Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

29 April 2013

Pécs 1: de Zsolnay cultuurwijk.

De Zsolnay cultuurwijk, gevestigd in de oude Zsolnay tegel- en porseleinfabriek aan de rand van het centrum van de stad Pécs, is misschien wel de nummer één toeristische attractie van Hongarije buiten Boedapest geworden. Wie houdt van mooie architectuur, interessante tentoonstellingen, speelgelegenheden voor de kinderen en aangename terrasjes met goede koffie en lekker eten en drinken, kan hier met gemak vele uren doorbrengen.

De 19e-eeuwse industriegebouwen en de rijke villa’s waar ooit de eigenaren woonden zijn tot en met de grote fabrieksschoorstenen en het torentje van de oude ijskelder aan toe opgeluisterd met prachtige kleurige jugendstil versieringen en beelden van Zsolnay porselein. Tegelijk zijn er bij de renovatie 21e-eeuwse gebouwen verrezen waarin moderne activiteiten zijn gevestigd, zoals een galerie voor moderne kunst, een klein wetenschapsmuseum met veel doe-dingen voor jongeren, een supermodern planetarium en diverse afdelingen van de faculteit der kunsten van de Universiteit van Pécs. Dat alles op een parkachtig terrein met bovendien een hele grote speelplaats voor kinderen. Het is een natuurlijk en levendig geheel geworden, waarbij oud en modern elkaar prima aanvullen. Wie wil zien hoe het geheel er voor de renovatie uitzag, kan even naar de fabriekswinkel om de hoek lopen, gelegen naast de poort van het nog werkende deel van de Zsolnay Porselein Fabriek. Dan komt u ook langs het unieke Zsolnay mausoleum waar Vilmos Zsolnay, de man die de fabriek tot bloei bracht, is bijgezet. Het is gebouwd in 1903 door zoon Miklos en ligt op een kleine heuvel naast de fabriek, inmiddels een beetje tegen een jaren zeventig flatwijkje aangeklemd. Maar al dat grauwe beton maakt de kleurige tegels en versieringen alleen maar mooier.

28 March 2013

Hongaars gebak, een zoet genoegen (ook voor diabetici)

Ik herinner me nog mijn verbazing, toen ik in 1990 midden in de winter een oude dame op de hoek van de straat genietend een ijsje zag eten. Hongaren zijn zoetekauwen. Op het platteland staan huisvrouwen iedere zaterdag ijverig te bakken voor de zondag, en een feest zonder speciaal gebak is eigenlijk niet denkbaar. In veel Boedapester jeugdherinneringen komt wel een oma voor die haar kleinkinderen op zondag op gebak bij Gerbeaud trakteert. Een bezoek aan een banketbakker - waar in Hongarije altijd een café aan verbonden is - hoort er dan ook eigenlijk echt bij als je naar Boedapest gaat. Ook diabetici hebben keuze genoeg.

