Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

29 June 2014

Dakterrassen voor een biertje of een maaltijd.

Dakterrassen zijn een relatief nieuwe trend in Boedapest en voegen een extra dimensie toe aan de stad. Het heeft iets intiems om van bovenaf de huizen in te kijken, en je krijgt een uitzicht op en ziet details van gebouwen die je van beneden geheel ontgaan.

360 Bar
Zeer fraai is de in juni geopende 360 Bar op het dak van de de Parisi Nagyárúház (Andrássy út 39), boven de Alexandra-boekwinkel die op zich al een bezoek waard is vanwege het fraaie koffiehuis. Het dakterras is nieuw, en gelijktijdig oud, want toen het Parisi Nagyárúház (het Parijse Grootwarenhuis) in 1910 zijn deuren opende, had die winkel als extra attractie al een terras op het dak, met in de winter een ijsbaan.
In de afgelopen jaren werden er al feesten op het terras georganiseerd, maar de huidige exploitant wil er geen feesttent van maken, al zal er af en toe wel live muziek zijn. Vanaf boven heb je een prachtig uitzicht tot aan Buda. Je kijkt uit over de hele Andrássy út en pas vanaf dit terras zie je hoe groot de Opera echt is. Open vanaf 4 uur 's middags tot middernacht. De toegang is gratis. De ingang is rechts van de boekhandel, en er gaat een lift naar boven.

Ook nieuw: het Gozsdu Sky Terrace (Hollo utca 6). Van maandag tot en met woensdag vinden er culturele evenementen plaats, van donderdag tot en met zaterdag dakfeesten met elektronische muziek. Het terras biedt vooral uitzicht op de omliggende joodse wijk. Open van 3 uur 's middags tot middernacht. De ingang is wat lastig te vinden. Op de begane grond is een tentoonstelling van vintage auto's. Daar moet je in. Ergens aan de achterkant is een deur naar een gang met een lift. Die brengt je naar de hoogste verdieping van een parkeergarage. Wie de looplijnen in die garage volgt, komt een deur naar het dakterras.

Het Corvintető (Corvin Dak, Blaha Lujzatér 1-5, ingang om de hoek in de Somogyi Béla utca) bestaat al langer. Binnen is een dansruimte met ruimte voor 600 man. Op het dak zelf is plek voor 250 mensen. Er is een bar en je kunt er eten. Corvintető trekt een alternatief publiek dat wordt aangetrokken door het gevarieerde programma van bands Dj's, films en ook voetbalwedstrijden. Open van zes uur 's avonds tot zes uur 's ochtends. Eén waarschuwing: er is geen lift en het is 107 traptreden op.

Van een geheel andere orde zijn de twee terrassen van de Halászbástya, het restaurant in het Visserbastion op de burcht. Het restaurant heeft er twee, het Danubeterras waar je kunt eten met een fraai uitzicht over de Donau en over Pest, en het Margaréta Terras bovenop het restaurant, met een wijds uitzicht over de hele stad. Het Margaréta Terras is uitsluitend een bar en het enige van de genoemde terrassen dat in de winter ook open is. Dan wordt het verwarmd en staat er glühwein (forrált bor) op de kaart. De Halásztbástya heeft een uitstekende keuken, maar het behoort met prijzen voor hoofdgerechten tussen de 20 en de 53 euro wel tot de duurdere restaurants van de stad.
Panorama Restaurant op Hotel President

Dat geldt ook voor het Panoramarestaurant op dakterras van Hotel President in de Hold utca 5. Het feit dat het hotel over een eigen helikopterplatform beschikt, zegt iets over het publiek waarop het mikt, al lijkt het aantal helikopters dat er daadwerkelijk landt, behoorlijk miniem. Het dakterras biedt een onovertroffen uitzicht op het schitterende jugendstil-dak van de Postspaarbank aan de overzijde en op het parlement en de basiliek. Hoofdgerechten liggen tussen de 20 en de 30 euro.

Aanzienlijk goedkoper is de TipTop Bar in de Király Pál utca 4, niet ver van het Kalvin tér. Goed voor een pilsje, een glas wijn en een simpele maaltijd, open woensdag t/m zondag van 18 uur tot twee uur 's ochtends en een mooi uitzicht over de omliggende buurt.



