Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

8 March 2013

Parkeren in Boedapest (en elders)

Boedapest gaat mee in de vaart der volkeren, en dat betekent dat het steeds moeilijker wordt om gratis te parkeren. Persoonlijk heb ik daar niets tegen, want met minder auto's en een toenemend aantal autovrije en auto-luwe straten is de binnenstad een stuk leefbaarder en aantrekkelijker geworden. Maar als toerist kun je natuurlijk voor vervelende verrassingen komen te staan als je overal parkeerautomaten aantreft.

Parkeren in Boedapest is in vergelijking met Nederlandse steden nog steeds niet duur. De uurtarieven lopen van 175 forint (60 eurocent) in de goedkoopste zone tot 525 forint in de binnenstad. (Klik hier voor een overzichtskaart van de parkeerzones)
Maar los van het geld: parkeermeters hebben altijd het nadeel dat je in de gaten moeten houden wanneer je parkeertijd afloopt. En in het centrum mag je vaak niet langer dan twee uur staan. Daarom zijn parkeergarages een betere optie voor wie echt in het centrum wil parkeren. Hieronder een lijstje:

Reáltanoda utca 5, BP V
Bazilika Garage BP V, ingang Sas utca,
Mercure Buda BP I, Kosciuszko Tádé utca 15,
Kastrum BP V Aranykéz utca 4-6,
Centrum Parkoló BP V, Szervitatér 8,
Corvin parkeergarage BP VIII, Futó utca 52,
Páva Parkeergarage BP IX, Mester utca 30-32.
Lipót Garage BP V, onder het Szabadság tér, ingang Széchenyi utca
Erzsébet tér BP V, Erzsébet tér,
MOM Park Office Building BP XII, ingang Csörsz utca 45,
Millennium Office Towers BP IX, ingang Lechner Ödön fasor 6).
Mammut winkelcentrum, BP XII, Szena tér

Maar de beste manier om Boedapest te benaderen is eigenlijk niet met de auto, maar met het openbaar vervoer. Wie met de auto komt, kan eigenlijk het beste aan de rand van de stad bij een metro, tram of bus parkeren en van daaruit de stad ingaan. De website van de BKK, het openbaar vervoer bedrijf in Boedapest, heeft een uitvoerig overzicht van de P&R- mogelijkheden in de stad. Een deel daarvan is gratis, bij andere moet je betalen, maar dat wordt op de site aangegeven. Parkeerplaatsen met één sterretje hebben bewaking, twee sterretjes is een grote parkeergarage.
Het openbaar vervoer in Boedapest is uitstekend, en overal aan de rand vind je vervoersmiddelen die je rechtstreeks naar het centrum brengen. (Lees voor informatie over dag-, week en groepskaarten het stuk Budapest Card: nuttig of niet)
Ook elders in Hongarije begint betaald parkeren trouwens gewoon te worden. Wie wil weten hoe het met parkeerzones in andere steden zit, kan dit kaartje raadplegen. Bovenaan de kaart zit een optie om andere steden te kiezen. 

