Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

24 March 2018

Vegetarisch en vegan

Een mediterraan feest in Dobrumba
Traditioneel bestaat de Hongaarse keuken uit veel vlees, veel vet en veel sauzen. Niet voor niets behoren goulash soep, varkensschnitzel, ganzenlever, gepaneerde vis, en wild tot de meest bekende Hongaarse gerechten. Groente en verse sla werden nooit veel gegeten (als al, dan vooral in zuur ingemaakte augurken, kool, paprikas e.d.). De vegetarische gerechten die dergelijke traditionele restaurants op de kaart hebben staan, zijn meestal niet meer dan gepaneerde champignons of bloemkool uit de oven.
Maar die traditionele restaurants zijn inmiddels in de minderheid, de meeste restaurants in het centrum van Boedapest hebben wat ze noemen een “moderne” Hongaarse keuken: minder vet en sauzen, een mix van Hongaarse en meditairane gerechten, meer verse sla en groente als bijgerecht. Veel van die restaurants hebben ook twee of drie vegetarische gerechten op de kaart staan; soms uitstekend, soms nog een beetje in de gepaneerde champignons of bloemkool categorie.
Daarnaast zijn er inmiddels ook een aantal goede vegetarische en vegan restaurants en fast food zaken in de stad. Helaas, overigens, richten de meeste zich vooral op kantoorwerkers en ze zijn 's avonds en in het weekend vaak dicht. 

Dobrumba – met gerechten uit het Midden Oosten, Noord Afrika, Spanje en de Kaukasus. Gelegen in de Joodse wijk op de hoek van de Dob en de Rumbach utca. Ze hebben ook een dagkaart. Veel vegetarisch eten, maar vleesliefhebbers komen er ook aan hun trekken. De voorgerechten lenen zich uitstekend om samen te delen. Ondanks de Arabische uitstraling ook een redelijke wijnkaart. Open: dagelijks van 12 uur 's middags tot middernacht.

Napfényes – Een van de oudste vegetarische en vegan restaurants van de stad. Gelegen aan het Ferenciek tere 2, vlakbij de Erzsébet brug in Pest. Ze schenken veel verse sappen, maar geen alcohol. Open tot half elf 's avonds.

Slow Foodiez – Vegetarisch en vegan. Gelegen vlakbij het Nyugati station. Wel een wijnkaart, maar voral voor de lunch, want het restaurant is open tot acht uur 's avonds.

Govinda – Lacto-vegetarisch restaurantketen die eigendom is van de Krishna beweging. Meer een plek voor lunches of vroeg avondeten (sluit om 21.00 uur). Er is geen menu, de gerechten staan uitgestald en de klant wijst aan wat hij  wil hebben. Er zijn twee vestigingen in Budapest. De ene is niet ver van de St. Stefans Basiliek, in de Vigyázó Ferenc u. 4, de andere in de Papnövelde u. 1.  De website is alleen in het Hongaars. 

Vegan Love – fast food zoals burgers, hot dogs en patat zonder dierlijke producten. Gelegen in de Bártok Béla ut 9 in Boeda (vlak bij het Gellért Badhuis). Open: dagelijks van 11 tot 21 uur.

Great Bistro – niet al te groot vegan bistro/restaurant in de buurt van de St. Stefan’s Basiliek. Alleen een facebook-site in het Hongaars.https://www.facebook.com/greatbistrobudapest/

Madal Food  – pasta bar van het Madal Café. Vegan- en gluten-vrije pastas met diverse sauzen. Richt zich eigenlijk vooral op kantoorwerkers in de buurt en is dan ook uitsluitend door de week en voor de lunch open. In de Alkotmány ut 4, vlakbij het Parlement.

Tökmag – klein fast food tentje in de Hollán Ernő utca 5, niet ver van de Margit brug en het Nyugati station. Website alleen in het Hongaars. Sluit om acht uur 's avonds.

