Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

30 November 2017

National Galerie is zeker een bezoek waard

Foto Runa Hellinga
Toegestane kunst uit de jaren zestig
Met drie musea (het Museum voor Schone Kunsten, het Museum voor Toegepaste Kunst en het Etnografisch Museum) die wegens renovatie of nieuwbouw gesloten zijn, begint het museumaanbod in Boedapest wat dun te worden. Maar het museum dat voor kunstliefhebbers misschien het meest de moeite waard is om te bezoeken, de Nationale Galerie in het paleis op de Burchtheuvel, is gelukkig (nog) open.
Nog, want er zijn grootse plannen voor de bouw van een nieuwe museumwijk en bovendien voor de restauratie van het paleis, dus het zit er dik in dat de Nationale Galerie op zeker moment een tijd gesloten zal zijn. Maar tot die tijd: als je maar één museum wilt bekijken in Boedapest, zou ik dit bovenaan zetten.
Niet zozeer omdat er zoveel beroemde schilderijen hangen, maar juist omdat er zoveel onbekende schilderijen hangen. Dat zegt niets over de kwaliteit van de werken, maar wel over de Hongaarse (kunst-)historie. Decennialang ging het museumbeleid gebukt onder totale passiviteit. Tijdelijke tentoonstellingen, samenwerking met buitenlandse musea, het was er allemaal niet bij.
Het gevolg is dat namen als Tivadar Csontváry. József Rippl-Rónay of Károly Ferenczy niemand wat zeggen, al zou dat zeer waarschijnlijk geheel anders liggen als ze elders in musea hadden gehangen. Kortom, de Nationale Galerie is niet de plek om heen te gaan om eindelijk samen met 1000 Japanners de Mona Lisa te bekijken, maar wel om, in betrekkelijke rust, kennis te maken met onbekende meesterwerken.
Dat is aan het feit dat het museum zijn tentoonstellingen de afgelopen jaren drastisch heeft verbeterd. Niet alleen hangen de schilderijen beter, maar de vaak uitgebreide begeleidende informatie plaatst de kunst in zijn tijd en is bovendien ook nog in uitstekend Engels geschreven, wat lang niet altijd het geval is in Hongaarse musea.
De vaste collectie loopt van middeleeuwse Gotische altaarstukken over late renaissance en barok tot aan Hongaarse kunst na 1945. Zeer de moeite waard is de geheel vernieuwde tentoonstelling van negentiende eeuwse schilderkunst, de bloeitijd van de Hongaarse schilderkunst.
Foto Runa Hellinga
Catalogus Péter Korniss
Daarnaast zijn er momenteel twee tijdelijke tentoonstellingen die zeer de moeite waard zijn. Tot 7 januari is er een tentoonstelling van de foto's van Péter Korniss. Onder de titel 'Voortgaande herinneringen' geeft de tentoonstelling een overzicht van Korniss foto's van 1976 tot nu. In de eerste jaren concentreerde hij zich erg op het leven in de Hongaarse dorpen in Roemenië. Het zijn beelden die grotendeels net zo goed twee eeuwen genomen hadden kunnen zijn: vrouwen in klederdracht, vaak nog op blote voeten, in de winter in hoge laarzen ploeterend door de modder, in de hooitijd met vrachten hooi op de rug. 
Een andere serie volgt het leven van Hongaarse arbeiders en dorpelingen in de communistische tijd, terwijl een van zijn laatste series teruggrijpt naar de oudste foto's: de meisjes van toen, die, nog steeds in klederdracht, vaak in Boedapest als schoonmaakster werken. Voor veel Hongaren zijn de foto's een feest van herkenning, voor buitenlanders is het verbazingwekkend hoe kort geleden dit alles eigenlijk is.
De tentoonstelling 'Within Frames' (tot 18 februari)  geeft een overzicht van Hongaarse kunst tussen 1958 en 1968. Het was een tijd waarin Hongarije zich ontwikkelde van een Stalinistische dictatuur tot wat later vaak de vrolijkste barak in het communistische kamp werd genoemd, een land waar aanzienlijk meer was toegestaan dan in andere Oostbloklanden, zolang mensen zich maar aan de door de partij vastgestelde kaders hielden: een beetje kritisch zijn mocht, maar bepaalde onderwerpen waren taboe. De tentoonstelling wordt dan ook bepaald door de drie t's: Tiltott, Tűrt, Támogatott, ofwel Verboden, Getolereerd en Ondersteund. De verboden kunst was alleen zichtbaar op private tentoonstellingen die maar vaak maar een paar dagen hingen tot de geheime dienst optrad. 