27 February 2013

Goede zigeunermuziek

Karpatia
Hongarije en zigeunermuziek... voor veel toeristen horen die twee bij elkaar. En 20-25 jaar geleden kwam je  in heel veel restaurants inderdaad een zigeunerorkestje tegen, met op zijn minst een primás (de eerste viool), een tweede viool en een cimbaal, een instrument dat nog het meest doet denken aan een open piano waarvan de snaren niet met toetsen, maar met twee slagstokken worden bespeeld. Vaak was er ook nog een cello bij. Onder het communisme kregen restaurants van staatswege geld om levende muziek te kunnen financieren. Maar tegenwoordig is levende muziek voor de meeste restaurants simpelweg te duur.
Maar ze zijn er nog wel. Om te beginnen een paar aanraders in het centrum van Boedapest. Als eerste Duna Corso op het Vigadó tér. De prímás Lajos Pádár geldt als een van de beste violisten van het land. Het restaurant richt zich op toeristen, maar heeft een goede, traditioneel Hongaarse keuken voor een redelijke prijs.
Ook een aanrader wat muziek en eten betreft is het 100 Éves in de Pesti Barnabás utca 2. De primás is de 22-jarige Lajos Sárközi junior, één van de meest veelbelovende violisten op dit moment. Het prijsniveau is er redelijk, maar de wijnen zijn aan de dure kant.,
Als derde is er Kárpátia op het Ferenciek tere 7-8. Als je er binnenkomt, springt het rijk beschilderde interieur dat uit de jaren twintig van de vorige eeuw stamt, meteen in het oog. Het orkest daar staat onder leiding van Lajos Sárközi senior. Goede muziek, goed eten, maar Karpatia behoort wel tot de duurdere restaurants in de stad en komt aanzienlijk duurder uit dan de andere twee. Maar het interieur is een bezoek waard, al zullen sommigen het misschien wat oubollig of overdadig vinden.
Wat verder buiten het centrum vind je ook zigeunerorkesten, en ligt het prijsniveau vaak wat later. Zo heeft het Uj Sipos visrestaurant op het Fő tér in het derde district zigeunermuziek. Wie niet van vis houdt, hoeft zich geen zorgen te maken. Hoewel de kaart een groot aantal visgerechten biedt (vooral zoetwatervis), kunnen vleeseters er ook terecht.
Ook in het derde district, in de Mokus utca 22, een straatje dat tot de laatste restanten van het oude Óbuda behoort, is Kéhli, met een Hongaars-joodse en Swabisch (Hongaars-Duits) georiënteerde kaart en net als Uj Sipos, prijzen die eerder op de gewone Hongaar dan op de toerist zijn afgestemd. Plus uiteraard zigeunermuziek. Overigens geldt overal dat de musici voor hun inkomen ook rekenen op de goedgeefsheid van het publiek.
Muziek wordt ook aangeboden op een aantal rondvaarten, vaak in combinatie met een diner bij kaarslicht. Dat klinkt romantischer dan het is, want de kwaliteit van het eten is niet bijzonder goed, en bovendien varen de boten een aantal malen heen en weer om de vaartijd vol te maken. Wie graag een boottocht wil maken en ook zigeunermuziek wil horen, doet er dus verstandig aan die twee apart te plannen.

100 Éves:   tel 003612300329
Karpátia:    tel 003613173596
Dunacorso: tel 003613186362
Uj Sipos:    tel 003613888745 
Kéhli:         tel 003613680613

Voor meer informatie over de achtergronden van de zigeunermuziek, lees de reisgids Hongarije, meer dan een reisgids  van Henk Hirs of Boedapest, een verhalende reisgids van Runa Hellinga

11 February 2013

De synagoge van Györ

Zittende vrouw, Margit Kóvács
Dat de West-Hongaarse stad Györ een bisschopsstad is, kan je als bezoeker nauwelijks ontgaan. Elk tweede huis in het barokke stadscentrum lijkt een kerkelijke bestemming te hebben, of draagt anders wel ergens op de gevel een driehoek met het alziende oog van God die aangeeft dat het ooit een kerkelijke bestemming had. Ook het bisschoppelijk paleis op de Bisschopsheuvel getuigt van de rijkdom van dit bisdom, net als de kathedraal er tegenover, waar de vergulde barokke versieringen niet op schijnen te kunnen en waar gelovigen komen voor een Maria-icoon dat ooit tranen van bloed gehuild heeft, of voor de schedel van de Heilige Ladislaus.
Voor minder gelovigen zal Vilmos Ápor, bisschop van Györ in de Tweede Wereldoorlog, misschien een aansprekender figuur zijn. Toen in 1944 de Hongaarse joden naar Auschwitz werden gestuurd, protesteerde hij zowel bij de kerk als bij de Gestapo in Berlijn. Ook onderhandelde hij met de Duitse commandant om een belegering van de stad te voorkomen. Hij werd op Goede Vrijdag 1945 door Sovjet-soldaten doodgeschoten toen hij hen probeerde te beletten om een aantal vrouwen die hij een schuilplaats had geboden, te verkrachten. In de ruimte waar hij de vrouwen en hun kinderen probeerde te beschermen, is nu een tentoonstelling over hem ingericht.
Het barokke centrum van Györ is zonder enige twijfel een bezoek waard. Gelegen in de bocht waar de Raba in de Donau stroomt, rijst de Kapitelheuvel boven het water op als een indrukwekkende vesting. Het autovrije stadscentrum nodigt uit tot wandelen,  in de zomer zijn er talloze terrasjes en het stadje is bezaaid met kleine musea.  Dat maakt het voor de toerist meteen een beetje lastig, want wat kies je uit zoveel aanbod? Het zou mooi zijn als je één gezamenlijke kaartje voor al die musea kon kopen, zodat je gewoon naar binnen kunt stappen, maar dat is helaas niet het geval.
De moeite waard is in ieder geval de tentoonstelling van het werk van de Hongaarse kunstenares Margit Kóvács in haar geboortehuis, het Kresztaház, Apáca u. 1, dagelijks behalve maandag van t10 tot 18 uur. Kóvács maakte beelden van aardewerk in een zeer herkenbare, eigen stijl. Ze werkte lange jaren in Szentendre, destijds meer een kunstenaarskolonie dan een toeristenstadje. Ook daar is een museum aan haar werk gewijd.
Synagoge Györ
Aan de overkant van de Raba ligt de Nieuwe Stad. Op het eerste gezicht niet de plek waar het meeste te beleven is, maar in het hart van de wijk duikt onverwacht de imposante synagoge van Györ op. Zoals veel synagoges uit de tweede helft van de negentiende eeuw liet de architect zich inspireren door de Moorse bouwstijl. De Joodse bevolking van het stadje werd in 1944 en masse naar Auschwitz gedeporteerd, een gebeurtenis die in de Engelstalige folder over het gebouw wat cryptisch wordt omschreven als "in het begin van de jaren veertig nam de joodse bevolking van Györ af en kwam de synagoge leeg te staan".
Tegenwoordig huisvest het gebouw een museum en een deel van de plaatselijke universiteit, en daaraan heeft het ongetwijfeld te danken dat het van buiten en van binnen in oude glorie is hersteld. Hoewel de synagoge niet meer voor diensten wordt gebruikt, is het rijk versierde interieur volkomen intact, inclusief de schrijn voor de Thora. Een aanrader.