Vega city – Vegetarisch fastfood. Staat te boek als heel erg “Hongaars” vegetarisch, wat betekent dat ze veel fözelék hebben, dat wil zeggen, zeer simpele Hongaarse groentestoofpotten, en vegetarische varianten van Hongaarse gerechten zoals Transsylvaanse zuurkool (székely kaposzta) en gepaneerde champignons. Ook vooral een lunchrestaurant. gericht op kantoorwerkers uit de buurt, open tot 7 uur 's avonds, gesloten op zaterdag en zondag. Op de Muzeum körút 23 (vlakbij het Nationaal Museum).

Voor meer vegan, glutenvrije of koosjere maaltijden, inclusief een paar restaurants die 's avonds open zijn, zie ook de blog "Glutenvrij en andere diëten"

19 March 2018

Jazzconcert met diner

foto: Runa Hellinga
Concert in de Opus Jazz Club
Liefhebbers van moderne muziek komen in de grotere concertzalen in Boedapest niet echt aan hun trekken, maar wie geïnteresseerd is in muziek van de 20ste eeuw, komt in het Budapest Music Center zeker aan zijn trekken. 
Het centrum heeft een concertzaal, waar regelmatig componisten als Bartok, Ligeti en Kurtag regelmatig op het programma staan, evenals buitenlandse moderne componisten. Daarnaast komen er bijzondere uitvoeringen van klassieke stukken en wereldmuziek aan bod.
Belangrijk onderdeel van het BMC is de Opus Jazz Club, in het restaurant van het muziekcentrum. Het idee is dat van een ouderwetse club: je luistert naar muziek terwijl je ondertussen wat eet en wat drinkt. De concerten zijn twee keer per week, en beginnen om acht uur 's avonds. Er treden veel Hongaarse jazzmusici op, maar ook internationale artiesten
Reserveren is noodzakelijk, en moet in twee delen gebeuren: je bestelt via de website van het BMC, kaartjes voor het concert (pas op, je krijgt alleen een bestelbewijs, het kaartje zelf moet je met dat bestelbewijs voor het concert nog bij de kassa afhalen), en reserveert daarnaast apart een tafeltje in het restaurant (email info@opusjazzclub.hu, telefoon +36 1 216 7894). 
De concerten beginnen om acht uur, maar je kunt al eerder in het restaurant terecht, en wie in rust wil eten, doet er goed aan om een uur of zeven aan tafel aan te schuiven. Het streven is toch dat obers tijdens de muziek niet constant heen en weer lopen, dus wie laat komt, krijgt zijn eten erg snel.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen: het eten is niet vreselijk goed. Sommige gerechten klinken indrukwekkender dan ze zijn en het is verstandig om te kiezen voor gerechten die geen ingewikkelde bereiding vereisen. Mijn risotto was bijvoorbeeld veel te droog en het gerecht van mijn disgenoot, een tosti met daarnaast gerookte eend en appelmoes op zijn zachtst gezegd een verrassende combinatie (toegegeven, hij had zich niet gerealiseerd dat een croque monsieur een tosti was). 
Maar ze hebben een aantal salades, stoofgerechten en daarnaast 'concerthapjes', zoals tortillachips met avocado en kaassaus, of frietjes, die een veiligere optie bieden. De rode huiswijn is overigens uitstekend, de verse limonade zag er ook aantrekkelijk uit, op het bier was niets aan te merken en de hele combinatie van eten en concert zorgt zeker voor een heel genoeglijk avondje uit. 

