Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

15 October 2014

Nieuw: de Kasteeltuinbazaar op de Burcht

Toegang tot de Kasteeltuin Bazaar

Ergens in september is hij dat eindelijk echt open gegaan: de net geheel gerestaureerde 'Várkert Bazár', de Kasteeltuin Bazaar, op de helling van de Burchtheuvel. Toegang tot de tuin is gratis en biedt een prachtige wandeling vanaf de Donau omhoog naar de burcht. Vanaf de toegangspoort op het Miklós Ybl plein aan de oever loop je door de mooi aangelegde neorenaissance tuin waar zich ook een klein festivalterrein bevindt, via oude verdedigingswerken en -muren gestaag omhoog. Het uitzicht over de Donau, de Kettingbrug en het Parlement is prachtig en langzaam rijst het majestueuze paleis voor je op. In minder dan een half uur kom je uit op het plein voor de hoofdingang van de Nationale Galerie. Voor wie het hele stuk lopen te ver vindt: er is een overdekte, gratis roltrap die je tot halverwege brengt.
De Kasteeltuinbazaar werd tussen 1875 en 1883 gebouwd met de bedoeling het paleis boven op de burcht een statige toegang te geven. In de bazaar zelf kwamen kleine winkeltjes. Maar dit stuk Donauoever lag altijd een beetje buiten de loop en en daarom was het moeilijk huurders te vinden. De winkeltjes werden daarom - even weinig succesvol - vervangen door ateliers. In de oorlog werden de gebouwen zwaar beschadigd, en de reparatie (van restauratie was geen sprake) deed meer kwaad dan goed. De tuin speelde in de communistische tijd wel een belangrijke rol in het jongerenleven van de stad. Er waren concerten en het gebied gold een beetje als een vrijhaven. Tegenwoordig staat de bazaar, samen met de hele Donau-oever en het centrum van Boedapest, als beschermd stadsgezicht op de Werelderfgoedlijst van Unesco.
Uitzicht vanaf de bazaar
Gezien de problemen in het verleden om huurders voor de winkels te vinden is het waarschijnlijk verstandig dat bij de huidige restauratie meteen besloten is de gebouwen een culturele functie te geven. Even ten zuiden van de toegangspoort zit de ingang naar het nieuwe onderkomen van het Nationale Danstheater. Letterlijk onderkomen, want het theater is gevestigd in kelders onder de tuin. In de hal van het theater bevindt zich ook een houten schaalmodel van de stad Boeda (toegang gratis). 
Het Zuidelijke Paleis naast het danstheater is bestemd voor tijdelijke tentoonstellingen, terwijl Hungarikon museum in het Noordelijke Paleis aan de andere kant van de poort een niet al te grote, maar wel wat curieuze verzameling van objecten biedt die eigendom waren van of gemaakt zijn door beroemde Hongaren en internationale persoonlijkheden. Je vindt er ondermeer een hoed van John Lennon, een dirigeerstok van Béla Bartok, en een schilderij van de hand van Tony Curtis, maar ook iets van de Frans-Hongaarse kunstenaar en grondlegger van de cybernetische stroming Nicolas Schöffer, een shirt van een Hongaarse waterpologrootheid en een grappig werkje gemaakt voor cineast István Szabó. Van sommige dingen is niet helemaal duidelijk wat ze met Hongarije te maken hebben (de hoed van Lennon?) want de begeleidende tekst is helaas minimaal. Goedkoop is het museum overigens niet. Toegang kost 2400 forint (7,50 euro). Een gecombineerd toegangskaartje met met de tijdelijke tentoonstelling in het Zuidelijk Paleis kost 3000 forint.

2 October 2014

Rondleidingen in het Museum voor Schone Kunsten

Het Museum voor Schone Kunsten aan het Plein der Helden (Hösök tére) behoort misschien niet tot de 'grote musea' in de wereld, maar er is genoeg te zien dat een bezoek de moeite waard maakt. In de collectie, die grotendeels afkomstig is van de oude Hongaarse aristocratie, bevinden zich ook werken van schilders als Goya, Rembrandt, Titiaan, Van Ruisdael, Jan Steen, Rafael en Breughel. Bovendien worden er regelmatig interessante tentoonstellingen gehouden. En tamelijk uniek is het systeem van individuele rondleidingen door goed opgeleide vrijwilligers.

