Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

18 April 2016

Folklore in de stad

Foto Runa Hellinga
Volksdans bij Araz
Eerlijk is eerlijk, ook in Hongarije lopen nog maar heel weinig mensen in hun dagelijkse leven in klederdracht. Toch neemt folklore in de Hongaarse cultuur een grotere plek in dan in Nederland. Volksdansen is een populair tijdverdrijf  en duizenden jongeren gaan iedere week naar een táncház, danshuis, om daar Hongaarse, maar ook buitenlandse dansen te leren. Op markten en festivals zie je altijd handwerkslieden die oude ambachten beoefenen en mensen die aarde- en borduurwerk met folkloristische motieven verkopen. De kopers zijn zeker niet alleen toeristen, ook bij Hongaren vinden dat soort spullen gretig aftrek. En veel toeristen associëren Hongarije vooral met folklore. Wie ernaar op zoek is, kan in de Hongaarse hoofdstad zeker aan zijn trekken komen.

Dans en muziek

Om te beginnen met dans. In Boedapest zijn maar liefst drie professionele folkloristische dansensembles, het Hongaarse Staats Dansensemble, het Danube Volksdansensemble en het Hongaarse Volksmuziek en Dansensemble. Ze treden alle drie regelmatig op. Meer info is te vinden op de site van Budapestfolk, waar ook kaarten gereserveerd kunnen worden. De site biedt ook combinatiepakketten aan, zoals een Donau cruise met diner na afloop van de voorstelling. Ons advies: doe dat liever niet, het eten aan boord is niet geweldig.

Wie een voorstelling van anderhalf uur wat lang vindt, kan iedere vrijdag terecht in restaurant Araz, waar tussen zeven en tien een volksmuziekgroep optreedt, met om acht uur een klein half uur een optreden van enkele dansers. Leuk is dat de band ook enige uitleg over de muziek en de dansen geeft. Gelijktijdig organiseert het restaurant een buffet waar je een groot deel van de klassieke Hongaarse gerechten bij elkaar aantreft, van Hongaarse gulyás en meerval in paprikasaus tot Gundel-flensjes. Kosten voor het buffet en het programma, inclusief een glas palinka en twee glazen Hongaarse wijn: 10.000 forint, een kleine dertig euro.
Wie het vooral om de muziek gaat, of wie liever geen buffet wil, maar gewoon a la carte wil kunnen kiezen, vindt hier een overzicht van restaurants met zigeunermuziek.

Zelf dansen kan ook. In de Sztregova utca 3 in het elfde district zit het Fono Budai Zeneház (Muziekhuis). Iedere woensdag hebben ze een danshuis, met wisselende bands, dansleraren en zangers. Het danshuis is open vanaf half zeven (later komen kan ook, en je hoeft niet de hele avond te blijven). Kosten: 1000 forint, en 500 als je na achten komt. Zie hier voor meer info. Fono heeft ook de rest van de week trouwens allerlei programma's, van jazz en zigeunerdansen tot internationale muziek en danshuis-bijeenkomsten.

Voor wie op zoek is naar CD's of bladmuziek, op het Deák tér 4, in het hart van Pest, zit de Kaláka Zenebolt, de Kaláka muziekwinkel. Ze zijn gespecialiseerd in volksmuziek (niet alleen Hongaars) en verkopen CD's, DVD's en bladmuziek. Ze hebben ook een website, maar die is helaas alleen in het Hongaars. Een uitdaging voor Google Translate, dus.

Museum

Het Museum voor Volkskunst op het Kossuth tér, tegenover het parlement, is de plek om heen te gaan voor degenen die iets meer willen weten over de achtergronden van de Hongaarse folklore en volkscultuur. Het gebouw waarin het museum gevestigd is, is op zich al een bezoek waard. Het eindigde op de tweede plaats toen in de negentiende eeuw een wedstrijd werd uitgeschreven voor een ontwerp van het parlement. De winnaar staat in vol ornaat aan de overkant van het plein, de tweede keuze werd in kleiner formaat alsnog gebouwd, in eerste instantie als onderkomen voor het Hongaarse Hoge Gerechtshof.