9 February 2018

Werkplek in in de stad

Foto: Runa Hellinga
Café Zsivago
In deze dagen van 24/7 economie kan het zelfs toeristen overkomen: je moet op vakantie toch nog even een klusje klaren. Of je bent om zakelijke redenen in de stad en gewoon op zoek naar een plek waar je ongestoord en betaalbaar kunt werken of vergaderen.
Dan kun je terug gaan naar je hotel of appartement. Maar zijn er alternatieven. Lang voordat de ZZP'er in Nederland het café als werkplek ontdekte, vonden Hongaren het al heel gewoon om buitenshuis, vaak in het café te werken.
Hele kranten zijn er gemaakt en hele boeken zijn geschreven in de koffiehuizen die je voor de Tweede Wereldoorlog overal in de stad vond. Die traditie is nooit verloren gegaan en dat merkte Mc Donalds ook toen de fastfood keten begin jaren negentig een vestiging opende in het fraaie stationsrestaurant bij het Nyugatistation.
Hoezo fastfood? Een prima werkplek! Het concern heeft lange tijd gepoogd de klanten snel weg te krijgen, maar niets hielp. Klassieke muziek, constante reclames... uiteindelijk heeft Mc Donalds toegegeven, een Mc Café met gemakkelijke stoeltjes, koffie in echte kopjes en lekkere taartjes geopend en uiteraard is er tegenwoordig gratis internet. Niemand kijkt er nog van op als je er een uur of langer blijft zitten met een laptop voor je neus of serieus uitziende dossiermappen.
Totaal anders van karakter is Café Zsivago, Paulay Ede u. 55. De sfeer is die van een café aan het begin van de vorige eeuw, er staan wat Russische hapjes op het menu en er speelt overdag zachte klassieke muziek. 's Avonds kan het er druk zijn, overdag zit je urenlang ongestoord met één kopje koffie of een glas ijsthee aan een van de tafeltjes. Overal zijn stopcontacten voor wie een accu moet opladen. 
Het voelt een beetje alsof je in iemands huiskamer zit en ook als je een paar uur in de stad moet doorbrengen zonder per se iets te moeten, is het een prima plek om een boek te lezen. Ze hebben een uitgebreid aanbod aan verschillende soorten thee. Met een niet al te groot aantal mensen kun je er trouwens ook prima vergaderen, maar het café heeft meerdere min of meer van elkaar gescheiden ruimtes.
Wie meer op zoek is naar een bureau om een dag echt te werken, kan terecht aan de andere kant van de Donau, waar  sinds kort Urbanfood Café & Coworking de deuren heeft geopend op de Attila út 27, aan de voet van de burchtheuvel. Je koopt er geen drankje, maar werktijd, 1000 forint (pakweg 3,10 euro) per uur per persoon. Bij dat bedrag zijn koffie, thee en verse limonade inbegrepen. Broodjes zijn er ook te krijgen, maar daar moet je wel voor betalen. Er is ook een aparte ruimte voor meer private besprekingen. De zaak is tot vijf uur (kantoortijd!) open. Daarna kan de ruimte in zijn geheel worden gehuurd voor bijeenkomsten.
Coworking voor wat langere tijd, vergaderruimte of een tijdelijk kantoor is (onder meer) te huur bij Loffice, toevallig pal naast het eerder genoemde Zsivago in de Paulay Ede utca. Je huurt er een plek aan een bureau voor 4500 forint (14,50) per dag, en als je een hele maand werkruimte in Budapest zoekt, ben je zo'n 120 euro kwijt, inclusief het gebruik van een vergaderruimte voor vier uur. Daarnaast hebben ze vergaderruimte per uur te huur, Een ruimte voor maximaal 15 personen kost zo'n 16 euro voor een uur, voor 30 personen betaal je het dubbele. Whiteboard en projector zijn inbegrepen.

13 January 2018

De belangrijkste concertzalen en musea op een rijtje

Foto Runa Hellinga
Robert Capa Fotomuseum

Er zijn in Boedapest tal van kleinere muziekgelegenheden, theaters en musea, maar wie een paar dagen in de stad is, zal hooguit tijd voor een enkele voorstelling en één of twee musea hebben. Daarom bij deze een overzicht van de belangrijkste culturele instellingen, plus een enkele die speciaal de liefhebber interessant is. Kijk bij de blog over online tickets kopen voor tips over het boeken van kaartjes.
Theaters missen in dit overzicht, omdat Hongaarse theatervoorstellingen vanwege de taal voor de gemiddelde toerist helaas niet te volgen zijn.
Muziek
Opera: Het oude Opera gebouw is heel mooi, maar helaas is op moment van schrijven dicht vanwege een renovatie van de technische voorzieningen. Het Erkel Theater – waar ook voorstellingen worden gegeven – is architectonisch niet echt interessant. Veel operavoorstellingen hebben een Engelstalige ondertiteling meelopen. Voor een overzicht van het programma: klik op de 'alendar' rechts boven een datum aan en er verschijnt het programma voor de hele maand. tickets kunnen via de website zelf worden gekocht.
Palace of Arts heeft de beste programmering in Boedapest voor klassieke muziek, ballet, maar ook jazzconcerten en wereldmuziek.
Hier zijn ook de meeste voorstellingen van Recirquel, modern circus (een beetje a la Cirque de Soleil) van Hongaarse bodem en zeer de moeite waard. Het Paleis heeft buitengewoon goede akoestiek en ligt even ten zuiden van het centrum (maar is goed bereikbaar met het openbaar vervoer, lijn 2 stopt vlakbij). Voor een programma-overzicht: klik op 'event' en dan'event calendar'. Tickets kunnen via de website zelf worden gekocht.


