Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

3 March 2014

Waterhoogte


“Wasserhöhe” (Waterhoogte) op 15 maart 1838, zegt het bordje op de muur van het Százéves Étterem (Restaurant 100 Jaar) in de Pesti Barnabás utca 2, tussen de Váci ut en de Donau. Een hand op de gedenksteen wijst op een streep om aan te geven hoe hoog het water kwam. Als ik op de straat voor het gebouw sta, zit die streep ter hoogte van mijn kin. Maar de ingang van het restaurant ligt ongeveer een meter lager en aangezien het water hier een hoogte van 242 cm bereikte, zou ik ruim koppie onder staan.

Verspreid over de binnenstad van Boedapest vind je tientallen van dit soort stenen die de overstroming van 15 maart 1838 herdenken, de grootste die Boeda en Pest ooit hebben gekend. Sommige van die gedenkstenen zijn in het Duits omdat dat destijds de voornaamste voertaal was, anderen in het Hongaars (Vízállás oftewel Waterstand). De meeste stenen zijn simpel van vorm: een hand, een pijl, een datum en soms de waterhoogte in centimeters.
 Maar in het oude centrum van Pest zit op een gebouw op de hoek van de Szerb utca, Király Pál utca en het Egyetem tér een grotere marmeren plaquette die duidelijk maakt hoe ongelofelijk omvangrijk die overstroming wel niet was. In Pest was de rivier tot ver voorbij de Grote Ring gekomen en stond er tussen de twee en drie meter ijskoud water in de straten en huizen. In feite was de stad vrijwel volledig verwoest. Ook in Boeda stonden alle lagere gedeeltes blank, maar omdat veel huizen daar hoger lagen, op de Burchtheuvel en de Rozenheuvel, bleef er ook veel gespaard. Al met al maakte de overstroming bijna 60-duizend mensen dakloos en waren 22-duizend mensen alles kwijt, terwijl er 153 doden te betreuren waren..
Het was bij lange na niet de eerste overstroming die de beide steden trof, maar door een samenloop van omstandigheden wel de grootste ooit. Het was een uitzonderlijk strenge en lange winter geweest zodat zich hoger op de Donau een enorme wal van ijsschotsen had gevormd waarachter zich een gigantisch stuwmeer had gevormd. Toen die wal het begin maart begaf, stortte een allesvernietigende vloedgolf van ijskoud water zich in de richting van de stad en bleek vooral Pest kwetsbaar, gebouwd als het was op een relatief laag gelegen eiland in de Donau (de huidige Grote Ring was ooit een zijtak van de rivier).
Na deze catastrofe overwogen de autoriteiten even om heel Pest te verplaatsen naar hoger gelegen terrein. Maar ze besloten uiteindelijk om het oude centrum in zijn geheel één tot anderhalve meter op te hogen en langs de rivier een systeem van dijken en kades te bouwen. Hetzelfde gebeurde in de Waterstad (Víziváros) van Boeda. Dat is in Boeda nog goed te zien op bijvoorbeeld het Batthyány plein, waar een rij oude barokke huizen aanzienlijk lager ligt dan de rest van de gebouwen, en in Pest bij het eerder genoemde restaurant of verderop in de Szerb utca (nummer 4) waar een oud Servisch orthodoxe kerkje staat dat de ramp wel overleefde. Dankzij al die maatregelen hebben overstromingen in het centrum van Boedapest tegenwoordig - er is er om de paar jaar wel één - geen hele grote gevolgen meer: de autowegen pal langs de rivier lopen onder, de tram ernaast wordt stilgelegd en de laatste keer (2013) dreigde een metrostation vol  te lopen.
Tenslotte: op het Ferenciek Plein zit op de muur van een kerk een mooie plaquette met een beeldengroep met boot. Die zit daar ter ere van Miklös Wesselényi, een hervormingsgezinde baron die de bewondering van de natie oogstte door zich persoonlijk vanaf de eerste dag in te zetten bij het redden van mensenlevens.

.