Souvenirs

Overal in het centrum vind je winkels die Hongaars borduurwerk, geschilderde paaseieren en andere folklore-souvenirs aanbieden, van absolute ramsj tot hoogwaardig handwerk. Een lijst van goede zaken is nauwelijks te maken. In de regel geldt wat overal in de wereld geldt, voor souvenirs en voor koffie: hoe toeristischer de straat, hoe hoger de prijzen.
Vooral aan de rand van het centrum zie je, vaak bij metrohaltes zoals op het Széll Kálman tér, vrouwen uit Transsylvanië in klederdracht die geborduurde tafelkleden en dergelijke verkopen. Ook daar geldt: soms is het absolute ramsj, soms prachtig. In tegenstelling tot de winkels valt bij de vrouwen te onderhandelen.
Onderhandelen kan soms, maar lang niet altijd, ook  bij de kramen op de eerste verdieping van de Grote Markt,Vámház krt. 1-3, misschien wel de beste plek om heen te gaan als je 'typisch' Hongaarse souvenirs zoekt. Zondag dicht, dat wel.
Voor Hongaarse folklore met een moderne inslag is Magma, een designwinkel op de Petöfi Sándor utca 11 de plek om heen te gaan. Ze verkopen hun producten ook via het internet.



 


27 March 2016

De uitkant van Boedapest, april

Vanaf 22 april: Picasso in de Nationale Galerie
Vanaf nu iedere maand op Boedapest op Maat: de Uitkant van Boedapest, een overzicht van wat er de komende maand te doen is in de stad. Met festivals, voorstellingen, tentoonstellingen, concerten, plus pop en jazz.

Hoogtepunt deze maand is zonder enige twijfel de opening van de grote overzichtstentoonstelling van Picasso in de Nationale Galerie op de Burcht. Er zijn meer dan honderd werken te zien, van schilderijen en tekeningen tot keramiek en beeldhouwwerk. De werken komen uit het Musee Picasso in Parijs, dat 74 werken heeft uitgeleend. en uit andere musea in Europa en daarbuiten. Ook het Ludwig Museum in Boedapest heeft bijgedragen tot de tentoonstelling. Leidende draad in de tentoonstelling is de wijze waarop de figuratieve voorstellingen in Picasso's werk zich in de loop van zijn zeventigjarige carrière hebben ontwikkeld.

Tentoonstellingen

Nationale Gallerie (MNG)
Op 22 april opent de tentoonstelling Picasso - Transfigurations, 1895-1972. Voor meer info, zie bovenaan.
Daarnaast van de Nationale Gallerie een uitgebreide collectie Hongaarse kunst (o.a. Hongaarse romantische schilders, impressionisten en modernen) en een interessante tijdelijke tentoonstelling over de Russische Avant Garde kunst uit de jaren 1910 en 1920, met o.a. werk van Malevich, Kandinsky, Rodchenko, El Lissitzky, Goncharova en Larionov.
Kijk hier voor een overzicht van alle lopende tentoonstellingen.
Buda 1, in het Paleis

Ludwig Museum voor Moderne Kunst

Fan Passion is een en tentoonstelling die het gedrag bekijkt van popfans in de hoogtijdagen van de rock. Fans schreven brieven, wisselden fotos uit, ontwierpen posters, publiceerden blaadjes, namen concerten op en decoreerden casettedoosjes (vanaf 16 april).
Met de nieuwe vaste collectie, getiteld Ludwig 25, wordt het 25-jarig bestaan van het museum gevierd met een chronologisch overzicht van de ontwikkeling van de moderne kunst in Hongarije en andere Oost-Europese post-communistische landen sinds 1989. 
Pest IX, Komor Marcell u. 1, www.ludwigmuseum.hu

Várkert Bazár
Op 17 april is de laatste dag van de overzichtstentoonstelling van het werk van József Koszta (1861–
1949). Hij specialiseerde zich vooral in het weergeven van het boerenleven. Zijn kleuren doen denken aan de expresionistische fauvisten, terwijl zijn late werk opvallend modernistisch is.
Buda 1, Miklos Ybl tér, www.varkertbazar.hu

