Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

24 March 2014

Veiligheid in Boedapest

Geen moment in het leven waarop een mens zoveel risico loopt als op vakantie. Dat geldt voor toeristen in Nederland, in Mexico, in India, en ook in Hongarije, vooral Boedapest. Let wel: de Hongaarse hoofdstad is bepaald niet gevaarlijker dan andere grote steden. Maar zoals het recente SBS-programma 'Opgelicht in het buitenland' toont, wie niet uitkijkt, kan behoorlijk worden getild. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.


Het zesde district: populair, ook bij zakkenrollers
Zoals in iedere wereldstad heb je zakkenrollers in Boedapest, en op bepaalde plaatsen moet je beter uitkijken dan andere. In tramlijn 4-6 en de gele metrolijn, veel gebruikt door toeristen, wordt regelmatig tegen zakkenrollers gewaarschuwd. In populaire uitgaansgebieden zoals het zesde district doet een mens er verstandig aan zijn tas zo neer te zetten dat anderen er niet zomaar bij kunnen. Tas goed onder de tafel en een stoelpoot door het handvat maken het dieven al een stuk lastiger. 
Mensen die je op straat om een vuurtje vragen, dienen erg gewantrouwd te worden, vooral als ze met zijn tweeën zijn. Het zou natuurlijk een overbodig advies moeten zijn dat je je portemonnee niet in je kontzak moet stoppen of je paspoort niet in een borstzakje, en dat je niet je hele hebben en houden in je rugzak op je rug moeten hebben als je een metrotrap afgaat of in een drukke massa staat. Maar die tips gelden voor iedere grote stad, en niet alleen voor toeristen.

Samen iets drinken?

Behalve dieven heb je de oplichters, en die beschikken in Boedapest over een een aantal steeds terugkerende trucs. De meest bekende, eentje waar ook heel wat geroutineerde reizigers zijn ingetuind, zijn de vrouwen die in dienst van een bar klanten naar binnen lokken om hen op te zadelen met een buitensporige rekening. Hun slachtoffers zijn alleen lopende mannen, en hun jachtgebied is de omgeving van de Váci utca in het centrum van de stad. 
Pas als je erop gaat letten, zie je hoeveel meisjes daar met zijn tweeën rondlopen. Het zijn geen hoertjes, en dat maakt het ook zo makkelijk om erin te trappen: ze zien er namelijk ook niet uit als hoertjes. Meestal is een van de twee aantrekkelijk, de ander iets minder. Ze zijn leuk gekleed, maar niet overdreven sexy, en zeker niet sexyer dan veel andere Hongaarse meisjes. Ze doen zich in veel gevallen voor als twee vriendinnen van het platteland die op zoek zijn naar een bepaald café waarvan ze gehoord hebben dat het zo leuk is. En ach, u bent alleen op vakantie? U komt uit Nederland? Ach, daar ben ik ook geweest, mooi land, aardige mensen. Misschien hebt u zin om iets met ons te gaan drinken, het is mijn verjaardag? Ze zien er onschuldig genoeg uit om het zelfs thuis aan moeder de vrouw na te kunnen vertellen dat je iets met hen gedronken hebt, en voor je het weet, hebben de dames een tafel vol dure drankjes besteld en zit je met een rekening van honderden euro's. 
Geen contant geld op zak? In 'Opgelicht in het buitenland' bleek het café een eigen pinautomaat te hebben. Andere café's sturen een paar bodybuilders met je mee om veilig naar de dichtstbijzijnde automaat te begeleiden. De politie kan weinig doen, want als je de menukaart vraagt, staan die peperdure drankjes er allemaal op. Had je maar eerst moeten kijken, in plaats van de dames blind te laten bestellen.

