Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

6 November 2015

Budapest Card, nuttig of niet 2

Foto Runa Hellinga
Capa fotomuseum: gratis met de Budapest Card
Tijd voor een update over de Budapest Card, de toeristenkaart die ook recht geeft op gratis gebruik van het openbaar vervoer. Sinds een vorige post daarover is er het een en ander veranderd en zijn er meer instellingen waar je met de kaart gratis in kunt. Zo biedt de kaart nu gratis entree tot een aantal musea, één thermaalbad en kunnen de kopers gebruik maken van twee gratis Engelstalige, zij het tamelijk korte rondleidingen. Verder geeft de kaart recht op kortingen van tussen de 10 en de 30 procent bij andere musea, restaurants, rondvaarten en dergelijke. Maar of dat alles de aanschaf rechtvaardig, hangt nog steeds erg vanaf wat je van plan bent in Boedapest te gaan doen.

Koop je de kaart vooral vanwege het gratis openbaar vervoer? In dat geval is het antwoord simpel: dan ben je (aanzienlijk) goedkoper uit met een gewone 24-uurskaart of een 72-uurskaart van het openbaar vervoer dan met de Budapest Card. De 24-uursvariant van de Budapest Card kost 4900 forint (€15,80), de even lang geldige 24-uurs openbaar vervoerkaart 1650 forint (€5,30). Groepen zijn zelfs nog voordeliger uit, want er zijn 24-uur groepskaarten voor het openbaar vervoer, voor maximaal vijf mensen, die 3300 forint, €10,65 kosten. Bij de 72-urige Budapest Card is het verschil met de even lang geldige openbaar vervoerkaart iets minder groot, maar nog steeds aanzienlijk: 9900 forint (€ 31,90 tegen 4150 forint (€13,40).
Openbaar vervoerkaarten kun je meteen bij aankomst op het vliegveld kopen (ze zijn ook geldig op de bus vanaf het vliegveld) of anders bij de automaten op vrijwel iedere tram- en bushalte. De kaarten zijn geldig op het hele openbaar vervoer, dus de metro, bus, tram, trolley en door de week zelfs op de BKK-boten op de Donau. Klik hier voor een uitgebreid overzicht van de verschillende kaarten die de Boedapester kaartjesautomaten (en de ticketkantoortjes, uiteraard) kunnen leveren.
Zowel de Budapest Card als de openbaar vervoerkaarten zijn geldig vanaf het uur dat ze worden afgestempeld. Wie om twee uur 's middags een kaart van 24 uur in gebruik neemt, kan daar tot twee uur de volgende middag mee op stap.

Wie ouder is dan 65, hoeft de Budapest Card sowieso niet te kopen, want het Hongaarse openbaar vervoer is gratis voor 65-plussers en bovendien hebben vrijwel alle musea kortingsregelingen voor ouderen. 
Ook voor gezinnen met kinderen bestaan allerlei kortingsregelingen die de aanschaf van de kaart voor een gezin minder aantrekkelijk maken.

Wie geen gebruik wil maken van het openbaar vervoer, kan de kaart beter niet aanschaffen. Ondanks een enkele gratis activiteit is het dan zeer de vraag of je de kosten er bij benadering uithaalt. Maar ook voor mensen die het openbaar vervoer wel gebruiken, blijft de vraag wat de kaart oplevert. De meeste bezoekers van de stad blijven al met al een of drie, hooguit vier dagen. Dat betekent voor velen toch vooral: veel rondwandelen, en af en toe een kerk of museum in. Verder staat er vaak een bezoek aan een van de beroemde thermaalbaden op het programma, net als een rondvaart en een bezoek aan de Grote Markt en de cafeetjes in de joodse wijk. En uiteraard lekker eten 's avonds. 
Juist bij die hoogtepunten heb je weinig aan de kaart, want in de regel geldt: hoe populairder een bezienswaardigheid, hoe minder korting: tien, hooguit twintig procent, en vaak helemaal niets. En om de prijs van de kaart bij elkaar te sprokkelen met kortingen van tussen 200 en de 500 forint moet je heel wat betaalde activiteiten ondernemen. Los van de vraag of je daar de tijd voor hebt, kan dat uiteindelijk aardig in de papieren lopen. In praktijk blijken mensen de kaart er dan ook zelden uit te halen, is ook de conclusie van veel gebruikers op Tripadvisor.