Voor meer informatie over Györ, zie de reisgids van journalist Henk Hirs.

En verder: op de Baross Gábor utca 21 bevindt zich een geheel vernieuwd toeristenbureau, met onder meer een informatieve en interactieve tentoonstelling over de stad en de omgeving.

2 February 2013

De oude Burcht van Boeda.

De Boedaburcht. Iedereen denkt dan meteen aan de burchtheuvel die fier aan de Boedazijde van de Donau oprijst. Maar de eerste Boedaburcht was ergens heel anders. En de restanten daarvan bestaan nog steeds. Ze staan er ietwat verloren en verlopen bij, op een wat onaanzienlijk grasveldje tussen de hoge grauwe flatgebouwen van Óbuda, het noordelijkste deel van Boeda. En toch was dit kleine stukje muur ooit de oostelijke Pretoriaanse Poort van een grote Romeinse burcht die er meer dan tien eeuwen heeft gestaan en die in de eerste paar honderd jaar van het Hongaarse koninkrijk bekend stond als “de Burcht van Boeda.”

Op de plek waar nu het Fö tér van Óbuda ligt, bouwden de Romeinen in de eerste eeuw na Christus een militair kamp en daar omheen ontwikkelt zich de stad Aquincum die op haar hoogtepunt 30-40-duizend inwoners telde. Ik heb altijd gedacht dat de val het Romeinse Rijk tussen de vierde en zesde eeuw, ook het einde van Aquincum betekende. Maar dat ligt dus net even anders.
Na de val van het rijk neemt de stad, die sinds keizer Constantijn christelijk was, uiteraard in belang en omvang af. Zij wordt herhaaldelijk veroverd en geplunderd, onder andere door Attila de Hun. Maar zij blijft toch altijd bewoond. De binnenvallende Hongaren vestigen zich er ook en er is zelfs sprake van dat stamleider Árpád hier in de buurt is begraven. Ergens in deze tijd gaat de plaats Boeda heten en daarna wordt de oude Romeinse burcht die nog steeds overeind staat, de burcht van Boeda genoemd. Begin 13e eeuw bouwen de Hongaarse koningen er hun koninklijk paleis.
Pas na de verwoestende inval van de Mongolen in 1241 komt de huidige Burchtheuvel in beeld, als Koning Béla IV besluit om overal in het land sterke stenen burchten te bouwen. Dan wordt op die heuvel tegenover Pest een fort met een paleis gebouwd, plus een hele nieuwe woonwijk voor Duitse immigranten en voor de Hongaren die tot dan toe aan de voet van die heuvel woonden. Zo ontstaat het nieuwe Boeda, terwijl de nederzetting rond het oude Romeinse fort Óbuda (Oud-Boeda) gaat heten. Het paleis en het fort daar doen nog eeuwen dienst, onder meer als paleis van de Hongaarse koningin. Het geheel raakt pas in verval als de Ottomanen Hongarije veroveren. De laatste restanten van de Romeinse burcht worden pas in de 18e eeuw (!) afgebroken.
Maar voor wie een beetje zoekt, is er verborgen tussen en onder de hoge flats nog van alles te zien: naast de Pretoriaanse Poort onder andere ook pal onder de fly-over die van de Árpád brug komt de restanten van een Romeins bad (niet ver van de metro ingang) en een paar honderd meter noordelijk de Herculus villa en de resten van een christelijk kerkje uit de Romeinse tijd