Wisseltrucs

Inspelen op de hebberigheid van anderen werkt natuurlijk ook prima. Dat doen de geldwisselaars die rondhangen in de buurt van officiële wisselkantoren, en klanten die zo'n kantoor in willen gaan, aanspreken. De straatwisselaars bieden een o zo aantrekkelijke koers. Jammer alleen dat het geld dat ze je in handen stoppen, niet Hongaars is, maar waardeloze valuta uit bijvoorbeeld Wit-Rusland. Tegen de tijd dat je dat als niets vermoedende toerist door hebt, zijn ze er al lang vandoor.
Een andere truc waar de Amerikaanse ambassade gewag van maakt, is dat een toerist die weigert met een geldwisselaar in zee te gaan, even later door twee 'agenten in burger' wordt benaderd die hem ervan beschuldigen illegaal gewisseld te hebben. Ze eisen om zijn portemonnee te zien als bewijs dat hij niet gewisseld heeft, en als die portemonnee terug wordt gegeven, is het meeste geld dat erin zat weg. Advies: gewoon weigeren je portemonnee te geven, en als ze blijven zeuren, zeggen dat je de zaak dan op het politiebureau wilt afhandelen. De Hongaarse politie loopt in uniform en houdt zich niet wisselzaken bezig, dus de kans is groot dat de heren niet mee willen naar een politiebureau.
Kijk overigens ook uit met de officiële wisselkantoren. Hoewel de meeste betrouwbaar zijn, zijn er ook die een absurd slechte koers betalen. Overigens kun je bij iedere bank geld uit de automaat halen tegen een zeer redelijke koers. Dat is sowieso veiliger dan met contact geld op stap gaan.

'Goedkope iPhone'

En dan is er de verleiding om tegen een zeer gunstige prijs een iPhone 5 te kopen. Ze zien er bedrieglijk echt uit, en wat is het verleidelijk om voor 300 euro iets aan te schaffen dat in Nederland al snel 550 euro kost. Dan heb je in één keer je vakantie eruit. Of niet natuurlijk. Wie er even bij stilstaat, kan zelf bedenken dat er twee mogelijkheden zijn als iemand je op straat een beetje geheimzinnig een (overigens zeer authentiek ogend) doosje met een iPhone laat zien: dat ding is nep, of gestolen. Als je zo'n ding koopt, en het blijkt geen echte iPhone te zijn, kun je nauwelijks zeggen dat je bent opgelicht. Je hebt je hooguit door je hebberigheid laten misleiden. En dat geldt natuurlijk ook voor alle andere producten die op straat worden aangeboden en waarvan de prijs te mooi klinkt om waar te zijn.

Taxi's

Hoewel de gemeente Boedapest heeft geprobeerd om taxi's te reguleren, slaagt de taximaffia er toch nog steeds in toeristen af te zetten. Vanaf het vliegveld zijn de zaken redelijk goed geregeld, omdat de maffia daar letterlijk geen voet op de grond mag zetten. Er is wel een enkeling die het probeert, maar wie zich gewoon meldt bij de officiële taxiservice, weet dat hij voor een redelijke prijs naar de stad wordt gebracht.
In de stad zelf zijn taxi's tegenwoordig allemaal geel, en de tarieven zijn vastgelegd. Maar dat hoeft chauffeurs niet te weerhouden aanzienlijk om te rijden. Betrouwbare bedrijven zijn City Taxi (00361-2111111), Budapest Taxi (00361-7777777) en Fő taxi (00361-2222222). Over het algemeen is het niet zo'n goed idee om een taxichauffeur om advies te vragen over een leuk café, want veel chauffeurs krijgen voor die dienst een commissie van het café waar ze je heenbrengen.

Toch in de problemen? De Hongaarse politie heeft een speciaal telefoonnummer voor toeristen: 00361-4388080. Daar is 24 uur per dag iemand aanwezig die Engels spreekt, net als op het bureau in de Vigadó utca 4, in het vijfde district.