22 June 2014

Een warme dag? Hou het koel!

Voetenbad op het Erzsébet tér
De mooiste tijden om Boedapest te bezoeken zijn eigenlijk de lente en de herfst. Dat geldt natuurlijk voor veel steden, maar Boedapest heeft een extremer klimaat dan Rome of Barcelona. De winter is vaak prachtig, maar echt koud, en in de zomer kan behoorlijk heet zijn. Maar een wandeling bij 35 graden wordt een stuk dragelijker als je daarbij rekening houdt met plekken waar je kunt afkoelen. Natuurlijk kun je naar een zwembad gaan, maar daar heb je weinig aan als je het tijdens een stadswandeling te warm krijgt. En bovendien, iedereen gaat op zo'n dag naar het zwembad, dus dat is misschien niet eens zo leuk. Daarom bij deze een aantal afkoeltips.

1. Op steeds meer plekken in de stad vind je speciale afkoelplaatsen, in de vorm van vijver, fontein of een watervernevelaar. De grootste is in het nieuwe park op het Erzsébet tér, een waar waterparadijs. Je hebt er de mogelijkheid om je voeten te koelen in een ondiep zwembad (eigenlijk het dak van het restaurant dat eronder zit). Daarnaast vind je een watervernevelingsinstallatie en fonteinen die uit het gras omhoog spuiten.
Op het Szabadság tér is een speelfontein: loop erheen, en het water verdwijnt. Kinderen zijn er dol op (volwassenen ook, trouwens) en wie zijn best doet, kan er behoorlijk nat worden. Je vindt de fontein aan de zuidkant van het plein, niet zo ver van een zwart. glazen kantoorgebouw.
Watervernevelaar bij het parlement
Verder zijn er op het Kossuth tér, voor het parlement, ook vernevelingsinstallaties die een zachte mist over de voorbijgangers uitspreiden. Net genoeg om het daarna een tijdje een stuk koeler te hebben.

Hoe aantrekkelijk de rivier ook mag lijken, zwemmen in de Donau is in Boedapest helaas een minder goed idee. Sterker nog, het is verboden en de politie deelt er soms forse boetes voor uit. Officieel, omdat het te gevaarlijk is en te vies, maar waarschijnlijk wil de gemeente gewoon de verantwoordelijkheid niet zich nemen die volgens de Hongaarse wet hoort bij het toestaan van zwemmen. Dan moet je namelijk meteen georganiseerde zwemgelegenheid aanbieden. In de jaren zestig was er nog een groot aantal drijvende baden in de rivier, maar die zijn gesloten omdat het water te vies was. Sindsdien is de Donau door het sluiten van fabrieken en het bouwen van waterzuiveringsinstallaties veel schoner geworden, maar hoe schoon, is onduidelijk. Omdat er niet gezwommen mag worden, wordt de waterkwaliteit in Boedapest namelijk niet gemeten. Noordelijk van de stad, waar wel stranden langs de rivier zijn, is die kwaliteit volgens de metingen overigens in orde.
Dat alles wil niet zeggen dat er niemand in Boedapest in de Donau zwemt, maar de plekken waar dat gebeurt, liggen buiten het bereik van de meeste toeristen. Wie de verleiding toch niet kan weerstaan en het risico op een boete op de koop toe wil nemen: zwemmen bij het het Margiteiland is vanwege de stroming ter plekke levensgevaarlijk. Veiligere plaatsen zijn het Romai part in Óbuda en de Kopászi gát aan de Boedazijde voorbij de Rákóczi brug. Nog beter is een zwemplek stroomopwaarts van de stad.

2. Het openbaar vervoer. Misschien een wonderlijke tip, maar tram 4 en 6, de lange trams die over de Grote Ring rijden, hebben air conditioning en zijn een perfecte manier om van de ene zijde van Pest naar de andere te komen. U zou de eerste niet zijn die erin stapt, puur om af te koelen. Ook de nieuwe metrolijn 4 is gekoeld. Andere metrolijnen zijn een stuk warmer, al bieden de stations, diep onder de grond en met een permanente tochtstroom vanuit de metrotunnels, wel verkoeling. Een aantal nieuwe bussen heeft ook airconditioning, maar die werkt helaas niet altijd. Er komen meer nieuwe trams met airconditioning aan, maar goed, daarop is het dus nog even wachten.