7 February 2014

Voor de echte boekenwurm: oude en nieuwe boeken.

Twee van de vele antiquariaten op de Muzeum körut
Boedapest heeft een aantal schitterende boekhandels. Parel op de kroon, althans wat architectuur betreft, is ongetwijfeld Alexandra op de Andrássy út, onder toeristen vooral geliefd vanwege het prachtige Bookcafé. De winkel heeft ook een bescheiden buitenlandse afdeling, prima voor degene die door zijn vakantieboeken heen en op zoek is naar iets lichts en luchtigs. 
Maar de echte boekenwurm wil meer. Die zal vooral met enige jaloezie en frustratie  kijken naar enorme stapels onleesbare boeken in Alexandra. Dat geldt voor de meeste boekwinkels in Boedapest. Als ze al buitenlandse boeken verkopen, beperkt zich dat op zijn best tot een kleine afdeling, met vooral de geijkte bestsellers.
De beste winkel voor wie iets meer zoekt dan de geijkte bestseller, heet toevallig zelf ook Bestsellers (Október 6. utca 11). De winkel biedt, (behalve uiteraard bestsellers) een behoorlijk aanbod aan vertaalde Hongaarse literatuur en non-fiction over Hongarije en de regio. Bovendien is er een collectie Duitse en Franse boeken en kun je boeken uit al deze taalgebieden bestellen.
Om de hoek, in de Zrinyi utca 12, zit de boekwinkel van de Central European University (CEU). Niet direct een zaak voor iedereen, want het aanbod  is behoorlijk academisch. De winkel richt zich vooral op de studenten en wetenschappers van de CEU die op de hoek zit. De zaak verkoopt onder meer, maar zeker niet uitsluitend, de uitgaven van de CEU-Press, een uitgeverij van de universiteit die gespecialiseerd is in wetenschappelijke en semiwetenschappelijke boeken over Hongarije, Centraal-Europa en de voormalige communistische wereld. Daarnaast is er ook de nodige vertaalde Centraal-Europese literatuur, kunstboeken en een grote selectie aan reisgidsen (niet alleen over de regio).
Voor koopjesjagers is het Bookstation , in een souterrain in de Katona József utca 13, vlak bij het Nyugati Station, een paradijs. Het is een soort Boedapester De Slegte, een antiquariaat voor nieuwe buitenlandse boeken, niet alleen Engels, maar ook Duits, Frans, en Spaans. Bookstation is eigenlijk een internetboekhandel, en op hun website zijn talloze koopjes te vinden. Maar grasduinen in de winkel is zeker ook de moeite waard.
Liefhebbers van echte oude boeken hebben in Boedapest minder keuze. Logischerwijs beperkt de voorraad van de meeste antiquariaten zich vooral tot Hongaars. Maar dat  is niet helemaal waar. Juist bij de echt oude boeken vind je namelijk behoorlijk wat Duits. Het is een erfenis uit de negentiende eeuw, toen Boedapest grotendeels een Duitstalige stad was. Bovendien vind je bij veel antiquariaten ook oude prenten, kaarten en ansichtkaarten.
Er zijn serieuze antiquariaten overal in de stad, maar de grootste concentratie vind je op de Muzeum körut, tegenover het Nationaal Museum. De mooiste zaak is zonder enige twijfel het Központi Antikvárium. Het is een zaak voor de serieuze verzamelaar, goed verzorgd, met een aparte Duitse en een aparte Engelse afdeling en, veilig achter glas, een collectie boeken die in menig museum niet zou weerstaan. Het antiquariaat verzorgt ook veilingen.
Wie het iets bescheidener zoekt: er is voor elk wat wils op de Muzeum körut. Er is een muziekhandel met antiquarische bladmuziek, en een aantal winkels met prenten en kaarten. Sommige zaken zijn niet meer dan rommelige tweedehandswinkels, met enorme stapels boeken overal. Vooral Hongaars, maar vaak ligt alles dwars door elkaar en rondneuzen heeft zin. Met name tussen de kunstboeken zit veel buitenlandstaligs. Kortom, een paradijs voor de echte boekenwurm die een regenachtige middag in Boedapest te besteden heeft (dat komt niet vaak voor, maar het kan zomaar gebeuren).

