb je ze in alle soorten en maten. Voor elk wat wils.
Oorspronkelijk hadden de ruïnecafés een tijdelijk karakter. Dat zat in de aard van het beestje In het zevende district, dat bekend staat als de joodse wijk, had je veel zeer slechte panden. Een deel daarvan is in de loop der jaren gesloopt, en op het braakliggende plot werd met simpele middelen, afvalhout, kratten en overal vandaan gesleepte stoelen, een bar ingericht die weer verdween als het terrein werd bebouwd.
De moeder van alle ruïnecafés en degene die je zeker in de toeristengids vindt, is de Szimpla kert (Eenvoudige tuin) in de Kazinczy utca 14 . Dat is zo langzamerhand bepaald geen tijdelijke instelling meer, want het café is inmiddels tien jaar oud. Szimpla kert werd vooraf gegaan door Szimpla Café, een initiatief van een groep vrienden die een nieuwe plek zochten in een tijd dat veel van de alternatieve cafés die eind jaren tachtig, begin jaren negentig waren ontstaan, ter ziele waren gegaan.
Szimpla kert is eigenlijk geen echte ruïnetuin. Het café is gevestigd op de binnenplaats van een typisch Boedapest huurappartementenblok en neemt inmiddels het hele complex in beslag. De binnenplaats is deels overdekt, zodat het ook in de winter open is. Je kunt er eten, drinken, en ze hebben iedere dag een muziekprogramma. Het feit dat Szimpla kert in de gidsen staat, heeft zijn effect: een groot deel van de bezoekers is tegenwoordig toerist. Niet iedereen zal er zich thuis voelen, de sfeer is behoorlijk new age, en wie kritisch is over wc's kan beter een andere plek zoeken.
In dezelfde straat, Kazinczy u. 37-39, vind je de Köleves kert (Steensoeptuin). Met zijn vrolijk gekleurde stoelen en een kinderhoek trekt deze tuin overdag veel ouders met kinderen aan, die er veilig kunnen rondscharrelen en schommelen in de hangmatten die aan het dak van de bar hangen. De sfeer is relaxed en in tegenstelling tot het gelijknamige restaurant ernaast heeft de tuin heeft simpele cafémaaltijden. Bij het restaurant (dat ook een terras aan de achterkant heeft) kun je prima, op wat hoger niveau, eten.
Instant, op de Nagymező u. 38, claimt het grootste ruïnecafé van Boedapest te zijn. Of je nog van een ruïnecafé kunt spreken, is de vraag: er is een binnenplaats, maar er zijn ook meerdere verdiepingen en zalen, ieder met zijn eigen aanbod, van disco tot jazz en dansfeesten tot performances en theater en een ruimte waar een bed en stoelen van het plafond naar beneden hangen. De belichting is psychedelisch en young and beautiful is bij Instant het devies.

19 June 2015

Nacht van de Musea

Technische Universiteit: ook open in de Museumnacht
Zaterdag 20 juni is de jaarlijkse Hongaarse Nacht van de Musea. In Boedapest alleen al zetten meer dan honderd musea van 18.00 uur tot 02.30 uur ’s nachts hun deuren open voor bezoekers. En niet alleen musea: ook baden, dierentuinen, universiteiten, de Hongaarse tv en tal van andere culturele instellingen in Hongarije doen mee aan het evenement.  Het woord nacht is overigens een beetje misleidend, want hoewel de officiële begintijd zes uur 's avonds is, begint de 'nacht' op veel plaatsen 's middags al met een kinderprogramma. 
Naast het openstellen van hun bestaande collectie organiseren de meeste musea ook speciale activiteiten. Dit jaar staat daarbij het thema Transsylvanië centraal. Zo heeft de Nationale Galerie in het paleis op de Burchtheuvel een mooie overzichtstentoonstelling van werk van Hongaarse kunstenaars uit Transsylvanië tussen 1920 en 1990 (Beyond Stereotypes) en heeft de dierentuin een programma rond de Transsylvaanse architect Károly Kós, die een deel van de verblijven ontwierp. 
Een greep uit het verdere aanbod: wie de Nationale Galerie bezoekt, kan ook eenmalig de koepel van het paleis op voor een riant uitzicht over nachtelijk Boedapest. In het aanpalende Burchtmuseum (voorheen het Museum van de stad Boedapest) zijn speciale rondleidingen met gids en wordt om middernacht een lichtshow georganiseerd. Het Museum voor Toegepaste Kunst aan de Ülloi ut heeft een markt waar moderne Hongaarse designers hun producten tonen en organiseert rondleidingen door dit unieke Jugendstil gebouw, net als het Etnografisch Museum tegenover het parlement aan het Kossuth tér. Tussen tien en elf uur 's avonds kunnen bezoekers daar ook een blik in de kelder en de zolder werpen.. Verder is er Afrikaanse muziek.
De Technische Universiteit aan de Donau organiseert een rondleiding door het gebouw, maar ook een race met zonne-energiewagens, terwijl de orthodox joodse Lubavitcher beweging een wandeling rond het thema koosjer eten organiseert en hun synagoge in de Vasvári Pál utca 5 openstelt voor bezoekers (na zonsondergang, als de sabbat voorbij is). 
De museumnacht biedt kortom voor elk wat wils en is een unieke gelegenheid om op plekken te komen waar je normaal niet binnenkomt. Een Engelstalig overzicht van de deelnemende musea en instellingen en hun activiteiten die nacht is te vinden op de website Night of Museums. Je kunt er per plaats, per museum, per tijdstip en per soort activiteit zoeken wat gaande is.