Maar voor wie de aanschaf toch overweegt, hier onder een lijstje van de meest interessante kortingen.

- Musea. De meeste musea in Boedapest zijn niet gratis met de kaart. Belangrijkste en meest interessante uitzondering is de Nationale Galerij op de burchtheuvel, die een overzicht biedt van de Hongaarse kunst van de middeleeuwen tot nu. Hongaarse kunst is in het buitenland zelden te bezichtigen, dus voor de liefhebber is dit museum zeker de moeite waard. De toegang is normaal 1800 forint. Maar voor gezinnen met kinderen onder de 18 zijn er  kortingen, net als voor studenten, ouderen en gehandicapten met hun begeleiders. Ook zijn er allerlei dagen waarop speciale kortingsregelingen gelden, dus het werkelijke voordeel van de Budapest Card uiteindelijk aanzienlijk minder zijn dan het op het eerste gezicht lijkt. Voor tijdelijke tentoonstellingen geldt geen gratis toegang.
Wie dieper in de geschiedenis van de stad of het land wil duiken, beleeft mogelijk ook plezier aan de mogelijkheid om gratis het Museum voor de Geschiedenis van Boedapest, ook op de burcht, of het Nationaal Museum over de geschiedenis van Hongarije op de Muzeum Körút te bezoeken Voor liefhebbers is het Capa-fotomuseum nog interessant. De meeste andere gratis musea zijn voor toeristen die er maar een paar dagen zijn, niet heel erg interessant of moeilijk bereikbaar.
Bij de musea die korting geven, is het Ziekenhuis in de Rots onder de burchtheuvel de moeite waard, zeker voor mensen met (niet te kleine) kinderen. De toegangsprijs is rond de 3000 forint, de korting 30 procent. Maar ook daar geldt: voor gezinnen bestaan aparte kortingsregelingen.
- Thermaalbaden. De kaart geeft gratis toegang tot het Lukácsbad (toegang normaal 3000 forint, pakweg 10 euro). Maar in de twee bekendste thermaalbaden van de stad, het Széchenyi bad en het Gellért bad, krijg je maar 10 procent korting op een toegangsprijs van rond de 5000 forint (16 euro). Het Lukácsbad is een thermaalbad uit het begin van de vorige eeuw. Wie op zoek is naar authentieke sfeer is er aan het goede adres, want het bad trekt vrijwel uitsluiten Hongaren. Maar de andere twee baden zijn veel mooier, en dat is voor veel toeristen de voornaamste reden om erheen te willen.
- Restaurants. De Budapest Card geeft recht op korting bij een aantal restaurants, maar het moet erbij gezegd worden dat die zich voor het grootste deel in het duurdere segment bevinden. Dat voor aanzienlijk minder geld eet je elders in de stad ook prima, dus de vraag is of je met de korting veel bespaart.
- Voorstellingen. De kaart geeft 10 procent korting op concerten in de Basiliek en concerten en volksdansvoorstellingen in het Duna Palota.
- Rondvaarten. De kaart geeft korting op de tochten van Legenda. Wie niet echt per se zit te wachten op de ingesproken teksten via de koptelefoon, kan voor veel minder geld ook een keer de boot van het openbaar vervoer nemen. 