3. Koele gebouwen. Weliswaar is de air conditioning nog steeds geen standaardvoorziening in Hongarije, maar een groeiend aantal gebouwen is wel gekoeld. Andere zijn zo gebouwd dat ze sowieso langer koel blijven. 
- De moeite van een bezoek waard en heerlijk koel is het Gresham Paleis, een prachtig (en zeer duur) hotel op het Szechényi István tér bij de Lánc híd, de Kettingbrug. De gevel is prachtig, en de hal ook.
- Lekker koel is ook de orthodoxe synagoge in de Kazinszky utca in de joodse wijk.
- Kerken hebben traditioneel dikke muren en zijn zelfs in het heetste weer redelijk koel.
- Lang niet alle restaurants hebben air conditioning, maar - niet ieders pakkie-an, maar toch - Amerikaanse fastfoodketens en koffieketens zouden niet Amerikaans zijn als ze die niet hadden.

4. Ga ondergronds. De metrostations werden hierboven al vernoemd, maar Boedapest is bovendien in het bezit van een groot aantal grotten, en in grotten is het (bijna) altijd koel. Op de burchtheuvel is het Ziekenhuis in de Rots, een voormalig militair ziekenhuis uit de Tweede Wereldoorlog, hoe dan ook een bezoek waard, en heerlijk koel in de zomer. Dat geldt ook voor de openbaar toegankelijke druipsteengrotten die Boedapest rijk is, de Pál-völgyi barlang (Szépvölgyi út 162, dagelijks behalve maandag) en de Szemlő-hegy barlang (Pusztaszeri út 35, dagelijks, behalve dinsdag). Voor wie avontuurlijker is, er is ook een organisatie die rondleidingen organiseert in delen van het grottensysteem dat nog in zijn natuurlijke staat is.

5. Wandel langs de Donau. Met een rivier in het hart van de stad is er altijd één plek in Boedapest waar het relatief koel is: de Donau-oever. En die is nog prachtig ook.

5 June 2014

De joodse wijk: geweldig om uit te gaan, minder om te slapen

Ruïnetuin in de ochtend
Er is nauwelijks een plek te bedenken in Boedapest die zich sneller ontwikkelt dan het zevende district, de wijk die tot voor kort vooral bekend was als 'joodse wijk'. Joodse wijk is het nog steeds, en steeds meer zelfs, het aantal koosjere winkeltjes en restaurants is de afgelopen jaren behoorlijk gegroeid. Maar daarnaast heeft het zevende district zich de afgelopen twee in razend tempo tot een van de belangrijkste uitgaanscentra van de stad ontwikkeld. Je kunt je niet omdraaien, of er is weer een nieuw café of restaurant geopend. Toeristen hebben dat ook ontdekt. Boedapest begint internationaal faam te krijgen om zijn uitgaansleven, en dat is grotendeels te danken aan het zevende district.
Het uitgaansleven in het zevende district heeft wat te bieden voor iedereen. Er zijn goede restaurants en aangename terrassen, er zijn de ruïnecafés die vooral jongeren aantrekken, er is een groeiend aantal kleine eethuisjes dat mikt op klanten met een kleine beurs en er zijn straten met kroegen die uitnodigen tot een avond serieus stappen. 
Centrum van het uitgaansleven zijn de Gozsdu udvar, een reeks van zeven binnenhoven vol met terrassen en restaurants en de Kiraly en Kazinczy utca. Overdag is de Gozsdu een ideale plek om even
bij te komen van een stadswandeling, 's avonds bruist het er echt van de mensen. De prijzen zijn over het algemeen redelijk, het eten varieert van behoorlijk tot gewoon goed, en de sfeer is aangenaam.