16 March 2014

Originele souvernirs

Paprikapoeder, borduurwerk, een aardewerken kruikje: het is in deze tijd van massaproductie en massaconsumptie niet altijd even makkelijk om iets origineels mee naar huis te nemen van een leuk reisje naar Boedapest en Hongarije. Natuurlijk kun je kiezen voor de standaard cadeaus en souvenirs, maar met iets meer moeite (en soms meer geld) vind je al snel iets dat heel Hongaars is, maar toch ook net even anders, origineler, moderner.
Winkels met standaardproducten vind je overal in de stad, vooral in de buurt van de grote toeristenattracties, en ze verkopen zeker niet alleen maar ramsj. Maar het is wel allemaal in de sfeer van boerenbont, met een hoog 'Volendam'-gehalte, en daarom niet ieders smaak. Er is een enorme variatie aan borduurwerk, van tafellakens en kleedjes tot sjaals, hoofddoeken en rokken. Soms zie je ook de buitengewoon kunstig bewerkte traditionele klederdracht te koop (voor een prijs, dat wel), al doet een mens er wel verstandig aan om zich af te vragen wanneer je zo'n kledingstuk ooit kunt gebruiken. Als je ervan houdt, zijn de geborduurde tafelkleden zeker een aanrader.
Zwart aardewerk
Verder is er veel Hongaars aardewerk op de markt. Iets om naar uit te kijken is het zwarte aardewerk, versierd met (ook in het zwart) bloempatronen. Daarnaast zie je veel bont beschilderde borden, koppen en vazen beschilderd met bloemen of bonte patronen en helaas vaak ook ergens de tekst “I love Budapest.” Bij souvernirswinkels vind je verder veel sieraden en bont beschilderde eieren, die in Hongarije traditioneel met Pasen worden opgehangen aan een tak met bloeiende bloemen, een soort Paasalternatief voor de kerstboom. En dan zijn er natuurlijk nog de bekende fotoboeken van mooie gebouwen, stadsgezichten, kastelen en romantische landschappen. Wie liever iets eetbaars meeneemt, heeft ruime keus. Zo heb je paprikapoeder, wijn (dessertwijnen uit Tokay). Vooral op de markt tref je vaak kunstig gevulde potten aan met in zuur ingelegde groentes (augurken, kool, paprika’s). En dan heb je natuurlijk nog worsten, zoals de met paprika gekruide kolbász en de een stuk bekendere salami. 

Maar voor wie iets heel anders zoekt: er is meer.
Magma Gallerie in de Petöfi Sándor utca 11 (parallel aan de Váci utca) verkoopt bijvoorbeeld Hongaars handwerk en aardewerk in modernere uitvoeringen. Stijl, kleur en vormgeving wijken soms een beetje en soms heel erg af van wat er doorgaans op dat vlak te koop is.
Mooie boeken over architectuur, onder andere over de Hongaarse jugendstil (art nouveau) zijn te krijgen in bijvoorbeeld de museumwinkel van het Museum van Toegepaste Kunst (Iparmüvészeti Muzeum, Ülloi ut 33-37). Het is een prachtig gebouw aan het begin van de Ülloi ut (op de hoek bij het Corvin Negyed), dat werd ontworpen door de vader van de Hongaarse jugendstil, Ödön Lechner. Ook voor wie geen boek zoekt, is het gebouw een bezoek trouwens waard.
Zsolnay sieraden
Bijzonder (maar niet goedkoop) is porselein van de Hongaarse merken Zsolnay en Herend. Zsolnay is vooral bekend van de bijzondere en afwijkende kleuren (eosine techniek) die ze gebruiken en van de gekleurde dakpannen van pirograniet en andere ornamenten die een aantal van de meest markante gebouwen van de stad sieren. Er zit een Zsolnaywinkel aan de Pozsonyi ut 11 (in Pest vlak bij de Margit brug) die porselein en meubels verkoopt, terwijl de “Bazilika galeria” in de Hercegprimás utca 12 (om de hoek bij de basiliek) naast porselein (hele mooie eosine vazen) ook prachtige
Zsolnaysieraden in huis heeft, ontworpen door de befaamde hedendaagse modeontwerpster Kati Zoób.
Herend porselein is qua ontwerp en kleur een stuk traditioneler en daar moet je van houden. Er zijn drie officiële Herend winkels in de stad: aan de Andrassy Boulevard 16,  het József nádor plein 11 en boven op de burchtheuvel aan het Szentháromság Plein. Daarnaast verkoopt Herend ook nog een stijl die het bedrijf omschrijft als Village Pottery, een soort verfijnd boerenbont. Een winkel die daarin gespecialiseerd is, zit op het Bem Rakpárt 37.
In het centrum van de stad zijn zowel rond Kerstmis als in de zomer vaak markten waar veel modern handwerk wordt verkocht, kleurig aardewerk, maar dan met moderne patronen, handgemaakte sieraden, bedrukte t-shirts en kleding. Vanaf maart wordt iedere zondag in de Gozsdu udvar in het hart van de joodse wijk de Gouba gehouden, een kleurige markt met prachtige spullen, maar ook met kraampjes met eigen gemaakte chocolade, met antiekwinkeltjes en straatmuzikanten.
Vlak in de buurt,  maar van een geheel andere orde is het moderne design van Printa in de Rumbach Sebestyen utca tegenover de synagoge. Printa is een kruising tussen een designwinkel, een coffeeshop en een galerie. Ze organiseren bovendien kunstworkshops (ook Engelstalig) en hebben atelierruimte voor artiesten beschikbaar. Printa maakt veel gebruikt van gerecyclede materialen, en omdat het deels om unieke stukken gaat, wijzigt de collectie wijzigt regelmatig. Wie op zoek is naar een 'Budapest'-T-shirt in originele uitvoering kan er ook goed terecht.
Het Mai Mano fotomuseum aan de Nagymezö utca 20 (zijstraat van de Andrassy Boulevard) heeft een kleine boekwinkel. Daar verkopen ze vaak ook hele mooie foto’s (mensen, gebouwen, gebeurtenissen) van (moderne) Hongaarse fotograven. En natuurlijk ook andere posters, fotoboeken e.d.
Wie op zoek is naar iets voor kinderen of kleinkinderen, kan in Hongarije goed terecht. Veel winkels verkopen houten speelgoed, maar een waar paradijs voor houten auto's, treinen, puzzels, keukens, winkeltjes en muziekinstrumenten is de Fakopancs, Baross utca 46 (ze hebben een uitgebreide website waar je ook online kunt bestellen, maar helaas alleen in het Hongaars). De winkel verkoopt ook een andere Hongaarse specialiteit, namelijk hand- of poppenkastpoppen van pluche en textiel.

