Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

6 March 2015

Huur een Trabant

Niet te huur: Trabant op de burchtheuvel
Je ziet ze niet vaak meer in het Hongaarse straatbeeld, maar weinig staat voor West-Europeanen zo symbool voor het communistische verleden als de Trabant, dat autootje van kunststof waarvan het ontwerp niet of nauwelijks werd gewijzigd sinds het eerste exemplaar in 1958 van de band rolde.
Een rit in een Trabant is een speciale ervaring, en meerdere bedrijven in de stad bieden Trabanten te huur. Maar ondanks namen als Rent a Trabant blijkt het daarbij in de meeste gevallen om een georganiseerde tocht te gaan, met een chauffeur van het bedrijf aan het stuur.
Trabant Rent is een van de weinige bedrijven waar je echt gewoon een Trabant meekrijgt. Het is een piepklein bedrijf, om precies te zijn, ze hebben één auto ter schikking, een Trabant uit 1989 die voorzien is van viertakt Volkswagen Polo-motor, in tegenstelling tot de Trabanten van voor 1989, die een tweetaktmotor hadden. Die tweetaktmotoren veroorzaakten ook de typische 'Trabant-lucht', een walmende stank van slecht verbrande benzine vermengd met motorolie. Maar de wagen van Trabant Rent is milieuvriendelijk, althans, zo milieuvriendelijk als een auto met een motor uit 1989 kan zijn.
De Trabant was als voertuig verstoken van alle comfort. De stoelen zitten van geen meter, en over de vering zullen we het ook maar niet hebben. Rem- en stuurbekrachtiging zaten niet in het optionele pakket van de Trabant fabrieken, en air conditioning ook niet. Het is niet echt een auto voor lange ritten, al gingen hele gezinnen er vroeger mee op vakantie. Maar de nadelen waren meteen ook het grootste voordeel van de auto: iedere handige klusjesman kon hem zelf onderhouden en door de kunststof carrosserie roestte het ding niet.
Trabant Rent houdt er rekening mee dat niemand eindeloos met een Trabant op pad  wil. Hun auto is voor vier, zes of acht uur te huur, of voor twee dagen. In de huurprijs is de verzekering inbegrepen, plus een maximum aantal kilometers en de benzine die bij dat aantal kilometers hoort. Wie dat maximum overschrijdt, betaalt twee euro per tien kilometer extra. Prijzen: vanaf 37 euro voor vier uur op een door-de-weekse dag. Ze vragen een borg van honderd euro en leveren de wagen (tegen extra betaling) af op iedere gewenste plek in Budapest.
Wie geen Trabant wil huren, maar alleen even wil mijmeren bij dit stukje communistisch verleden: op het Disz tér op de burchtheuvel in Buda is een creatieve Trabant-eigenaar die zijn zeer authentieke voertuig daar op straat tentoonstelt (als hij er niet toevallig mee aan het rijden is). Door een kier in het raam kun je geld inwerpen voor het onderhoud. Van de auto of de eigenaar, dat blijft een beetje in het midden.

28 February 2015

Joods leven op het platteland


Wie een inkijkje wil in het vooroorlogse Joodse leven op het Hongaarse platteland, moet absoluut naar de tentoonstelling “Kő Kővel” (in het Engels vertaald als “Picking up the pieces” en in het Nederlands wellicht het best als “Steen voor Steen”). Het is een mooie gelegenheid om meteen even de grote hal van het imposante paleis waar de tentoonstelling gehouden wordt van binnen te bewonderen. Het gebouw eindigde ooit als tweede bij de prijsvraag voor het ontwerp van het parlement, en werd daarna op kleine schaal alsnog gebouwd als zetel voor het Opperste Gerechtshof. Er is sprake van dat het die functie weer zal krijgen.