Museum voor Schone Kunsten
Omdat in een grijs verleden ooit het besluit is genomen om nationale van internationale kunst te scheiden, vind je in het museum alleen internationale kunstenaars. Een van de dingen die het voor heeft op veel 'grote musea'  is de omvang. Het is behapbaar, en naar verhouding een stuk minder druk dan musea in Londen of Parijs. Dat geldt zeker voor de speciale tentoonstellingen, die zich qua niveau tegenwoordig kunnen meten met exposities elders, maar waar je veel meer dan elders nog de rust en ruimte om alles te bekijken.
Vroeger was het museum een buitengewoon stoffig geheel waar niets gebeurde en waar knorrige suppoosten er oog op hielden dat iedereen zich gepast gedroeg. Maar in de afgelopen tien jaar heeft het een radicale vernieuwing ondergaan. Nog niet alle afdelingen zijn aangepakt, maar een groot deel van de collectie, waaronder de Duitse, Nederlands/Vlaamse en Spaanse afdeling op moderne manier worden gepresenteerd. Verder zijn er allerlei activiteiten in het museum gekomen, waaronder individuele, Engelstalige rondleidingen. Individueel is ook echt individueel: je kunt zo meedoen, maar als je met meer dan twee mensen bent, moet je je apart aanmelden. 
Die rondleidingen worden gegeven door vrijwilligers die daar een speciale cursus voor hebben gevolgd. Het zijn mensen die het doen uit enthousiasme en liefde voor de kunst. Er zijn algemene rondleidingen, en rondleidingen die gespecialiseerd zijn in een bepaald thema, zoals de Nederlandse collectie, beeldhouwkunst of de renaissance. Op de website van het museum is een overzicht te vinden wanneer gidsen zijn voor een bepaalde toer. De toer zelf is gratis, maar je betaalt uiteraard wel toegang tot het museum
Behalve rondleidingen houdt het museum ook regelmatig kunstlezingen. Die zijn in de eerste plaats bedoeld voor mensen die zich hebben opgegeven voor de cursus voor vrijwillige gidsen, maar ze zijn voor iedereen toegankelijk. Meer informatie over die lezingen is te vinden op dezelfde pagina als het overzicht van de rondleidingen. Wie niet deelneemt aan de gidsencursus betaalt 2500 forint per keer. Alle lezingen zijn net als de rondleidingen in het Engels.

Meer weten over de geschiedenis van het Museum voor Schone Kunsten en het Plein der Helden? Lees Runa Hellinga's Boedapest, een verhalende reisgids, over de geschiedenis en de sociale en culturele ontwikkelingen van deze prachtige stad.

26 September 2014

Gele taxi's een verbetering, maar ze lossen niet alle problemen op

Taxi's in Boedapest zijn sinds 1 september makkelijk te herkennen: vanaf die datum moesten ze allemaal geel zijn. Met de gele taxi is ook een einde gekomen aan het woud van tarieven waar je vooral als buitenlander makkelijk mee genept kon worden. Niet alleen had iedere maatschappij zijn eigen prijzen, maar het maakte ook nog uit of je de taxi op straat aanhield of telefonisch bestelde, of het dag of nacht was, en of je misschien net over de stadsgrens van Boedapest heenreed. Als toerist moest je maar hopen dat ze het juiste tarief aanzetten. En als je bij een hotel een taxi bestelde, betaalde je een apart, en veel hoger hoteltarief.
De taxi's zijn niet alleen geel, maar moeten ook aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen: ze hebben een minimale maat, een automaat waar je met kaart kunt betalen en airconditioning en ze moeten een jaarlijkse veiligheidskeuring ondergaan. Voor dat gegarandeerde comfort betaalt de klant ook iets meer: terwijl het laagste tarief (als je een taxi bestelde) vroeger maximaal 240 forint (80 eurocent) per kilometer was, betaal je nu standaard 280 forint (ruim 90 eurocent).
Als alles goed is tenminste, want hoewel de versimpeling van het systeem bedrog minder makkelijk maakt, is dat nog steeds niet uitgesloten. Hotels willen bijvoorbeeld nog steeds graag de commissie vangen die de klant vroeger betaalde via het hogere hoteltarief. Dat probleem schijnt in veel gevallen te worden opgelost door de klant vooraf te vertellen hoeveel de rit gaat kosten. Dat lijkt aangenaam, want je komt niet voor onverwachte verrassingen te staan. Maar het venijn zit hem in dit geval niet in de staart, maar in het begin: de prijs die je genoemd krijgt, is hoger dan je wat zou betalen als de meter loopt.
Hoewel het nieuwe systeem met zijn gegarandeerde kilometerprijs veel voordelen heeft voor de klant (al was het maar, omdat je tegenwoordig ziet als ergens een taxi rijdt en je dus ook makkelijker op straat een taxi aanhoudt, is er één groep klanten die erop achteruit is gegaan: passagiers die bij de luchthaven een taxi nemen. Tot de invoering van het systeem konden die bij de luchthaven een voucher kopen waarmee ze in de meeste gevallen goedkoper uit waren dan met de nieuwe vaste kilometerprijs.