Nog een goede aanvulling bij dit verhaal? Laat het ons weten!

3 March 2014

Waterhoogte


“Wasserhöhe” (Waterhoogte) op 15 maart 1838, zegt het bordje op de muur van het Százéves Étterem (Restaurant 100 Jaar) in de Pesti Barnabás utca 2, tussen de Váci ut en de Donau. Een hand op de gedenksteen wijst op een streep om aan te geven hoe hoog het water kwam. Als ik op de straat voor het gebouw sta, zit die streep ter hoogte van mijn kin. Maar de ingang van het restaurant ligt ongeveer een meter lager en aangezien het water hier een hoogte van 242 cm bereikte, zou ik ruim koppie onder staan.

Verspreid over de binnenstad van Boedapest vind je tientallen van dit soort stenen die de overstroming van 15 maart 1838 herdenken, de grootste die Boeda en Pest ooit hebben gekend. Sommige van die gedenkstenen zijn in het Duits omdat dat destijds de voornaamste voertaal was, anderen in het Hongaars (Vízállás oftewel Waterstand). De meeste stenen zijn simpel van vorm: een hand, een pijl, een datum en soms de waterhoogte in centimeters.
 Maar in het oude centrum van Pest zit op een gebouw op de hoek van de Szerb utca, Király Pál utca en het Egyetem tér een grotere marmeren plaquette die duidelijk maakt hoe ongelofelijk omvangrijk die overstroming wel niet was. In Pest was de rivier tot ver voorbij de Grote Ring gekomen en stond er tussen de twee en drie meter ijskoud water in de straten en huizen. In feite was de stad vrijwel volledig verwoest. Ook in Boeda stonden alle lagere gedeeltes blank, maar omdat veel huizen daar hoger lagen, op de Burchtheuvel en de Rozenheuvel, bleef er ook veel gespaard. Al met al maakte de overstroming bijna 60-duizend mensen dakloos en waren 22-duizend mensen alles kwijt, terwijl er 153 doden te betreuren waren..
Het was bij lange na niet de eerste overstroming die de beide steden trof, maar door een samenloop van omstandigheden wel de grootste ooit. Het was een uitzonderlijk strenge en lange winter geweest zodat zich hoger op de Donau een enorme wal van ijsschotsen had gevormd waarachter zich een gigantisch stuwmeer had gevormd. Toen die wal het begin maart begaf, stortte een allesvernietigende vloedgolf van ijskoud water zich in de richting van de stad en bleek vooral Pest kwetsbaar, gebouwd als het was op een relatief laag gelegen eiland in de Donau (de huidige Grote Ring was ooit een zijtak van de rivier).
Na deze catastrofe overwogen de autoriteiten even om heel Pest te verplaatsen naar hoger gelegen terrein. Maar ze besloten uiteindelijk om het oude centrum in zijn geheel één tot anderhalve meter op te hogen en langs de rivier een systeem van dijken en kades te bouwen. Hetzelfde gebeurde in de Waterstad (Víziváros) van Boeda. Dat is in Boeda nog goed te zien op bijvoorbeeld het Batthyány plein, waar een rij oude barokke huizen aanzienlijk lager ligt dan de rest van de gebouwen, en in Pest bij het eerder genoemde restaurant of verderop in de Szerb utca (nummer 4) waar een oud Servisch orthodoxe kerkje staat dat de ramp wel overleefde. Dankzij al die maatregelen hebben overstromingen in het centrum van Boedapest tegenwoordig - er is er om de paar jaar wel één - geen hele grote gevolgen meer: de autowegen pal langs de rivier lopen onder, de tram ernaast wordt stilgelegd en de laatste keer (2013) dreigde een metrostation vol  te lopen.
Tenslotte: op het Ferenciek Plein zit op de muur van een kerk een mooie plaquette met een beeldengroep met boot. Die zit daar ter ere van Miklös Wesselényi, een hervormingsgezinde baron die de bewondering van de natie oogstte door zich persoonlijk vanaf de eerste dag in te zetten bij het redden van mensenlevens.