Mücsarnok (Kunsthal)
Een tentoonstelling met het werk van de Amerikaanse persfotograaf Steve McCurry, bekend van o.a. het Afghaanse meisje met de felle ogen. 
Pest XIV, Heldenplein, www.mucsarnok.hu

Fotomusea
Het Capa Photo Center en het Mai Manó Huis liggen op steenworp afstand van elkaar, beide op de Nagymező utca, een zijstraat van de Andrássy út.
In het Capa is de 34ste Hongaarse Persfoto Tentoonstelling te zien, met alle prijswinnaars  in diverse categorieën. In het Mai Manó hangt tot 3 April nog een selectie uit de collectie foto’s van de Hongaarse acteur en theaterregisseur Robert Alföldi.
Capa Photo Center, Pest VI, Nagymező u.8, www.capacenter.hu
Mai Manó Huis, Pest VI, Nagymező u. 20, www.maimano.hu

Museum van Toegepaste Kunst
Het extravagante gebouw met zijn kleurige dak is ontworpen door de vader van de Hongaarse jugendstil (szecesszió)  Ödön Lechner en alleen vanwege de architectuur al een bezoek waard. De permanente tentoonstelling is geheel vernieuwd en bevat onder meer buitengewone jugendstil objecten. In een korte film ziet u ook de  plannen voor de reconstructie van het nu nog zeer vervallen museum.
Pest IX, Ülloi u. 33-37, www.imm.hu

Etnografisch Museum
Een tentoonstelling over de geschiedenis van het reizende Kerstspel en hoe deze folkloretraditie in Hongarije in de loop der tijd is veranderd. 
Pest V, Kossuth tér 12, www.neprajz.hu

20 March 2016

Kaartautomaten voor het openbaar vervoer

Enkele reis en maandkaart
Wie in Boedapest met tram of bus wil reizen, heeft natuurlijk een geldig kaartje nodig. Gelukkig zijn die niet echt moeilijk te kopen, want bij zo'n 300 tram- en bushaltes en metrostations vind je automaten die niet alleen losse kaartjes leveren, maar ook het rijke aanbod aan andere vervoersbewijzen dat het lokale openbaar vervoer in de aanbieding heeft, zoals dagkaarten, weekkaarten en maandkaarten. De automaten zijn tweetalig en betalen kan zowel met contant geld als met een kaart. De automaat geeft eventueel ook een factuur (maar bezin eer je begint, want dat betekent dat je een adres, bedrijfsnaam en weet ik wat moet invullen). Er is één probleem: door het enorme aantal opties (inclusief die eventuele factuur) zijn de automaten niet echt simpel te bedienen.
Maar geen nood, ook het openbaar vervoerbedrijf schijnt zich te realiseren hoe gecompliceerd hun automaten zijn, en wie wil, kan daarom vooraf via deze website op een virtuele automaat oefenen. Dat lijkt idioot, maar helemaal overbodig is die oefening niet, want zelfs Hongaren willen nog wel eens moeite met die automaten hebben. Voor toeristen zijn twee knoppen belangrijk: de heldergroene optie 24h linksonder, waarmee je direct een dagkaart die 24 uur geldig is koopt. Rechts op datzelfde scherm is een grotere knop met de optie andere tickets en passen. Als je die aanklikt, zie je links onder weer een optie: 24h 'day based travel cards'. Daarachter verschuilen zich zowel de dagkaarten als groepsdagkaarten, 72-uurskaarten en de weekkaarten. Wie er desondanks niet uitkomt, kan altijd nog naar een van de loketten gaan die te vinden zijn bij de grotere metrostations.

Zoals gezegd, het aantal opties is enorm, maar bij deze een overzicht van de kaartjes waar je als toerist iets aan hebt:

-Wie onder de zes of boven de 65 is, reist gratis.

