Pissarro, Monet, Degas, Renoir, Cézanne, Gauguin en Van Gogh, ze hangen er nu allemaal in de Nationale Galerie, het grote museum in het paleis op de burchtheuvel. Maar ook, op de wanden er tegenover, de schilderijen van hun Hongaarse tijdgenoten zoals Szinyei Merse, Ferenczy, Vaszary, Fényes, Mednyánszky en natuurlijk Rippl-Rónai. Het levert een fantastische tentoonstelling op, met parallellen, overlappingen en contrasten en een indrukwekkend overzicht van de geschiedenis van impressionisme en postimpressionisme in een tijd dat Hongarije volop en graag deel was van de Europese kunstwereld.
Het is niet het Musée d’Orsay in Parijs waar je zeker een uur in de rij moet staan om binnen te komen en over de hoofden kunt lopen, maar het moet lang geleden zijn dat de Nationale Galerie zoveel publiek voor een tentoonstelling trok. Al is er gelukkig nog meer dan genoeg ruimte om op je gemak elk schilderij van dichtbij en van afstand te bekijken en op je in te laten werken, teksten te lezen (jawel, ook allemaal in het Engels) en ter vergelijking nog even terug te lopen naar deze of gene schilder of schilderij.
Het is ook geen magere tentoonstelling, zo’n overgehypte event waar uiteindelijk eigenlijk maar een paar echt interessante werken blijken te hangen en je het na een half uurtje wel weer hebt gehad. Nee, zes zalen boordevol met werken van heel veel hele grote kunstenaars uit de 19e en begin 20e eeuw. En het mogen dan niet de allergrootste en allerbekendste schilderijen zijn – wel drie stukken van Van Gogh bijvoorbeeld maar geen zonnebloemen of zicht op Arles – maar door al die werken zo samen te zien, krijgen ze een extra dimensie en wordt het één samenhangend en boeiend verhaal.
Ook de uitvoerige uitleg per zaal en periode maar ook per schilderij – draagt daartoe bij: hoe het impressionisme aan zijn naam kwam (een misprijzend bedoelde opmerking die tot geuzennaam werd), wat de postimpressionisten wilden, hoe Hongaarse kunstenaars erin verzeild raakten en hoe de diverse kunstenaarskolonies in Szolnok, Nagybánya (Satu Mare) en Gödöllö ontstonden.
De tentoonstelling is een samenwerking van het Israëlische Museum in Jeruzalem, de Hongaarse Nationale Galerie en het Museum voor Schone Kunsten aan het Heldenplein in Boedapest. Entree kost 1500 forint (5,50 euro) voor een volwassenen en de tentoonstelling loopt tot 13 oktober.
Voor rondleidingen, lezingen, reisorganisatie en info over Boedapest en Hongarije.
12 July 2013
Een extra dimensie
28 June 2013
Hongaarse kunstenaars: Ferenczy en de kunstenaarskolonie in Szentendre
Szentendre heeft nu eindelijk zijn museum waarin recht wordt gedaan aan diegenen die het mooie Servische dorpje aan de Donau net boven Boedapest ooit op de kaart hebben gezet: de diverse schilders en beeldhouwers die zich hier in de afgelopen 120 jaar vestigden en het maakten tot het kunstenaarsdorp dat het nu nog is. Werk van diverse schilders en stromingen, te beginnen met de vader van het Hongaarse impressionisme Károly Ferenczy, zijn te zien in het geheel vernieuwde Ferenczy museum dat afgelopen week werd geopend.
Het is geen heel groot museum geworden waar je uren kunt dwalen, maar daar hebben de meeste mensen bij “een dagje Szentendre” waarschijnlijk ook geen behoefte aan. In drie afdelingen biedt het in beeld en tekst (ook in het Engels) een beknopt overzicht van de artistieke ontwikkelingen in het plaatsje. Dat begint met werk van Ferenczy, die hier tussen 1889 en 1892 woonde en werkte. Ferenczy geldt ook als de stichter van de moderne Hongaarse schilderkunst en was een van de oprichters van de kunstenaarskolonie in Nagybánya, nu Satu Mare in Roemenië).
Nadat Nagybánya in 1920 volgens het verdrag van Trianon bij Roemenië was gevoegd, vestigden een aantal schilders van de kolonie zich in 1926 in Szentendre (o.a. omdat Ferenczy er gewoond had en omdat het een beetje aan Nagybánya deed denken) en begonnen er een nieuwe kunstenaarskolonie. Het was het begin van Szentendre als kunstenaarsdorp waar zich vervolgens steeds weer nieuwe generaties vestigden. Werk van “de acht oprichters” is te zien in een tweede zaal van het museum, terwijl in een derde ruimte werk wordt tentoongesteld van kunstenaars uit Szentendre van de tweede helft van de 20e eeuw.
Het museum is nog niet helemaal af, er komen bijvoorbeeld nog een beeldentuin, een lapidarium en een koffiebar bij, en er zijn nog wat kinderziektes (dingen die niet goed zijn opgehangen, kleine foutjes in de Engelse vertaling e.d.) maar het zou eind van het jaar helemaal klaar moeten zijn. Het museum is gevestigd aan de Kossuth Lajos ut, 100 m. voorbij de brug met de Dumtsja Jenö ut waar het Számos Marsepein museum zit. Het is even zoeken, want er zijn nog geen borden die naar het museum verwijzen, maar dat geldt ook voor de al in 2012 geheel gerenoveerde Kunst Molen (Müvészeti Malom) aan de Bogdányi u. 32, waar o.a. tentoonstellingen van hedendaagse kunstenaars uit Szentendre te zien zijn.
Natuurlijk is Szentendre daarnaast ook nog het toeristische stadje dat het de afgelopen decennia al was: mooie kronkelige straatje en kleine pleintjes, Servisch orthodoxe kerkjes, het uitzicht op de Donau (verbeterd nu de oude dijk is afgebroken), veel galeries, cafés en restaurants, en natuurlijk de onvermijdelijke maar inmiddels ontelbare winkeltjes met souvenirs en folkloristisch spulletjes.
Meer weten over Szentendre of Hongarije?
Koop "Hongarije, meer dan een reisgids" als e-boek of paperback. Verkrijgbaar bij onszelf (zie advertentie rechtsboven) of via Amazon Duitsland waar u ook een voorproefje op het boek kunt krijgen.