Liszt Music Academy: www.zeneakademia.hu  . Dit is een prachtig jugendstil gebouw, wat een concert (zeker in de grote zaal) altijd de moeite waard maakt. Er zijn ook de nodige mooie concerten, de meeste vrij traditioneel klassiek (de Hongaren zijn niet zo van een moderne aanpak), maar er zitten echte pareltjes tussen. Voor een programma-overzicht; (klik op de datum van waaraf je wilt kijken, en er verschijnt een programmering. tickets kunnen via de website zelf worden gekocht.
Trafó: www.trafo.hu Dit omgebouwde industriele gebouw is het centrum van modern eigentijds theater, dans en performance art. Een deel ervan is Hongaars, maar er zit ook het nodige tussen in het Engels of waar gesproken woord weinig rol speelt. De zaal is klein, de stoeltjes ongemakkelijk en zitplaatsen niet genummerd (dringen dus als de zaaldeuren open gaan), maar het kan zeer de moeite waard zijn. Voor een programma-overzicht: 'Program calendar'. Tickets kunnen op de website worden gekocht.
Volksdansen: De voorstellingen van de staatsvolksdansensembles worden afwisselend in het Danube Palace, het Pesti Vigado en het Buda Vigado gehouden.   De voorstellingen duren tweemaal drie kwartier met een korte pauze tussenin. De ervaringen zijn gemengd. De dansers kennen hun vak, daar is geen twijfel over mogelijk. Maar het is belangrijk om te weten dat er in het Danube Palace geen podium is, zodat degenen die niet op de voorste rij zitten, vooral tegen de hoofden van de mensen voor hen aankijken. Bovendien is het is allemaal zeer toeristisch. Een aardig alternatief is op vrijdagavond eten in restaurant Araz. Er is een buffet  van allerlei traditioneel Hongaars eten en terwijl u eet, krijgt u een korte voorstelling van volksdans en volksmuziek (met steeds een korte uitleg). (klik op Hungarian taste - Hungarian music).
Jazzconcerten: wie geïnteresseerd is in Hongaarse jazz kan terecht in de Opus Jazz Club van Budapest Music Centre, (BMC). Na het kopen van een ticket moet je ook een tafeltje reserveren (eten en naar muziek luisteren tegelijkertijd dus). Het BMC heeft daarnaast een concertzaal met nadruk op moderne klassieke muziek.
Klezmermuziek: iedere vrijdagavond organiseert het Spinozaház. Het Spinozaház is een restaurant met een (apart) klein theater. Er is plek voor pakweg zeventig mensen. De kaartjes voor de voorstelling zijn los te krijgen, maar het liefst verkopen ze een pakket met na de voorstelling een traditionele Hongaars-Joodse maaltijd.
Er zijn af en toe ook klassieke concerten in de Matthiaskerk (een of twee keer per maand, www.eng.concertbudapest.com) en de Basiliek (op maandagmiddag om 17. 00 uur en vrijdagavond om 19.00 uur. Het gaat vooral om orgelconcerten en koormuziek van bekende componisten (www.organconcert.hu). De concerten verschillen erg in kwaliteit, en zijn wel een beetje op toeristen toegesneden. Maar de omgeving is indrukwekkend.

