Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

6 May 2012

Klompen op de poesta 1. Een galerie in de kelder

Een serie over Nederlandse activiteiten in het Hongaarse toerisme. Deel 1

Het begon allemaal er allemaal mee dat de buurvrouw in Nagypall, een dorp zo'n 15 kilometer van de Zuid-Hongaarse stad Pécs, een kelder te koop aanbood. Het was een prachtige ruimte, een oude wijnkelder met hoge ramen, en hoewel Frouke Schouwstra en haar man, fotograaf Eddy Smid niet direct wisten wat ermee te doen, zeiden ze toch enthousiast ja. Het werd uiteindelijk een galerie, waar ze nu al sinds 2002 jaarlijks tussen 1 mei en half september tentoonstellingen organiseren, waarin ze Eddy's foto's combineren met het werk van Hongaarse kunstenaars, die zich, soms ook op hun verzoek, bezig houden met het thema dat ze kiezen.
Die thema's worden soms bepaald door het werk van Eddy, maar het gebeurt ook dat de tentoongestelde kunst juist het onderwerp van zijn fotografie bepaalt. De eerste tentoonstellingen draaiden om Hongaarse volkskunst. Afgelopen jaren besteedden ze aandacht aan religieuze kunst en aan kunst die gemaakt van hergebruikte materialen. De inspiratie voor dat thema was de stedelijke vernieuwing in Pécs, waarin gebouwen vervallen en weer worden opgeknapt.
Dit jaar draait het om Hongaarse naïeve kunst. Aanleiding was een boekje dat Frouke ergens op een markt tegenkwam. "Dat is een thema wat me al langer boeit. Ik realiseerde me dat er veel meer naïeve kunst in Hongarije moet zijn, maar dat je die eigenlijk nooit ziet.

4 May 2012

Prijs voor ‘Nederlands’ gebouw in Pannonhalma


Afgelopen donderdag vierde het klooster van Pannonhalma het feit dat recent haar nieuwe restaurant en ontvangstgebouw, een ontwerp van het Nederlandse architectenbureau Roeleveld-Sikkes, de prestigieuze Hongaarse Prijs voor Uitzonderlijke Gebouwen won.

In het opvallende gebouw, met daaronder een kleine parkeergarage en congreszaal, zit het inmiddels al bijna gerenommeerde restaurant Viator Apátsági. Het ligt buitengewoon mooi aan de voet van het beroemde klooster en zowel van binnen als vanaf het aangenaam ruime terras heeft u een fantastisch uitzicht over de heuvels eromheen. Het restaurant wordt van de monniken gepacht door dezelfde man die ook het beroemde Klassz in Boedapest bezit. Volgens de betrouwbare Hongaarse website Dining Guide is de keuken (internationaal/Hongaars) voortreffelijk, de inrichting elegant en modern, en het prijsniveau zeer redelijk (gemiddeld minder dan 4000 Ft voor drie gangen).

Het klooster van Pannonhalma, gelegen in West Hongarije boven op een heuvel tien kilometer ten zuidoosten van Györ, is zonder meer een van de topattracties van het land. Het is de oudste abdij van Hongarije, gesticht in 996 als zendingsabdij van de Benedictijnen door de paus in Rome op verzoek van prins Geza, en wordt sinds 1991 weer bewoond door zo’n 50 monniken. De orde draagt een opvallend open en oecumenische filosofie uit (opvallend omdat de katholieke gezagsdragers in Hongarije juist buitengewoon conservatief zijn). Vanuit die moderne instelling koos Pannonhalma ook voor het ontwerp van Roeleveld-Sikkes.

