Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

13 June 2013

22 juni: Nationale Museumnacht

Geen museum, toch open op de Museumnacht
Dit jaar voor de elfde keer organiseert Hongarije in het weekend van de langste dag de nationale Museumnacht. Musea, en niet alleen musea, in het hele land doen mee aan het evenement. Ook bibliotheken, universiteiten, het observatorium, wijnkelders en zelfs een enkel zwembad zijn die avond open voor bezichtiging.
Uiteraard kun je de vaste en wisselende tentoonstellingen bezoeken, maar daarnaast organiseren veel musea speciale voorstellingen of rondleidingen. Zo heeft het Ferenc Hopp museum, gespecialiseerd in Aziatische Kunst, in samenwerking met de Indiase ambassade een avond met Indiase dans en zang en Indiase hapjes. Het Zelnik Goudmuseum aan de overkant heeft een middag en avond met Indonesische dansen, maar ook een mogelijkheid om de kostbare gouden voorwerpen zelf ter hand te nemen.
Het Museum voor Schone Kunsten organiseert diverse programma's, waaronder rondleidingen in het Engels. Ook het Circus in het stadspark staat op het programma, met een doorlopend programma van circusacts. Verder is het Rudas Bad die avond te bezichtigen voor bezoekers, en vanaf 22 uur is het bad open voor nachtelijke zwemmers.
Voor 1500 forint, pakweg 5,5 euro (en 600 forint voor kinderen) kun je - in veel gevallen al vanaf de middag - tot middernacht of later tot pakweg 100 grote, kleine en piepkleine musea en andere deelnemende instellingen in Boedapest in. In die prijs zijn ook eventuele speciale activiteiten inbegrepen, én het openbaar vervoer in de stad. Bovendien rijdt er die avond een speciale museumbus. Elders in Hongarije is de toegang afhankelijk van de normale toegangsprijs van de lokale musea.
Meer informatie is te vinden op de Engelstalige website van de museumnacht. De website geeft een volledig overzicht van alle deelnemende musea, niet alleen in Boedapest, maar ook elders in het land, en van de programma's in die musea. Die programma's zijn overigens niet altijd vertaald. Het is mogelijk om via de website een eigen persoonlijk programma samen te stellen, zodat je die avond niet meer hoeft te puzzelen.

23 May 2013

Hongarije reisboek nu ook als paperback

“Hongarije meer dan een reisboek,” van Henk Hirs is nu ook op papier uit. Het kan besteld worden via www.amazon.com of rechtstreeks via “Boedapest op Maat” en kost 15 Euro plus portokosten.

Het boek kreeg niet voor niets de ondertitel 'meer dan een reisgids' mee. Het staat niet alleen vol met handzame beschrijvingen van toeristische attracties en praktische tips, maar ook met reportages en achtergrondverhalen over de geschiedenis, de cultuur en het dagelijkse leven. Wie van een reis meer verwacht dan een reeks excursies, maar ook echt wat over het land zelf wil leren, is bij dit boek aan het goede adres. Het behandelt Boedapest, het Balatonmeer, barokke Donausteden en wondertjes van jugendstil op de poesta, maar ook de schrijver Sándor Márai, de situatie van de zigeuners, Trianon en de Hongaarse sinaasappel. Het boek maakt bovendien uitstapjes naar bezienswaardige steden net over de grens zoals Subotica, Oradea, Kosice, Bratislava en Eisenstadt. Wandelroutes in iedere stad leiden de lezer langs de belangrijkste attracties. De gedrukte editie, gebaseerd op het e-boek van 2013, is voorzien van kaarten, foto's en een uitgebreid register.