Musea
Het aantal musea is op dit moment een beetje beperkt, want het Museum voor Schone Kunsten, het Museum voor Volkskunst en het Museum voor Toegepaste Kunst (in de toekomst Architectuur Museum) zijn dicht vanwege renovaties dan in afwachting van een heel nieuw onderkomen.
Hongaarse Nationale Galerie:  Het voornaamste museum voor Hongaarse schilderkunst van de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw: romantiek, impressionisme, modernen. Prachtige en interessante schilderijen die duidelijk maken dat Hongaarse kunstenaars tot pakweg 1940  volop deel uitmaakten van de Europese kunstontwikkelingen. Er zijn ook regelmatig interessante tentoonstellingen. Het museum zit in het Paleis op de Burchtheuvel en herbergt momenteel ook een deel van de collectie van het Museum voor Schone Kunsten
Ludwig Museum voor hedendaagse kunst:  Het belangrijkste museum voor contemporaine kunst in Boedapest, met ook (maar niet alleen) aandacht voor kunstenaars uit Oost-Europa in de communistische en post-communistische tijd.
Fotomusea: er zijn er twee, vlak bij elkaar. Het Capa Centrum is vernoemd naar Robert Capa en het Mai Mano naar een fotograaf aan het Habsburgse hof. Wisselende tentoonstellingen, het MaiMano heeft ook een interessante winkel met fotoboeken e.d.
Hospital in the rock: een in authentieke staat bewaard gebleven militair ziekenhuis uit de Tweede Wereldoorlog in de tunnels en gangen onder in de burchtheuvel, plus een later gebouwde atoomschuilkelder. Rondleidingen starten op het hele uur en duren een uur. Ook interessant voor kinderen, maar ze moeten niet te klein zijn.
Geschiedenisliefhebbers kunnen terecht in het Nationaal Museum waar de geschiedenis van het land uitgebreid wordt belicht. Het is, om meerdere redenen, zelf ook een historisch gebouw. Niet alleen begon er volgens de overleveringen ooit een opstand, ook is het het eerste museum dat Hongarije rijk was.
Voor ouders met kinderen en treinliefhebbers is het Park voor de Geschiedenis van de Spoorwegen een aanrader. Een groot openluchtmuseum met prachtig oud materieel, waar je vaak nog in mag ook.
Er zijn nog een hele reeks kleinere musea, zoals musea voor Frans Liszt en Bela Bartok, het Holocaust museum, het Castle Museum over de geschiedenis van Boedapest,
Speciale vermelding verdienen de musea in Oud Boeda (Óbuda);  het Vasarély museum (de oervader van de OpArt, www.vasarely.hu) en het Imre Varga museum (prachtig modern beeldhouwwerk, www.budapestgaleria.hu) liggen bijna naast elkaar en even verderop vindt u ook het Museum van Handel en Toerisme (veel leuker dan de naam doet vermoeden, met o.a. oude winkeltjes en straatjes, www.mkvm.hu/indexen.php ), en natuurlijk het Aquincum Museum (uitgebreide opgravingen van de Romeinse stad Aquincum die hier ooit lag, www.aquincum.hu). Voor een uitgebreidere beschrijving van die musea, lees de blog Weg van het Massatoerisme: Óbuda.

