Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.
Showing posts with label art nouveau. Show all posts
Showing posts with label art nouveau. Show all posts

19 April 2018

Art nouveau op de fiets

foto Runa Hellinga
Ödön Lechner, Geologisch Instituut
Voor liefhebber van art nouveau (of jugendstil, zoals dezelfde stijl in het Duits wordt genoemd) heeft Boedapest zeer veel te bieden. De stad groeide vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw razendsnel, en toen art nouveau als nieuwe kunst- en architectuurstroming vanaf 1890 in heel Europa opkwam, kreeg die stroming ook in Hongarije de nodige populariteit. 
De secessie, zoals de stijl in Wenen en Hongarije werd genoemd, bood Hongaarse architecten als Ödön Lechner, Béla Lajta en Albert Kálmán Kőrössy de ruimte om na twee eeuwen van naäpen van klassieke stijlen als de gotiek, Griekse en Romeinse tempels en Italiaanse renaissance iets nieuws en eigens te ontwikkelen.
Vooral in Pest, op de oostelijke Donau-oever, vind je een schat aan Hongaarse secessie, van woonhuizen en scholen tot banken, baden en religieuze instellingen. Ze zijn niet alleen architectonisch interessant, maar vertellen ieder voor zich ook een verhaal over de ontwikkeling van de stad en zijn inwoners.
Wandelend kun je al veel van die gebouwen bezoeken. Maar een behoorlijk deel ervan staat een eindje weg van het centrum. Daarom is fietsen eigenlijk nog een betere manier om een beeld te krijgen van het rijke scala dat Boedapest op het gebied van art nouveau te bieden heeft. Onze art nouveau fietstocht slaat uiteraard de hoogtepunten in de binnenstad niet over, maar brengt je ook naar delen van de stad waar je als toerist normaal gesproken niet zo snel komt, maar waar juist op art nouveau gebied veel interessants te zien is. 

4 December 2016

Onbekend Boedapest: Kőbánya

Szent László-kerk, Kőbánya
De aan de zuidkant geleden arbeiderswijk Kőbánya/Kispest lijkt met zijn industriële geschiedenis niet de eerste plek om te bezoeken. Maar wie geïnteresseerd is in het werk van de bekendste Hongaarse jugendstil-architect Ödön Lechner vindt in deze wijk een zijn belangrijke ontwerp, de Szent László-kerk op het Szént László tér. De gebouw is een curieuze kruising tussen jugendstil (art nouveau, of szecesszió, zoals de stijl in Hongarije heet) en neogotiek. Dat komt omdat Lechner de afwerking van het gebouw overnam van de hoofdarchitect. Elek Barcza, die een neo-gotische kerk had ontworpen. Lechner had overigens iets anders in zijn hoofd. Maar zijn eerste ontwerp, een haast Byzantijns versierde kerk met centrale koepel, werd door de stad afgewezen als veel te oosters. Van binnen is de kerk vrij sober en vooral wit, al zijn de gebrandschilderde ramen, naar een ontwerp van Miksa Róth, de moeite waard.

Maar Kőbánya heeft meer te bieden. Een paar kilometer en één tramrit van de kerk vandaan staat bijvoorbeeld de fraaie oude Dreher-bierfabriek. De prachtige oude brouwerij met zijn enorme koperen vaten en kleurrijke jugendstilelementen is dagelijks open voor bezoekers. Aanmelden moet vooraf, via hun website. Tickets kosten pakweg 6 euro. Niet voor ouders met kleine kinderen overigens, want je moet minimaal achttien jaar oud zijn om aan de tour deel te kunnen nemem.

Kőbánya is ook de plek waar je  de Újköztemető, de grootste begraafplaats van Boedapest, vindt. De hoofdingang van het enorme, parkachtige gebied bevindt zich op de Kozma utca. Je vindt er prachtige, verstilde grafmonumenten. Omdat de graven niet geruimd worden, zijn oudere delen haast weer in bos veranderd waar je af en toe een grafsteen tussen ziet opdoemen. 
Maar de begraafplaats vooral bekend vanwege de percelen 298–301, waar in 1989 de helden van de opstand van 1956 plechtig werden herbegraven. Hier is het graf te vinden van Imre Nagy de hervormingsgezinde communist die in 1956 enigszins tegen wil en dank de leiding van de kortstondige regering van nationale eenheid op zich nam, en die daar in 1958 voor ter dood veroordeeld zou worden. Samen met zijn medebeklaagden werd Nagy opgehangen in de Kozmagevangenis die vlakbij de begraafplaats staat. Vervolgens werden ze in een massagraf net buiten de begraafplaats gedumpt. Hun plechtige herbegrafenis op 16 juni 1989 trok honderdduizenden belangstellenden en markeerde eigenlijk het begin van het einde van het communisme in Hongarije.
Foto Runa Hellinga
Graftombe op de Israelitische Begraafplaats
Naast de algemene begraafplaats bevindt zich, ook de op Kozma utca 6, de Israelitische Begraafplaats, de belangrijkste joodse begraafplaats van de stad. Er staan prachtige grafmonumenten, deels ontworpen door vooraanstaande joodse jugendstil-architecten zoals Béla Lajta, die hier overigens ook zelf begraven ligt. Op de Israelitische Begraafplaats bevindt zich ook een groot aantal massagraven waar na de Tweede Wereldoorlog slachtoffers van de Holocaust zijn herbegraven.