“Steen voor Steen” geeft een beeld van de cultuur en het alledaagse leven van Joden buiten de Hongaarse hoofdstad voor de Tweede Wereldoorlog. Wat de expositie boeiend maakt is dat daar van alles voor wordt gebruikt: hele gewone alledaagse voorwerpen (een bord voor een feestmaal, een simpele schoen, een schoolboekje), foto’s (een straatbeeld, een groep mensen, een familie), maar ook geluidsfragmenten en natuurlijk een heleboel tekst en uitleg (alles ook in het Engels).
Ronduit beklemmend zijn een paar grote foto’s waarmee de tentoonstelling eindigt: karren met paarden die, volgeladen met mensen en spullen, op weg zijn van een dorp naar de grote stad verderop, waar – weten wij nu - het getto wacht en dan de trein naar Auschwitz.
De enige smet op het geheel is de tekst helemaal in het begin, waarin min of meer wordt gesuggereerd dat de Hongaarse Holocaust geheel e verantwoordelijkheid was van de Duitse nazi’s. Dat mag tegenwoordig de van overheidswege gesanctioneerde versie van de geschiedenis zijn, maar serieuze historici laten er geen twijfel over bestaan dat het vuile werk voor negentig procent of meer door de Hongaren zelf werd gedaan.
Steen voor Steen, tot 15 oktober 2015 in het Etnografische Museum (Néprajzi Muzeum), www.neprajz.hu
Wat het gebouw betreft: toen de Hongaarse elite eind 19de eeuw besloot een nieuw parlement te bouwen, werd er een competitie uitgeschreven waarbij Hongaarse architecten ontwerpen konden indienen. Het ontwerp van Imre Steindl, dat de eerste plaats haalde, werd het parlement dat we nu nog kennen. Maar het stadsbestuur vond nummer twee eigenlijk ook wel mooi en dat werd dus ook maar gebouwd, als onderkomen voor de Kuria, het hoogste gerechtshof. Na de Tweede Wereldoorlog werd dit het huidige Etnografische Museum, maar in de enorme hal is nog goed te zien dat het oorspronkelijk voor een prestigieuzer doel ontworpen en gebouwd is.

20 February 2015

Voorstellingen van Wereldklasse



Het Uránia Filmtheater

De taal blijft een handicap als je in Boedapest een voorstelling wilt bezoeken. Maar er is een alternatief: er zijn inmiddels al drie culturele instellingen in Boedapest die live-transmissies verzorgen van voorstellingen van wereldberoemde gezelschappen als de Metropolitan Opera in New York, het Shakespeare Globe theater in Londen en het Bolshojballet in Moskou.
Het moderne Paleis der Kunsten was in 2008 de eerste in Boedapest die ermee begon en het Hongaarse publiek de mogelijkheid gaf om de Metropolitan Opera dan wel niet helemaal in het echt te zien en ervaren, maar wel live op een bioscoopscherm en in uitstekende beeld- en geluidskwaliteit. Natuurlijk is het moderne Paleis der Kunsten als gebouw geen alternatief voor de romantiek van de  negentiende eeuwse Opera aan de Andrássy út, maar de kwaliteit van de voorstellingen uit New York is aanzienlijk hoger. En de eerlijkheid gebiedt te zeggen, de stoelen zitten een stuk beter. Zie voor meer informatie www.mupa.hu (ook in het Engels).
Voor wie toch graag een mooie klassieke zaal wil, bieden de voorstellingen in het Urania Filmtheater aan de Rakóczi út een goed alternatief. Dat filmtheater breidde heeft zijn aanbod aan HD-voorstellingen afgelopen jaren flink uitgebreid en naast opera’s van de Metropolitan staan er ook toneelstukken van het Globe Theater in Londen en het Bolshojballet in Moskou op het programma. Uránia is in 1899 gebouwd als filmhuis in een stijl die je misschien het best kunt beschrijven als een kruising tussen Moors en jugendstil. Het doet qua sfeer wel een beetje denken aan het Tuschinski theater in Amsterdam. Meer info op www.urania-nf.hu (ook Engels).
De jongste loot aan de live-HD stam is het onlangs geheel gerenoveerde Vigadó Theater aan de Korsó in Pest,  dat begonnen is met live-uitzendingen van opera- en balletvoorstellingen van de Koninklijke Opera in Londen. Het Pesti Vigadó is een schitterend gebouw, ooit neergezet als een bal- en concertzaal. De instelling is alleen zeer gericht op een Hongaars publiek. De eigenaar is de nieuwe en nationalistische Hongaarse Academie van Kunsten en dat merk je helaas aan de website, die in het Hongaars is en daardoor voor buitenlanders moeilijk toegankelijk. De Engelse website die er officieel is, stelt in praktijk niet veel voor. www.vigado.hu