4 January 2018

Vooraf online tickets kopen is zeker verstandig

Foto Runa Hellinga
Concertzaal van de Liszt Academie
Wie in Boedapest een voorstelling wil bezoeken, doet er goed aan op tijd plaatsen te boeken, dat wil zeggen echt ruim voor vertrek, want zeker klassieke concerten zijn vaak snel uitverkocht. Gelukkig maakt het internet dat tegenwoordig een stuk simpeler dan vroeger. Uiteraard hebben organisaties als de Opera en de concertzalen van het Paleis der Kunsten en de Liszt Ferenc Muziekacademie hun eigen websites met programma-overzichten. Maar wie overzicht wil krijgen wat er op een bepaalde datum allemaal gaande is, kan ook terecht op een aantal programma-sites die meteen de optie bieden om tickets te kopen.
De grootste sites zijn jegymester.hu en jegy.hu. Hun aanbod beperkt zich niet alleen tot concerten en toneelvoorstellingen, je kunt er ook museumkaartjes voor tentoonstellingen en tickets voor sportevenementen boeken. Beide bieden tickets aan voor concerten en evenementen in en buiten Boedapest en de mogelijkheid om op datum, categorie en plaats te selecteren. Jegymester is bovendien de officiële verkoper van kaartjes voor de rondleidingen in het parlement.
Beide sites behartigen de kaartverkoop voor grote culturele instellingen als voor kleinere podia en clubs. Opmerkelijk is dat Jegy op het eerste gezicht bij sommige zalen meer concerten aanbiedt dan Jegymester, maar wie goed kijkt, ziet dat dat komt omdat Jegymester alleen die voorstellingen laat zien waar nog kaartjes voor te krijgen zijn. 
Beide hebben officieel een Engelstalige site, hoewel die bij Jegymester beter functioneert dan bij Jegy. Af en toe Google Translate erbij gebruiken kan, ondanks de soms verrassende vertalingen, hoe dan nuttig zijn. Maar wie over een bepaald concert of een bepaalde voorstelling echt meer informatie wil, kan vaak het beste naar de website van de organisator gaan. Die hebben meestal (maar helaas ook niet altijd), wel een Engelse versie.
Overigens, programma-aanbieders hebben over het algemeen ook een eigen ticketverkoop, al word je ook daar vaak doorgestuurd naar een online-ticketbureau als Jegy. Sommige grote evenementen, zoals het Sziget-festival, houden de verkoop van tickets geheel in eigen hand en hun aanbod zul je op de ticketsites dus niet vinden. Wie iets niet kan vinden op de ticketsites, doet er dus goed aan om even bij de organisatoren zelf te kijken.
Betalen kan eigenlijk alleen gelijktijdig met het boeken, met een creditcard. De online-betalingen lopen vrijwel altijd via de Hongaarse OTP-bank, soms ook via andere banken als de CIB of de Budapest Bank. Paypal begint in Hongarije populairder te worden, maar helaas maken de ticketsites er nog geen gebruik van.
De betalingswebsites zijn over het algemeen in het Hongaars, maar wijzen zich min of meer vanzelf, zeker als je eenmaal weet dat kártyaszám kaartnummer betekent en dat név naam is. Wat even iets is om op te letten, is dat de OTP behalve de gewone creditcard-gegevens ook wil weten welke bank (of organisatie) de kaart heeft uitgegeven. Het het vakje waar dat ingevuld moet worden, staat ergens rechtsboven en je kijkt er makkelijk overheen.