26 January 2014

Fotohuis Mai Manó


Hongarije heeft een aantal internationaal zeer bekende fotografen voortgebracht zoals Robert Capa, Éva Besnyö, Brassaï, László Moholy-Nagy, André Kertész en Jutka Róna. Geen wonder dat er vaak fototentoonstellingen worden georganiseerd en dat er nu (eindelijk) gedacht wordt over een nieuw te bouwen nationaal filmmuseum bij het Heldenplein in Boedapest. Voor wie er net niet is als er een tentoonstelling loopt en ook niet wil wachten op dat museum (op zijn vroegst klaar in 2018) is er altijd het Mai Manó “Huis van de Fotografie” aan Boedapest’s Klein Broadway, de Nagymezö straat 20 (zijstraat van de Andrassy Boulevard).

Als fotogalerie is het zeer bescheiden: er is een beperkte tentoonstellingsruimte en de kwaliteit van het gebodene is erg wisselend (hoewel er soms prachtig werk tussen zit). Maar de winkel in het Mai Manó is altijd de moeite waard en een perfecte plek voor het vinden van een mooi (afscheids)cadeau over Boedapest voor familie en vrienden (fotoboeken, foto’s in diverse formaten, briefkaarten).
Het gebouw zelf, in 1894 gekocht en verbouwd door de keizerlijke hoffotograaf Manó Mai (Emanuel May) die hier woonde en werkte, is een pareltje. Het heeft een bont gedecoreerde neorenaissance gevel waarin vooral de naar voren stekende erker op de tweede verdieping opvalt. Daar liet Mai een speciale fotografiestudio bouwen met heel veel glas zodat er altijd veel natuurlijk licht binnenviel.
De entree (naast het Mai Manó café op de begane grond) is merkwaardig laag met een bijna barokke trap die naar de winkel op de bel-etage voert. Op de eerste en tweede verdieping zit aan de voorkant de galerie die u zult moeten bezoeken om ook de oude fotostudio van binnen te kunnen bekijken. Daar staan onder meer een aantal oude fotoapparaten uit begin 20e eeuw en kunt u de twee zijwanden van de erker bewonderen met hun classicistische decoraties die als achtergrond dienden bij de portretfoto’s die Mai maakte. Aan de achterkant van het gebouw zetelen de kantoren van het museum en van o.a. de Vereniging van Hongaarse Fotografen (geopend op weekdagen – ook maandag! – van 14-19 uur, in het weekeinde van 11-19  www.maimano.hu).

Bruno Bourel  in de CEU
Onder de titel “Buffet a Glace” (Jégbüfé/Ijssalon) exposeert Bruno Bourel van 27 januari tot 28 februari 2014 in de CEU universiteit. Bourel is een Franse fotograaf die sinds 1993 in Boedapest woont en werkt. Hij is o.a. bekend van de sfeervolle zwart-wit fotobriefkaarten over Boedapest en zijn inwoners (Central European University, Nádor utca 9, Tentoonstellingszaal 1e verdieping).

7 January 2014

Dierentuinen


Het is wat merkwaardig om op straat in Boedapest hele grote advertenties aan te treffen voor een dierentuin in Nyiregyháza, bijna 250 km verderop. Maar bij nader inzien zit er ook wel wat in. Want deze "Sóstó Zoo" (Dierentuin bij het Zoutmeer) is zonder meer de modernste en mooiste van heel Hongarije.

Verdere details in Nyiregyháza
Natuurlijk is de dierentuin van Boedapest ook een bezoek waard. Het heeft prachtige jugendstil onderkomens en gebouwen, een heerlijke speeltuin en moderne faciliteiten zoals het Palmenhuis en het aquarium. Met de overname van het terrein van de voormalige vaste kermis, die ernaast stond, komt daar binnen afzienbare tijd nog het nodige bij, onder andere een grote glazen koepel met een speciaal oerlandschap, een prachtige klassieke draaimolen en de oude houten achtbaan. Maar hoe ze ook hun best gedaan hebben om de dieren meer ruimte te geven – en die zijn er vele malen beter aan toe dan een jaar of vijfentwintig geleden – het blijft een tuin midden in de stad met een beperkte ruimte.