26 October 2015

Tips voor opera, concert en andere voorstellingen

Foto Runa Hellinga
Opera, centrale hal
Wie pas in Boedapest bedenkt dat het toch wel leuk zou zijn om de opera of een concert te bezoeken, loopt een groot risico dat de voorstellingen uitverkocht zijn. Opera en concerten zijn populair in Hongarije, onder Hongaren zelf, maar zeker ook onder toeristen, en de naar verhouding aangename prijs van de kaartjes heeft daar zeker veel mee te maken. Bovendien is de Opera een prachtig gebouw, en alleen dat al maakt een bezoek de moeite waard. Dat geldt trouwens ook voor de recent schitterend opgeknapte Liszt Ferenc Academie.
Maar, zoals gezegd, je moet er vaak snel bij zijn om kaartjes te bemachtigen. Gelukkig kan dat tegenwoordig online. Er zijn meerdere Hongaarse online boekingssites, maar sommige daarvan zijn uitsluitend in het Hongaars. De meest bekende, en voor buitenlanders de meest toegankelijke, is zonder enige twijfel Jegymester (Kaartjesmeester, of Kaartjesvakman). Geheel tweetalig, en met tal van zoekfuncties: op datum, op soort voorstelling of evenement of op de plaats waar het evenement plaatsvindt. Jegymester is ook de plek waar je vooraf bezoeken aan het parlement kunt boeken. 
Betaling loopt per creditcard, waarbij je als gebruiker kunt kiezen of je via de OTP of de CIB wilt betalen. Beide zijn betrouwbare Hongaarse banken. Bij boeking via de site betaal je een klein bedrag (200 forint, pakweg 65 eurocent) boekingskosten.
Het grootste nadeel van Jegymester is dat je er weinig te weten komt over de aard van de voorstelling. Bovendien beschikken online ticketverkopers niet altijd over alle beschikbare plaatsen, omdat die verdeeld worden onder verschillende online boekingsorganisaties. Wie meer over bepaalde voorstellingen wil weten, kan beter kijken op de sites van de betreffende instellingen zijn. Op die sites is ook altijd de mogelijkheid om kaartjes te boeken.

Een paar nuttige sites. 

De Opera. Website met nieuws over de opera zelf en met veel informatie over programma en voorstellingen. Even oppassen, want de site geeft niet alleen informatie over voorstellingen van de Opera op de Andrassy út, maar ook van het Erkel Színház, een modern theater in het achtste district en als gebouw voor toeristen niet erg interessant. Boeken loopt via een link naar Jegymester. 
Behalve opera brengt de Opera dansvoorstellingen en soms ook musicals. De meeste opera's zijn in Hongaars, met boventiteling in het Engels, maar soms zijn er ook buitenlandse voorstellingen. 
Foto Runa Hellinga
Fresco in de hal van de Liszt Ferenc Muziekacademie
Wie geen opera wil bezoeken, vindt op de website een link naar een virtuele rondleiding door het gebouw. Verder heeft de opera twee keer per dag, om drie en om vier uur, echte rondleidingen en kun je de hal van het gebouw gewoon inlopen voor een bezoek aan de souvenirwinkel en het recent geopende Operacafé.

12 October 2015

Kürtóskalács, schoorsteenkoek, een nieuwe Hongaarse traditie

Picture Wikipedia
Kürtőskalács boven de kolen
Je ziet ze steeds vaker in de stad: stalletjes die kürtőskalács (voor wie het graag wil kunnen uitspreken: kuurteusjkallaatsj), letterlijk schoorsteenkoek, verkopen. Net als patat en verse stroopwafels is kürtöskalács zo'n product war je geen reclame voor hoeft te maken, omdat zichzelf verkoopt, dankzij de verlokkende geur van versgebakken zoet brood, gekarameliseerde suiker en kaneel.
De koek wordt gemaakt van een lange reep lichtzoet, gegist deeg die rond een taps toelopende houten cilinder wordt gewikkeld, daarna door de suiker wordt gerold en vervolgens draaiend aan een spit boven gloeiende kolen goudbruin wordt gebakken. Over de gare koek wordt kaneelsuiker gestrooid, hoewel je kürtőskalács tegenwoordig in allerlei andere smaken kunt krijgen, zoals gehakte walnoten, hazelnoten, vanille of cacao. Het is geen snack voor mensen die aan de lijn doen: behalve een forse hoeveelheid suiker wordt ook nog behoorlijk wat boter in het deeg verwerkt. Aan de andere kant, de koek is makkelijk te delen: gewoon naar smaak een stuk van de gebakken deegreep lostrekken.
Hoewel je schoorsteenkoek het hele jaar door kunt krijgen, is het toch het soort eten dat ikzelf vooral met herfst, winter en kerstmarkten associeer dan met de zomer, Maar dat is misschien iets persoonlijks. Het komt omdat de lust mij een beetje vergaat als ik bakkers met temperaturen van 30-35 graden achter een bak met gloeiende kolen zie staan.
Vaak staat voor de stalletjes een rij te wachten tot er weer een koek van het spit komt, en dat is volkomen terecht: kürtőskalács hoort echt vers te zijn. Dan zijn ze onweerstaanbaar. Je ziet ze soms in winkels voorverpakt staan, maar de lol is er bij een afgekoelde koek snel af. De knapperige suikerlaag wordt zacht, het zachte deeg taai. Om die reden is de koek ook niet echt iets om van vakantie mee naar huis te nemen.
Hongaren omschrijven kürtőskalács als een typisch Hongaars product, maar de koek zoals die nu wordt verkocht, is eigenlijk vooral een streekproduct, afkomstig van de Hongaars sprekende Szeklers in Transsylvanië. Er is een kookboek van de Transsylvaanse gravin Mária Mikes uit 1784, waarin voor het eerst gewag wordt gemaakt van een rond een cilinder gebakken koek, die toen overigens nog niet gezoet werd. Zo'n twintig jaar later beschreef de Transsylvaanse kok Kristóf Simai voor het eerst een gezoete variant.
In de eeuw daarna doken verschillende variaties van de koek op in Hongaarse kookboeken, maar het was ook weer in Transsylvanië dat iemand op het idee kwam om de cilinder met het deeg over een met suiker bestrooide oppervlakte te rollen, zodat de buitenkant wat vlakker en eenvormiger werd. Pas in de afgelopen paar decennia is men begonnen de koek na het bakken met verschillende smaakmakers te bestrooien.
De kürtőskalács is overigens nauw verwant aan een reeks van soortgelijke koeken in andere landen. Vanaf de middeleeuwen kom je recepten voor aan een spit gebakken koeken tegen in heel Centraal-Europa. De Slowaakse skalicky trdelnik is zelfs precies hetzelfde als de Hongaarse schoorsteenkoek. Geen wonder, want Kristóf Simai, de Transsylvaanse kok die eind achttiende eeuw de gezoete variant bedacht, was in die jaren in Slowakije in dienst van een gepensioneerde Hongaarse generaal. Ironisch genoeg zijn het dan ook de Slowaken die de koek in 2007 als beschermd regionaal product bij de EU hebben laten te registreren.