2 December 2017

Pas op met onafhankelijke taxi's

foto Runa Hellinga
Taxi van een groot taxibedrijf
Het leek allemaal zo mooi geregeld: een paar jaar geleden moesten alle taxi's in Boedapest geel overgespoten worden en werden vaste tarieven ingevoerd. Dat gele jasje werkt perfect, sindsdien zie je de taxi's al van ver staan. Aan de andere kant geeft de eenvormigheid iedere taxi automatisch een betrouwbare uitstraling, en dat is niet geheel terecht.
De vaste tarieven (officieel maximumtarieven, maar in praktijk gaat geen enkele taxi eronder) van 450 forint (anderhalve euro) startgeld, 280 forint per kilometer en 70 forint per minuut wachtgeld werken tot zekere hoogte ook wel. Chauffeurs kunnen in ieder geval niet meer stiekum een nachttarief aanzetten, want dat bestaat niet meer. Maar helaas zijn de problemen daarmee nog niet per se opgelost.
Wie in een taxi van een groter bedrijf stapt, zoals Tele5 Taxi, Buda Taxi, City Taxi, Főtaxi of Radio Taxi stapt, is meestal verzekerd van betrouwbare service, al zijn er ook daar wel eens chauffeurs die de rit onnodig lang maken. Het grote probleem zijn de vele onafhankelijke chauffeurs, herkenbaar aan het opschrift 'Független szolgáltató'. Je vindt ze vooral op taxistandplaatsen, dus het is daar altijd even opletten bij wie je in de wagen stapt.
Officieel moeten onafhankelijke chauffeurs aan dezelfde regels voldoen als andere taxi's. Ze  hebben een gecontroleerde taximeter, moeten een rekening uit kunnen schrijven en bovendien een kaartlezer voor credit cards hebben. Maar niemand kan hen verplichten de kortste route te rijden, en daar worden met name toeristen die de stad niet kennen slachtoffer van.
De taximaffia heeft ook andere trucs. Zo zijn er chauffeurs die weliswaar het vaststaande tarief rekenen, maar bij wie de meter niet iedere kilometer, maar iedere vier kilometer verspringt en dan meteen vier kilometer meer aanslaat. Als je pech hebt, verspringt de meter net voor aankomst en betaal je vier kilometer te veel. Ook blijkt er software in omloop die het mogelijk maakt de meter met behulp van een afstandsbediening die de chauffeur in zijn zak heeft, het tarief verhoogt en die die tariefsverhoging na afloop van de rit uit het geheugen verwijdert. 
Bij aankomst op het vliegveld zullen de meeste toeristen gebruik maken van Főtaxi, het bedrijf dat officieel bij de vertrekhal mag staan. Meestal gaat dat goed, al schijnen er ook chauffeurs te zijn die omrijden. Je kunt op het vliegveld ook een ander bedrijf bellen, al is het dan even opletten geblazen om niet in handen van de maffia te vallen: er zijn onafhankelijke chauffeurs die in de gaten houden of iemand klaarblijkelijk op een taxi staat te wachten en zich dan voordoen als de bestelde wagen. Even kijken of het logo van de maatschappij op de bestelde wagen staat is dus altijd raadzaam. Bovendien vragen taxicentrales altijd naar de paasagiersnaam en geven die ook door aan hun chauffeur.
Ook elders in de stad kun je uiteraard een taxi bellen (voor telefoonnummers zie lijstje beneden). Grotere bedrijven zoals bijvoorbeeld City Taxi, Budataxi en Főtaxi hebben Engels sprekende telefonisten. Wie een taxicentrale belt, zal behalve om zijn naam gevraagd worden om het adres (niet alleen de straat, maar ook het precieze huisnummer, (restaurant Piroska in de Huppelepupstraat voldoet niet) en om zijn telefoonnummer.
Een andere optie is gebruik maken van een taxi-app. Uber is in Budapest verboden, maar Taxify, een soortgelijke service die zich in tegenstelling tot Uber wel aan de nationale taxiwetgeving houdt, is in  opkomst. Taxify maakt gebruik van onafhankelijke chauffeurs, maar net als bij Uber is bedrog uitgesloten, omdat je bij het bestellen van de rit meteen ziet hoe lang en hoe duur die wordt. Ook het betalen gaat via de app.
Wie er geen bezwaar tegen heeft om voor een bezoek aan Boedapest apart een taxi-app te installeren, kan ook terecht bij de eigen apps voor Android en Iphone van City Taxi en Budapest taxi. Beide zijn ook Engelstalig, geven de mogelijkheid een taxi te bestellen, laten zien hoe lang het duurt voor dat die komt, tonen de route en de te verwachten ritprijs en hebben een optie om de taxi via de app te betalen.
Wie een kaart-app met gsm op zijn telefoon heeft, kan in geval van twijfel natuurlijk altijd zelf de route intikken en zo de rit volgen. Dat voorkomt geknoei met software weliswaar niet, maar je ziet dan wel of de chauffeur daadwerkelijk de kortste weg neemt. 


6x6 Taxi: +36-1-666-6666
Barát Taxi: +36-70-773-2000
Buda Taxi: 2-333-333
Budapest Taxi: 4-333-333
City Taxi: 2-111-111
Főtaxi: 2- 222-222
Max Taxi: 2-222-333
MB Elit Taxi: 232-32-32
Mobil Taxi: 333-2222
Penta Taxi: 555-55-33
Police Taxi: 278-5290
Rádió Taxi: 7-777-777
Taxi 2000: 2-000-000
Taxi4: 4-444-444
Taxi Plus: 7-888-999
Tele5 Taxi: 5-555-555
Volán Taxi: 361-4-3333-22
Zóna Taxi: 365-55-55