23 September 2014

Niet missen: de Donau bij nacht

Boedapest is een prachtige stad, en de Donau speelt daar een hoofdrol in. De rivier is ook niet te

Avondlijke rondvaart
missen, dus iedere bezoeker komt er zeker langs op zijn wandelingen door de stad overdag. Maar de Donau is eigenlijk haast op zijn mooist 's avonds. Alle belangrijke (en onbelangrijkere) gebouwen en standbeelden zijn de afgelopen jaren van sierverlichting voorzien en het effect is buitengewoon feeëriek. Hoewel een wandeling langs de nachtelijke rivier er nog wel eens bij in wil schieten, zou die eigenlijk op ieders lijst van topprioriteiten moeten staan.
Waar je moet wezen voor het mooiste uitzicht is een moeilijke keuze, want beide zijden zijn de moeite waard. Rondvaartboten varen ook 's avonds en bieden uitzicht op beide oevers. Een groot deel van die maatschappijen bieden ook een diner op het water aan, maar zelf raad ik dat af: het eten aan boord is niet echt geweldig, en om de tijd te vullen varen de boten meerdere malen op en neer, want zo lang is het mooiste stuk van de Donau nou ook weer niet. Dan kun je beter gewoon een rondvaartboot nemen en daarna ergens anders lekker gaan eten.
Wie geen boot wil nemen, kan natuurlijk ook midden op een brug van het uitzicht genieten. De mooiste plek daarvoor is waarschijnlijk het midden van de Margit Brug. Er is midden op de brug ook een tramhalte (halte Margitsziget), dus je hoeft niet eens te lopen. De Kettingbrug biedt ook mooi uitzicht, maar en is bovendien kort genoeg om van de ene oever naar de andere te lopen. En uiteraard heb je vanaf de Burcht een prachtig uitzicht, al mis je dan de verlichte burchtheuvel zelf.
De laatste jaren zijn er ook steeds meer restaurants op boten die langs de oever gemeerd liggen, vooral in de buurt van het Vigadó tér. Het uitzicht is daar geweldig, maar hou er rekening mee dat die boten over het algemeen echt voor toeristen, en vaak ook voor grote groepen cateren. De prijzen zijn ernaar, en het eten ook. Verder zijn langs de Duna Korso, de boulevard aan de Pestzijde, meerdere terrassen, ook niet goedkoop, maar vaak beter van kwaliteit.