Hoe anders is de Sóstó Zoo. De bouw begon in 1998 op een enorm stuk grond van maar liefst 35 ha (Artis is 14, Blijdorp 28) en daar is gaandeweg een fantastische moderne dierentuin verrezen met uitgestrekte landschappen in de buitenlucht (één voor ieder continent) waar de dieren op hun gemak in kunnen bewegen te midden van de flora waarin ze thuis horen. Door een deel ervan loopt Tarzan’s Pad, gebouwd op twee meter hoogte zodat de bezoeker letterlijk oog in oog komt te staan met de giraffen. Er is zelfs een Karpatenbekken, met dieren uit dit deel van Europa.
In de Groene Piramide loop je door een grote tropische kas waar vogels en (in de juiste tijd van het jaar) vlinders rondvliegen. Er onder zit een indrukwekkend aquarium waar je langs en onderdoor loopt zodat je de tropische vissen en haaien aan alle kanten kunt bekijken terwijl ze traag voorbij zwemmen (zelfs vanuit de WC zie je boven je de vissen zwemmen!). Ook in de hal met de Poolstreek kun je onder het wateroppervlak kijken. Er zijn zeeleeuwen shows, voedingen, speciale kinderkampen en nog veel meer. De dierentuin heeft zelfs zijn eigen “Jungle Hotel.” Daarnaast is er om de hoek nog het Zoutmeer zelf, met zijn stranden en bootjes en een thermale spa.
Het is kortom een topattractie voor mensen met kinderen, zeker in het voorjaar en de zomer als alle dieren buiten zijn. Voor West-Europese toeristen is en blijft Nyiregyháza wat erg oostelijk, maar de dierentuin werft actief en met succes bezoekers uit omringende landen als Polen, Slowakije, Oekraïne en Roemenië.

18 December 2013

Winteractiviteiten

Behalve als je gaat skiën, zijn wintervakanties binnenvakanties. Maar zeker als het weer mooi is, is er in Boedapest genoeg buiten te doen.


Om te beginnen met zwemmen. De Hongaren zijn niet zo gek als de Russen om grote gaten in het ijs te hakken. Dat hoeft ook niet, want het land is rijk gezegend met warm water, en het warme Széchenyibad is het hele jaar door open voor bezoekers. De meeste dagen kun je er, ook in de winter, tot tien uur 's avonds terecht, maar met de feestdagen zijn de openingstijden wat beperkter. Hou er rekening mee dat alles in Boedapest, ook de baden, op 24 december al vroeg in de middag dicht gaan. Klik hier voor een compleet overzicht van de openingstijden van het bad tijdens de feestdagen.

De kerstmarkten in het centrum van de stad, op het Vörösmarty tér en bij de Basiliek, blijven open tot 1 januari. Vooral de markt op het Vörösmarty tér begint internationale faam te krijgen, en het kan er dan ook behoorlijk druk zijn. Maar wel gezellig. Er is muziek, er zijn etenskramen met enorme pannen Hongaarse winterkost, van gevulde zuurkoolbladen en worsten tot stevige soepen en stoofschotels, en terrassen waar je die maaltijden kunt opeten. Er is glühwein (forrált bor) en warme thee met citroen en behoorlijk wat suiker. En dan is er kürtöskalács, gebak van zoet gistdeeg dat om een houten rol wordt gewikkeld,  en boven een vuur gebakken. Als het klaar is, wordt het door suiker of noten gerold. Heerlijk als het kakelvers is, geen donder aan als je het een tijd laat liggen. Niet om mee naar huis te nemen, dus. Maar er is op de markt veel te vinden wat wel de moeite is: er wordt prachtig en hoogwaardig handwerk verkocht, van aardewerk en houtsnijwerk tot vilt, beschilderde zijde en sieraden.