21 May 2013

De joodse wijk: echt een bezoek waard

Restant gettomuur
De dame bij de ingang kijkt wat bezorgd naar mijn blote armen. Buiten mag het inmiddels lekker weer zijn, in de orthodoxe synagoge in het hart van de joodse wijk van Boedapest hangt de winterkou nog. De man in ons gezelschap krijgt een keppeltje uit de doos bij de voordeur. Die maatregel is overbodig bij de enige andere bezoekers: een drietal orthodox- joodse toeristen in knielange, zijden jassen, breedgerande zwarte hoeden en met lange oorlokken langs de slapen.
Met grote stappen banjeren ze door het gebouw, luid Jiddisch pratend. Een van hen sprint de treden op naar de kast waar de Thora wordt opgeborgen, en terwijl hij – met de nodige eerbied, dat wel - het versierde roodfluwelen gordijn een stukje oplicht, neemt een van de anderen een foto met zijn mobiel. Dan sprint nummer twee naar boven en poseert, dan nummer drie. Het fraaie art deco interieur van de synagoge en onze medebezoekers wedijveren om onze aandacht.
De orthodoxe synagoge is sinds de renovatie enkele jaren geleden open voor toeristen, maar slechts een enkeling heeft de weg erheen weten te vinden. Tien minuten verderop, bij de Grote Synagoge in de Dohany straat, staan bezoekers in de rij en gonst het binnen van de stemmen van de talloze gidsen. Maar hier zijn we vrijwel alleen. En dat, terwijl de orthodoxe synagoge met zijn versierde bakstenen façade zeker net zo interessant is als de Grote Synagoge. Minder overdadig misschien, maar een stuk intiemer.
De synagoge is het hart van een gebouwencomplex met tal van instellingen voor de kleine, maar groeiende orthodoxe gemeenschap in Boedapest. Er is een slager, een kruidenier, een school en Hannah, het oudste koosjere restaurant van Boedapest. Voor echt Hongaars-joods eten ben je bij Hannah aan het meest authentieke adres, als je de soms zeer knorrige bediening erbij op de koop toeneemt. Misschien, denken we, zijn ze aardiger tegen orthodoxe gasten.
In de nabije omgeving zijn meer koosjere restaurants en winkels, de koosjere banketbakkerij Fröhlich, het enige rituele bad in de stad en het Kings Hotel, waar orthodoxe joden terecht kunnen. Zulke voorzieningen maken Boedapest onder orthodox gelovigen tot een geliefde vakantiebestemming.
Maar ook als ze niet echt joods zijn, eren veel restaurants en cafés het imago van de wijk. Spinoza Ház, een restaurant met eigen theater, biedt iedere vrijdag joodse klezmermuziek. De swingende voorstelling duurt ruim een uur en is zeker de moeite waard, al zit je het kleine theatertje behoorlijk opgepropt.
Andere restaurants bieden typisch joods eten, zoals het sabbatsgerecht sholet, een bonenschotel die van vrijdag op zaterdag op een zacht pitje pruttelt, zodat gelovige joden zaterdag bij de lunch – in Hongarije de hoofdmaaltijd - warm kunnen eten zonder door koken het verbod op arbeid te schenden. De meest authentieke sholet vind je uiteraard bij Hannah, maar wie minder aan koosjer en meer aan gezelligheid hecht, kan beter naar de nabijgelegen Kőleves met zijn grote tuin gaan.
Met 80.000 tot 100.000 joodse inwoners heeft de Hongaarse hoofdstad de derde joodse gemeenschap van Europa. Traditioneel woonden veel joden in het zevende district. Maar wie in de ‘Joodse wijk’ het ene joodse winkeltje naast het andere verwacht, komt bedrogen uit. Dat is vermoedelijk de reden waarom een kennismaking met joods Boedapest veelal stopt bij de monumentale Grote Synagoge.
Een bezoek aan dat complex is ook voor ons een must. We doen het zonder gids. Het gebouw, uit het midden van de 19de eeuw, biedt plaats aan 3000 mensen. Alleen in New York staat een grotere. De rijke Moorse versiering getuigt van de welvaart van de Hongaarse joodse gemeenschap van Hongarije in die jaren. Dat is tegenwoordig anders. De recente, liefdevolle renovatie is te danken aan de steun van succesvolle nazaten van Hongaars-joodse emigranten, zoals de Amerikaanse filmacteur Tony Curtis.
Wie geïnteresseerd is in joodse rituele kunstobjecten, moet het museum niet overslaan. Als we de suppoost om informatie vragen over de belletjes aan veel voorwerpen, blijkt hij een uitstekende gratis audiogids in de aanbieding te hebben. Daarvan leren we dat de meeste voorwerpen door niet-joden zijn gemaakt, omdat joden uitgesloten waren van beroepen als zilversmid.
Rond de synagoge herinneren meerdere monumenten aan de maanden tussen maart 1944 en januari 1945, toen de wijk een getto was. 400.000 Hongaarse joden, vooral van het platteland, werden in die tijd naar Auschwitz gevoerd of later, toen de treinen niet meer reden, aan de oever van de Donau door Hongaarse pijlkruisers doodgeschoten. Het is aan de komst van het Rode Leger in januari 1945 te danken dan een behoorlijk aantal mensen in de hoofdstad overleefde. Dat maakt dat de wijk niet alleen geschiedenis is, maar het centrum van een bloeiende gemeenschap met eigen scholen, sociale en culturele instellingen en winkels.
Een paar straten van de synagoge, op de Kiraly utca 15, vind je een restant van die negen maanden dat de wijk getto was. Het achterste binnenhof wordt door een gerestaureerd stuk gettomuur in tweeën gedeeld. Een kaart laat zien hoe het bouwwerk overal dwars over binnenhoven liep, soms drie verdiepingen hoog om te voorkomen dat mensen over balkons ontsnapten.