5 September 2014

Circus, oud en modern

Hungary, Budapest, circus
Modern Hongaars circus: Recirquel
Wie tijdens een bezoek aan Boedapest graag naar een voorstelling wil gaan, maar geen zin heeft in concert of opera, zit met het probleem dat de taal bij veel voorstellingen een ernstige drempel vormt. Er zijn dansvoorstellingen, bijvoorbeeld in het Nationale Danstheater. Maar er is ook altijd het circus, een kunstvorm waarbij taal niet nodig is. En op dat vlak heeft Boedapest veel te bieden, zowel voor liefhebbers van ouderwetse clowns en dompteurs, als voor degenen die de voorkeur geven aan modern circus zoals Cirque de Soleil dat maakt.
Hongarije heeft een echte circuscultuur. Boedapest is een van de weinige steden waar het vaste circus, vroeger een vrij gebruikelijke instelling (Theater Carré in Amsterdam is ook zo begonnen), zich heeft weten te handhaven, er is een Nationaal Hongaars Circus, en de officiële, door de staat gefinancierde circusopleiding is de oudste van Europa in zijn soort.
Het Hoofdstedelijke Circus in het Stadspark, pal naast de dierentuin, heeft een historische link met Nederland, want de eerste directeur, Ed Wulff, was Nederlands-Duits. Na een mislukte poging in Londen bouwde hij in 1891 Europa's eerste vaste circus in Boedapest. Tegenwoordig treden er afwisselend Hongaarse en internationale circusgezelschappen op, meestal van zeer hoge kwaliteit en voor prijzen die aanzienlijk lager liggen dan in Nederland. De discussie over het gebruik van dieren tijdens de voorstelling is in Hongarije bepaald nog niet op gang gekomen, en het is dan ook normaal dat er paarden, roofdieren en olifanten of honden en katten door de piste lopen. 
Maandag en dinsdag zijn rustdagen, de rest van de week zijn er één of meerdere voorstellingen per dag. De meeste voorstellingen zijn 's middags, circus is per slot van rekening een echte familieactiviteit, maar er zijn ook voorstellingen in de avond.
Zoals gezegd, ook voor liefhebbers van modern circus in is Boedapest regelmatig wat te beleven. Trafó, een alternatief theater, heeft met enige regelmaat modern circus op het programma staan. En sinds 2012 heeft Hongarije ook zijn eerste eigen moderne circusgezelschap. Recirquel bestaat uit een groep jonge artiesten die in navolging van het Franse Cirque de Soleil dans, mime en acrobatiek combineren tot één verhaal. De komende maanden treden ze regelmatig op in het Paleis der Kunsten. Kaarten variëren van 10 tot 15 euro. Een geweldige kans om voor een betaalbare prijs een bijzondere voorstelling te zien in een kleine, intieme zaal.

31 July 2014

Geld pinnen? Let goed op!

De linker optie is de goedkoopste
Een bezoek aan Hongarije doet je weer beseffen hoe handig die euro is. Dat gegoochel met bedragen van tienduizenden Hongaarse forinten kost menige vakantieganger behoorlijke
hoofdbrekens. Het eeuwige gereken zorgt er vaak ook voor dat mensen niet goed weten of iets nou duur, of juist heel goedkoop is.
Waar dat probleem een mens echt de parten kan spelen, is bij de pinautomaat. Niemand wil bij vertrek nog een heel pak forinten over houden, maar te weinig opnemen kost geld, want terwijl je in eurolanden gratis kunt pinnen, betaal je buiten de eurozone bankkosten. Nederlandse banken rekenen daarvoor rond de 2,25 euro per opname, plus in veel gevallen nog 1 procent valutakoersopslag over het opgenomen bedrag. Er zijn van bank tot bank verschillen, en wie een duurder betaalpakket heeft afgesloten, betaalt minder, maar hoe dan ook is het duurder om regelmatig een klein bedrag op te nemen dan één keer een groot bedrag.
Maar er ligt een ander probleem op de loer dat nog veel meer geld kan kosten. Steeds vaker krijg je, niet alleen in Hongarije, maar ook in andere landen buiten de eurozone, plotseling een keuze voorgeschoteld: wil je afrekenen in forinten of in euro's? Dat laatste lijkt verleidelijk: er staat meteen bij hoeveel euro je moet betalen, dus je weet waar je aan toe bent. Toch kun je dat maar beter niet doen. Afrekenen in forinten (of Turkse lira's, of Zwitserse franken) is een stuk goedkoper.
Als je afrekent in lokale valuta, wissel je je geld feitelijk via je Nederlandse bank. De kosten daarvan zijn duidelijk: de eerder genoemde 2,25 euro opnamekosten, plus eventueel nog 1 procent valutakoersopslag. Reken je af in euro's, via wat officieel de Dynamic Currency Conversion (DCC) wordt genoemd. dan wissel je bij de bank waar je het geld uit de automaat haalt. En hoewel veel banken erbij schrijven dat ze geen commissie berekenen, betaal je fors voor die service, namelijk in de vorm van een ongunstige wisselkoers, die soms wel vijf tot acht procent hoger uitvallen dan de koers van de eigen, Nederlandse bank.
Let wel: dit is geen speciale Hongaarse wisseltruc, maar een wereldwijd verschijnsel waar je in Amerika of Engeland net zo goed tegenaan loopt. Het programma Kassa, dat een uitzending aan DCC besteedde, stuurde een aantal studenten op pad om in verschillende landen geld op te nemen. In Polen betaalden ze voor een opname van 650 Poolse zloty's zonder DCC uiteindelijk €155,90 en met DCC €171,30, een verschil van €15,40.
DCC kom je trouwens niet alleen bij bankautomaten tegen, maar ook bij betaalautomaten en op het internet. In alle gevallen geldt dus: als je, online of offline, voor de keuze wordt gesteld om af te rekenen in lokale valuta of in euro's, kies dan voor lokale valuta.
Dat geldt ook voor contante betalingen, trouwens. Steeds meer winkels in Boedapest, vooral in de toeristengebieden, bieden klanten de mogelijkheid om contant in euro's te betalen. Maar de koers die ze hanteren, is altijd buitengewoon ongunstig. Wie in euro's wil betalen, betaalt snel tien, soms wel 20 procent meer. Dat is een forse toeslag voor het gemak om het geld niet te hoeven omrekenen. Hoewel sommige toeristen anders verwachte, wordt de euro buiten toeristische gebieden vaak helemaal niet aanvaard.
Contant geld wisselen is natuurlijk ook een optie, en als je goed oplet, kan dat heel voordelig uitpakken. Sommige van de wisselkantoortjes vragen geen commissie en bieden toch een onverwacht goede koers. Maar dan moet je wel weten wat die koers is en contact wisselen heeft zijn eigen valstrikken. Meer daarover in Wisselen en andere geldzaken.
En wie voor genoeg heeft van al dat gereken met vreemde valuta. er zijn uiteraard tal van gratis apps voor smartphone en tablet die dat klusje zo klaren.