1 May 2012

Hongarije, het goedkoopste vakantieland van Europa

De zwakke Hongaarse forint mag voor Hongaren nadelen hebben, voor vakantiegangers heeft hij een enorm voordeel: Hongarije is volgens een onderzoek van het economische bureau van de ING momenteel het goedkoopste vakantieland van Europa. Accomodatie kost 51 procent minder dan in Nederland, om maar een voorbeeld te noemen, en zelfs in het hart van Boedapest moet je tegenwoordig moeite doen om meer dan anderhalve euro voor een kop koffie te betalen, tenzij je bij de echte toeristenterrassen gaat zitten. Zulke prijsverschillen maken een bezoek de moeite waard, zelfs als je de reiskosten meetelt.
De hoofdstad Boedapest is zeer betaalbaar, maar het platteland is echt spotgoedkoop. Een pilsje in een dorpscafé kost meestal nog geen halve euro, en voor drie of vier euro krijg je bij kleine restaurants een simpele maaltijd zoals een goed gevulde bonensoep waar je weer een flink eind op verder kunt.
Wie hoge, ruige bergen zoekt, of wil surven in de golven, heeft in Hongarije niet zoveel te zoeken. Maar wie van wandelen, fietsen en af en toe een bezoek aan een mooie stad houdt, kan er prima terecht. Steden als Eger, Pécs en Szeged zijn zeker een bezoek waard, en Boedapest heeft genoeg te bieden om een aantal dagen voor die stad uit te trekken. In veel gebieden zijn wandelwegen uitgezet en de wegen op het platteland zijn over het algemeen rustig, (helaas, moet er bij worden gezegd, zijn ze vaak ook niet in al te beste staat). Zware hellingen zul je zelden tegenkomen.
Het aardige van Hongarije is dat het op de grens van twee werelden ligt. Het is Europees genoeg om er accommodatie te vinden die voldoet aan de normen van de Westerse toerist, maar gelijktijdig zit het land nog niet in de toeristische eenheidsworst die alle hotels, restaurants en attracties in Europa zo langzamerhand op elkaar doet lijken. Meer weten over wat je er allemaal kunt zien? Bestel voor 9,50 euro de e-boek reisgids die correspondent Henk Hirs over Hongarije schreef, met tips en achtergronden over het land.


24 April 2012

De stad van boven, deel 2

Foto Runa Hellinga
Een van de fantastische dingen van Boedapest is dat je zelfs vanaf het centrum van de stad in pakweg een half uur midden in de natuur kunt staan. In de Boedabergen aan de westzijde van Boedapest begint meteen aan de rand van de stad een uitgestrekt natuurgebied met bossen, weidse uitzichten en een net van wandelpaden. De simpelste manier om naar boven te komen is met bus 21 of 21a vanaf het Széll Kálmán tér (vroeger Moszkva tér) naar Normafa, van waaraf je over de hele stad kunt uitkijken.
Wie de bergen wat spectaculairder wil benaderen, kan met de stoeltjeslift (libegő) naar boven. Die stoeltjeslift, gebouwd in 1970, had volgens plannen van direct na de Tweede Wereldoorlog onderdeel van een netwerk aan liften moeten worden, maar uiteindelijk bleef het bij dit ene exemplaar.
Uitzicht vanaf János hegy
De rit duurt twaalf minuten, is ruim een kilometer lang en overbrugt een hoogteverschil van 262 meter. Het onderste deel van de tocht voert direct over een aantal woonhuizen en tuinen, waar in de struiken een doorgang van de stoeltjes worden vrijgehouden. Hoger zweef je over een uitgesleten helling van kalksteen. Vooral naar beneden is het een prachtige tocht, omdat je dan uitzicht over de hele stad hebt.
Vlak bij het bovenste station van de stoeltjeslift staat de uitkijktoren die ooit voor keizerin Elisabeth (Sissi) werd gebouwd. De toren staat op de 527 meter hoge János hegy, het hoogste punt van de Boedabergen. Vanaf de top van de toren (ruim honderd traptreden) zouden bij heel erg helder weer de besneeuwde toppen van de Hoge Tatra zichtbaar zijn. Maar eerlijk gezegd, zo goed heb ik het weer nog nooit meegemaakt en gezien het geregeld voorkomende smogalarm in Boedapest is de kans erop waarschijnlijk niet heel groot. Dat neemt niet weg dat je er een geweldig uitzicht over de wijde omgeving hebt.

15 April 2012

Zsolnay-tentoonstellingen in Pécs


Donderdag 19 april wordt in Pécs eindelijk de tentoonstelling “Zsolnay, de Familie en de Fabriek” geopend. Een week later, van 27 april tot 1 mei, vindt in het Zsolnay Cultural Quarter in de stad ook het eerste Zsolnay festival plaats.

De zogenaamde Gyugyi collectie in de Sikorski villa, over Zsolnay en zijn werk – The Golden Age of Zsolnay – is nu permanent te bewonderen (voorheen alleen op bepaalde uren en op afspraak). Ook is er een tentoonstelling over pottenbakkerswerk van Zsolnay in de beginperiode van de fabriek – In the Beginning was the Pink.
Zo wordt het langzaam toch wat met dat culturele kwartier, gevestigd in de meer dan 20 gebouwen van de oude Zsolnay fabriek (inclusief een ijshuis en villa’s omgeven door prachtige tuinen) even buiten het centrum van Pécs. 
De wijk had eigenlijk al af moeten zijn toen Pécs in 2010 culturele hoofdstad van Europa was, maar corruptie en mismanagement wierpen roet in het eten. In de persuitnodiging voor de opening worden die problemen wat verbloemd door te doen alsof “de geleidelijke opening van diverse faciliteiten” altijd al zo was gepland. Het zij zo. Beter laat dan nooit en het Zsolnay Quarter wordt wel steeds meer een bezoek waard.
Naast genoemde tentoonstellingen is er ook het Zsolnay mausoleum (Felsőmalom u. op de heuvel net boven de fabriek), in 1903 gebouwd voor Vilmos Zsolnay, die de fabriek tot bloei bracht. Verder zijn er nog het Bobita Poppen Theater, de Pécs Gallery (tentoonstellingen moderne kunst), de faculteit van muziek en visuele kunst van de Universiteit van Pécs en het universiteitstheater. Ook vindt u er meerdere restaurants en cafés (onder meer in de oude villa van Vilmos). In de toekomst moeten er ook een planetarium, een interactief wetenschapsmuseum voor jongeren (Magic Lab) en een museum van industriële geschiedenis komen. Hoop doet leven.
Het Zsolnay Kwartier zit aan de  Zsolnay Vilmos út 37.