Meer achtergronden tips en nuttige info vindt u in onze e-boeken Boedapest, een verhalende reisgids en de net geactualiseerde uitgave Hongarije, meer dan een reisgids. Voor meer informatie, zie ons boekenaanbod.

30 January 2013

Vernieuwde reisgids Hongarije

De 2013 editie van  het eboek 'Hongarije, meer dan een reisgids' van Henk Hirs is uit. Meer dan een reisgids, omdat het boek behalve praktische informatie zeer veel vertelt over de cultuur, geschiedenis en sociale ontwikkelingen van Hongarije. De nieuwe editie is uitgebreid met een groot aantal foto's, uitgebreidere en aanvullende informatie en nieuwe achtergrondverhalen. Net als de vorige editie is het  verkrijgbaar voor epub en kindle-ereaders. Tablet- en smartphonegebruikers kunnen de gids uiteraard ook op hun apparaat lezen. Zij zullen plezier hebben van de grote hoeveelheid links waarmee de lezer kan doorklikken naar nuttige internetsites en youtube-filmpjes. Een reisgids in je tablet of smartphone, makkelijker kan het haast niet: geen extra gewicht in de tas, en toch alle informatie zonder extra verbindingskosten zo bij de hand.

De gids kost € 9,50 en wie wil, kan zich voor dat geld ook op toekomstige updates abonneren. Kijk voor meer informatie en een voorproefje op onze boekenpagina.

15 January 2013

Het belastingmuseum, een ommetje waard

Boedapest stikt van de kleinere musea die je als toerist snel zou overslaan. Ze zijn lang niet allemaal de moeite waard, maar soms vind je er kleine pareltjes. Zoals het Belastingmuseum. Niet dat de tentoonstelling zelf zo bijzonder is, maar het museum is gevestigd in een prachtige Jugendstil-villa, die kort na de vorige eeuwwisseling werd gebouwd door Miksa Schiffer, een rijke Hongaarse zakenman. Wie van Jugendstil houdt en op de Andrássy út is of in de buurt van het Heldenplein, doet er dan ook goed aan even een ommetje te maken naar de Munkácsy Mihály u. 19/B.
De villa springt niet direct in het oog, hij ligt een eind van de straat en aan de buitenkant zie je er ook niet zoveel bijzonders aan af. Het gaat het om het interieur, samen met het hele pand ontworpen door József Vágó, een van de vooraanstaande architecten van de Hongaarse jugendstil. Het gebouw was een "Gesamtkunstwerk": alle details, het hele interieur en alle meubels werden door Vágó bedacht.
Van dat meubilair is overigens weinig over: al wat los zat, is na de Tweede Wereldoorlog gestolen of verdween in andere musea. Eén kast wist het Belastingmuseum terug te krijgen uit het Museum voor Toegepaste Kunst. Maar de decoratie van het pand, van glas-in-loodramen tot smeed- en houtsnijwerk, maakt een bezoek de moeite waard. Voor een uitgebreider verhaal daarover, zie 'Een huis vol vogels' op het blog Scribbles from Hungary.
Het aardige van het Belastingmuseum is dat het op maandag open is, als de meeste andere musea dicht zijn en dat het 's ochtends al om acht uur open gaat, ruim voor andere musea hun deuren openen. Daar staat tegenover dat het op zondag dicht is. Het is te bezoeken op maandag tot en met donderdag van van acht tot vier, vrijdag van acht tot twee uur en zaterdag van tien tot vier. Bij de ingang liggen Engelstalige folders met informatie over de tentoonstelling en over het pand zelf.
Vlakbij het Belastingmuseum vind je ook nog de Kogart Galerie, een museum voor moderne kunst, en het Zelnik-goudmuseum.