- Alle kaartjes en abonnementen zijn geldig op het hele openbaar vervoer, dus de bus, de metro, de tram, HÉV, tandradbaan en de trolleybus. BKK-kaartjes zijn niet geldig op de funiculair, het lifttreintje naar de Burchtheuvel. 
Door de week gelden de dag- en weekkaarten, net als abonnementen, ook op de boten van de BKK. Let op: gewone enkele ritten gelden niet op de BKK-boot, daarvoor bestaan aparte, duurdere bootkaartjes (750 forint, 500 forint voor kinderen)). In het weekend heeft iedereen zo'n apart bootkaartje nodig. 

- Een enkel kaartje kost 350 forint. Bij iedere keer overstappen moet je opnieuw afstempelen. Kinderen vanaf 6 jaar betalen de volle mep.

- Een tienrittenboekje kost 3000 forint. Met de invoering van de nieuwe kaartjes krijg je overigens geen boekje meer, maar tien losse kaartjes, en is de verplichting om alle kaartjes bij elkaar te houden, vervallen.

15 March 2016

Vijf keer een ster

Tanti
Een soort fabriekshal in een klein winkelcentrum in een woonwijk ergens buiten het centrum, een interieur van simpele tafeltjes en keukenstoelen: restaurant Tanti op het Apor Vilmos tér in het twaalfde district in Boedapest lijkt een tamelijk onwaarschijnlijke kandidaat voor een Michelinster. István Pesti, de toenmalige chefkok van het restaurant, werd dan ook totaal overvallen toen Tanti maart vorig jaar het bericht kreeg dat het een ster had gekregen. Niemand had daarop gerekend, Pesti al het minste: het restaurant was pas een half jaar open, maar eigenlijk liep hijzelf op dat moment al rond met het plan om een restaurant buiten Boedapest te beginnen.
Vanwege de ster stelde hij dat voornemen nog even uit, maar Tanti moet het inmiddels doen zonder de kok waaraan het die onderscheiding te danken heeft. Maar ook de nieuwe kok wist de lat hoog te houden en Tanti staat nog steeds op de groeiende lijst van Michelin-sterrenrestaurants in Boedapest. Dat zijn er sinds dit jaar vijf, waaronder twee van dezelfde eigenaar: Costes en Costes Downtown.
Tanti's ster heeft weinig veranderd aan de eenvoudige allures van het restaurant, dat zich oorspronkelijk vooral op lokaal publiek richtte. De website is uitsluitend in het Hongaars, maar is op hun Facebookpagina wel een Engelstalig menu te vinden, met gerechten die uitblinken door hun simpele omschrijving: 'kabeljauw (broccoli, sesam)' en 'aardappel (pruim, kaneel)'. Tanti is een van de goedkopere Michelinster-restaurants van de stad: voor veertig euro heb je een driegangendiner en voor een tientje meer de bijpassende wijnen.
Costes Downtown, in de Vigyázó Ferenc u. 5, is het jonge broertje van Costes, het oudste restaurant in Boedapest met een Michelinster. Downtown is gevestigd in een hotel en is opgezet als een bistro. Net als Tanti heeft het in verrassend korte tijd een Michelinster weten te halen, wat veel zegt over het restaurant, maar ook over de culinaire vernieuwing die in Boedapest gaande is. Costes Downtown opende in juni vorig jaar zijn deuren en kreeg begin maart zijn ster. Het restaurant heeft een drie gangen businesslunch voor 6900 forint, 22 euro, waarschijnlijk het betaalbaarste menu dat je in een Michelinster-restaurant kunt vinden. De fijnproeversmenu's in de avond beginnen vanaf 19000 forint (ruim zestig euro) voor vier gangen (28500 forint met bijpassende wijnen) en bieden gerechten als auberginesoep met boekweit en mangold, gegrilde kwartel met spinazie en groene linzen en geroosterde varkenshaas met asperges en daslook.