21 May 2014

Hongaarse kunstenaars: Margit Kovács, keramiek met een grote K

Ik dacht altijd dat ik niet zoveel had met het werk van de Hongaarse kunstenares Margit Kovács (1902–1977), maar na een bezoek aan het keramiek museum in Szentendre dat aan haar werk is geweid, moet ik die mening grondig herzien. Vooral haar religieus geïnspireerde beelden zijn vaak ronduit betoverend.

Natuurlijk vind je in de eerste zaaltjes van het museum de beeldjes en werken die haar zo populair hebben gemaakt bij een groot Hongaars publiek en die je doorgaans ziet afgebeeld als het om Margit Kovács gaat. Het zijn vooral veel vrouwenfiguren met ietwat popperige gezichten, hele grote onschuldige ogen, gestileerd haar en vaak gekleed in fraaie jurken al dan niet beschilderd met bonte kleuren of volkskunstmotieven. Ik kan me heel goed indenken dat mensen het mooi vinden en de stijl is zeker apart en kenmerkend – je haalt zo’n typische Margit Kovács er meteen uit – maar het is niet “mijn ding” zoals dat dan heet.

Maar in de zalen erna lijkt het haast wel alsof er een andere kunstenares aan de gang is geweest. Je herkent de markante Kovács-stijl en toch is het anders: ingetogener, sierlijker, dieper. Zo is er een prachtig beeld van een oude gehurkte vrouw die somber en verstild naar de grond voor zich staart, haar handen afwerend voor haar borst en op haar hoofd een eend. Of het beeldje van de Annunciatie, waarbij een sierlijke en onderdanige Maria van een bijna dwingende engel Gabriel te horen krijgt dat ze de moeder wordt van de zoon van God. Of het kleurige tableau, gestileerd als een Oudegyptische wandschildering, van drie koningen die giften komen brengen; wat een betoverend groen en rood.

En zo is er nog veel meer, waaronder allerhande vazen, werk uit de communistische jaren vijftig (mooi voor de volledigheid), meubels en werktuigen uit haar pottenbakkers werkplaats en natuurlijk heel veel informatie over haar leven en carrière en de nodige fotoboeken en postkaarten met haar werk.
Het museum in Szentendre (Vastagh György u. 1, op 25 meter van het hoofdplein, ook op maandag geopend) heeft de grootste collectie van haat werk, maar er is ook een klein museum in haar geboorteplaats Györ (Apáca u. 1, maandag gesloten).

Voor wie geen tijd heeft om de stad uit te gaan: ook her en der in Boedapest vind je keramiek van Kovács zomaar op straat: bij de Weense Poort (Bécsi Kapu) op de Burchtheuvel is een plaquette die de straatnaam moet verbeelden en bij het Apothekersmuseum in dezelfde wijk staat een Madonna met kind in een nis in de muur. In de Régi posta utca, een zijstraat van de Váci utca in het centrum van Pest, vind je een tegeltableau van een oude postkoets (de straatnaam betekent Oude Poststraat). Een ander tegeltableau is te vinden in de Vármegye utca in dezelfde wijk.

25 April 2014

Boedapest voor gehandicapten

Een paar jaar geleden zou ik niet eens aan deze blog begonnen zijn. Boedapest met een rolstoel of een scootmobiel? Vergeet het, was toen het verstandige advies. Hoge stoepen, kruisingen waar je soms alleen overheen kon via een tunnel met trappen, nergens een verlaagde stoeprand. Maar de tijden zijn veranderd, en hoewel er zeker nog veel te verbeteren is, is Boedapest inmiddels veel meer op gehandicapten ingesteld.