Alexandra Bookcafé heeft heerlijke taartjes
Bekende klassiekers in de Hongaarse banketbakkerij zijn de Dobos torta, laagjes biscuitgebak afgewisseld met chocoladecrème met bovenop een knapperige laag harde caramel, en de Eszterhazy torta, opgebouwd uit laagjes vanillecreme en walnotengebak. Ook de Sachtertaart en de Schwarzwaldtaart (Fekete erdő torta) staan bij een klassieke banketbakker meestal op de kaart, net als appel-, kersen, walnoten- en maanzaadstrudel (rétes), die in Hongarije gemaakt worden met laagjes zeer dun uitgerold deeg dat sterke overeenkomsten heeft met het Griekse filodeeg.
Maar ook in Hongarije ondergaat de banketbakkerswereld een vernieuwing, en steeds vaker zie je prachtig opgebouwde gebakjes, gevuld met een frisse vruchtencrème en versierd met schilderijtjes van meerkleurige chocolade. Wie liever iets hartigs heeft, heeft de keuze uit allerlei soorten pogacsa, een soort klein, rond broodje dat je standaard wordt aangeboden bij iedere officiële gelegenheid en dat versgebakken ook een prima ontbijt of snack vormt. Oude pogacsa daarentegen zijn iets om met een grote boog omheen te lopen.
Je vind banketbakkers in iedere wijk. In armere wijken kun je voor nog geen halve euro makkelijk een stuk strudel of krémes, een soort tompoes, vinden. Niet onsmakelijk, maar wie echt lekker gebak wil, zal iets dieper in de buidel moeten tasten, hoewel een goed taartje echt geen kapitaal hoeft de kosten.
Eigenlijk kun je wat gebak betreft niet echt misgrijpen, je kunt hooguit te veel betalen. Dat geldt vooral voor de banketbakker waar het merendeel van de toeristen belandt: het eerder genoemde Gerbeaud op het Vörösmarty Plein in het centrum van de stad. Het is een van de oudste koffiehuizen en met zijn rijke negentiende eeuwse versiering ongetwijfeld de moeite van het bekijken waard. Maar Gerbeaud weet dat het tegenwoordig in iedere reisgids staat, en de prijzen zijn er dan ook naar. Hongaarse oma's gaan inmiddels met hun kleinkind ergens anders heen, de klandizie bestaat vrijwel uitsluitend uit buitenlanders. Een goed advies: loop er eens naar binnen, bekijk de vitrines met bonbons, glimlach vriendelijk bij vertrek en zoek daarna een andere plaats om gebak te eten.
Bijvoorbeeld Auguszt, op de Kossuth Lajos utca 14-16, een banketbakkerij die inmiddels sinds vijf generaties in de familie is. Auguszt, dat ook nog twee vestigingen in Boeda heeft, verkoopt klassiekers, maar ook moderne composities zoals gebak met sinaasappel-wasabicrème.
Even verderop, op het Ferenciek tere, zit het Centrál Kavéház, geen banketbakker in de eigenlijke zin, maar de prachtig ingerichte zaak heeft wel een ruim aanbod aan zeer verleidelijk gebak. Dat geldt trouwens ook voor het Alexandra Bookcafé, op de eerste verdieping van het Alexandra boekenhuis op de Andrássy út 39. Het Bookcafé, ook een prima plek om te lunchen trouwens, is gevestigd in een negentiende eeuwse balzaal die qua aankleding zeker niet onderdoet voor Gerbeaud.
Aan de Boedakant is het kleine Ruszwurm, niet ver van de Matthiaskerk op de burchtheuvel, het meest bekende. De ruim 150 jaar oude zaak heeft een vooroorlogse sfeer, maar ligt in een van de meest toeristische delen van de stad, en dat is in de prijzen natuurlijk te merken.

Voor diabetici

Het merendeel van de bekende banketbakkerijen catert helaas niet speciaal voor diabetici, al vind je er soms wel een paar taartjes voor suikerpatiënten. Maar in een land waar gebak zo belangrijk is, zou het verrassend zijn als je als diabeticus niet ergens terecht kon. Een bedrijf dat zich daar speciaal op toelegt is Álomsüti (droomgebak), met drie vestigingen in de stad en een ruim aanbod aan suikervrije Sachertaarten, aardbeientaart, vruchtengebak, chocoladetaart en soezen. Helaas zitten de bakkerijen niet direct in het centrum. Iets centraler ligt de Bulldog Cukrászda,  op de Veres Pálné utca 31 in het vijfde district. En dan is er nog het Béke Radisson Hotel, een vier sterrenhotel op de Terez körut 43, dat behalve gebak ook maaltijden voor diabetici biedt.



13 March 2013

De bonte achterkant van Hongarije

Bont beschilderde houten kerkjes, bootvormige grafzerken en ouderwetse houten molens, de meest oostelijke punt van Hongarije staat er vol mee. Toeristisch is het een van de minst bekende gebieden van het land, maar de regio leent zich bij uitstek voor prachtige tochtjes per auto of fiets van dorp tot dorp, of trektochten te paard of te voet.