8 November 2017

Metro Boedapest in de verbouwing

Metro M3
Het was hoogste tijd, maar daarom niet minder lastig: sinds 4 november wordt serieus gewerkt aan de renovatie van de blauwe metrolijn M3. Het is de langste metrolijn van Boedapest, en bovendien de lijn die toeristen gebruiken als ze met het openbaar vervoer naar het vliegveld willen reizen, dus als bezoeker van Budapest loop je grote kans er ook mee te maken te krijgen.
De metro ligt er, op dit moment althans, niet helemaal uit. Dat wil zeggen, door de week overdag rijdt het grootste deel van de lijn. Alleen het laatste, noordelijke stuk tussen eindhalte Újpest en Lehel tér is geheel gesloten. Toeristen zullen daar niet veel last van hebben, want het betreft een deel van de stad waar ze zelden komen. 
Maar 's avonds na 20.30 uur en het hele weekend ligt de hele lijn er compleet uit, en dat betekent voor toeristen die op zondag naar het vliegveld willen dat ze geen gebruik van de lijn kunnen maken. Als de metro niet rijdt, zijn er overigens wel vervangende bussen (pótlóbusz), maar die rijden door het stadsverkeer en zijn daardoor automatisch een stuk langzamer dan de metro zelf. Daar staat tegenover dat die vervangende bussen af en aan rijden, je hoeft er zelden meer dan een minuut of twee op te wachten. 
Gelukkig zijn er alternatieven voor mensen die liever niet op een dure taxi aangewezen zijn om naar het vliegveld te gaan. Sinds juni rijdt er ieder half uur vanaf het Deák tér in het centrum van Pest een bus direct naar het vliegveld. De vertrektijden vanuit de stad zijn op het hele en het halve uur. Vanaf het vliegveld vertrekt de bus op sommige uren om kwart voor en kwart over, op andere uren om tien over half en tien over het hele uur. Het kaartje is met 900 forint wel wat duurder dan de gewone metro en bus samen kosten en met de gesloten M3 is de kans groot dat die bus in het weekend erg druk is. 
Een andere optie is de trein. In het weekend gaat er vier keer per een trein vanaf het Nyugati-station richting 'Ferihegy' of 'airport' (en verder). Door de week rijden er meer, pakweg zes per uur. Een beetje afhankelijk van de trein duurt de rit tussen de 20 en de 25 minuten. Een waarschuwing is wel op zijn plaats: twee van die vier of zes treinen zijn intercity's waar je formeel een aanvullend sneltreinkaartje voor moet hebben. Wie daar zonder zo'n kaartje opstapt, loopt een risico op problemen met de conducteur. Kosten: 465 forint, pakweg anderhalve euro, voor een gewoon kaartje, en 615 forint, 2 euro voor de intercity. 
In tegenstelling tot wat de informatieborden doen vermoeden, stoppen de treinen niet echt bij de luchthaven, maar bij Ferihegy, de oude terminal 1 die sinds enkele jaren niet meer voor gewoon vervoer wordt gebruikt. Dat is ook de naam die de borden op het perron vermelden. Direct buiten het treinstation stopt bus 200E, de gewone bus naar het vliegveld. Die bus rijdt iedere zeven tot tien minuten.