15 February 2015

Voor renovatie gesloten: Museum voor Schone Kunsten tot eind 2017 dicht

De komende drie jaar heeft Boedapest een belangrijk museum minder: het Museum voor Schone

Renovatie is hoognodig
Kunsten op het Hősök tere is vanaf 16 februari voor haast drie jaar gesloten dicht vanwege een grondige renovatie. De buitenkant van het museum werd de afgelopen jaren al opgeknapt, nu zal de binnenkant worden aangepakt, Daaronder ook het voor bezoekers tot nu toe verborgen hart van het gebouw, een hal die als kunstopslag dienst doet en dat sinds de Tweede Wereldoorlog niet is opgeknapt. 
De renovatie van het Museum voor Schone Kunsten maakt deel uit van een ambitieus plan voor de bouw van een grote museumwijk. Die moet zich gaan concentreren op de naburige Dózsa György út  en een deel van het Stadspark. Dat betekent dat behalve het Museum voor Schone Kunsten ook de Nationale Galerie, het Ludwig Museum voor Moderne Kunst, het Etnografisch Museum plus een nieuw fotomuseum en een nieuw muziekmuseum in deze buurt komen. 
Op papier moet het allemaal in 2018 af zijn, al lijkt dat erg ambitieus. Onlangs werden de ontwerpen voor de nieuwe musea gepresenteerd, en daarbij bleek dat de jury een deel van de inzendingen had verworpen, zodat in 2018 waarschijnlijk op zijn best een deel van de geplande gebouwen klaar zal zijn.
Terwijl het Museum voor Schone Kunsten met een grote tentoonstelling over Nederlandse schilderkunst uit de Gouden eeuw afscheid nam van zijn bezoekers, is afgelopen maanden al begonnen met de vernieuwingswerkzaamheden. Zo werd de kunstopslag al leeg geruimd. 
Bezoekers hoeven de collectie, die internationale kunst omvat van de oudheid tot het einde van de negentiende eeuw, overigens niet helemaal te missen. Het is de bedoeling dat in de Nationale Galerie, die op dit moment nog gehuisvest is in het paleis op de Burchtheuvel in Buda, een afdeling komt met hoogtepunten uit de het Museum voor Schone Kunsten. 

21 January 2015

Laatste kans voor Rembrandt


Nog even en de tentoonstelling “Rembrandt en de Nederlandse Gouden Eeuw” in het Museum voor Schone Kunsten aan het Heldenplein in Boedapest is alweer ten einde. Zondag 15 februari is de laatste dag om een unieke collectie van meer dan 170 Hollandse meesterwerken, daaronder 20 van Rembrandt, te bekijken. En vanaf maandag de 16e februari is bovendien het hele Museum voor Schone Kunsten dicht. Het gaat volledig op de schop en is op zijn vroegst eind 2017 weer open.

De Rembrandt tentoonstelling is een topper. Volgens experts van een reeks internationale topmusea (waaronder het Rijksmuseum in Amsterdam) is het bijeenbrengen van zoveel buitengewone schilderijen tegenwoordig  eigenlijk niet meer te doen. Misschien dat het Prado in Madrid of het Metropolitan in New York er nog geld voor hebben, maar musea in kleinere landen eigenlijk niet meer. En alleen daarom al is dit een buitenkansje.
Juist omdat het zo’n brede collectie is, is het ook een uitgelezen kans om te zien wat de Nederlandse schilders uit de 17e eeuw zo bijzonder maakt: het gebruik van licht en donker, de uitbeelding van het gewone leven en van (betrekkelijk) gewone mensen, de kleuren, het perspectief.
U hoeft overigens de vaste collectie van het Museum voor Schone Kunsten de komende twee jaar niet helemaal te missen. Een aantal topstukken zal worden tentoongesteld in de Nationale Galerie, het grote museum in het Paleis op de Burchtheuvel.