30 September 2015

Street food, de snelle lunch

Runa Hellinga
Bageltram van Budapest Bakering
Geef fast food een nieuwe naam, kleed het een beetje aan, en plotseling is het hip en heb je street food. Boedapest, een stad waar de warme lunch traditioneel de belangrijkste maaltijd van de dag was, heeft het concept de laatste paar jaar innig omarmd. Voor hongerige toeristen een uitkomst.
Het Mekka van dit soort snelle maaltijden is het zevende district. De joodse wijk heeft zich binnen enkele jaren tot dè uitgaanswijk van de stad ontwikkeld, en daar past street food perfect in. De ruimste keuze vind je in de Kazinczy utca,
Om te beginnen is er op nummer 18 Karaván, een binnenplaats met street foodkraampjes. De binnenplaats is overdekt en ook in de winter geopend. Karaván, open vanaf 11.30 uur 's middags tot een kwartier voor middernacht, is de enige plek in de buurt waar je het Hongaarse street food bij uitstek, lángos, kunt kopen. De lángos, een soort platte oliebol ter grootte van een pannenkoek, is zelfs de reden waarom Karaván bestaat.
Eigenaar Gábor Almási wilde eigenlijk gewoon een lángostentje in de buurt beginnen. Dat bleek lastiger dan hij dacht. Op straat mocht het niet, en het werd te duur om alleen voor een lángoszaak restaurantruimte te huren. Toen kwam hij op het idee van een food court, waar tien kramen onderdak hebben gevonden en waar de kosten gezamenlijk kunnen worden gedeeld.
Traditioneel wordt lángos gegeten met zure room, knoflookolie en gerapste kaas, maar in Karaván kun je ook kiezen voor kaantjes, gemarineerde uien of geroosterde paprika's. Geen lichte hap, maar je kunt er de rest van de dag op voort. Wie liever iets anders wil: er is keuze genoeg, van pizza's, soepen en wafels tot Zing Burger, volgens velen de beste hamburger in de stad. Je vindt Zing Burger verder in een caravan op de Gozsdu udvar en in koude seizoen, als de straatstalletjes dicht zijn, in hun vaste zaak op de Kiraly utca 60.
Azië is het continent bij uitstek als het om street food gaat en ook in de Kazinczy utca kun je het Aziatische aanbod niet missen. Op nummer 9 zit Ramenka, genoemd naar de Japanse noedelsoep die het belangrijkste aanbod vormt. Vlak daarnaast op nummer 7 is het Thaise soep- en wokrestaurant Kis Parázs.
Steeds meer eetgelegenheden in het zevende district spelen in de joodse reputatie van de wijk. Een daarvan is Ricisi's World Jewish Street Food in de Rácz kert op Dob utca 40. Niet kosher, wel joods, met traditionele gerechten uit de Asjkenazische en de Sefardische keuken, van cholent (sholet op zijn Hongaars, een bonenschotel die vooral op sjabbat erg populair is), mákos nudli (gekookte aardappelpasteitjes met maanzaad en poedersuiker) en knish (gevulde pasteitjes met hartige vullingen als kip of lamsvlees) tot tabouleh met lamsvlees en Marokkaanse stoofpot.
Een broodje van Kolbice
Ook de  bagel heeft inmiddels zijn intrede gedaan in het zevende district, in de vorm van Budapest Bakering, een keten van drie karretjes (een minitram, een minibus en een minitrolleybus) die dit typisch Amerikaans-joodse, deels gekookte broodje met een gat in meerdere smaken aanbieden. Die zijn overigens weinig joods: schapenkaas met bacon en geitenkaas met ham behoren tot de zéér onkoshere opties. De karretjes staan niet altijd op dezelfde plek, via een app is te zien waar ze zich bevinden.
Ook buiten de joodse wijk is overigens street food te vinden. Het aanbod van de sandwichshop Meat and Sauce in de Nagymezö utca 34, vlak bij de Andrássy utca, spreekt voor zich. Als vegetariër heb je er echt niets te zoeken, al komen visliefhebbers er nog wel aan hun trekken.
Ietwat onontdekt zijn de eetstalletjes op de tweede verdieping van de markt in de Hold utca 13, achter het Szabadsag tér, op tien minuten lopen van het parlement. Een prima plek voor street food in de winter, want de markt is overdekt en je kunt er rustig zitten. Het aanbod is ruim, van verse vis en Thaise kokussoep tot de Hongaarse minimaaltijden in een broodje van Kolbice. Dit bedrijf, dat inmiddels meerdere vestigingen in de stad heeft, vult een soort ijshoornvormige broodjes met Hongaarse miniworstjes, gebakken uien, kool en andere ingrediënten naar keuze.