5 November 2017

Herfstwandelingen in Boedapest


Uitzicht vanaf de Gellértberg
De herfst is, samen met het voorjaar, eigenlijk de perfecte tijd om Boedapest te bezoeken. September en oktober hebben meestal prachtig nazomerweer, met koele ochtenden, maar zeer aangename temperaturen overdag. De Hongaren noemen de oude-wijven-zomer. En bij dat mooie herfstweer horen ook prachtige herfstkleuren. November is weliswaar koeler, maar kent vaak ook nog hele mooie dagen. Bij deze een paar plekken in Boedapest waar het najaar op zijn mooist is.


Foto Runa Hellinga
Kerepesi Begraafplaats
Prachtig, en midden in de stad is het park op hellingen van de Gellértberg, het makkelijkst te bereiken bij het Gellérthotel bij de Szabadságbrug. Het park strekt zich uit rond de heuvel. Niet zo ver van het hotel is een speeltuin met gigantische glijbanen, een prima plek om met kinderen heen te gaan. Wie en beetje meer naar rechts aanhoudt, komt terecht op een pad dat helemaal omhoog voert naar het Vrijheidsbeeld en de citadel, vanwaar je een geweldig uitzicht over de stad hebt. Op zeker moment splitst dat in een pad omhoog, naar de citadel, en een pad naar rechts, in de richting van de Erzsébet brug. De wandeling naar rechts biedt een prachtig uitzicht over de Donau en eindigt bij het Gellért-monument, van waar je zonder al te veel problemen naar de Burchtheuvel kunt lopen. Jammer genoeg zijn de paden niet gemarkeerd, maar echt fout lopen kun je niet. Ze zijn ook niet moeilijk te begaan, alleen bij tijd en wijle wel redelijk stijl (met trappen), en daarom minder geschikt voor mensen met een slechte conditie.

Ook het Margit Eiland is een goede plek voor romantische wandelingen: de vele bomen, de rivier om je heen, het zicht op de overkant. Er zijn diverse plekken waar je wat kunt eten en drinken en vergeet niet langs te gaan bij de muziek fontein vlakbij de Margit Brug die nog tot 31 oktober werkt. De fontein speelt op gezette tijden (10:30am en 6, 7:30, en 9pm) allerlei soorten muziek, van Vivaldi en Brahms tot Simon&Garfunkel en de Rolling Stones.

Misschien niet ieders pakkie-an, maar juist in de herfst erg de moeite waard is een wandeling over de Heldenbegraafplaats (Kerepesi temető) op de Fiumi ut. Het is de plaats waar alle beroemde Hongaren begraven liggen. Je vindt er prachtige grafmonumenten en rijk versierde mausolea, omringd door een park met enorme bomen. Regelrecht romantisch wordt de begraafplaats met Allerzielen, als Hongaren de graven van hun geliefden bezoeken en versieren met bloemen en kaarsen.

Foto Runa Hellinga
Normafa
Tenslotte kun je natuurlijk fantastisch wandelen op Normafa (De boom van Norma), de favoriete plek voor zondagmiddag wandelingen van veel Boedapesters. Bij de parkeerplaats/bushalte (bus 21) liggen een paar grote weides vanwaar je een fabuleus uitzicht hebt over de hele stad. Paralel aan de straat een stukje het bos in loopt een makkelijk begaanbaar pad naar de Erzsébet uitkijktoren en de János heuvel een paar kilometer verderop, en weer terug. Wie niet terug wil lopen, kan bij de Janoshegy ook de stoeltjeslift omlaag nemen (bij het benedenste station vertrekt een bus naar de stad). Wie langer wil lopen, kon vanaf Normafa urenlang wandelen via een uitgebreid netwerk van gemarkeerde wegen.Wie aan het eind honger heeft, kan terecht bij het oude Ski huis (Sí ház), tegenwoordig Norma Kert restaurant (bij de parkeerplaats) voor een stevige bonensoep en een glas Glühwein.