30 November 2017

National Galerie is zeker een bezoek waard

Foto Runa Hellinga
Toegestane kunst uit de jaren zestig
Met drie musea (het Museum voor Schone Kunsten, het Museum voor Toegepaste Kunst en het Etnografisch Museum) die wegens renovatie of nieuwbouw gesloten zijn, begint het museumaanbod in Boedapest wat dun te worden. Maar het museum dat voor kunstliefhebbers misschien het meest de moeite waard is om te bezoeken, de Nationale Galerie in het paleis op de Burchtheuvel, is gelukkig (nog) open.
Nog, want er zijn grootse plannen voor de bouw van een nieuwe museumwijk en bovendien voor de restauratie van het paleis, dus het zit er dik in dat de Nationale Galerie op zeker moment een tijd gesloten zal zijn. Maar tot die tijd: als je maar één museum wilt bekijken in Boedapest, zou ik dit bovenaan zetten.
Niet zozeer omdat er zoveel beroemde schilderijen hangen, maar juist omdat er zoveel onbekende schilderijen hangen. Dat zegt niets over de kwaliteit van de werken, maar wel over de Hongaarse (kunst-)historie. Decennialang ging het museumbeleid gebukt onder totale passiviteit. Tijdelijke tentoonstellingen, samenwerking met buitenlandse musea, het was er allemaal niet bij.
Het gevolg is dat namen als Tivadar Csontváry. József Rippl-Rónay of Károly Ferenczy niemand wat zeggen, al zou dat zeer waarschijnlijk geheel anders liggen als ze elders in musea hadden gehangen. Kortom, de Nationale Galerie is niet de plek om heen te gaan om eindelijk samen met 1000 Japanners de Mona Lisa te bekijken, maar wel om, in betrekkelijke rust, kennis te maken met onbekende meesterwerken.
Dat is aan het feit dat het museum zijn tentoonstellingen de afgelopen jaren drastisch heeft verbeterd. Niet alleen hangen de schilderijen beter, maar de vaak uitgebreide begeleidende informatie plaatst de kunst in zijn tijd en is bovendien ook nog in uitstekend Engels geschreven, wat lang niet altijd het geval is in Hongaarse musea.
De vaste collectie loopt van middeleeuwse Gotische altaarstukken over late renaissance en barok tot aan Hongaarse kunst na 1945. Zeer de moeite waard is de geheel vernieuwde tentoonstelling van negentiende eeuwse schilderkunst, de bloeitijd van de Hongaarse schilderkunst.
Foto Runa Hellinga
Catalogus Péter Korniss
Daarnaast zijn er momenteel twee tijdelijke tentoonstellingen die zeer de moeite waard zijn. Tot 7 januari is er een tentoonstelling van de foto's van Péter Korniss. Onder de titel 'Voortgaande herinneringen' geeft de tentoonstelling een overzicht van Korniss foto's van 1976 tot nu. In de eerste jaren concentreerde hij zich erg op het leven in de Hongaarse dorpen in Roemenië. Het zijn beelden die grotendeels net zo goed twee eeuwen genomen hadden kunnen zijn: vrouwen in klederdracht, vaak nog op blote voeten, in de winter in hoge laarzen ploeterend door de modder, in de hooitijd met vrachten hooi op de rug. 
Een andere serie volgt het leven van Hongaarse arbeiders en dorpelingen in de communistische tijd, terwijl een van zijn laatste series teruggrijpt naar de oudste foto's: de meisjes van toen, die, nog steeds in klederdracht, vaak in Boedapest als schoonmaakster werken. Voor veel Hongaren zijn de foto's een feest van herkenning, voor buitenlanders is het verbazingwekkend hoe kort geleden dit alles eigenlijk is.
De tentoonstelling 'Within Frames' (tot 18 februari)  geeft een overzicht van Hongaarse kunst tussen 1958 en 1968. Het was een tijd waarin Hongarije zich ontwikkelde van een Stalinistische dictatuur tot wat later vaak de vrolijkste barak in het communistische kamp werd genoemd, een land waar aanzienlijk meer was toegestaan dan in andere Oostbloklanden, zolang mensen zich maar aan de door de partij vastgestelde kaders hielden: een beetje kritisch zijn mocht, maar bepaalde onderwerpen waren taboe. De tentoonstelling wordt dan ook bepaald door de drie t's: Tiltott, Tűrt, Támogatott, ofwel Verboden, Getolereerd en Ondersteund. De verboden kunst was alleen zichtbaar op private tentoonstellingen die maar vaak maar een paar dagen hingen tot de geheime dienst optrad.