.


7 February 2014

Voor de echte boekenwurm: oude en nieuwe boeken.

Twee van de vele antiquariaten op de Muzeum körut
Boedapest heeft een aantal schitterende boekhandels. Parel op de kroon, althans wat architectuur betreft, is ongetwijfeld Alexandra op de Andrássy út, onder toeristen vooral geliefd vanwege het prachtige Bookcafé. De winkel heeft ook een bescheiden buitenlandse afdeling, prima voor degene die door zijn vakantieboeken heen en op zoek is naar iets lichts en luchtigs. 
Maar de echte boekenwurm wil meer. Die zal vooral met enige jaloezie en frustratie  kijken naar enorme stapels onleesbare boeken in Alexandra. Dat geldt voor de meeste boekwinkels in Boedapest. Als ze al buitenlandse boeken verkopen, beperkt zich dat op zijn best tot een kleine afdeling, met vooral de geijkte bestsellers.
De beste winkel voor wie iets meer zoekt dan de geijkte bestseller, heet toevallig zelf ook Bestsellers (Október 6. utca 11). De winkel biedt, (behalve uiteraard bestsellers) een behoorlijk aanbod aan vertaalde Hongaarse literatuur en non-fiction over Hongarije en de regio. Bovendien is er een collectie Duitse en Franse boeken en kun je boeken uit al deze taalgebieden bestellen.
Om de hoek, in de Zrinyi utca 12, zit de boekwinkel van de Central European University (CEU). Niet direct een zaak voor iedereen, want het aanbod  is behoorlijk academisch. De winkel richt zich vooral op de studenten en wetenschappers van de CEU die op de hoek zit. De zaak verkoopt onder meer, maar zeker niet uitsluitend, de uitgaven van de CEU-Press, een uitgeverij van de universiteit die gespecialiseerd is in wetenschappelijke en semiwetenschappelijke boeken over Hongarije, Centraal-Europa en de voormalige communistische wereld. Daarnaast is er ook de nodige vertaalde Centraal-Europese literatuur, kunstboeken en een grote selectie aan reisgidsen (niet alleen over de regio).
Voor koopjesjagers is het Bookstation , in een souterrain in de Katona József utca 13, vlak bij het Nyugati Station, een paradijs. Het is een soort Boedapester De Slegte, een antiquariaat voor nieuwe buitenlandse boeken, niet alleen Engels, maar ook Duits, Frans, en Spaans. Bookstation is eigenlijk een internetboekhandel, en op hun website zijn talloze koopjes te vinden. Maar grasduinen in de winkel is zeker ook de moeite waard.
Liefhebbers van echte oude boeken hebben in Boedapest minder keuze. Logischerwijs beperkt de voorraad van de meeste antiquariaten zich vooral tot Hongaars. Maar dat  is niet helemaal waar. Juist bij de echt oude boeken vind je namelijk behoorlijk wat Duits. Het is een erfenis uit de negentiende eeuw, toen Boedapest grotendeels een Duitstalige stad was. Bovendien vind je bij veel antiquariaten ook oude prenten, kaarten en ansichtkaarten.
Er zijn serieuze antiquariaten overal in de stad, maar de grootste concentratie vind je op de Muzeum körut, tegenover het Nationaal Museum. De mooiste zaak is zonder enige twijfel het Központi Antikvárium. Het is een zaak voor de serieuze verzamelaar, goed verzorgd, met een aparte Duitse en een aparte Engelse afdeling en, veilig achter glas, een collectie boeken die in menig museum niet zou weerstaan. Het antiquariaat verzorgt ook veilingen.
Wie het iets bescheidener zoekt: er is voor elk wat wils op de Muzeum körut. Er is een muziekhandel met antiquarische bladmuziek, en een aantal winkels met prenten en kaarten. Sommige zaken zijn niet meer dan rommelige tweedehandswinkels, met enorme stapels boeken overal. Vooral Hongaars, maar vaak ligt alles dwars door elkaar en rondneuzen heeft zin. Met name tussen de kunstboeken zit veel buitenlandstaligs. Kortom, een paradijs voor de echte boekenwurm die een regenachtige middag in Boedapest te besteden heeft (dat komt niet vaak voor, maar het kan zomaar gebeuren).