Het centrum ondergaat sinds enkele jaren een enorme opknapbeurt. Straten met hoge stoepen, geparkeerde auto's en hobbelige kinderkopjes hebben grotendeels plaatsgemaakt voor autovrije of in ieder geval autoluwe straten zonder stoepranden en daar waar nog wel stoepen zijn, zijn verlaagde randen bij oversteekplaatsen normaal geworden. Voetgangerstunnels worden gaandeweg vervangen door kruisingen met voetgangersverkeerslichten (al zijn ze nog niet overal verdwenen).
Een groeiend deel van het openbaar vervoer is toegankelijk voor rolstoelen, net als het overgrote deel van de bezienswaardigheden. Op de burchtheuvel, tot voor kort een nachtmerrie voor rolstoelgebruikers vanwege de kinderkopjes en gaten, wordt op het moment dat dit blog geschreven wordt, de bestrating vervangen, zodat rolstoelgebruikers in een steeds groter deel zonder gehobbel uit de wielen kunnen. 
Onlangs kwam ik een echtpaar tegen waarvan de vrouw in een scootmobiel zat. Het viel hen honderd procent mee, vertelden ze. Ook op het internet vind je rolstoelgebruikers (Budapest in a wheelchair, Hotwheelsgoes) die met genoegen terug kijken op hun trip naar de Hongaarse hoofdstad. Boedapest mag nog steeds niet bovenaan staan als het om toegankelijkheid gaat, maar er is zeker vooruitgang gemaakt. Zeker mensen die niet helemaal aan hun rolstoel gekluisterd zijn en in geval van nood wel een paar stappen kunnen lopen, kunnen tegenwoordig op veel plaatsen goed terecht.
Om te beginnen de bezienswaardigheden. Zoals gezegd, de meeste zijn inmiddels toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Wie zeker wil zijn of een museum of kerk toegankelijk is, en vooral waar de traploze ingang en de lift dan wel te vinden zijn: de MEOSz, het Landelijk Verbond van Hongaarse Verenigingen voor Gehandicapten, heeft op zijn website een Engelstalig overzicht van bijna ieder gebouw dat een toerist zou kunnen interesseren, ingedeeld naar stadsdeel. Verder geven eerder genoemde reisverslagen een aantal goede adviezen, Zelfs attracties waar je nou niet direct van zou verwachten dat je er met een rolstoel in kunt, zoals de Szemlőhegyi grot, een druipsteengrot in het tweede district, en het ziekenhuis on de rots op de burcht blijken (in het laatste geval grotendeels) toegankelijk met een rolstoel. Veel attracties zijn bovendien gratis voor invaliden en een begeleider. 

24 March 2014

Veiligheid in Boedapest

Geen moment in het leven waarop een mens zoveel risico loopt als op vakantie. Dat geldt voor toeristen in Nederland, in Mexico, in India, en ook in Hongarije, vooral Boedapest. Let wel: de Hongaarse hoofdstad is bepaald niet gevaarlijker dan andere grote steden. Maar zoals het recente SBS-programma 'Opgelicht in het buitenland' toont, wie niet uitkijkt, kan behoorlijk worden getild. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.


Het zesde district: populair, ook bij zakkenrollers
Zoals in iedere wereldstad heb je zakkenrollers in Boedapest, en op bepaalde plaatsen moet je beter uitkijken dan andere. In tramlijn 4-6 en de gele metrolijn, veel gebruikt door toeristen, wordt regelmatig tegen zakkenrollers gewaarschuwd. In populaire uitgaansgebieden zoals het zesde district doet een mens er verstandig aan zijn tas zo neer te zetten dat anderen er niet zomaar bij kunnen. Tas goed onder de tafel en een stoelpoot door het handvat maken het dieven al een stuk lastiger. 
Mensen die je op straat om een vuurtje vragen, dienen erg gewantrouwd te worden, vooral als ze met zijn tweeën zijn. Het zou natuurlijk een overbodig advies moeten zijn dat je je portemonnee niet in je kontzak moet stoppen of je paspoort niet in een borstzakje, en dat je niet je hele hebben en houden in je rugzak op je rug moeten hebben als je een metrotrap afgaat of in een drukke massa staat. Maar die tips gelden voor iedere grote stad, en niet alleen voor toeristen.

Samen iets drinken?