13 May 2013

De baden van Boedapest: Gellért en Rácz


Het Gellért bad heeft nu ook twee prachtige jugendstil baden in het thermale gedeelte van het complex op alle dagen van de week voor iedereen open gesteld. Daarmee wordt een bezoek extra de moeite waard. En met een beetje geluk gaat later dit jaar ook het oude Rácz bad, dat al sinds 2010 geheel is gerenoveerd maar vanwege financiële problemen almaar dicht bleef, eind van de zomer eindelijk weer open.

Het Gellért bad is met nu minimaal 4900 Ft voor een dagkaartje op weekdagen en 5100 Ft in het weekeinde (kinderen aanzienlijk goedkoper) al heel lang het meest prijzige van alle kuurbaden. Natuurlijk, het is een prachtig jugendstil gebouw met fantastische decoraties, beelden en andere kleurige versieringen aan buiten- en binnenkant. De grootse entreehal aan de zijkant is op zich al een bezoek waard (toegang gratis) en ook het grote binnenbad met schuifdak en het buitenbad met golfslag installatie, warme poelen en ligweiden is zeer de moeite waard. Maar het was toch altijd zonde dat de twee mooiste baden met jugendstil versieringen doordeweeks slechts “alleen voor” vrouwen of mannen waren. De meeste buitenlandse bezoekers hebben het niet zo op dat gescheiden, want naakt, baden. Bovendien betekende het altijd dat je of het vrouwenbad of het mannenbad niet zag. Maar dat is dus voorbij; iedereen kan overal in en uiteraard is het daarnaast nog mogelijk apart massages, modderbehandelingen en wat al dies meer zij te krijgen (wel van tevoren reserveren, zie www.gellertbath.com/).
Het golfslagbad stamt uit 1927 en wordt al die tijd al door dezelfde machines - inmiddels industriële monumenten - aangedreven. Voordat de golven worden opgestart, worden de badgasten gewaarschuwd want de machines doen hun werk krachtiger dan sommigen lief is. Helaas zijn ze niet te bezichtigen (voor een filmpje zie www.youtube.com/watch?v=PhOlMICk4TI), evenmin als de bronnen waar het water van het bad uit komt en de tunnels die de Gellért bron verbinden met de twee andere baden in de buurt, het Rudás- en het Ráczbad.

Dat Rácz bad, een paar honderd meter verderop in het park aan de voet van de Gellért heuvel, zou dit jaar eindelijk weer open moeten gaan. Het is een prachtig oud Turks bad uit 1550 met eromheen een mooi badcomplex uit de 19e eeuw. Het is geheel gerenoveerd en ook gemoderniseerd. Maar toen het in 2010 af was, ging het bedrijf waar ook de gemeente Boedapest een aandeel in had failliet en ontstond er een conflict over de financiële afwikkeling. Het lijkt er nu op dat de gemeente het hele complex overneemt en dan kan het eindelijk open. En natuurlijk zijn er nog al die andere baden: de oude Turkse baden Rudás, Király en Császár, het barokke Széchenyibad in het Stadspark in Pest en de vele “gewone”zwembaden verspreid over de stad.

29 April 2013

Pécs 1: de Zsolnay cultuurwijk.

De Zsolnay cultuurwijk, gevestigd in de oude Zsolnay tegel- en porseleinfabriek aan de rand van het centrum van de stad Pécs, is misschien wel de nummer één toeristische attractie van Hongarije buiten Boedapest geworden. Wie houdt van mooie architectuur, interessante tentoonstellingen, speelgelegenheden voor de kinderen en aangename terrasjes met goede koffie en lekker eten en drinken, kan hier met gemak vele uren doorbrengen.