 


Kerkje in de Erdőhát
De Erdőhát (letterlijk: de achterkant van het bos) is een gebied met heel veel kreekjes, beekjes, sloten en kanalen, ingeklemd tussen de rivieren Szamos, Tisza en Tur. Het is de meest geïsoleerde streek van het land, maar daardoor vind je hier nog volop wat elders al zo vaak is weg gemoderniseerd.
De streek is calvinistisch en de meeste dorpskerken zijn daarom nauwelijks beschilderd met heiligen en Bijbelse voorstellingen, maar veel meer, zowel binnen als soms ook buiten, met allerlei motieven uit de volkskunst. De kerktorens, die vaak los van het schip staan, hebben veelal een houten “Transsylvaans” spitsdak. Het plafond van de kleine kerk in het dorp Gyügye is beschilderd met astrologische symbolen. Csaroda heeft een mooi gotische kerkje uit de 13e eeuw en in Tákos (in het noorden net over de Tisza) staat een protestantse kerkje dat van binnen zo mooi beschilderd is dat het ook wel de “Notre Dame van de Boeren” wordt genoemd. In het dorpje Csenger staat een middeleeuwse katholieke kerk waarvan het plafond met folkloristische barokke motieven is beschilderd en bovendien heeft het dorp een nieuwe en wat futuristisch ogende Grieks katholieke kerk ontworpen door de bekende Hongaarse architect Imre Makovecz.

Kopjafa, houten grafpalen
De Erdőhát is ook bekend om zijn unieke eikenhouten grafpalen (“kopjafa” in het Hongaars). De bootvorm verwijst waarschijnlijk naar het schip dat in een Fin-Ugrische mythe de ziel van de doden naar de andere wereld vervoert.  U vindt er veel op de begraafplaats van Szatmárcseke. Daarnaast zijn er nog her en der oude molens te zien (in Túristvándi staat een mooie houten watermolen die ook bezocht kan worden) en kunt u in het gebied prachtige natuurwandelingen en fietstochten maken.

De regionale Tourinform geeft speciale kaartjes uit met informatie en tips in drie talen (overal ruim verkrijgbaar) en bij veel attracties staan drietalige informatieborden. Op hun meertalige website zijn ook diverse auto- en wandelroutes te vinden.

8 March 2013

Parkeren in Boedapest (en elders)

Boedapest gaat mee in de vaart der volkeren, en dat betekent dat het steeds moeilijker wordt om gratis te parkeren. Persoonlijk heb ik daar niets tegen, want met minder auto's en een toenemend aantal autovrije en auto-luwe straten is de binnenstad een stuk leefbaarder en aantrekkelijker geworden. Maar als toerist kun je natuurlijk voor vervelende verrassingen komen te staan als je overal parkeerautomaten aantreft.

Parkeren in Boedapest is in vergelijking met Nederlandse steden nog steeds niet duur. De uurtarieven lopen van 175 forint (60 eurocent) in de goedkoopste zone tot 525 forint in de binnenstad. (Klik hier voor een overzichtskaart van de parkeerzones)
Maar los van het geld: parkeermeters hebben altijd het nadeel dat je in de gaten moeten houden wanneer je parkeertijd afloopt. En in het centrum mag je vaak niet langer dan twee uur staan. Daarom zijn parkeergarages een betere optie voor wie echt in het centrum wil parkeren. Hieronder een lijstje:

Reáltanoda utca 5, BP V
Bazilika Garage BP V, ingang Sas utca,
Mercure Buda BP I, Kosciuszko Tádé utca 15,
Kastrum BP V Aranykéz utca 4-6,
Centrum Parkoló BP V, Szervitatér 8,
Corvin parkeergarage BP VIII, Futó utca 52,
Páva Parkeergarage BP IX, Mester utca 30-32.
Lipót Garage BP V, onder het Szabadság tér, ingang Széchenyi utca
Erzsébet tér BP V, Erzsébet tér,
MOM Park Office Building BP XII, ingang Csörsz utca 45,
Millennium Office Towers BP IX, ingang Lechner Ödön fasor 6).
Mammut winkelcentrum, BP XII, Szena tér