Behalve dieven heb je de oplichters, en die beschikken in Boedapest over een een aantal steeds terugkerende trucs. De meest bekende, eentje waar ook heel wat geroutineerde reizigers zijn ingetuind, zijn de vrouwen die in dienst van een bar klanten naar binnen lokken om hen op te zadelen met een buitensporige rekening. Hun slachtoffers zijn alleen lopende mannen, en hun jachtgebied is de omgeving van de Váci utca in het centrum van de stad. 
Pas als je erop gaat letten, zie je hoeveel meisjes daar met zijn tweeën rondlopen. Het zijn geen hoertjes, en dat maakt het ook zo makkelijk om erin te trappen: ze zien er namelijk ook niet uit als hoertjes. Meestal is een van de twee aantrekkelijk, de ander iets minder. Ze zijn leuk gekleed, maar niet overdreven sexy, en zeker niet sexyer dan veel andere Hongaarse meisjes. Ze doen zich in veel gevallen voor als twee vriendinnen van het platteland die op zoek zijn naar een bepaald café waarvan ze gehoord hebben dat het zo leuk is. En ach, u bent alleen op vakantie? U komt uit Nederland? Ach, daar ben ik ook geweest, mooi land, aardige mensen. Misschien hebt u zin om iets met ons te gaan drinken, het is mijn verjaardag? Ze zien er onschuldig genoeg uit om het zelfs thuis aan moeder de vrouw na te kunnen vertellen dat je iets met hen gedronken hebt, en voor je het weet, hebben de dames een tafel vol dure drankjes besteld en zit je met een rekening van honderden euro's. 
Geen contant geld op zak? In 'Opgelicht in het buitenland' bleek het café een eigen pinautomaat te hebben. Andere café's sturen een paar bodybuilders met je mee om veilig naar de dichtstbijzijnde automaat te begeleiden. De politie kan weinig doen, want als je de menukaart vraagt, staan die peperdure drankjes er allemaal op. Had je maar eerst moeten kijken, in plaats van de dames blind te laten bestellen.

Wisseltrucs

Inspelen op de hebberigheid van anderen werkt natuurlijk ook prima. Dat doen de geldwisselaars die rondhangen in de buurt van officiële wisselkantoren, en klanten die zo'n kantoor in willen gaan, aanspreken. De straatwisselaars bieden een o zo aantrekkelijke koers. Jammer alleen dat het geld dat ze je in handen stoppen, niet Hongaars is, maar waardeloze valuta uit bijvoorbeeld Wit-Rusland. Tegen de tijd dat je dat als niets vermoedende toerist door hebt, zijn ze er al lang vandoor.
Een andere truc waar de Amerikaanse ambassade gewag van maakt, is dat een toerist die weigert met een geldwisselaar in zee te gaan, even later door twee 'agenten in burger' wordt benaderd die hem ervan beschuldigen illegaal gewisseld te hebben. Ze eisen om zijn portemonnee te zien als bewijs dat hij niet gewisseld heeft, en als die portemonnee terug wordt gegeven, is het meeste geld dat erin zat weg. Advies: gewoon weigeren je portemonnee te geven, en als ze blijven zeuren, zeggen dat je de zaak dan op het politiebureau wilt afhandelen. De Hongaarse politie loopt in uniform en houdt zich niet wisselzaken bezig, dus de kans is groot dat de heren niet mee willen naar een politiebureau.
Kijk overigens ook uit met de officiële wisselkantoren. Hoewel de meeste betrouwbaar zijn, zijn er ook die een absurd slechte koers betalen. Overigens kun je bij iedere bank geld uit de automaat halen tegen een zeer redelijke koers. Dat is sowieso veiliger dan met contact geld op stap gaan.

'Goedkope iPhone'

En dan is er de verleiding om tegen een zeer gunstige prijs een iPhone 5 te kopen. Ze zien er bedrieglijk echt uit, en wat is het verleidelijk om voor 300 euro iets aan te schaffen dat in Nederland al snel 550 euro kost. Dan heb je in één keer je vakantie eruit. Of niet natuurlijk. Wie er even bij stilstaat, kan zelf bedenken dat er twee mogelijkheden zijn als iemand je op straat een beetje geheimzinnig een (overigens zeer authentiek ogend) doosje met een iPhone laat zien: dat ding is nep, of gestolen. Als je zo'n ding koopt, en het blijkt geen echte iPhone te zijn, kun je nauwelijks zeggen dat je bent opgelicht. Je hebt je hooguit door je hebberigheid laten misleiden. En dat geldt natuurlijk ook voor alle andere producten die op straat worden aangeboden en waarvan de prijs te mooi klinkt om waar te zijn.