De 19e-eeuwse industriegebouwen en de rijke villa’s waar ooit de eigenaren woonden zijn tot en met de grote fabrieksschoorstenen en het torentje van de oude ijskelder aan toe opgeluisterd met prachtige kleurige jugendstil versieringen en beelden van Zsolnay porselein. Tegelijk zijn er bij de renovatie 21e-eeuwse gebouwen verrezen waarin moderne activiteiten zijn gevestigd, zoals een galerie voor moderne kunst, een klein wetenschapsmuseum met veel doe-dingen voor jongeren, een supermodern planetarium en diverse afdelingen van de faculteit der kunsten van de Universiteit van Pécs. Dat alles op een parkachtig terrein met bovendien een hele grote speelplaats voor kinderen. Het is een natuurlijk en levendig geheel geworden, waarbij oud en modern elkaar prima aanvullen. Wie wil zien hoe het geheel er voor de renovatie uitzag, kan even naar de fabriekswinkel om de hoek lopen, gelegen naast de poort van het nog werkende deel van de Zsolnay Porselein Fabriek. Dan komt u ook langs het unieke Zsolnay mausoleum waar Vilmos Zsolnay, de man die de fabriek tot bloei bracht, is bijgezet. Het is gebouwd in 1903 door zoon Miklos en ligt op een kleine heuvel naast de fabriek, inmiddels een beetje tegen een jaren zeventig flatwijkje aangeklemd. Maar al dat grauwe beton maakt de kleurige tegels en versieringen alleen maar mooier.

28 March 2013

Hongaars gebak, een zoet genoegen (ook voor diabetici)

Ik herinner me nog mijn verbazing, toen ik in 1990 midden in de winter een oude dame op de hoek van de straat genietend een ijsje zag eten. Hongaren zijn zoetekauwen. Op het platteland staan huisvrouwen iedere zaterdag ijverig te bakken voor de zondag, en een feest zonder speciaal gebak is eigenlijk niet denkbaar. In veel Boedapester jeugdherinneringen komt wel een oma voor die haar kleinkinderen op zondag op gebak bij Gerbeaud trakteert. Een bezoek aan een banketbakker - waar in Hongarije altijd een café aan verbonden is - hoort er dan ook eigenlijk echt bij als je naar Boedapest gaat. Ook diabetici hebben keuze genoeg.

Alexandra Bookcafé heeft heerlijke taartjes
Bekende klassiekers in de Hongaarse banketbakkerij zijn de Dobos torta, laagjes biscuitgebak afgewisseld met chocoladecrème met bovenop een knapperige laag harde caramel, en de Eszterhazy torta, opgebouwd uit laagjes vanillecreme en walnotengebak. Ook de Sachtertaart en de Schwarzwaldtaart (Fekete erdő torta) staan bij een klassieke banketbakker meestal op de kaart, net als appel-, kersen, walnoten- en maanzaadstrudel (rétes), die in Hongarije gemaakt worden met laagjes zeer dun uitgerold deeg dat sterke overeenkomsten heeft met het Griekse filodeeg.
Maar ook in Hongarije ondergaat de banketbakkerswereld een vernieuwing, en steeds vaker zie je prachtig opgebouwde gebakjes, gevuld met een frisse vruchtencrème en versierd met schilderijtjes van meerkleurige chocolade. Wie liever iets hartigs heeft, heeft de keuze uit allerlei soorten pogacsa, een soort klein, rond broodje dat je standaard wordt aangeboden bij iedere officiële gelegenheid en dat versgebakken ook een prima ontbijt of snack vormt. Oude pogacsa daarentegen zijn iets om met een grote boog omheen te lopen.
Je vind banketbakkers in iedere wijk. In armere wijken kun je voor nog geen halve euro makkelijk een stuk strudel of krémes, een soort tompoes, vinden. Niet onsmakelijk, maar wie echt lekker gebak wil, zal iets dieper in de buidel moeten tasten, hoewel een goed taartje echt geen kapitaal hoeft de kosten.
Eigenlijk kun je wat gebak betreft niet echt misgrijpen, je kunt hooguit te veel betalen. Dat geldt vooral voor de banketbakker waar het merendeel van de toeristen belandt: het eerder genoemde Gerbeaud op het Vörösmarty Plein in het centrum van de stad. Het is een van de oudste koffiehuizen en met zijn rijke negentiende eeuwse versiering ongetwijfeld de moeite van het bekijken waard. Maar Gerbeaud weet dat het tegenwoordig in iedere reisgids staat, en de prijzen zijn er dan ook naar. Hongaarse oma's gaan inmiddels met hun kleinkind ergens anders heen, de klandizie bestaat vrijwel uitsluitend uit buitenlanders. Een goed advies: loop er eens naar binnen, bekijk de vitrines met bonbons, glimlach vriendelijk bij vertrek en zoek daarna een andere plaats om gebak te eten.
Bijvoorbeeld Auguszt, op de Kossuth Lajos utca 14-16, een banketbakkerij die inmiddels sinds vijf generaties in de familie is. Auguszt, dat ook nog twee vestigingen in Boeda heeft, verkoopt klassiekers, maar ook moderne composities zoals gebak met sinaasappel-wasabicrème.
Even verderop, op het Ferenciek tere, zit het Centrál Kavéház, geen banketbakker in de eigenlijke zin, maar de prachtig ingerichte zaak heeft wel een ruim aanbod aan zeer verleidelijk gebak. Dat geldt trouwens ook voor het Alexandra Bookcafé, op de eerste verdieping van het Alexandra boekenhuis op de Andrássy út 39. Het Bookcafé, ook een prima plek om te lunchen trouwens, is gevestigd in een negentiende eeuwse balzaal die qua aankleding zeker niet onderdoet voor Gerbeaud.
Aan de Boedakant is het kleine Ruszwurm, niet ver van de Matthiaskerk op de burchtheuvel, het meest bekende. De ruim 150 jaar oude zaak heeft een vooroorlogse sfeer, maar ligt in een van de meest toeristische delen van de stad, en dat is in de prijzen natuurlijk te merken.