26 January 2014

Fotohuis Mai Manó


Hongarije heeft een aantal internationaal zeer bekende fotografen voortgebracht zoals Robert Capa, Éva Besnyö, Brassaï, László Moholy-Nagy, André Kertész en Jutka Róna. Geen wonder dat er vaak fototentoonstellingen worden georganiseerd en dat er nu (eindelijk) gedacht wordt over een nieuw te bouwen nationaal filmmuseum bij het Heldenplein in Boedapest. Voor wie er net niet is als er een tentoonstelling loopt en ook niet wil wachten op dat museum (op zijn vroegst klaar in 2018) is er altijd het Mai Manó “Huis van de Fotografie” aan Boedapest’s Klein Broadway, de Nagymezö straat 20 (zijstraat van de Andrassy Boulevard).

Als fotogalerie is het zeer bescheiden: er is een beperkte tentoonstellingsruimte en de kwaliteit van het gebodene is erg wisselend (hoewel er soms prachtig werk tussen zit). Maar de winkel in het Mai Manó is altijd de moeite waard en een perfecte plek voor het vinden van een mooi (afscheids)cadeau over Boedapest voor familie en vrienden (fotoboeken, foto’s in diverse formaten, briefkaarten).
Het gebouw zelf, in 1894 gekocht en verbouwd door de keizerlijke hoffotograaf Manó Mai (Emanuel May) die hier woonde en werkte, is een pareltje. Het heeft een bont gedecoreerde neorenaissance gevel waarin vooral de naar voren stekende erker op de tweede verdieping opvalt. Daar liet Mai een speciale fotografiestudio bouwen met heel veel glas zodat er altijd veel natuurlijk licht binnenviel.
De entree (naast het Mai Manó café op de begane grond) is merkwaardig laag met een bijna barokke trap die naar de winkel op de bel-etage voert. Op de eerste en tweede verdieping zit aan de voorkant de galerie die u zult moeten bezoeken om ook de oude fotostudio van binnen te kunnen bekijken. Daar staan onder meer een aantal oude fotoapparaten uit begin 20e eeuw en kunt u de twee zijwanden van de erker bewonderen met hun classicistische decoraties die als achtergrond dienden bij de portretfoto’s die Mai maakte. Aan de achterkant van het gebouw zetelen de kantoren van het museum en van o.a. de Vereniging van Hongaarse Fotografen (geopend op weekdagen – ook maandag! – van 14-19 uur, in het weekeinde van 11-19  www.maimano.hu).