31 August 2017

Weg van het massatoerisme: Óbuda

Viktor Vasarely
Een beetje zoals Buda voor de komst van het massatoerisme, zo voelt het oude centrum van Boedapests noordelijke stadsdeel Óbuda. Verborgen tussen de afritten van de Árpád-brug en hoge communistische flatwijken liggen aan beide zijden van de brug nog restanten van wat eigenlijk de oudste wijk van de stad is, met straatjes en pleinen met barokhuizen, een enkel restaurant en een opmerkelijk aantal musea. En het is eigenlijk heel makkelijk te bereiken: neem vanaf het Battyány tér of de Margitbrug de HÉV, de bovengrondse metro die naar Békásmegyer of Szentendre gaat en stap uit bij het Szentlélek tér (afhankelijk van waar je instapt drie of vier haltes).
Je vindt in Óbuda geen souvenirwinkels, geen groepen Japanners met selfiesticks, geen tourbussen. Wel af en toe een filmcrew die dankbaar gebruik maakt van een decor dat decennia geleden lijkt te zijn bevroren. En, zoals gezegd, je vindt er een opmerkelijk aantal musea, vijf stuks maar liefst, niet mis voor een wijk waar vrijwel geen toerist komt. Bovendien zijn er de restanten van wat echt het oudste deel van Boedapest is, namelijk de Romeinse opgraving Aquincum
Lajos Kassák
Het zijn niet eens suffe, vergeten musea, een deel ervan is de omweg zeker waard, vooral voor mensen die de stad iets langer dan anderhalve dag bezoeken en voor liefhebbers van moderne kunst.
Recent opende het vernieuwde Vasarely-museum zijn deuren. Het maakt deel uit van de Nationale Galerie op de burcht en besteedt uitvoerig aandacht aan deze Hongaarse kunstenaar die een groot deel van zijn leven in Frankrijk woonde en geldt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de op-art, optical art, een abstracte kunstvorm die gebruik maakt van tal van optische illusies. Er was al eerder een museum voor deze kunstenaar in Óbuda, maar dat was inderdaad wat suf en stoffig. Het nieuwe museum besteedt uitvoerig aandacht aan zijn kunstzinnige ontwikkeling en doet ook zijn grootste doeken recht. 1033, Budapest Szentlélek tér 6.
Iets minder bekend, maar voor liefhebbers van moderne kunst zeker ook interessant, is het museum om de hoek dat gewijd is aan de Hongaarse schrijver en kunstenaar Lajos Kassák, overtuigd communist en een van de leidende figuren van de Hongaarse avant garde. Het museum besteedt zowel aandacht aan zijn literaire als aan zijn grafische werk, maar organiseert ook tijdelijke exposities rond andere kunstenaars. Fő tér 1.
Naast het Kassák museum is een historisch museum over het stadsdeel Óbuda dat voor buitenlanders minder interessant is omdat de tentoonstelling helemaal in het Hongaars is, maar in de Laktanya utca net voorbij het Fő tér, het centrale plein van het oude Óbuda, bevindt zich een museum gewijd aan de moderne Hongaarse beeldhouwer Imre Vargá, waaraan een oudere post op dit blog uitgebreid aandacht besteedt.
Foto Runa Hellinga
Communistische supermarkt in het museum voor handel en toerisme
Het oude Óbuda gaat verder aan de andere kant van de Arpád-brug, vanaf het Szentlélek tér bereikbaar via een onderdoorgang. Daar, in een paar straatjes die zich wat groots aankondigen als de gastronomische en culturele Krudy-wijk, bevindt zich het verrassend leuke museum voor handel en toerisme, een feest van oude winkel-interieurs, vooroorlogs en uit de communistische tijd, volledig ingerichte historische keukens en pakweg het volledige interieur van een gegoede burgermanswoning uit het einde van de 19de eeuw, inclusief een buitengewoon onhandige douche. Verder zijn er allerlei interactieve activiteiten voor kinderen om te voelen, ruiken en puzzelen. Het grootste deel van het museum is tweetalig, al hangt een deel van de Engelse teksten niet op de muur, maar is die wel beschikbaar op geplastificeerde kaarten op een houder aan de muur van iedere tentoonstellingsruimte.
Die tweetaligheid gaat helaas alleen op voor de vaste tentoonstelling. Jammer, want buitenlanders zouden vast ook geïnteresseerd zijn in een tentoonstelling over de activiteiten van de communistische geheime diensten in Hongaarse cafés, restaurants en hotels. Om maar één ding te noemen: In het beroemde restaurant Gundel, waar alle staatshoofden die Hongarije aandeden, werden uitgenodigd, was alleen het schoonmaakpersoneel 'spionvrij'. Bij horecagelegenheden was gebruik van de garderobe vaak verplicht. En nu weet ik waarom: het garderobepersoneel was vaak in dienst van de geheime dienst. In jaszakken zwerven interessante zaken rond.