Je noren kun je thuislaten, maar schaatsen kun je er huren, en de ijsbaan bij het Varosliget is waarschijnlijk een van de meest romantische plekken die je kunt bedenken om te gaan schaatsen. Noren mag je niet eens meenemen, de scherpe, puntige ijzers mogen het ijs niet op. Echt goedkoop is het helaas niet, vooral niet omdat je behalve de toegang ook nog eens de eenmalige aanschaf van een 'plastic kaart' betaalt, die je onder meer voor de kastjes kunt gebruiken. Die kaart schaf je eenmalig aan, maar toeristen zullen zelden meerdere keren komen. In het weekend betaal je meer dan door de week, 2500 tegenover 2000 forint. Schaatsen huren kost 700 forint (2,20 euro) voor een uur, en 2200 forint voor vier uur. Reken al snel op een tientje per volwassene. Maar goed, wel romantisch. Overigens zijn ook bij de schaatsbaan de openingstijden tijdens deze feestdagen wat anders dan normaal. Op de 24ste is de baan helemaal dicht.
Naast de grote ijsbaan is er nog een reeks kleinere ijsbanen overal in de stad. Een overzicht vindt u hier. Helaas in het Hongaars, maar er is wel uit te komen als je eenmaal weet dat cím adres betekent. De kleine banen zijn een stuk goedkoper, en vrijwel overal kun je schaatsen huren.

Mocht het gaan sneeuwen (het zit er nog niet in, maar wie weet), dan trekt heel Boedapest de bergen in, om te wandelen, skiën (vooral langlaufen) of te sleeën). Vanaf het Széll Kálman tér gaat bus 21 naar Normafa, vertrekpunt van een groot aantal wandelingen en de ideale plek voor winteractiviteiten. In het oude Síház (Skihuis) kun je warme soepen en chocolademelk krijgen en er zit een zaakje dat diverse soorten strudel verkoopt. Meestal staat er ook wel iemand die warme wijn en thee verkoopt, of gepofte kastanjes.
Vanuit Normafa loop je ook makkelijk naar de Janosberg. Vandaar gaat een stoeltjeslift (libegö) naar Zugligeti. De libegö is vanuit de stad bereikbaar met bus 291 vanaf het Nyugatistation en draait in de winter tot 15.30. In die tijd kun je zowel boven als beneden constant opstappen.

Wie in rond de kerst in Boedapest op vakantie is, komt er niet omheen: de 24ste, Kerstavond. Voor Hongaren de grootste en belangrijkste dag van het hele kerstfeest. Hou er rekening mee dat die dag alles, werkelijk alles in de loop van de middag stopt. Dat geldt voor het openbaar vervoer, musea, zwembaden, bioscopen en dat geldt helaas ook voor de meeste restaurants. Vorig jaar had Boedapest op Maat een overzicht van restaurants die wel open zijn. Helaas lijkt de lijst zich niet te hebben uitgebreid (we houden ons aanbevolen voor tips). Wie slim is, zorgt dus in ieder geval een noodvoorraadje achter de hand te hebben. En een dik boek of zo.