4 March 2016

Wijnkelders bij de stad

Foto Runa Hellinga
Kelder van wijnhuis Rokusfalvy
Er was een tijd dat je echt met een bocht om Hongaarse wijnen heen kon lopen. Dat was toen de goede oude Sovjet-Unie zo ongeveer de hele Hongaarse wijnproductie ongezien opkocht. Smaak deed er niet toe, als er maar alcohol in zat. In Nederland liep je af en toe tegen een fles 'Stierenbloed' (Egri Bikavér) aan waar je mond van vertrok, en dan had je nog de dessertwijnen uit Tokaj die hun roem aan hun vooroorlogse jaren te danken hadden. Hongaren zelf dronken vooral zoete wijn, die in grote plastic kannen werd verkocht. Of product uit eigen tuin, dat soms prima, soms aanzienlijk minder smaakte.
Dat is veranderd. Sinds midden jaren negentig is in Hongarije een groeiend aantal kleine wijnboeren actief die het vak door schade en schande en door opleidingen in landen als Frankrijk, Italië of Oostenrijk hebben geleerd. Bekendere wijngebieden als Villány, de Badacsony, Eger en Tokaj produceren wijnen die op de wereldmarkt mee kunnen doen. Alleen zijn die gebieden ver van Boedapest. Niets voor een dagtrip voor wijnliefhebbers die de hoofdstad aandoen. 
Maar twintig kilometer van Boedapest ligt Etyek, een fraai dorpje in het hart van een wijngebied dat zich in snel tempo aan het ontwikkelen is. Rond Etyek wordt vooral witte wijn geproduceerd. De streek is onder meer bekend vanwege zijn Irsai Olivér, een vroeg rijpende Hongaarse druif die oorspronkelijk als tafeldruif werd gegeten. De druif levert een fruitige, droge wijn die prettig weg drinkt en steeds populairder wordt bij restaurants. 
Etyek is gelijktijdig een oud en een jong wijngebied. Je vindt er wijnkelders van twee eeuwen geleden. Maar de wijnhuizen die er nu actief zijn, zijn zelden veel ouder dan vijftien, twintig jaar. Er is één uitzondering en dat is ook meteen het grootste bedrijf in de regio: de firma Törley, producent van pezsgő, mousserende wijn. Törley werd in 1882 opgericht, overleefde het communisme en heeft nog steeds grote wijngaarden in de regio rond Etyek. Maar de kelder van dat bedrijf bevindt zich niet in het gebied, maar in Budafok, aan de zuid-kant van Budapest aan de Donau.
Wijntoerisme is een tak die maar aarzelend op gang komt in Hongarije, en Etyek is daarop geen uitzondering. De meeste wijnhuizen zijn kleine familiebedrijven van een paar hectare en niet echt ingesteld op zomaar langskomende toeristen. Vaak moet je een bezoek vooraf regelen. Maar een groeiend aantal wijnhuizen is in ieder geval enkele dagen per week open voor langskomende bezoekers.

10 February 2016

Van en naar het vliegveld: taxi, bus of minibus?

Liszt Ferenc Airport
Taxi, minibus, gewone bus? Een trein heeft het vliegveld niet, maar wie op Liszt Ferenc Airport in Boedapest landt, heeft keuze te over om de stad in te komen. En vreselijk duur hoeft het niet te zijn.
Voor veel mensen is de taxi de meest voor de hand liggende oplossing, zeker als je met een paar mensen bent. Jaren geleden leek het voor de ingang van het vliegveld een beetje op het wilde westen, met taxichauffeurs die elkaar verdrongen om de aandacht van de passagiers te trekken, en als je pech had, kon de rekening bij het hotel wel eens de eerste tegenvaller van de vakantie worden. Maar die tijden zijn voorbij. Tegenwoordig is er nog maar één taxibedrijf, Fötaxi, Voor de meeste bestemmingen in Pest komt een rit op rond 5900 tot 6500 forint (22 tot 24 euro) uit.
Je kunt de taxi in euro's betalen, maar het is voordeliger om in het vliegveld geld in de aankomsthal achter de douane te pinnen, wat met iedere pinpas kan.  Contante euro's wisselen is op het vliegveld af te raden, de wisselkoers is er buitengewoon ongunstig. Met een pinpas kun je ook in veel winkels gewoon betalen.
Geld pinnen is zeker nodig voor de goedkoopste optie om de stad in te komen: de stadsbus 200E, die stopt tussen de aankomsthallen van 2A en 2B. Buskaartjes zijn verkrijgbaar bij de balies van het openbaar vervoerbedrijf BKK en bij de automaat bij de bushalte. Losse kaartjes kosten 330 forint. Wie vaker van het openbaar vervoer gebruik wil gaan maken, kan meteen op het vliegveld al een dag- of weekkaart kopen (klik hier voor een overzicht van alle kaartsoorten). Kaartjes zijn ook in de bus te koop, maar dan zijn ze duurder. De bus rijdt naar het metrostation Kőbánya. Van daaraf gaat metro M2 de stad in. Hou er bij het gebruik van losse kaartjes rekening mee dat je bij iedere keer dat je overstapt, een nieuw kaartje moet afstempelen.
Bus 200E rijdt tussen vier uur 's ochtends en 11 uur 's avonds. Wie heel laat arriveert, kan gebruik maken van een nachtbus, maar tegen die tijd is de taxi waarschijnlijk een betere optie, vooral omdat je ook bij de nachtbus een keer moet overstappen om de stad in te komen. Stadsbus 200E doet ook het treinstation Ferihegy aan, maar dat is nauwelijks interessant voor mensen die naar het centrum moeten. Alleen wie buiten Boedapest moet zijn, zal daar mogelijk iets aan hebben.