15 September 2015

Nationale Gallop, jaarlijks festijn voor paardenliefhebbers

foto: Nemzeti Vágta
Strijdwagens op de Nemzeti Vágta
Het is inmiddels een jaarlijks terugkerende traditie geworden: ieder jaar, ergens midden september, racen de paarden over het Heldenplein (Hősök tere) in Boedapest. De Nationale Gallop (Nemzeti Vágta) is een driedaagse gebeurtenis dat ruiters uit heel Hongarije trekt. De race in Boedapest is een nationaal kampioenschap, waar de winnaars van lokale races die gedurende het jaar in het hele land worden gehouden, hun krachten meten.
Het is een bont spektakel, want de races zijn een eerbetoon aan de Hongaarse geschiedenis en de ruiters racen dan ook in huzarenkleding, al zit onder hun hoge huzarenhoed een ruiterhelm verborgen.
Er zijn ook races voor kinderen en wedstrijden met strijdwagens. Omdat de wagens waarmee dit soort races normaal worden gehouden, niet geschikt zijn voor de wat beperkte ruimte om het Heldenplein, is speciaal voor deze gelegenheid een nieuw type ontwikkeld. Behalve paardenraces zijn er ook allerlei andere activiteiten: demonstraties van boogschutters en van Hongarije's beste paardentrainers, namaakgevechten te paard en worstelaars. Het volledige programma is te vinden op website van de organisatie.
Voor wie niet van paarden houdt, maar wel van folklore, is een bezoek aan de Nationale Gallop overigens ook de moeite waard. Ter ere van de races wordt op de Andrassy út gedurende die dagen een soort grote braderie gehouden, met de nadruk op lokale tradities en Hongaars handwerk. Er zijn tenten waar dorpen en steden hun lokale gewoonten presenteren en andere waar smeden, pottenbakkers en andere vaklieden hun vaardigheden demonstreren.
Geen Hongaars feest kan trouwens zonder overvloedig eten en drinken, en dit is dan ook een prima gelegenheid om de traditionele Hongaarse keuken te proeven. Op 18 september, de eerste dag, gaat de 'Nationale Keuken' open, met Hongaarse specialiteiten, palinka en wijn. Een evenement dat niet erg geschikt is voor vegetariërs, want de organisatoren melden trots dat vlees dit jaar de hoofdrol speelt in het culinaire aanbod.
Nemzeti Vágta 2015: 18-19-20 september.