Toegang in Boedapest kost 1.500 forint voor volwassenen en 600 forint voor kinderen tussen de 6 en 18 jaar (onder de zes gratis). Voor dat geld krijg je een polsbandje dat toegang geeft tot alle deelnemende instellingen en ook geldig is in de speciale museumbussen van het openbaar vervoer die die avond worden ingezet om de diverse musea in de stad met elkaar te verbinden. Houd er overigens rekening mee dat het op sommige plaatsen druk kan zijn. Alle activiteiten zijn gratis, maar soms is wel registratie vooraf vereist.
Ook in tal van provinciesteden worden activiteiten georganiseerd. Toegangsprijzen verschillen van plaats tot plaats. De Hongaarse spoorwegen geven in de museumnacht vijftig procent korting  op tickets naar een van de deelnemende steden.

10 June 2015

Kunst kijken en kopen


Ludwig Museum, (foto Ludwig Museum)
Het post-socialistische Hongarije met zijn nieuw vrijheden, contrasten en controverses was de afgelopen 25 jaar een vruchtbare bodem voor moderne kunst. Weliswaar zijn, in tegenstelling tot collega’s uit Polen, Slovenië of Roemenië, maar weinig Hongaarse kunstenaars internationaal echt doorgebroken, maar er wordt wel degelijk veel intrigerende kunst gemaakt en tentoongesteld. Een overzicht van de belangrijkste musea voor hedendaagse kunst en van de meest invloedrijke galerieën.

Het Ludwig Museum
Het belangrijkste instituut voor hedendaagse kunst in Boedapest is zonder twijfel het Ludwig Museum, dat in 1989 ontstond uit de private collectie van Peter en Irene Ludwig en is gevestigd in het Paleis der Kunsten aan de oever van de Donau in Pest. Het bezit de grootste verzameling in Hongarije hedendaagse kunst uit de socialistische en de post-socialistische tijd in Hongarije, met uiteraard de nadruk op kunstenaars uit Hongarije en de andere (voormalige) Oostblok- en Sovjetlanden, maar ook het nodige werk van (beroemde) Westerse kunstenaars zoals Andy Warhol . De permanente tentoonstelling bevat 80 werken die de Ludwigs kort na 1989 in dit deel van Europa verwierven. Er zijn ook een paar tijdelijke tentoonstellingen die de moeite waard zijn. “Rode Horizon” is de titel van een tentoonstelling van werk van Russische en ex-Sovjet kunstenaars (tot 6 september), terwijl “Neo-Academici in Sint Petersburg” inzicht geeft in de non-conformistische kunst die in de jaren ’90 in Rusland opgang deed (tot 13 september).
Komor Marcell utca 1 (bij de Rákóczi brug, bereikbaar met tram 2)