24 January 2016

De stad uit

Wie slechts een lang weekend in Boedapest is, zal waarschijnlijk weinig behoefte hebben om er eens uit te gaan, want er is genoeg te beleven in de stad zelf, Maar voor wie wat langer blijft, of voor wie toch wil zien hoe Hongarije er buiten de hoofdstad uitziet, hier een paar tips voor dagtochten de stad uit.


Foto Runa Hellinga
Szentendre
Waarschijnlijk het meest bekende uitstapje is een bezoek aan het stadje Szentendre, gelegen aan de Donau, een kilometer of tien noordelijk van Boedapest. Szentendre werd ooit gebouwd door Serviërs en heeft onder Hongaren faam vanwege zijn haast mediterrane architectuur. Helaas is Szentendre de afgelopen jaren een beetje verworden tot het Volendam van Hongarije, en het hele dorpscentrum is overgenomen door de toeristenindustrie. 
Het pittoreske stadje ontwikkelde zich eind jaren twintig tot een kunstenaarskolonie en meerdere musea, waaronder het Ferenczy Museum en het Margit Kovácsmuseum, besteden aandacht aan die periode. Interessant, vooral voor mensen die nog nooit een orthodoxe kerk van binnen hebben gezien, is het museum in de kleine Servische kerk op het centrale plein. Gebruikt wordt het kerkje niet meer, in tegenstelling tot de orthodoxe kerk op de heuvel. Die is helaas niet altijd open, maar als hij wel open is, is hij zeker een bezoek waard.
Szentendre is gemakkelijk te bereiken, met de H5 HÉV, een soort kruising tussen een tram en een trein, die vanaf het Batthyány tér in Boeda vertrekt (wel even opletten, want een deel van de treinen rijdt niet verder dan de nieuwbouw Békásmegyer). Fietsen naar Szentendre is ook mogelijk, al gaat die tocht door dezelfde buitenwijk.

Een minder toeristisch alternatief voor Szentendre is een bezoek aan het stadje Vác, ook noordelijk
foto Runa Hellinga
Mummiemuseum, Vác
van Boedapest en gelegen aan de andere Donau-oever. Het is een mooi barok stadje met een in de afgelopen jaren goed gerestaureerd centrum en een mooie boulevard en een park langs de rivier met uitzicht op de bergen van de Donaubocht. Er zijn een aantal leuke restaurants en twee musea die zeker het bezoeken waard zijn: het museum gewijd aan de mummies die midden jaren negentig in een crypte onder het centrale plein werden gevonden, en de collectie schilderijen van Gyula Hincs, die ook wel omschreven wordt als de Hongaarse Picasso. Vlak onder Vác is een natuurgebied aan de Donau met een fietspad en een (kort) wandelpad door het rivierbos. 
De makkelijkste manier om naar Vác te komen is met de trein vanaf het Nyugatistation. Ieder uur om zeven over het hele uur gaat een sneltrein die er 25 minuten over doet. Vanaf het station is het vijf minuten lopen naar het centrum.