23 August 2015

Massages in het grootste kuuroord ter wereld

Foto Runa Hellinga
Een van de thermaalbaden in het Gellértbad
Turkse baden, art nouveau of modern: er is voor elk wat wils als je in Boedapest een bad wil bezoeken. De badcultuur is haast 2000 jaar oud. De Romeinen waren de eersten die profiteerden van het warme water dat zich in ruime mate onder de grond van de stad bevindt. Maar het waren de Turken die de basis legden voor de huidige badcultuur. En net als in de Turkse tijd zijn de Boedapester baden tegenwoordig veel meer dan zwembad alleen.
In feite is Boedapest het grootste kuuroord ter wereld. Hongaren gaan graag naar een kuurbad voor massage, heilgymnastiek en modder- of kruidenbaden. Lang niet al die diensten kun je als buitenlandse bezoeker zomaar gebruiken, want voor een deel ervan heb je een verwijzing van de dokter nodig, Maar de baden bieden een groeiend aantal diensten aan waar toeristen wel plezier van kunnen hebben.
De meest bekende kuurbaden zijn het Gellérthotel en het Szechényibad.. Beide hebben zowel een zwembad als een thermaalgedeelte. In het Gellért bevinden de thermaalbaden zich links en rechts van het gewone zwembad. Tot voor kort waren de thermaalbaden gesplitst voor mannen en vrouwen en liep je daar in principe naakt, maar tegenwoordig is het gemengd en moet je zwemkleding aan. In het Széchenyi bevindt het thermaalbad zich aan de andere kant van het gebouw. Het heeft een prachtige entreehal, die zeker ook de moeite van het bezoeken waard is als je helemaal niet naar het bad gaat.
Je hoeft niet naar het thermaalgedeelte, want in beide baden kun je je ook laten masseren als je alleen het gewone bad bezoekt. De prijs van de massage en andere diensten komt boven op de entreeprijs voor het bad. Toegangsprijzen variëren van een euro of 15 tot een euro of 18 en zijn mede afhankelijk van afhankelijk van het al dan niet huren van een kleedhokje (de goedkoopste optie is een omkleedruimte en een afsluitbare opbergkast), de dag van de week en in het geval van het Széchenyi ook nog het uur van de dag. Hou in de gaten dat de massage daar dus nog bijkomt. Reken voor de goedkoopste massage (20 minuten) pakweg 15 euro. Een uur luxemassage is al snel een veelvoud daarvan. Hou er rekening mee dat het wordt afgeraden om met kinderen onder de veertien naar een thermaalbad te gaan.
Behalve massage bieden de baden tegenwoordig ook andere diensten aan. In het Gellért kun je bijvoorbeeld een privébad huren, het Széchenyi beschikt sinds kort over een palmenkas waar je, tegen extra betaling in tropische sfeer kunt ontspannen en theedrinken. Ook heeft dat bad de mogelijkheid voor pedicure met behulp van visjes.
Minder luxueus, maar een stuk goedkoper is het Lukács, in Buda vlak bij de Margitbrug. Voor een ticket dat twee uur geldig is, ben je er ongeveer de helft kwijt van de andere baden. Ook een dagkaart is aanzienlijk goedkoper. Net als de andere baden biedt het Lukács een rijke keuze aan massages en wat het aan pracht en praal mist, compenseert het met sfeer. Het overgrote deel van de bezoekers zijn Hongaren.
Bij deze een overzicht van de diensten en de prijzen van het Gellért en van het Széchenyi. De site van het Széchenyi geeft de mogelijkheid om meteen online te boeken. Boeken bij het Gellért kan via een contactformulier.