Maar de beste manier om Boedapest te benaderen is eigenlijk niet met de auto, maar met het openbaar vervoer. Wie met de auto komt, kan eigenlijk het beste aan de rand van de stad bij een metro, tram of bus parkeren en van daaruit de stad ingaan. De website van de BKK, het openbaar vervoer bedrijf in Boedapest, heeft een uitvoerig overzicht van de P&R- mogelijkheden in de stad. Een deel daarvan is gratis, bij andere moet je betalen, maar dat wordt op de site aangegeven. Parkeerplaatsen met één sterretje hebben bewaking, twee sterretjes is een grote parkeergarage.
Het openbaar vervoer in Boedapest is uitstekend, en overal aan de rand vind je vervoersmiddelen die je rechtstreeks naar het centrum brengen. (Lees voor informatie over dag-, week en groepskaarten het stuk Budapest Card: nuttig of niet)
Ook elders in Hongarije begint betaald parkeren trouwens gewoon te worden. Wie wil weten hoe het met parkeerzones in andere steden zit, kan dit kaartje raadplegen. Bovenaan de kaart zit een optie om andere steden te kiezen. 

27 February 2013

Goede zigeunermuziek

Karpatia
Hongarije en zigeunermuziek... voor veel toeristen horen die twee bij elkaar. En 20-25 jaar geleden kwam je  in heel veel restaurants inderdaad een zigeunerorkestje tegen, met op zijn minst een primás (de eerste viool), een tweede viool en een cimbaal, een instrument dat nog het meest doet denken aan een open piano waarvan de snaren niet met toetsen, maar met twee slagstokken worden bespeeld. Vaak was er ook nog een cello bij. Onder het communisme kregen restaurants van staatswege geld om levende muziek te kunnen financieren. Maar tegenwoordig is levende muziek voor de meeste restaurants simpelweg te duur.
Maar ze zijn er nog wel. Om te beginnen een paar aanraders in het centrum van Boedapest. Als eerste Duna Corso op het Vigadó tér. De prímás Lajos Pádár geldt als een van de beste violisten van het land. Het restaurant richt zich op toeristen, maar heeft een goede, traditioneel Hongaarse keuken voor een redelijke prijs.
Ook een aanrader wat muziek en eten betreft is het 100 Éves in de Pesti Barnabás utca 2. De primás is de 22-jarige Lajos Sárközi junior, één van de meest veelbelovende violisten op dit moment. Het prijsniveau is er redelijk, maar de wijnen zijn aan de dure kant.,
Als derde is er Kárpátia op het Ferenciek tere 7-8. Als je er binnenkomt, springt het rijk beschilderde interieur dat uit de jaren twintig van de vorige eeuw stamt, meteen in het oog. Het orkest daar staat onder leiding van Lajos Sárközi senior. Goede muziek, goed eten, maar Karpatia behoort wel tot de duurdere restaurants in de stad en komt aanzienlijk duurder uit dan de andere twee. Maar het interieur is een bezoek waard, al zullen sommigen het misschien wat oubollig of overdadig vinden.
Wat verder buiten het centrum vind je ook zigeunerorkesten, en ligt het prijsniveau vaak wat later. Zo heeft het Uj Sipos visrestaurant op het Fő tér in het derde district zigeunermuziek. Wie niet van vis houdt, hoeft zich geen zorgen te maken. Hoewel de kaart een groot aantal visgerechten biedt (vooral zoetwatervis), kunnen vleeseters er ook terecht.
Ook in het derde district, in de Mokus utca 22, een straatje dat tot de laatste restanten van het oude Óbuda behoort, is Kéhli, met een Hongaars-joodse en Swabisch (Hongaars-Duits) georiënteerde kaart en net als Uj Sipos, prijzen die eerder op de gewone Hongaar dan op de toerist zijn afgestemd. Plus uiteraard zigeunermuziek. Overigens geldt overal dat de musici voor hun inkomen ook rekenen op de goedgeefsheid van het publiek.
Muziek wordt ook aangeboden op een aantal rondvaarten, vaak in combinatie met een diner bij kaarslicht. Dat klinkt romantischer dan het is, want de kwaliteit van het eten is niet bijzonder goed, en bovendien varen de boten een aantal malen heen en weer om de vaartijd vol te maken. Wie graag een boottocht wil maken en ook zigeunermuziek wil horen, doet er dus verstandig aan die twee apart te plannen.