7 January 2015

Hongaarse feest- en herdenkingsdagen

Processie op St Stefansdag
Hongaren zijn goed in herdenken en kennen naast de gebruikelijke feestdagen van eerste en tweede kerstdag, eerste en tweede paasdag, eerste en tweede pinksterdag, Nieuwjaarsdag een aantal vrije feest- en herdenkingsdagen die niet samenvallen met de dagen die we in Nederland gewend zijn.

Van sommige van die dagen zul je als toerist niet zoveel merken, behalve dat veel dicht is, met name winkels, die verplicht gesloten zijn op alle vrije feestdagen. Een voordeel van vrije feest- en herdenkingsdagen is vaak (maar niet altijd) dat musea gratis dan toegankelijk zijn, wat weer als nadeel heeft dat er dan veel drukker is. Maar winkels zijn verplicht gesloten op nationale feestdagen, en in de Opera en dergelijke is vaak een aangepast programma, zoals de opera Bánk Bán, die buiten Hongarije nooit een succes werd.

Er zijn zo'n zeven herdenkingsdagen die geen vrije dag verdienen, waaronder de Holokaustdag en de Dag ter Herdenking van de Communistische Diktatuur (en sinds dit jaar ook de Dag voor de Hongaarse Vlag). Maar de eerste vrije herdenkingsdag van het jaar is 15 maart, de dag waarop de Hongaarse opstand tegen de Habsburgers in 1848 wordt herdacht. Als toerist heb je er niet zoveel aan. Er worden die dag her en der bijeenkomsten gehouden, vaak bij een standbeeld van een van de helden van die dagen, maar wie geen Hongaars verstaat, zal daar weinig plezier aan beleven. Hooguit zal het je als toerist opvallen dat veel Hongaren die dag een kokarde met de Hongaarse driekleur op hebben. Zo'n kokarde droegen de opstandelingen ook.

Sinds 2017 is Goede Vrijdag een vrije dag. Samen met Eerste en Tweede Paasdag zorgt dat voor een zeer lang paasweekend, waarin de winkels (en bijvoorbeeld ook de markt in Budapest) alleen op zaterdag open zijn.
Verder mogen Hongarije thuisblijven op 1 mei. De feestdag vindt zijn oorsprong in de Amerikaanse arbeidersbeweging, die in 1888 besloot op 1 mei jaarlijks een demonstratie voor de invoering van een achturige werkdag te organiseren. Het werd een socialistische traditie en onder het communisme was het de dag van de grote parades. De Hongaarse Socialistische Partij organiseert jaarlijks een 1 mei-feest in het Stadspark, een soort grote braderie met kraampjes en draaimolens, maar ook elders zijn feestelijkheden, van shows met paarden en runderen op de Hortobagy tot maratons, motorraces en concerten.