25 August 2017

Openbaar vervoervragen op een rijtje

Foto Runa Hellinga
Dagkaarten zin ook geldig op de BKK-boot
Omdat we er de laatste tijd veel vragen over krijgen, een korte update over het openbaar vervoer in Boedapest.

1. Boven de 65 is het gratis. Echt waar. Het enige waar je wel voor moet zorgen, is een (kopie van) een identiteitsbewijs. Daar kan, vooral bij de ingang van de metro, om worden gevraagd. Er zijn geen tourniquets, dus er is geen speciaal kaartje nodig om de metro in te komen (er is overigens sprake van de invoering van een chipkaart of zo, dus dat kan veranderen. Maar het proefsysteem dat onlangs werd gelanceerd, was binnen luttele dagen gehackt).
Let wel, gratis openbaar vervoer is er officieel alleen voor EU-burgers. Amerikanen en Aziaten moeten dus wel betalen.
De nieuwe airportbus 100 E tussen het vliegveld het en Deák tér is overigens niet gratis, daar moet iedereen voor betalen. Een ticket daarvoor kost 800 forint. Ook dagkaarten zijn op die bus niet geldig. De andere bus vanaf het vliegveld, de 200 E van het vliegveld naar metrostation Kőbánya, behoort tot het normale openbaar vervoer en daar gelden dus ook de normale tarieven voor.

2. Niet alleen losse kaartjes, maar ook de dag-, week- en groepskaarten zijn vrijwel overal te koop, bij de automaten die op de meeste haltes staan. Daarnaast zijn er krantenzaken en postkantoren die een beperkt aantal kaarttypes verkopen. Ook bij het vliegveld. De BKK heeft online een kaart met alle verkooppunten beschikbaar.
Echt overzichtelijk zijn de automaten helaas niet, ook niet als je ze op Engels zet. Voor wie er niet uitkomt: op de grotere metrostations en op het vliegveld zijn ook nog loketten te vinden (op het vliegveld in de aankomsthal).