100 Éves:   tel 003612300329
Karpátia:    tel 003613173596
Dunacorso: tel 003613186362
Uj Sipos:    tel 003613888745 
Kéhli:         tel 003613680613

Voor meer informatie over de achtergronden van de zigeunermuziek, lees de reisgids Hongarije, meer dan een reisgids  van Henk Hirs of Boedapest, een verhalende reisgids van Runa Hellinga

11 February 2013

De synagoge van Györ

Zittende vrouw, Margit Kóvács
Dat de West-Hongaarse stad Györ een bisschopsstad is, kan je als bezoeker nauwelijks ontgaan. Elk tweede huis in het barokke stadscentrum lijkt een kerkelijke bestemming te hebben, of draagt anders wel ergens op de gevel een driehoek met het alziende oog van God die aangeeft dat het ooit een kerkelijke bestemming had. Ook het bisschoppelijk paleis op de Bisschopsheuvel getuigt van de rijkdom van dit bisdom, net als de kathedraal er tegenover, waar de vergulde barokke versieringen niet op schijnen te kunnen en waar gelovigen komen voor een Maria-icoon dat ooit tranen van bloed gehuild heeft, of voor de schedel van de Heilige Ladislaus.
Voor minder gelovigen zal Vilmos Ápor, bisschop van Györ in de Tweede Wereldoorlog, misschien een aansprekender figuur zijn. Toen in 1944 de Hongaarse joden naar Auschwitz werden gestuurd, protesteerde hij zowel bij de kerk als bij de Gestapo in Berlijn. Ook onderhandelde hij met de Duitse commandant om een belegering van de stad te voorkomen. Hij werd op Goede Vrijdag 1945 door Sovjet-soldaten doodgeschoten toen hij hen probeerde te beletten om een aantal vrouwen die hij een schuilplaats had geboden, te verkrachten. In de ruimte waar hij de vrouwen en hun kinderen probeerde te beschermen, is nu een tentoonstelling over hem ingericht.
Het barokke centrum van Györ is zonder enige twijfel een bezoek waard. Gelegen in de bocht waar de Raba in de Donau stroomt, rijst de Kapitelheuvel boven het water op als een indrukwekkende vesting. Het autovrije stadscentrum nodigt uit tot wandelen,  in de zomer zijn er talloze terrasjes en het stadje is bezaaid met kleine musea.  Dat maakt het voor de toerist meteen een beetje lastig, want wat kies je uit zoveel aanbod? Het zou mooi zijn als je één gezamenlijke kaartje voor al die musea kon kopen, zodat je gewoon naar binnen kunt stappen, maar dat is helaas niet het geval.
De moeite waard is in ieder geval de tentoonstelling van het werk van de Hongaarse kunstenares Margit Kóvács in haar geboortehuis, het Kresztaház, Apáca u. 1, dagelijks behalve maandag van t10 tot 18 uur. Kóvács maakte beelden van aardewerk in een zeer herkenbare, eigen stijl. Ze werkte lange jaren in Szentendre, destijds meer een kunstenaarskolonie dan een toeristenstadje. Ook daar is een museum aan haar werk gewijd.
Synagoge Györ
Aan de overkant van de Raba ligt de Nieuwe Stad. Op het eerste gezicht niet de plek waar het meeste te beleven is, maar in het hart van de wijk duikt onverwacht de imposante synagoge van Györ op. Zoals veel synagoges uit de tweede helft van de negentiende eeuw liet de architect zich inspireren door de Moorse bouwstijl. De Joodse bevolking van het stadje werd in 1944 en masse naar Auschwitz gedeporteerd, een gebeurtenis die in de Engelstalige folder over het gebouw wat cryptisch wordt omschreven als "in het begin van de jaren veertig nam de joodse bevolking van Györ af en kwam de synagoge leeg te staan".
Tegenwoordig huisvest het gebouw een museum en een deel van de plaatselijke universiteit, en daaraan heeft het ongetwijfeld te danken dat het van buiten en van binnen in oude glorie is hersteld. Hoewel de synagoge niet meer voor diensten wordt gebruikt, is het rijk versierde interieur volkomen intact, inclusief de schrijn voor de Thora. Een aanrader.