12 December 2014

Monumenten en jonge pioniertjes, op minischaal

Het meer van Tata
Boedapest heeft volwassenen voldoende te bieden, maar leuke dingen als Eurodisneyland zijn er niet echt. Voor Attila Kocsis was dat aanleiding tot de bouw van zijn Miniversum, een soort Madurodam van Hongarije, alleen op veel kleinere schaal.Maar terwijl Madurodam Nederland op een schaal van 1 op 25 weergeeft, is het Miniversum op een schaal van één op 100. En bovendien is de miniwereld overdekt, dus perfect om te bezoeken op een regenachtige dag.
Sinds Miniversum deze zomer opende, heeft het al 60.000 bezoekers getrokken. Kinderen vinden het prachtig, maar je hoeft geen kind te zijn, of zelfs maar een kind bij je te hebben, om gecharmeerd te raken van de kleine, maar uiterst gedetailleerde wereld die Kocsis en zijn medewerkers hebben geschapen. Miniversum biedt meer dan liefdevolle kopieën van interessante gebouwen in Boedapest en de rest van Hongarije, zoals het Heldenplein, het klooster van Pannonhalma en het centrum van Sopron. Het wil de bezoeker ook te laten proeven van het dagelijks leven in Hongarije, zowel in Boedapest als daarbuiten. 
De straten, pleinen, dorpen en velden zijn gevuld met minder dan twee centimeter hoge figuurtjes die wandelen, een ijsje eten, boodschappen doen, ramen lappen, door de politie worden aangehouden, hout hakken, demonstreren, kippen voeren, zwemmen en zonnen en, in een speciale 18+ afdeling, zelf verstolen in de bosjes liggen te vrijen (met kleren aan, dat wel) of tippelen op een parkeerplaats voor vrachtauto's. Kortom, alles wat in het echte leven gebeurt, kan in Miniversum ook gebeuren.
Hongaarse glazenwassers
Allerlei soorten treinen brengen beweging in het landschap, en het is de bedoeling dat er op den duur ook autoverkeer komt. Daarnaast zijn er overal knopjes om op te drukken, en ergens gebeurt dan iets. Vaak is het zoeken: dan blijken de kippetjes bij de boerderij te scharrelen, sproeit een fonteintje of komt er ergens een ooievaar aanvliegen. Kinderen vinden het zoeken heel leuk, zegt Kocsis, maar ouderen hadden graag een bordje gehad waar ze moeten kijken.
De details zijn ongelooflijk. In een garage zie je de tangen en het gereedschap hangen, bij een dorp bloeit een heel veld met zonnebloemen en bij het meer van Tata zijn zelfs de gerepareerde plekken in de muur en de treurwilg aan de rand nauwelijks van echt te onderscheiden. Niet alle gebouwen in het Miniversum zijn overigens exacte kopieën. In Boedapest werd de Andrássy út (de straat waar het Miniversum gevestigd is), nagebouwd, maar zonder de Opera, en deels met panden die er helemaal niet staan. 
De achtergrond daarvan is deels praktisch, de Opera was gewoon te groot, deels financieel, het werd onbetaalbaar om alle modellen zelf te vervaardigen. Om diezelfde reden heeft Kocsis zich niet tot Hongarije beperkt, maar is er ook nog een stuk Duitsland en een stuk Oostenrijk: in die landen waren ook kant en klare modellen te krijgen. De eigen modellen zijn overigens duidelijk het levendigst.
Miniversum is een project in ontwikkeling. Onlangs werden tien scenes uit het leven onder het communisme toegevoegd. Ergens staan Jonge Pioniertjes naar een toespraak van een partijbons te luisteren, elders zijn boeren op hun landbouwcoöperatie aan het werk en in een typisch communistische flatwijk staan de Trabantjes geparkeerd en kun je een blik werpen in de lokale ABC-winkel, compleet met de zo typerende geblokte vloer. Want de details houden niet op bij de buitenkant. Ook is er een stukje IJzeren Gordijn nagebouwd. Bij ieder stukje communistisch Hongarije wordt in meerdere talen iets over het leven toen uitgelegd.
Nacht in Miniversum
Het Miniversum is alle dagen open, vanaf negen uur 's ochtends tot zeven uur 's avonds en op vrijdag en zaterdag tot negen uur 's avonds. In de winter, als het vroeg donker is, gaat het miniland tussen vijf en half zeven twee keer een half uur op nachtstand: dan gaat het licht uit, en de tienduizenden lantarentjes, verlichte raampjes en etalageverlichting aan. Voor groepen (vier tot acht personen) is er (na aanmelding vooraf) ook nog de mogelijkheid om deel te nemen aan de "Moord op de Orientexpres", een raadselspel waarbij aan de hand van allerlei clous een moord moet worden opgelost.
Toegang: 1900 forint per persoon, 4900 forint voor een familie (maximaal twee volwassenen en maximaal drie kinderen).