Hongaarse kunstenaars: Gyula Hincs, de Hongaarse Picasso


Hincz
Over de Hongaarse schilder Gyula Hincz (1904-1986) doet het verhaal de ronde dat hij in 1926 in Parijs regelmatig met Picasso at en dronk, waarbij degene die recent een schilderij had verkocht, betaalde. Hincz draaide vrijwel altijd voor de rekening op. Deze legende, waar of niet waar, moet uiteraard illustreren dat de Hongaarse schilder misschien wel van hetzelfde niveau was als de grote meester en is mogelijk ook mede de oorsprong van de bijnaam die hij in Hongarije heeft: de Hongaarse Picasso.
Wie schetst onze verbazing toen we er onlangs, na toch al vijf jaar in Vác te hebben gewoond, achter kwamen dat een belangrijk deel van Hincz’s werk zich hier in dit stadje bevindt? Het wordt goed verborgen gehouden, in een klein museum dat zich volgens een niet al te groot uitgevallen bord bij de ingang “Értéktár”(Het Depot) noemt. Nog kleiner dan dat bord is de vitrine met de poster waarop aangekondigd wordt wat het museum zijn bezoekers te bieden heeft. Jammer, want nu we er eenmaal binnen zijn geweest, was de eenduidige conclusie: dat moet elke kunstliefhebber die in Vác is, gaan zien. Hincz is best een ommetje waard.
Hincz
De vergelijking met Picasso gaat wellicht wat ver, maar een feit is dat het werk van Hincz – kleuren, vormen, composities – buitengewoon expressief is en altijd veel mensen heeft aangesproken. Zijn vroege schilderijen uit de jaren twintig, dertig en veertig van de vorige eeuw hebben onder invloed van zijn reizen naar Rome, Parijs en Berlijn surrealistische en kubistische trekken. Maar het figuratieve blijft in zijn werk altijd een belangrijke rol spelen en in de loop van zijn leven heeft hij zich steeds weer open gesteld voor nieuwe stijlen en vormen, van realistisch (in de beginperiode van het communisme in Hongarije) tot abstract. Hij maakte van alles: genrestukken, historische schilderijen, portretten, maar ook posters en plakkaten, muurschilderingen, tapijten, glaswerk, beelden en niet te vergeten heel veel boekillustraties. Dat laatste is ook de kunstvorm waar de meeste Hongaren hem van kennen.
Zo werd hij gaandeweg een van de bekendste kunstenaars van Hongarije – een aantal van zijn werken hangt in de Hongaarse Nationale Galerie op de burchtheuvel – maar internationaal maakte hij, ‘opgesloten’ als hij was binnen de grenzen van het Oost-Europese, nooit naam. In 1983 doneerde hij 400 van zijn werken aan Vác, zijn favoriete stad (hoewel hij er niet vandaan kwam en er nooit woonde of werkte) en na zijn dood verwierf Vác via de familie nog 1300 andere werken. In de permanente tentoonstelling in de grote zaal en het trappenhuis van Het Depot is daarvan noodgedwongen slechts een klein deel te zien. Maar wat er hangt, is zeer de moeite waard. En dat in zomaar een provinciestadje.

Hongaarse Ark van Noach
Behalve Hincz heeft Het Depot trouwens nog een aantal, onderling totaal niet samenhangende tentoonstellingen in de aanbieding, die ieder op zich misschien minder de moeite waard zijn, maar als je er toch bent, zeker leuk genoeg zijn om niet over te slaan. Curieus is het suikerwerk van twee lokale suikerbakkers, waaronder een vaas van suiker die eruit ziet alsof hij van porselein gemaakt is. Dan is er een tentoonstelling van gietijzerwerk, wat aanzienlijk minder boeiend klinkt dan hij in werkelijkheid blijkt te zijn. Verder is er nog het werk van een bekende boekbinder (maar om eerlijk te zijn, als je één in leer, met goudsnit gebonden boek hebt gezien, heb je ze een beetje allemaal gezien) en dat van twee pottenbakkers, vader en dochter, waarbij vooral een door de vader gebakken tegel een curiositeit is: de afbeelding stelt de Ark van Noach voor die onder Hongaarse vlag vaart.

3 December 2013

De Mathiaskerk: een prachtige fantasie.


De beroemde Mathiaskerk op de burchtheuvel is nu helemaal van binnen en buiten gerestaureerd. Niet alleen ziet hij er daardoor weer prachtig uit, er is ook van binnen meer te zien dan de laatste jaren het geval was. En het blijft natuurlijk een fascinerende kerk omdat hij helemaal niet is wat hij lijkt te zijn.

Maar laat ik beginnen met wat hij wel is: mooi en opvallend.