Taxi's

Hoewel de gemeente Boedapest heeft geprobeerd om taxi's te reguleren, slaagt de taximaffia er toch nog steeds in toeristen af te zetten. Vanaf het vliegveld zijn de zaken redelijk goed geregeld, omdat de maffia daar letterlijk geen voet op de grond mag zetten. Er is wel een enkeling die het probeert, maar wie zich gewoon meldt bij de officiële taxiservice, weet dat hij voor een redelijke prijs naar de stad wordt gebracht.
In de stad zelf zijn taxi's tegenwoordig allemaal geel, en de tarieven zijn vastgelegd. Maar dat hoeft chauffeurs niet te weerhouden aanzienlijk om te rijden. Betrouwbare bedrijven zijn City Taxi (00361-2111111), Budapest Taxi (00361-7777777) en Fő taxi (00361-2222222). Over het algemeen is het niet zo'n goed idee om een taxichauffeur om advies te vragen over een leuk café, want veel chauffeurs krijgen voor die dienst een commissie van het café waar ze je heenbrengen.

Toch in de problemen? De Hongaarse politie heeft een speciaal telefoonnummer voor toeristen: 00361-4388080. Daar is 24 uur per dag iemand aanwezig die Engels spreekt, net als op het bureau in de Vigadó utca 4, in het vijfde district.

16 March 2014

Originele souvernirs

Paprikapoeder, borduurwerk, een aardewerken kruikje: het is in deze tijd van massaproductie en massaconsumptie niet altijd even makkelijk om iets origineels mee naar huis te nemen van een leuk reisje naar Boedapest en Hongarije. Natuurlijk kun je kiezen voor de standaard cadeaus en souvenirs, maar met iets meer moeite (en soms meer geld) vind je al snel iets dat heel Hongaars is, maar toch ook net even anders, origineler, moderner.
Winkels met standaardproducten vind je overal in de stad, vooral in de buurt van de grote toeristenattracties, en ze verkopen zeker niet alleen maar ramsj. Maar het is wel allemaal in de sfeer van boerenbont, met een hoog 'Volendam'-gehalte, en daarom niet ieders smaak. Er is een enorme variatie aan borduurwerk, van tafellakens en kleedjes tot sjaals, hoofddoeken en rokken. Soms zie je ook de buitengewoon kunstig bewerkte traditionele klederdracht te koop (voor een prijs, dat wel), al doet een mens er wel verstandig aan om zich af te vragen wanneer je zo'n kledingstuk ooit kunt gebruiken. Als je ervan houdt, zijn de geborduurde tafelkleden zeker een aanrader.
Zwart aardewerk
Verder is er veel Hongaars aardewerk op de markt. Iets om naar uit te kijken is het zwarte aardewerk, versierd met (ook in het zwart) bloempatronen. Daarnaast zie je veel bont beschilderde borden, koppen en vazen beschilderd met bloemen of bonte patronen en helaas vaak ook ergens de tekst “I love Budapest.” Bij souvernirswinkels vind je verder veel sieraden en bont beschilderde eieren, die in Hongarije traditioneel met Pasen worden opgehangen aan een tak met bloeiende bloemen, een soort Paasalternatief voor de kerstboom. En dan zijn er natuurlijk nog de bekende fotoboeken van mooie gebouwen, stadsgezichten, kastelen en romantische landschappen. Wie liever iets eetbaars meeneemt, heeft ruime keus. Zo heb je paprikapoeder, wijn (dessertwijnen uit Tokay). Vooral op de markt tref je vaak kunstig gevulde potten aan met in zuur ingelegde groentes (augurken, kool, paprika’s). En dan heb je natuurlijk nog worsten, zoals de met paprika gekruide kolbász en de een stuk bekendere salami. 