3. Je wordt duizelig van het aantal ticketsoorten, maar het is de moeite waard even na te denken wat het gunstigste is:
- Wie weinig reist, kan losse kaartjes kopen (350 forint) of een 'boekje' van 10 kaartjes (3000 forint, in feite tien losse kaartjes, maar ze zijn alleen geldig samen met het elfde papiertje met het nummer van het 'boekje'). Zo'n  'boekje' kun je met meerdere mensen gebruiken. Hou er wel rekening mee dat je bij iedere keer dat je overstapt, opnieuw moet afstempelen. Dat kan snel oplopen. 
- Wie denkt dat hij vaker dan vijf keer op een dag in een tram, bus of metro zal zitten, is daarom al snel (aanzienlijk) goedkoper uit met een gewone 24-uur kaart (1650 forint)  of een 72-uur kaart (4150 forint). Groepen zijn zelfs nog voordeliger uit, want er zijn 24-uur groepskaarten voor het openbaar vervoer, voor maximaal vijf mensen, die 3300 forint kosten. Wie langer in Boedapest is, kan voor 4550 forint ook een strook van vijf 24 uur-kaarten kopen, waar je per kaart zelf de begintijd moet invullen (let op, je kunt maar één kaart tegelijk geldig maken, dus je kunt zo'n strook niet voor drie personen gebruiken.
Alle kaarten zijn 24 uur of 72 uur geldig vanaf het tijdstip dat ze ingaan (meestal het moment dat je ze koopt, maar je kunt ook een andere tijd invullen), dus tot de volgende dag (of tot drie dagen later). De kaarten zijn geldig op alle vormen van openbaar vervoer, de tram, bus, metro, trolleybus, de HÉV (een zoort bovengrondse metro), de tandradtrein naar de Budaheuvels (dat is NIET de kabeltrein op de burchtheuvel) en zelfs (alleen door de week) op de BKK-bootjes op de Donau.
Uitzonderingen zijn: de kabeltrein naar de burcht, de BKK-boten (in het weekend) en de speciale airportbus 100 E vanaf het vliegveld. Die transportmiddelen hebben een eigen, afwijkend tariefsysteem.
Verder zijn de kaarten alleen maar geldig tot de stadsgrens van Boedapest, ook als de bus of HÉV verder rijdt. Dagkaarten zijn overigens wel geldig voor de hele rit.

4. Studenten krijgen in Hongarije een enorme korting op het openbaar vervoer, en dat geldt ook voor buitenlandse studenten. Voor 2600 forint koop je een maandkaart, wat zelfs al de moeite waard is bij een verblijf van een paar dagen. Voorwaarde is wel dat je een geldige studentenkaart kunt laten zien, zowel bij aankoop van het abonnement als bij controles. Wie zijn maandkaart bij een automaat koopt, moet het nummer van de studentenkaart bij aankoop invullen. Probleem met de Nederlandse studentenkaarten is dat er vaak geen datum op staat, omdat die in de chip verwerkt zit. Zorg dus voor vertrek voor een of ander bewijs dat de kaart dit jaar geldig is, al is het maar een (Engelstalige) brief van de administratie van de betreffende opleiding.

5. Voor veel mensen is onbekendheid met het lokale openbaar vervoer een drempel om er gebruik van te maken. Dat is jammer, want het openbaar vervoer in Boedapest is echt uitstekend. De BKK heeft een reisplanner voor Android (en waarschijnlijk ook voor Iphone) in de Google Playstore. Na de download staat die standaard op Hongaars, maar ga naar beallitások en vervolg nyelv en kies angol en de app is van dan af in het Engels. Op de computer is de reisplanner (in het Engels) te vinden via deze link.