19 July 2014

De beste plekken om te joggen

Joggers op het Margiteiland
Wie ook op zijn vakantie graag dagelijks een rondje hardloopt, zal bij een bezoek aan Boedapest misschien even slikken. In de zomer is het behoorlijk warm, het is er druk met auto’s en ander verkeer, en er helaas hangt regelmatig ook de nodige smog. Maar er zijn wel degelijk een paar plekken in de stad waar je heel goed kunt rennen.
Bovenaan de lijst staat het Margiteiland, een groot park op een eiland in de Donau, met grasvelden, bloemenperken en grote bomen. Om het hele eiland loopt een speciale hardloopbaan van verend asfalt en met een lengte van 5.280 m., precies 1/8 marathon. Je loopt er heerlijk langs de waterkant en een koel rivierbriesje is bijna gegarandeerd, zeker als je vroeg in de ochtend of in de avonduren gaat lopen. Bereikbaar van zowel de Margitbrug (trams 4 en 6) als de Arpádbrug (diverse bussen, parkeerplaatsen vlakbij de af- en oprit).
Ook in het Stadspark (Városliget) (bij het Heldenplein) aan de Pest-zijde en het Városmajor-park in Boeda (vlakbij het Széll Kálman tér) kun je redelijk aan je conditie werken, al raast langs de randen van die parken het nodige drukke autoverkeer. In het Stadspark is geen apart hardlooppad, maar wie een beetje handig zijn weg zoekt langs alle paden kan een rondje van ongeveer 3 km maken mét zicht op het romantische Vajdahunyadi Kasteel met vijver en slotgracht. In het Városmajor is sinds wel ook een officiële hardlooproute van verend asfalt, met een rode en een groene baan (om in te halen). De baan is 585 meter, dus wie een paar kilometer wil lopen, moet diverse rondjes draaien.
Wie er echt tegenaan wil, moet eigenlijk naar Normafa, bovenop de heuvels van Boeda. Vanaf het Széll Kálman tér gaat bus 21 naar boven. Een andere optie is de tandradbaan die even verderop, bij Városmajor-park, naar boven gaat. Wie de bus neemt: vanaf de parkeerplaats bij het Ski-huis (Sí ház) loopt een bewegwijzerde hardlooproute naar de Erzsébet-uitkijktoren op de János-heuvel, een afstand van ongeveer vijf kilometer. Het pad voert grotendeels door het bos, maar je hebt af en toe ook prachtige uitzichten over de hele stad. En voor de echte rauwdouwer: er zijn tal van paden die verder het bos invoeren, dus mogelijkheden genoeg om de route te verlengen. Hou er wel rekening mee dat de hellingen soms behoorlijk steil zijn.
Wie tegen heuvel op- en afrennen niet opziet, kan ook terecht in het park op de Gellértberg. Een speciaal hardlooppad is er niet, en wie niet tussendoor trappen wil lopen, doet er goed aan de paden aan de Donauzijde van de berg te vermijden. Tegenover het Gellérthotel is een ingang naar het park.