Meer weten over Pécs?
Koop het nieuwe eboek “Hongarije, meer dan een reisgids” door Henk Hirs, boordevol toeristische tips en verhalen over de geschiedenis, de cultuur, het dagelijkse leven. Prijs € 9,50 (346 pagina's, verkrijgbaar voor Kindle en epub).

12 April 2012

Een snelle lunch



Hongaren eten 's middags warm. Toeristen willen vaak niet eindeloos lunchen. Dat botst. Maar wie op zoek is naar een snel, en goedkoop middagmaal, kan, behalve uiteraard bij de bakker, in Boedapest wel degelijk terecht. Om te beginnen is er een groeiend aantal Turkse zelfbedieningsrestaurants waar je terecht kunt voor een broodje shoarma of, iets uitgebreider, een soep of Turkse stoofpot. Ook zijn er humus-bars met een snelle maaltijd en je vindt op iedere hoek van de straat tegenwoordig wel een McDonalds, Burger King of KFC
Lángos
Maar wie het liever op echt Hongaars houdt, en geen vegetariër is, kan, althans in Budapest,  terecht bij de slager. Veel slagers verkopen niet alleen vlees en beleg, maar hebben ook een afdeling waar je gegrilde kolbász (paprikaworst) of hurka (bloed- of leverworst) kunt krijgen, met een boterham erbij en "zuur", meestal een augurk of de ronde, lieflijk klinkende appelpaprika, die ondanks zijn naam behoorlijk scherp is. Meestal is er ook wel een gegrilde kippenpoot verkrijgbaar. In de zaak staan hoge tafels, waaraan je staande eet. Volkser kan het niet: het is de lunch van heel wat stratenmakers en ander volk dat zwaar werk verricht.
Een andere typisch Hongaarse snelle lunch is de lángos, een soort grote, platte oliebol, formaat pannenkoek, die kokend heet uit de olie geserveerd wordt met zure room, geraspte kaas en/of knoflookolie, naar keuze. Niet voor mensen die aan de lijn doen, wel erg lekker. Kleine eters hebben genoeg aan een lángos met zijn tweeën. Lángostentjes vind je over het algemeen in markthallen en achterafstraatjes en voor anderhalve euro heb je er een rijkelijke maaltijd.

1 April 2012

Atoombunker en andere grotten

Boedapest, althans het heuvelachtige deel, is gebouwd op grotten. Een groot deel is niet of nauwelijks verkend, en een paradijs voor speleologen, maar wie het iets minder avontuurlijk wil doen, kan er ook terecht. Twee grotten, de Pál-völgyi barlang en de Szemlő hegyi barlang,  een beetje aan de rand van de stad in het tweede district, zijn open voor publiek. Het zijn geen enorme grotten, het bezoek neemt iets van een uur hooguit, en wie vaker in een grot is geweest, zal misschien teleurgesteld zijn.

Deel van de atoombunker
Maar onder de burchtheuvel, in het centrum van de stad, ligt een gangenstelsel dat wel de moeite van een bezoek waard is: het rotsziekenhuis (sziklakorház), een voormalig ziekenhuis dat in de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd in het net van onderling verbonden grotten, gangen en cisternes dat de ondergrond van de burcht vormt. In het ziekenhuis werden soldaten en burgers verpleegd. Het speelt ook een rol in het succesvolle boek over Anna Boom, een Nederlandse die in de Tweede Wereldoorlog betrokken was bij de inspanningen van de Zweedse diplomaat Raoul Wallenberg om joden te redden van de Holocaust. Tijdens het beleg van Boedapest, in de laatste maanden van de oorlog, was het Duitse commandocentrum in het ziekenhuis gevestigd (in weerwil met het ook door Duitsland ondertekende Verdrag van Geneve dat het verbood burgers op die manier in gevaar te brengen).
Na de Tweede Wereldoorlog bleef het ziekenhuis tientallen jaren "stand by", terwijl een beheerdersechtpaar regelmatig braaf de onbeslapen lakens verschoonde.