23 July 2017

De oudste kerk van Budapest

Belvárosi Plébániatemplom
Ze had er bijna niet meer gestaan, de Binnenstadskerk van Mariahemelvaart, de Belvárosi Plébániatemplom op het Marciús 15 tér aan de Donau. Toen na de oorlog het herstel van de door de Duitsers opgeblazen Erzsébet híd aan de orde kwam, werd het besluit genomen de smallere oude brug te vervangen door een zesbaans brede brug die op de toekomst was ingericht. 
De kerk stond in de weg voor die plannen en er was sprake van sloop. Uiteindelijk werd besloten het gebouw te behouden en de brug een beetje aan te passen. Wie bij de rechter buitenmuur kijkt, ziet dat de brug er nu met een wat vreemde slinger vlak langs loopt.
Gelukkig maar, want het is misschien niet de mooiste kerk van de stad, maar wel een belangrijk en interessant historisch monument. De kerk is een beetje een ratjetoe van bouwstijlen, want iedereen voegde er in de loop van de eeuwen wat aan toe en die geschiedenis is goed zichtbaar in de muren. Het gebouw werd gebouwd op een oudere Romeinse tempel en in 1046 werd de heilige Gellért, de bisschop die koning István hielp met het kerstenen van de Hongaarse heidenen, hier begraven. In de 14de eeuw werd de Romaanse kerk in Gotische stijl omgebouwd, later werden er Renaissance elementen aan toegevoegd.
De renovatie, die in 2010 begon, leidde tot een opmerkelijke ontdekking: onder de verflagen die de muur bedekten, bleken de 14de eeuwse fresco's vrijwel gaaf bewaard te zijn. Eeuwenlang werd gedacht dat de Turken, die Boedapest anderhalve eeuw bezet hebben en de kerk in een moskee veranderden, de muren hadden gewit, maar waarschijnlijk zijn de schilderingen al voordat de Turken Pest innamen, overgeschilderd met een beschermende laag om ze voor vernietiging te beschermen.
Wat ook bleek, is dat de kerk van oudsher rijk beschilderd was, zoals met gotische kerken eigenlijk altijd het geval is. De kleurige beschildering op de gotische bogen is daar nog een overblijfsel van. Opmerkelijk is ook een ietwat schuinstaande nis in de zuidoostelijke hoek: het is de naar Mekka gerichte mihrab uit de tijd dat de kerk een moskee was.
De kerk is dagelijks geopend van negen tot half vijf en op zondag van negen tot 22 uur. Tijdens diensten is het gebouw niet toegankelijk voor toeristen. Het entree is 1000 forint, studenten, gezinnen en groepen boven de tien krijgen korting. 

29 June 2017

Van en naar het vliegveld

Liszt Ferenc Airport
Van en naar het vliegveld, het blijft een onderwerp om over te schrijven, al was het maar omdat die trip vrijwel overal ter wereld met een beetje pech het duurste ritje is dat je maakt tijdens je bezoek. Bij de verschillende opties die Boedapest al had, komt vanaf 8 juli een directe busverbinding van het openbaar vervoer die vertrekt vanaf het Deák tér in het centrum van Pest. De bus vereist een speciaal buskaartje en de rit wordt met 900 forint (een kleine drie euro) iets duurder dan de goedkoopste optie met het gewone openbaar vervoer, metrolijn M3 naar eindpunt Köbánya en van daaruit met snelbus 200E naar het vliegveld, die twee euro kost.
De nieuwe 100E is duidelijk herkenbaar aan het grote opschrift 'Airport'. De bus stopt behalve op startpunt Deák tér ook bij het Kálvin tér en verder nergens. De eerste bus vertrekt zeven dagen per week om 4 uur 's ochtends vanuit het centrum, nog voor de eerste metro gaat. De eerste twee bussen 's ochtends hebben nog een extra halte bij het Astoriahotel. Vanaf het vliegveld vertrekt de laatste bus om half één 's nachts, zodat ook de laatste reizigers die op het vliegveld aankomen, hem kunnen halen.
Er is maar één maar: voorlopig rijdt de bus niet vaker dan twee keer per uur. Wie weet dat Boedapest jaarlijks twee miljoen bezoekers ontvangt en ook hoe druk de huidige buslijn naar het vliegveld, de 200E vanaf metrostation Köbánya kan zijn, realiseert zich dat dat erg weinig is. De meeste reizigers zullen er waarschijnlijk graag een euro extra voor overhebben om meteen in het centrum van de stad te worden afgezet. Tot de BKK inziet dat er waarschijnlijk meer bussen op deze lijn nodig zijn, is het dus een kwestie van op tijd zijn om een plekje te bemachtigen.
Wie bereid is wat meer geld uit te geven, en zeker te zijn van een zitplaats, kan ook nog terecht bij Flibco, een nieuwe shuttle service die dagelijks zo'n 48 keer op en neer pendelt tussen de luchthaven en meerdere haltes in Boedapest. De shuttles stoppen bij het Nyugati-station, het Keleti-station, het Déli-station, Deák tér en het Népligeti Park. Kosten: 9 euro per persoon. Vooral interessant voor één of twee reizigers, want met zijn drieën ben je met een betrouwbare taxi niet zo heel veel meer geld kwijt.