Ook Wekerle telep, een tuindorp uit het begin van de vorige eeuw, is een bezoek waard. De wijk werd in 1912 gebouwd op initiatief van minister Sándor Wekerle, die naar het voorbeeld van tuinsteden elders in Europa een sociale arbeiderswijk wilde creëren. De wijk bestaat uit villa-achtige gebouwen die verhullen dat de eigenlijke woningen tamelijk klein waren. Maar mensen hadden wel een tuin, er stonden fruitbomen en er was een hoop groen. Het centrale plein is een fraai voorbeeld van het werk van architect Károly Kós, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van een groep van architecten die zich vooral door de boerenkunst van Hongaarse dorpen in Transsylvanië lieten inspireren. De porten die toegang geven tot het plein doen sterk denken aan de poorten van Transsylvaanse boerderijen.




27 November 2014

Museum voor Toegepaste Kunsten: onbekend maakt onbemind

Hal van het museum
Met een beetje geluk kom je langs het Museum voor Toegepaste Kunsten als je van het vliegveld Boedapest binnenrijdt. Met zijn kleurige gevel en groene-gele koepel is het gebouw opvallend genoeg, maar decennia van verwaarlozing hebben het geen goed gedaan. Het gaat voor een deel verborgen achter een houten stellage die moet voorkomen dat voorbijgangers een vallend stuk gevel op hun hoofd krijgen en achter hoge bomen.

Renovatieplannen zijn er al eeuwig, en het is doodzonde dat het er maar niet van komt, want het museum is onmiskenbaar een van Boedapests meest opvallende jugendstilgebouwen. De verwaarloosde buitenkant wekt ook niet direct hoge verwachtingen over de tentoonstellingen binnenin. En dat is echt jammer, want het museum is zeker een bezoek waard.
Om te beginnen al vanwege het gebouw zelf, een vroeg ontwerp van Hongarije's belangrijkste jugendstilarchitect Ödön Lechner. Hij speelde een belangrijke rol in het debat dat in die jaren, eind negentiende eeuw, onder Hongaarse architecten woedde over de zoektocht naar een eigen, Hongaarse bouwstijl. Bij gebrek aan historische voorbeelden - de Hongaren waren per slot van rekening oorspronkelijk keen nomadenvolk met tenten en paarden - zocht Lechner zijn inspiratie aanvankelijk in Azië, waar de Hongaarse stammen ooit vandaan waren gekomen. Het museum, dat met zijn bogen en zuilen wel iets wegheeft van een oosters paleis, is daar een goed voorbeeld van.
Wie even langer kijkt, ziet achter stellage en bomen een rijk versierde gevel. Die versiering wordt nog duidelijker zichtbaar in het voorportaal. Binnen oogt het gebouw soberder. Het is weliswaar heel erg versierd met bloemenmotieven en oosterse bogen, maar al die versieringen zijn wit. Voor de oorlog was het kleurrijker, maar de restauratie van de oorlogsschade is destijds betrekkelijk simpel aangepakt. De combinatie van witte muren en een enorm glazen dak - een bouwkundig hoogstandje in die dagen - zorgt voor een hele lichte ruimte.

15 January 2013

Het belastingmuseum, een ommetje waard

Boedapest stikt van de kleinere musea die je als toerist snel zou overslaan. Ze zijn lang niet allemaal de moeite waard, maar soms vind je er kleine pareltjes. Zoals het Belastingmuseum. Niet dat de tentoonstelling zelf zo bijzonder is, maar het museum is gevestigd in een prachtige Jugendstil-villa, die kort na de vorige eeuwwisseling werd gebouwd door Miksa Schiffer, een rijke Hongaarse zakenman. Wie van Jugendstil houdt en op de Andrássy út is of in de buurt van het Heldenplein, doet er dan ook goed aan even een ommetje te maken naar de Munkácsy Mihály u. 19/B.
De villa springt niet direct in het oog, hij ligt een eind van de straat en aan de buitenkant zie je er ook niet zoveel bijzonders aan af. Het gaat het om het interieur, samen met het hele pand ontworpen door József Vágó, een van de vooraanstaande architecten van de Hongaarse jugendstil. Het gebouw was een "Gesamtkunstwerk": alle details, het hele interieur en alle meubels werden door Vágó bedacht.
Van dat meubilair is overigens weinig over: al wat los zat, is na de Tweede Wereldoorlog gestolen of verdween in andere musea. Eén kast wist het Belastingmuseum terug te krijgen uit het Museum voor Toegepaste Kunst. Maar de decoratie van het pand, van glas-in-loodramen tot smeed- en houtsnijwerk, maakt een bezoek de moeite waard. Voor een uitgebreider verhaal daarover, zie 'Een huis vol vogels' op het blog Scribbles from Hungary.
Het aardige van het Belastingmuseum is dat het op maandag open is, als de meeste andere musea dicht zijn en dat het 's ochtends al om acht uur open gaat, ruim voor andere musea hun deuren openen. Daar staat tegenover dat het op zondag dicht is. Het is te bezoeken op maandag tot en met donderdag van van acht tot vier, vrijdag van acht tot twee uur en zaterdag van tien tot vier. Bij de ingang liggen Engelstalige folders met informatie over de tentoonstelling en over het pand zelf.
Vlakbij het Belastingmuseum vind je ook nog de Kogart Galerie, een museum voor moderne kunst, en het Zelnik-goudmuseum.