Voor meer informatie over Györ, zie de reisgids van journalist Henk Hirs.

En verder: op de Baross Gábor utca 21 bevindt zich een geheel vernieuwd toeristenbureau, met onder meer een informatieve en interactieve tentoonstelling over de stad en de omgeving.

2 February 2013

De oude Burcht van Boeda.

De Boedaburcht. Iedereen denkt dan meteen aan de burchtheuvel die fier aan de Boedazijde van de Donau oprijst. Maar de eerste Boedaburcht was ergens heel anders. En de restanten daarvan bestaan nog steeds. Ze staan er ietwat verloren en verlopen bij, op een wat onaanzienlijk grasveldje tussen de hoge grauwe flatgebouwen van Óbuda, het noordelijkste deel van Boeda. En toch was dit kleine stukje muur ooit de oostelijke Pretoriaanse Poort van een grote Romeinse burcht die er meer dan tien eeuwen heeft gestaan en die in de eerste paar honderd jaar van het Hongaarse koninkrijk bekend stond als “de Burcht van Boeda.”

Op de plek waar nu het Fö tér van Óbuda ligt, bouwden de Romeinen in de eerste eeuw na Christus een militair kamp en daar omheen ontwikkelt zich de stad Aquincum die op haar hoogtepunt 30-40-duizend inwoners telde. Ik heb altijd gedacht dat de val het Romeinse Rijk tussen de vierde en zesde eeuw, ook het einde van Aquincum betekende. Maar dat ligt dus net even anders.
Na de val van het rijk neemt de stad, die sinds keizer Constantijn christelijk was, uiteraard in belang en omvang af. Zij wordt herhaaldelijk veroverd en geplunderd, onder andere door Attila de Hun. Maar zij blijft toch altijd bewoond. De binnenvallende Hongaren vestigen zich er ook en er is zelfs sprake van dat stamleider Árpád hier in de buurt is begraven. Ergens in deze tijd gaat de plaats Boeda heten en daarna wordt de oude Romeinse burcht die nog steeds overeind staat, de burcht van Boeda genoemd. Begin 13e eeuw bouwen de Hongaarse koningen er hun koninklijk paleis.
Pas na de verwoestende inval van de Mongolen in 1241 komt de huidige Burchtheuvel in beeld, als Koning Béla IV besluit om overal in het land sterke stenen burchten te bouwen. Dan wordt op die heuvel tegenover Pest een fort met een paleis gebouwd, plus een hele nieuwe woonwijk voor Duitse immigranten en voor de Hongaren die tot dan toe aan de voet van die heuvel woonden. Zo ontstaat het nieuwe Boeda, terwijl de nederzetting rond het oude Romeinse fort Óbuda (Oud-Boeda) gaat heten. Het paleis en het fort daar doen nog eeuwen dienst, onder meer als paleis van de Hongaarse koningin. Het geheel raakt pas in verval als de Ottomanen Hongarije veroveren. De laatste restanten van de Romeinse burcht worden pas in de 18e eeuw (!) afgebroken.
Maar voor wie een beetje zoekt, is er verborgen tussen en onder de hoge flats nog van alles te zien: naast de Pretoriaanse Poort onder andere ook pal onder de fly-over die van de Árpád brug komt de restanten van een Romeins bad (niet ver van de metro ingang) en een paar honderd meter noordelijk de Herculus villa en de resten van een christelijk kerkje uit de Romeinse tijd

Meer achtergronden tips en nuttige info vindt u in onze e-boeken Boedapest, een verhalende reisgids en de net geactualiseerde uitgave Hongarije, meer dan een reisgids. Voor meer informatie, zie ons boekenaanbod.