26 December 2012

Kosice2013: de stad van Sándor Márai


Kosice (Hongaars: Kassa) is in 2013 culturele hoofdstad van Europa. De stad is bij veel mensen vooral bekend als de plaats waar de Hongaarse schrijver Sándor Márai (1900-1989) vandaan komt. Wat Kafka is voor Praag, is Márai voor Kosice, aldus de organisatoren van het 2013 programma. Maar wat is er van en over Márai vandaag eigenlijk nog te vinden in de stad? Deel 1 in een korte serie over Kosice2013.



Add caption
Het allerbelangrijkste is misschien wel dat het, als je in het mooi gerestaureerde centrum van Kosice rondloopt, geen enkele moeite kost om jezelf voor te stellen hoe Márai hier zijn jeugd doorbracht. Het decor is er nog: het langgerekte hoofdplein (nu Hlavna, destijds de Fö utca) met zijn prachtige huizen en stadspaleizen, gegroepeerd rond een buitengewone kathedraal en een Opera. En Márai zelf heeft het in zijn boeken ingekleurd: “In de Föstraat wandelden aan de ene zijde van de straat de gegoede burgers van de stad, terwijl het trottoir aan de andere kant door dienstmeisjes, soldaten en andere eenvoudige lieden werd bevolkt. Het publiek van de ‘herenpromenade’ was alleen in uiterste noodzaak bereid naar het proletarische deel van de straat over te steken.” (Bekentenissen van een burger).

Márai geldt als de belangrijkste vertegenwoordiger van de Hongaarse burgerlijke middenklasse litteratuur. Zowel de conservatieve waarden als het uitgesproken multiculturele karakter van het milieu en de stad waarin hij opgroeide, drukten een blijvend stempel op hem. “De conversatietaal van de plaatselijke ‘betere kringen’ was officieel het Hongaars, maar thuis, onder elkaar, spraken de mensen het Duitse dialect van de Tatra-regio, zelfs degenen die uit puur Hongaarse streken afkomstig waren. Dit alles had niets krampachtigs. De sfeer in de stad was Hongaars, maar als de mannen na het avondeten in pantoffels en hemdsmouwen een boom opzetten, gingen ze al spoedig over in het Duits, zelfs de heren.” (Bekentenissen van een burger).

Márai museum


Het belangrijkste feitelijke overblijfsel van Márai’s jeugd in Kosice is het huis aan de Masiarska ulica 35, waar hij met zijn ouders een aantal jaren woonde in de tijd dat hij naar het gymnasium ging. Nu is er het Sándor Márai Herinnerings Huis gevestigd, een modern museum over zijn werk, zijn leven en zijn banden met de stad (www.sandormarai.eu). Er zijn onder meer filmfragmenten over Marai en audiofragmenten met voorgedragen stukken uit zijn werk. Een paar honderd meter verder, op de hoek van de Masiarska en de Zbrojnicna, staat een mooi beeld van de schrijver dat uitnodigt even tegenover hem te gaan zitten.


Heel veel meer is er niet. Midden op de Hlavna op nr. 42, staat nog het pand waar destijds Megay’s patisserie was gevestigd. Daar ontmoette hij tijdens een ijseet-wedstrijd voor het eerst zijn latere vrouw Lola. Nu zit er het Italiaans cafe-restaurant Carpano. En aan de overkant van het plein, even de Univerzitna straat in, staat op hoek links de middelbare school waar hij zat en vanaf werd getrapt omdat hij zich veel te vrij gedroeg. Zijn geboortehuis vlak achter de Hlavna (nu Bocna ulica 2, naast een parkeerplaats) staat er nog, maar is volledig van karakter veranderd. Het huis waar hij het grootste deel van zijn jeugd doorbracht, aan de zuidpunt van de Hlavna, is weg (er staat nu een lichtbruin winkelpand met veel glas). De grote marktplaats voor de deur, die hij in diverse boeken beschrijft, is vervangen door een verkeersplein, een modern winkelcentrum en een zwartglazen Hilton hotel.

Meer over Sándor Márai in Kosice: www.sandormarai.eu Op 19 en 20 januari vindt in de stad een grote culturele openingsshow plaats, zie www.visitkosice.eu en www.kosice2013.sk

Meer weten over Kosice? De reisgids Hongarije van Henk Hirs(eboek, verkrijgbaar in epub en kindle) maakt een uitstapje over de grens naar de geboorteplaats van Marai.