Mooi, door het prachtige tegeldak van Zsolnay porselein en door de vele versieringen met beelden, bogen en krullen, torentjes en raven (het symbool van koning Matthias Corvinus=raaf). Opvallend, door het bont beschilderde interieur waar elk stukje muur bedekt lijkt met kleurige patronen, symbolen en beeltenissen. Op een of andere manier denk je bij “een mooie kerk” toch al gauw aan strakke muren van marmer met hier en daar een schildering, veel bladgoud en reeksen statige zuilen die naar de hemel reiken. Maar heel veel kerken in de Middeleeuwen waren eerder zoals deze Mathiaskerk, niet ontworpen om te imponeren maar veel volkser.

Nu de renovatie geheel voltooid is, is er weer van alles te zien in het schip van de kerk. Let ook op de bijzondere glas-in-loodramen in de voorgevel. Het grote zogenaamde Rozetraam in het midden heeft een prachtige geometrische vorm en een kleiner raam ernaast met een beeltenis van het Lam Gods is geplaatst in een soort kunstig gebeeldhouwde draaikolk waardoor het een bijzonder diepte-effect krijgt. Maar u kunt ook de trap op en over de galerij halverwege lopen, waar van alles te zien is en vanwaar u weer een andere blik krijgt op het schip en, vanuit de koningsloge, op het altaar.

Tegelijk is de kerk ook een heleboel niet.

Het is bijvoorbeeld niet de kerk waar koning Matthias is gekroond, hoewel dat wel vaak wordt gezegd. Er werd wel een dienst gehouden om zijn aanvaarding van het koningschap te vieren en ook zijn twee huwelijken werden hier ingezegend, maar de kroning zelf vond, zoals destijds gebruikelijk, plaats in de kroningsstad Székesfehérvár. De enige Hongaarse koning die er ooit gekroond is, was de allerlaatste, Charles IV von Habsburg in 1916.
De kerk is ook niet een eeuwenoud Hongaars nationaal symbool, sterker nog, het was eigenlijk altijd vooral een “Duitse” kerk. Want toen koning Béla IV na de verwoesting van Hongarije door de Tataren in 1231 de burchtheuvel liet bebouwen, kwamen er vooral Duitse immigranten te wonen die hier in 1258 hun gotische kerk bouwden. Het grondplan daarvan is nog steeds de kern van de huidige kerk. Onder de Ottomanen was de kerk anderhalve eeuw lang de hoofdmoskee van Boeda en daarna onder de Habsburgers was het weer een “Duitse” kerk want er woonden op de burchtheuvel vooral Duitse burgers, kooplieden, winkeliers en handwerkslui. Hij heette dan ook helemaal niet de Mathiaskerk maar de Onze Lieve Vrouwe Kerk (officieel is dat nog steeds de naam).
Tenslotte is de kerk zoals hij nu is ook helemaal niet oud, maar gebouwd tussen 1875 en 1896. De kerk die er daarvoor stond, was in de loop der eeuwen vele malen verwoest, herbouwd, verbouwd en uitgebreid en het eindresultaat was een lelijk allegaartje. Dus kreeg architect Frigyes Schulek de opdracht het godshuis “terug brengen” in zijn gotische staat van weleer. Hij ging daarbij uit van het oude grondplan, maar brak heel veel aanbouwsels en muren af en verving ook verder bijna alles. Er kwamen een totaal nieuwe voorgevel, een nieuwe kleine toren (links, met kleurige spits), een nieuwe torenspits op de bestaande toren, neogotische zijgebouwen en kapellen, een nieuwe zijingang aan de zuidzijde, een nieuwe crypte, allemaal nieuwe ramen, beelden, balkons en versierselen. Ook het Zsolnay dak is nieuw, evenals alle schilderingen binnen, al zijn die wel “geïnspireerd op” fragmenten van oud pleisterwerk die waren gevonden. De enige echte oude gotisch elementen zijn grofweg de eerste drie verdiepingen van de grote toren. In feite is de Mathiaskerk dus Schulek’s geromantiseerd visie van hoe de gotische kerk er destijds uitgezien zou kunnen hebben.
Maar hij is er niet minder het bezoeken waard om.