Kunsthal
De Kunsthal (Műcsarnok)
De Kunsthal aan het Heldenplein is het andere grote officiële instituut voor hedendaagse kunst. Het werd opgericht in 1877 met de Duitse Kunsthallen als voorbeeld.  Net als die hallen heeft de Kunsthal geen eigen collectie, maar organiseert tentoonstellingen van werken die de ontwikkelingen in de hedendaagse kunst weerspiegelen. In 2013 werd het beheer van het museum in handen gegeven van de aan de conservatieve regering gelieerde Hongaarse Academie van Kunsten. Die heeft tot taak om nationale Hongaarse architectuur, beeldende kunst, mediakunst en fotografie, design en toegepaste kunst te promoten en dat wordt weerspiegeld in het aanbod van de Kunsthal. De huidige tentoonstelling – de Nationale Salon 2015 – is een collectie van Hongaarse kunstwerken  van de laatste tien jaar, uitgekozen door Julia Mészáros, kunsthistorica en voormalig directeur van een museum in Györ.
Dózsa György út 37 (de ingang is eigenlijk op het Hősök tere)


Galeries: de pioniers ...
Al snel na de val van het IJzeren Gordijn in 1989/1990 openden de eerste private galerieën hun deuren. De volgende vier behoren tot de selecte groep die er al vroeg bij waren en het meest invloedrijk waren in de ontwikkeling van de hedendaagse kunst in Hongarije.

27 May 2015

Glutenvrij eten en andere diëten

Glutenvrije penne in Due Fratelli
Als je - uit overtuiging of omdat het echt moet - gluten-, lactose, suiker-  of vleesvrij eet, heb je het op reis niet zo makkelijk, zeker niet in Hongarije, waar de nationale keuken zwaar leunt op vlees, room, pasta en gebak. Maar ook in Hongarije begint gezonder eten door te dringen, en zeker in Budapest vind je een groeiend aantal restaurants dat voorziet voor bepaalde groepen, of in ieder geval een kaart heeft die duidelijk maakt of er gluten, lactose of vlees in het eten zit. Goed om te weten: mentes betekent zonder. Glutenmentes is zonder gluten, tejmentes zonder melk, tojásmentes zonder ei en cukormentes zonder suiker.
Hieronder een lijst met handige adressen. Het overzicht is zeker niet volledig, en goede tips zijn altijd welkom.

De Köles Reformkonhya (Reformkeuken) in het zevende district is het enige echt glutenvrije restaurant in Boedapest. Glutenvrij betekent uiteraard niet per se vegetarisch, en Köles heeft dan ook vleesgerechten op de kaart. Maar een groot deel van de gerechten is wel degelijk vleesloos. Het is een zelfbedieningsrestaurant, maar het eten is goed. Het restaurant, aan de rand van de joodse wijk, is helaas alleen geschikt om te lunchen, want het is maar tot zes uur 's avonds open. Bovendien richt het zich vooral op Hongaren, en is de website alleen in het Hongaars.
Ook alleen open overdag en alleen door de week is de Nemsüti Bisztró, niet zozeer een bisztro als eerder een ontbijt- en lunchzaak, met vegetarisch broodjes, salades, gebak en burgers. De zaak is niet vegan of glutenvrij, maar geeft wel aan welke gerechten dat wel zijn.
Napfényes, met twee vestigingen in de binnenstad van Pest, richt zich in de eerste plaats op vegetariërs en veganisten. Met een behoorlijke nadruk op seitan als vleesvervanger zijn veel gerechten bepaald niet geschikt voor mensen die glutenvrij willen eten, maar wel weer geschikt voor diegenen die melkproducten vermijden. Napfényes houdt rekening met andere dieetwensen en de kaart geeft aan welke gerechten glutenvrij zijn. Het menu omvat onder meer vegan versies van traditionele Hongaarse gerechten als gevulde kool. Ook raw-food liefhebbers vinden er gerechten van hun gading, Beide vestigingen openen om 12 uur 's middags, de bistro sluit om 9 uur 's avonds, het restaurant, gevestigd in een gezellig ingericht keldergewelf. om 10.30. Behalve vlees- en melkvrij is Napfényes overigens ook nog alcoholvrij.
Govinda, op een steenworp afstand van de Kettingbrug. wordt gerund door de Hare Krishna beweging. Het eten is er vegetarisch. niet per sé glutenvrij of vegan, en het aanbod deels Indiaas, deels Europees. De nieuwere Govinda Vega Corner, ook in het centrum van Pestis wel vegan. Beide zijn alcoholvrij.
Wie toch graag een glas wijn bij zijn eten wil, kan terecht bij Köleves, ook in het zevende district. Niet vegetarisch, niet glutenvrij, maar op de kaart staan altijd interessante gerechten die wel geschikt zijn voor vegetariërs, veganisten of mensen die geen gluten of melkproducten eten. De ingrediënten worden van biologische producenten betrokken en komen zo veel mogelijk uit de buurt van Boedapest.
Het Due Fratelli restaurant en pizzeria in Buda net buiten de Burchtheuvel, biedt een hele keur aan glutenvrije pizza's en pastagerechten.
Ook in Buda, en een beetje uit de loop voor de meeste toeristen, is Etna Ristorante en Pizzeria. Zoals de naam doet vermoeden, ook een ItaliaanHet restaurant, in de Rozsakert Shopping Mall in het tweede district. heeft  een uitgebreide glutenvrije kaart. Wie in het eerste, tweede, derde of zevende district woont, kan ook laten thuisbezorgen.