Bruno Bourel  in de CEU
Onder de titel “Buffet a Glace” (Jégbüfé/Ijssalon) exposeert Bruno Bourel van 27 januari tot 28 februari 2014 in de CEU universiteit. Bourel is een Franse fotograaf die sinds 1993 in Boedapest woont en werkt. Hij is o.a. bekend van de sfeervolle zwart-wit fotobriefkaarten over Boedapest en zijn inwoners (Central European University, Nádor utca 9, Tentoonstellingszaal 1e verdieping).

7 January 2014

Dierentuinen


Het is wat merkwaardig om op straat in Boedapest hele grote advertenties aan te treffen voor een dierentuin in Nyiregyháza, bijna 250 km verderop. Maar bij nader inzien zit er ook wel wat in. Want deze "Sóstó Zoo" (Dierentuin bij het Zoutmeer) is zonder meer de modernste en mooiste van heel Hongarije.

Verdere details in Nyiregyháza
Natuurlijk is de dierentuin van Boedapest ook een bezoek waard. Het heeft prachtige jugendstil onderkomens en gebouwen, een heerlijke speeltuin en moderne faciliteiten zoals het Palmenhuis en het aquarium. Met de overname van het terrein van de voormalige vaste kermis, die ernaast stond, komt daar binnen afzienbare tijd nog het nodige bij, onder andere een grote glazen koepel met een speciaal oerlandschap, een prachtige klassieke draaimolen en de oude houten achtbaan. Maar hoe ze ook hun best gedaan hebben om de dieren meer ruimte te geven – en die zijn er vele malen beter aan toe dan een jaar of vijfentwintig geleden – het blijft een tuin midden in de stad met een beperkte ruimte.

Hoe anders is de Sóstó Zoo. De bouw begon in 1998 op een enorm stuk grond van maar liefst 35 ha (Artis is 14, Blijdorp 28) en daar is gaandeweg een fantastische moderne dierentuin verrezen met uitgestrekte landschappen in de buitenlucht (één voor ieder continent) waar de dieren op hun gemak in kunnen bewegen te midden van de flora waarin ze thuis horen. Door een deel ervan loopt Tarzan’s Pad, gebouwd op twee meter hoogte zodat de bezoeker letterlijk oog in oog komt te staan met de giraffen. Er is zelfs een Karpatenbekken, met dieren uit dit deel van Europa.
In de Groene Piramide loop je door een grote tropische kas waar vogels en (in de juiste tijd van het jaar) vlinders rondvliegen. Er onder zit een indrukwekkend aquarium waar je langs en onderdoor loopt zodat je de tropische vissen en haaien aan alle kanten kunt bekijken terwijl ze traag voorbij zwemmen (zelfs vanuit de WC zie je boven je de vissen zwemmen!). Ook in de hal met de Poolstreek kun je onder het wateroppervlak kijken. Er zijn zeeleeuwen shows, voedingen, speciale kinderkampen en nog veel meer. De dierentuin heeft zelfs zijn eigen “Jungle Hotel.” Daarnaast is er om de hoek nog het Zoutmeer zelf, met zijn stranden en bootjes en een thermale spa.
Het is kortom een topattractie voor mensen met kinderen, zeker in het voorjaar en de zomer als alle dieren buiten zijn. Voor West-Europese toeristen is en blijft Nyiregyháza wat erg oostelijk, maar de dierentuin werft actief en met succes bezoekers uit omringende landen als Polen, Slowakije, Oekraïne en Roemenië.

18 December 2013

Winteractiviteiten

Behalve als je gaat skiën, zijn wintervakanties binnenvakanties. Maar zeker als het weer mooi is, is er in Boedapest genoeg buiten te doen.


Om te beginnen met zwemmen. De Hongaren zijn niet zo gek als de Russen om grote gaten in het ijs te hakken. Dat hoeft ook niet, want het land is rijk gezegend met warm water, en het warme Széchenyibad is het hele jaar door open voor bezoekers. De meeste dagen kun je er, ook in de winter, tot tien uur 's avonds terecht, maar met de feestdagen zijn de openingstijden wat beperkter. Hou er rekening mee dat alles in Boedapest, ook de baden, op 24 december al vroeg in de middag dicht gaan. Klik hier voor een compleet overzicht van de openingstijden van het bad tijdens de feestdagen.