Voor diabetici

Het merendeel van de bekende banketbakkerijen catert helaas niet speciaal voor diabetici, al vind je er soms wel een paar taartjes voor suikerpatiënten. Maar in een land waar gebak zo belangrijk is, zou het verrassend zijn als je als diabeticus niet ergens terecht kon. Een bedrijf dat zich daar speciaal op toelegt is Álomsüti (droomgebak), met drie vestigingen in de stad en een ruim aanbod aan suikervrije Sachertaarten, aardbeientaart, vruchtengebak, chocoladetaart en soezen. Helaas zitten de bakkerijen niet direct in het centrum. Iets centraler ligt de Bulldog Cukrászda,  op de Veres Pálné utca 31 in het vijfde district. En dan is er nog het Béke Radisson Hotel, een vier sterrenhotel op de Terez körut 43, dat behalve gebak ook maaltijden voor diabetici biedt.



13 March 2013

De bonte achterkant van Hongarije

Bont beschilderde houten kerkjes, bootvormige grafzerken en ouderwetse houten molens, de meest oostelijke punt van Hongarije staat er vol mee. Toeristisch is het een van de minst bekende gebieden van het land, maar de regio leent zich bij uitstek voor prachtige tochtjes per auto of fiets van dorp tot dorp, of trektochten te paard of te voet.

 


Kerkje in de Erdőhát
De Erdőhát (letterlijk: de achterkant van het bos) is een gebied met heel veel kreekjes, beekjes, sloten en kanalen, ingeklemd tussen de rivieren Szamos, Tisza en Tur. Het is de meest geïsoleerde streek van het land, maar daardoor vind je hier nog volop wat elders al zo vaak is weg gemoderniseerd.
De streek is calvinistisch en de meeste dorpskerken zijn daarom nauwelijks beschilderd met heiligen en Bijbelse voorstellingen, maar veel meer, zowel binnen als soms ook buiten, met allerlei motieven uit de volkskunst. De kerktorens, die vaak los van het schip staan, hebben veelal een houten “Transsylvaans” spitsdak. Het plafond van de kleine kerk in het dorp Gyügye is beschilderd met astrologische symbolen. Csaroda heeft een mooi gotische kerkje uit de 13e eeuw en in Tákos (in het noorden net over de Tisza) staat een protestantse kerkje dat van binnen zo mooi beschilderd is dat het ook wel de “Notre Dame van de Boeren” wordt genoemd. In het dorpje Csenger staat een middeleeuwse katholieke kerk waarvan het plafond met folkloristische barokke motieven is beschilderd en bovendien heeft het dorp een nieuwe en wat futuristisch ogende Grieks katholieke kerk ontworpen door de bekende Hongaarse architect Imre Makovecz.

Kopjafa, houten grafpalen
De Erdőhát is ook bekend om zijn unieke eikenhouten grafpalen (“kopjafa” in het Hongaars). De bootvorm verwijst waarschijnlijk naar het schip dat in een Fin-Ugrische mythe de ziel van de doden naar de andere wereld vervoert.  U vindt er veel op de begraafplaats van Szatmárcseke. Daarnaast zijn er nog her en der oude molens te zien (in Túristvándi staat een mooie houten watermolen die ook bezocht kan worden) en kunt u in het gebied prachtige natuurwandelingen en fietstochten maken.

De regionale Tourinform geeft speciale kaartjes uit met informatie en tips in drie talen (overal ruim verkrijgbaar) en bij veel attracties staan drietalige informatieborden. Op hun meertalige website zijn ook diverse auto- en wandelroutes te vinden.