Maar voor wie iets heel anders zoekt: er is meer.
Magma Gallerie in de Petöfi Sándor utca 11 (parallel aan de Váci utca) verkoopt bijvoorbeeld Hongaars handwerk en aardewerk in modernere uitvoeringen. Stijl, kleur en vormgeving wijken soms een beetje en soms heel erg af van wat er doorgaans op dat vlak te koop is.
Mooie boeken over architectuur, onder andere over de Hongaarse jugendstil (art nouveau) zijn te krijgen in bijvoorbeeld de museumwinkel van het Museum van Toegepaste Kunst (Iparmüvészeti Muzeum, Ülloi ut 33-37). Het is een prachtig gebouw aan het begin van de Ülloi ut (op de hoek bij het Corvin Negyed), dat werd ontworpen door de vader van de Hongaarse jugendstil, Ödön Lechner. Ook voor wie geen boek zoekt, is het gebouw een bezoek trouwens waard.
Zsolnay sieraden
Bijzonder (maar niet goedkoop) is porselein van de Hongaarse merken Zsolnay en Herend. Zsolnay is vooral bekend van de bijzondere en afwijkende kleuren (eosine techniek) die ze gebruiken en van de gekleurde dakpannen van pirograniet en andere ornamenten die een aantal van de meest markante gebouwen van de stad sieren. Er zit een Zsolnaywinkel aan de Pozsonyi ut 11 (in Pest vlak bij de Margit brug) die porselein en meubels verkoopt, terwijl de “Bazilika galeria” in de Hercegprimás utca 12 (om de hoek bij de basiliek) naast porselein (hele mooie eosine vazen) ook prachtige
Zsolnaysieraden in huis heeft, ontworpen door de befaamde hedendaagse modeontwerpster Kati Zoób.
Herend porselein is qua ontwerp en kleur een stuk traditioneler en daar moet je van houden. Er zijn drie officiële Herend winkels in de stad: aan de Andrassy Boulevard 16,  het József nádor plein 11 en boven op de burchtheuvel aan het Szentháromság Plein. Daarnaast verkoopt Herend ook nog een stijl die het bedrijf omschrijft als Village Pottery, een soort verfijnd boerenbont. Een winkel die daarin gespecialiseerd is, zit op het Bem Rakpárt 37.
In het centrum van de stad zijn zowel rond Kerstmis als in de zomer vaak markten waar veel modern handwerk wordt verkocht, kleurig aardewerk, maar dan met moderne patronen, handgemaakte sieraden, bedrukte t-shirts en kleding. Vanaf maart wordt iedere zondag in de Gozsdu udvar in het hart van de joodse wijk de Gouba gehouden, een kleurige markt met prachtige spullen, maar ook met kraampjes met eigen gemaakte chocolade, met antiekwinkeltjes en straatmuzikanten.
Vlak in de buurt,  maar van een geheel andere orde is het moderne design van Printa in de Rumbach Sebestyen utca tegenover de synagoge. Printa is een kruising tussen een designwinkel, een coffeeshop en een galerie. Ze organiseren bovendien kunstworkshops (ook Engelstalig) en hebben atelierruimte voor artiesten beschikbaar. Printa maakt veel gebruikt van gerecyclede materialen, en omdat het deels om unieke stukken gaat, wijzigt de collectie wijzigt regelmatig. Wie op zoek is naar een 'Budapest'-T-shirt in originele uitvoering kan er ook goed terecht.
Het Mai Mano fotomuseum aan de Nagymezö utca 20 (zijstraat van de Andrassy Boulevard) heeft een kleine boekwinkel. Daar verkopen ze vaak ook hele mooie foto’s (mensen, gebouwen, gebeurtenissen) van (moderne) Hongaarse fotograven. En natuurlijk ook andere posters, fotoboeken e.d.
Wie op zoek is naar iets voor kinderen of kleinkinderen, kan in Hongarije goed terecht. Veel winkels verkopen houten speelgoed, maar een waar paradijs voor houten auto's, treinen, puzzels, keukens, winkeltjes en muziekinstrumenten is de Fakopancs, Baross utca 46 (ze hebben een uitgebreide website waar je ook online kunt bestellen, maar helaas alleen in het Hongaars). De winkel verkoopt ook een andere Hongaarse specialiteit, namelijk hand- of poppenkastpoppen van pluche en textiel.

Nog een goede aanvulling bij dit verhaal? Laat het ons weten!