De kerstmarkten in het centrum van de stad, op het Vörösmarty tér en bij de Basiliek, blijven open tot 1 januari. Vooral de markt op het Vörösmarty tér begint internationale faam te krijgen, en het kan er dan ook behoorlijk druk zijn. Maar wel gezellig. Er is muziek, er zijn etenskramen met enorme pannen Hongaarse winterkost, van gevulde zuurkoolbladen en worsten tot stevige soepen en stoofschotels, en terrassen waar je die maaltijden kunt opeten. Er is glühwein (forrált bor) en warme thee met citroen en behoorlijk wat suiker. En dan is er kürtöskalács, gebak van zoet gistdeeg dat om een houten rol wordt gewikkeld,  en boven een vuur gebakken. Als het klaar is, wordt het door suiker of noten gerold. Heerlijk als het kakelvers is, geen donder aan als je het een tijd laat liggen. Niet om mee naar huis te nemen, dus. Maar er is op de markt veel te vinden wat wel de moeite is: er wordt prachtig en hoogwaardig handwerk verkocht, van aardewerk en houtsnijwerk tot vilt, beschilderde zijde en sieraden.

Je noren kun je thuislaten, maar schaatsen kun je er huren, en de ijsbaan bij het Varosliget is waarschijnlijk een van de meest romantische plekken die je kunt bedenken om te gaan schaatsen. Noren mag je niet eens meenemen, de scherpe, puntige ijzers mogen het ijs niet op. Echt goedkoop is het helaas niet, vooral niet omdat je behalve de toegang ook nog eens de eenmalige aanschaf van een 'plastic kaart' betaalt, die je onder meer voor de kastjes kunt gebruiken. Die kaart schaf je eenmalig aan, maar toeristen zullen zelden meerdere keren komen. In het weekend betaal je meer dan door de week, 2500 tegenover 2000 forint. Schaatsen huren kost 700 forint (2,20 euro) voor een uur, en 2200 forint voor vier uur. Reken al snel op een tientje per volwassene. Maar goed, wel romantisch. Overigens zijn ook bij de schaatsbaan de openingstijden tijdens deze feestdagen wat anders dan normaal. Op de 24ste is de baan helemaal dicht.
Naast de grote ijsbaan is er nog een reeks kleinere ijsbanen overal in de stad. Een overzicht vindt u hier. Helaas in het Hongaars, maar er is wel uit te komen als je eenmaal weet dat cím adres betekent. De kleine banen zijn een stuk goedkoper, en vrijwel overal kun je schaatsen huren.

Mocht het gaan sneeuwen (het zit er nog niet in, maar wie weet), dan trekt heel Boedapest de bergen in, om te wandelen, skiën (vooral langlaufen) of te sleeën). Vanaf het Széll Kálman tér gaat bus 21 naar Normafa, vertrekpunt van een groot aantal wandelingen en de ideale plek voor winteractiviteiten. In het oude Síház (Skihuis) kun je warme soepen en chocolademelk krijgen en er zit een zaakje dat diverse soorten strudel verkoopt. Meestal staat er ook wel iemand die warme wijn en thee verkoopt, of gepofte kastanjes.
Vanuit Normafa loop je ook makkelijk naar de Janosberg. Vandaar gaat een stoeltjeslift (libegö) naar Zugligeti. De libegö is vanuit de stad bereikbaar met bus 291 vanaf het Nyugatistation en draait in de winter tot 15.30. In die tijd kun je zowel boven als beneden constant opstappen.

Wie in rond de kerst in Boedapest op vakantie is, komt er niet omheen: de 24ste, Kerstavond. Voor Hongaren de grootste en belangrijkste dag van het hele kerstfeest. Hou er rekening mee dat die dag alles, werkelijk alles in de loop van de middag stopt. Dat geldt voor het openbaar vervoer, musea, zwembaden, bioscopen en dat geldt helaas ook voor de meeste restaurants. Vorig jaar had Boedapest op Maat een overzicht van restaurants die wel open zijn. Helaas lijkt de lijst zich niet te hebben uitgebreid (we houden ons aanbevolen voor tips). Wie slim is, zorgt dus in ieder geval een noodvoorraadje achter de hand te hebben. En een dik boek of zo.