20 May 2015

De Grote Markt, voor wie van lekker eten houdt

Grote Markt, Boedapest
Goulash en paprika. Daarmee houdt de kennis van de meeste buitenlanders over de Hongaarse keuken wel op. Voor wie meer wil weten over die keuken is een culinaire wandeling over de Grote Markt aan de Pestzijde bij de Szabadságbrug een goede plek om te beginnen. Het is een feest om tijdens die wandeling typische producten te vergaren en die na afloop op een bankje in de zon in een kleine picknick op te eten.
De kramen op de markt verkopen min of meer alles dat Hongarije traditioneel en minder traditioneel te bieden heeft, van groente, fruit, peulvruchten en gerookte kazen tot wilde paddenstoelen, worsten, vis, vlees, wild, zuurwaren, brood en gebak en kruiden.
Hoewel je tegenwoordig het hele jaar door tomaten en courgettes kunt krijgen, wordt er in Hongarije veel meer  dan in Nederland nog met de seizoenen meegekookt. Dat zie je op de markt. Mei biedt enorme bergen asperges, aardbeien en enorme radijzen. Dan komen de zoete kersen en morellen van de vroege zomer, gevolgd door watermeloenen, pruimen, bergen tomaten en vroege appels en een lichtgroene dikke courgetteachtige groente die in slierten gesneden met zure room en dille wordt gestoofd. In de winter voeren allerlei koolsoorten en wortelgewassen de boventoon. Vooral oudere huisvrouwen maken zelf nog in, en kopen in het seizoen dan ook enorme hoeveelheden.
Wat daar in het oog springt, zijn de bergen vlees, spek en varkensvet bij de slagers. Maar wie even verder kijkt, ziet dat die slagers ook ruim in het orgaanvlees zitten: Hongaren schuwen het eten van pens, lever of longen niet. Zelfs varkenskoppen en de klauwen van kippen vinden aftrek. En ganzen en niet te vergeten enorme ganzenlevers. De kritiek op het vetmesten van ganzen is in Hongarije nog niet echt doorgedrongen. Veel van de 'Franse' ganzenlever komt tegenwoordig van Hongaarse boeren.
De visafdeling in de kelder biedt een keur aan zoetwatervissen, waaronder aquaria met levende karpers, en even verderop zitten de zuurwinkels die iedere denkbare groente in ingemaakte vorm aanbieden, hetzij in zuur ingelegd, hetzij gefermenteerd. Je vindt er zuurkolen die in hun geheel in het vat zijn gegaan en gefermenteerde augurken met hun eigen, zuur-zoute smaak.
In een aparte afdeling bieden producenten van het platteland hun eigen waren aan: robuust smakende schapen- en geitenkazen, verse melk zo uit de koeltank, kruiden en groenten uit eigen tuin, thuis gekookte jams en geweckte sausen en wilde paddenstoelen. Onontkoombaar zijn ook de kramen met paprikapoeder. Die kramen zelf zijn behoorlijk toeristisch, maar het paprikapoeder is een onmisbaar ingrediënt in Hongaarse worden en natuurlijk in de gulyás, zoals goulash eigenlijk heet.
Waarmee we weer terug zijn bij het cliché dat is eigenlijk geen cliché is. Gulyás lijkt namelijk niet op het gerecht wat buiten Hongarije onder die naam wordt verkocht. Het is geen stoofpot en ook geen gebonden soep, maar een dunne soep, die rijkelijk gevuld is met aardappels, uien, wortels en vlees en gekruid wordt met onder meer paprika. De soep moet liefst een paar uur boven een vuurtje in de tuin hebben staan pruttelen. Wie Hongaarse gulyás wil proeven, kan op de bovenste verdieping van de markt terecht, bij het zelfbedieningsrestaurant dat daar gevestigd is of bij de diverse kramen die Hongaars en minder Hongaarse eten aanbieden.