Wie op zoek is naar een hele andere sfeer, kan terecht in de oude Turkse baden, het Rudás- het Király en het Veli Bejbad. (Op het moment van schrijven is het Kiralybad overigens al haast een week 'om technische redenen voor onbepaalde tijd' gesloten). De Turkse baden stammen uit de zestiende en zeventiende eeuw en ze zijn een van de weinige herinneringen aan anderhalve eeuw Turkse bezetting van Budapest.
Het Rudás, dat in de afgelopen jaren een behoorlijke opknapbeurt kreeg, biedt naast het oude, fraai
Kiralybad
gerestaureerde Turkse bad ook een zwembad. Prijzen liggen iets lager dan die van het Széchenyibad (en een stuk lager dan het Gellért).
Goedkoper is het Veli Bej bad, het oude Czaszarbad. Ook dat werd onlangs helemaal opgeknapt. Daarbij werden de oude stenen muren gepleisterd en werden nieuwe voorzieningen gebouwd. Helaas is niet alleen het bad zelf moeilijk te vinden (het ligt verscholen  achter het zwembad van het gelijknamige Czaszarhotel, vraag daar even naar de ingang), maar bij gebrek aan website is de informatie over het bad ook zeer beperkt. 
In principe (als het open is) is het Király het goedkoopste van alle genoemde baden, Voor 4800 forint 16 euro heb je er een dagkaart inclusief een massage van 15 minuten. Zonder massage kost een dagkaart 2600 forint, studenten betalen 2000 en gepensioneerden 1800 forint. Het is ook het mooiste Turkse bad, omdat het niet alleen binnen, maar ook buiten zijn originele uiterlijk behouden heeft. 

Gellértbad:  Kelenhegyi út 4. +36 1 466-6166
Széchenyibad: Állatkerti krt. 9-11, +36 1 363 3210
Rudásbad:  Döbrentei tér 9. +36-1-3561322
Kiralybad: Fő u. 84. +36 1 202-3688
Veli Bejbad  Árpád fejedelem útja 7 +36 1 438 8400

16 August 2015

Bioscoop in de buitenlucht.

Corvin tető
Wie warme zomernachten wil combineren met bioscoopbezoek, kan op meerdere plekken terecht. Hieronder een paar opties.

Het meest bekend is de bioscoop op het Corvin tető, het dak van het Corvin Warenhuis op het Blaha Lujza tér. Op de bovenste verdieping van het gebouw bevindt zich een complex van voorzieningen: bar, theater, galerie, allemaal gericht op een wat alternatiever publiek. In de zomer (het seizoen loopt tot eind september) worden er een tot twee keer per films op het dakterras vertoond. Alle films zijn vrijwel altijd Engelstalig, met Hongaarse ondertiteling. Het gaat veelal om klassiekers, al stond Grand Hotel Budapest dit jaar ook op het programma. Het aanbod loopt van een beruchte gewelddadige klassieker als Clockwork Orange over Terminator en Batman tot Catch me if you can, The Truman Story en Ghostbusters.
Op Facebook is het programma voor de komende film te vinden. Toegang is 600 forint, de films starten als het donker wordt, ergens tussen kwart voor negen en negen uur, maar het terras is open vanaf half zeven. Reserveren is niet mogelijk en als het regent, gaat de film niet door. De eerst komende film, Hangover, wordt op 20 augustus vertoond. De ingang is overigens niet op het Blaha Lujze tér, maar om de hoek in de  Somogyi Béla utca. En een waarschuwing: er is geen lift.

Ook op het Margit Sziget, in de Holdudvár, is een openluchtbioscoop gehouden. Het reausachtige terras is overdag een restaurant, maar 's avonds worden er regelmatig parties en andere activiteiten georganiseerd, en iedere tweede week draait er op vrijdagavond om negen uur een film. De bioscoop concentreert zich op internationale films. Vorig jaar stond de Franse film centraal en deze zomer worden er in samenwerking met de Spaanse ambassade en cultuurinstituut Instituto Cervantes Spaanse films vertoond met Engelse ondertiteling. De eerst volgende film draait op 24 augustus Living is easy with eyes closed, het verhaal van een leraar Engels die in Franco-Spanje op zoek gaat naar zijn idool John Lennon. Meer info.

Ook restaurant Pagony in de Kemenes utca, achter het Gellért bad, legt zich toe op internationale films. Het restaurant zit in het voormalige kinderbad dat bij het Gellért bad hoorde. Ze draaien meerdere malen per week een film. Deze week staan de Poolse film Ida (over een non die ontdekt dat ze eigenlijk joods is). de Amerikaanse film Frances Ha en het Zweedse blijspel Love and Lemons op het programma. Toegang is gratis, maar Pagony is een restaurant, dus consumptie van een hapje en een drankje worden gewaardeerd.