De Zsolnay cultuurwijk, gevestigd in de oude Zsolnay tegel- en porseleinfabriek aan de rand van het centrum van de stad Pécs, is misschien wel de nummer één toeristische attractie van Hongarije buiten Boedapest geworden. Wie houdt van mooie architectuur, interessante tentoonstellingen, speelgelegenheden voor de kinderen en aangename terrasjes met goede koffie en lekker eten en drinken, kan hier met gemak vele uren doorbrengen.
De 19e-eeuwse industriegebouwen en de rijke villa’s waar ooit de eigenaren woonden zijn tot en met de grote fabrieksschoorstenen en het torentje van de oude ijskelder aan toe opgeluisterd met prachtige kleurige jugendstil versieringen en beelden van Zsolnay porselein. Tegelijk zijn er bij de renovatie 21e-eeuwse gebouwen verrezen waarin moderne activiteiten zijn gevestigd, zoals een galerie voor moderne kunst, een klein wetenschapsmuseum met veel doe-dingen voor jongeren, een supermodern planetarium en diverse afdelingen van de faculteit der kunsten van de Universiteit van Pécs. Dat alles op een parkachtig terrein met bovendien een hele grote speelplaats voor kinderen. Het is een natuurlijk en levendig geheel geworden, waarbij oud en modern elkaar prima aanvullen. Wie wil zien hoe het geheel er voor de renovatie uitzag, kan even naar de fabriekswinkel om de hoek lopen, gelegen naast de poort van het nog werkende deel van de Zsolnay Porselein Fabriek. Dan komt u ook langs het unieke Zsolnay mausoleum waar Vilmos Zsolnay, de man die de fabriek tot bloei bracht, is bijgezet. Het is gebouwd in 1903 door zoon Miklos en ligt op een kleine heuvel naast de fabriek, inmiddels een beetje tegen een jaren zeventig flatwijkje aangeklemd. Maar al dat grauwe beton maakt de kleurige tegels en versieringen alleen maar mooier.
Voor rondleidingen, lezingen, reisorganisatie en info over Boedapest en Hongarije.
29 April 2013
Pécs 1: de Zsolnay cultuurwijk.
28 March 2013
Hongaars gebak, een zoet genoegen (ook voor diabetici)
Ik herinner me nog mijn verbazing, toen ik in 1990 midden in de winter een oude dame op de hoek van de straat genietend een ijsje zag eten. Hongaren zijn zoetekauwen. Op het platteland staan huisvrouwen iedere zaterdag ijverig te bakken voor de zondag, en een feest zonder speciaal gebak is eigenlijk niet denkbaar. In veel Boedapester jeugdherinneringen komt wel een oma voor die haar kleinkinderen op zondag op gebak bij Gerbeaud trakteert. Een bezoek aan een banketbakker - waar in Hongarije altijd een café aan verbonden is - hoort er dan ook eigenlijk echt bij als je naar Boedapest gaat. Ook diabetici hebben keuze genoeg.
| Alexandra Bookcafé heeft heerlijke taartjes |
Maar ook in Hongarije ondergaat de banketbakkerswereld een vernieuwing, en steeds vaker zie je prachtig opgebouwde gebakjes, gevuld met een frisse vruchtencrème en versierd met schilderijtjes van meerkleurige chocolade. Wie liever iets hartigs heeft, heeft de keuze uit allerlei soorten pogacsa, een soort klein, rond broodje dat je standaard wordt aangeboden bij iedere officiële gelegenheid en dat versgebakken ook een prima ontbijt of snack vormt. Oude pogacsa daarentegen zijn iets om met een grote boog omheen te lopen.
Eigenlijk kun je wat gebak betreft niet echt misgrijpen, je kunt hooguit te veel betalen. Dat geldt vooral voor de banketbakker waar het merendeel van de toeristen belandt: het eerder genoemde Gerbeaud op het Vörösmarty Plein in het centrum van de stad. Het is een van de oudste koffiehuizen en met zijn rijke negentiende eeuwse versiering ongetwijfeld de moeite van het bekijken waard. Maar Gerbeaud weet dat het tegenwoordig in iedere reisgids staat, en de prijzen zijn er dan ook naar. Hongaarse oma's gaan inmiddels met hun kleinkind ergens anders heen, de klandizie bestaat vrijwel uitsluitend uit buitenlanders. Een goed advies: loop er eens naar binnen, bekijk de vitrines met bonbons, glimlach vriendelijk bij vertrek en zoek daarna een andere plaats om gebak te eten.
Even verderop, op het Ferenciek tere, zit het Centrál Kavéház, geen banketbakker in de eigenlijke zin, maar de prachtig ingerichte zaak heeft wel een ruim aanbod aan zeer verleidelijk gebak. Dat geldt trouwens ook voor het Alexandra Bookcafé, op de eerste verdieping van het Alexandra boekenhuis op de Andrássy út 39. Het Bookcafé, ook een prima plek om te lunchen trouwens, is gevestigd in een negentiende eeuwse balzaal die qua aankleding zeker niet onderdoet voor Gerbeaud.
Aan de Boedakant is het kleine Ruszwurm, niet ver van de Matthiaskerk op de burchtheuvel, het meest bekende. De ruim 150 jaar oude zaak heeft een vooroorlogse sfeer, maar ligt in een van de meest toeristische delen van de stad, en dat is in de prijzen natuurlijk te merken.
Voor diabetici
Het merendeel van de bekende banketbakkerijen catert helaas niet speciaal voor diabetici, al vind je er soms wel een paar taartjes voor suikerpatiënten. Maar in een land waar gebak zo belangrijk is, zou het verrassend zijn als je als diabeticus niet ergens terecht kon. Een bedrijf dat zich daar speciaal op toelegt is Álomsüti (droomgebak), met drie vestigingen in de stad en een ruim aanbod aan suikervrije Sachertaarten, aardbeientaart, vruchtengebak, chocoladetaart en soezen. Helaas zitten de bakkerijen niet direct in het centrum. Iets centraler ligt de Bulldog Cukrászda, op de Veres Pálné utca 31 in het vijfde district. En dan is er nog het Béke Radisson Hotel, een vier sterrenhotel op de Terez körut 43, dat behalve gebak ook maaltijden voor diabetici biedt.
13 March 2013
De bonte achterkant van Hongarije
Bont beschilderde houten kerkjes, bootvormige grafzerken en ouderwetse houten molens, de meest oostelijke punt van Hongarije staat er vol mee. Toeristisch is het een van de minst bekende gebieden van het land, maar de regio leent zich bij uitstek voor prachtige tochtjes per auto of fiets van dorp tot dorp, of trektochten te paard of te voet.
![]() |
| Kerkje in de Erdőhát |
![]() |
| Kopjafa, houten grafpalen |
De regionale Tourinform geeft speciale kaartjes uit met informatie en tips in drie talen (overal ruim verkrijgbaar) en bij veel attracties staan drietalige informatieborden. Op hun meertalige website zijn ook diverse auto- en wandelroutes te vinden.
8 March 2013
Parkeren in Boedapest (en elders)
Boedapest gaat mee in de vaart der volkeren, en dat betekent dat het steeds moeilijker wordt om gratis te parkeren. Persoonlijk heb ik daar niets tegen, want met minder auto's en een toenemend aantal autovrije en auto-luwe straten is de binnenstad een stuk leefbaarder en aantrekkelijker geworden. Maar als toerist kun je natuurlijk voor vervelende verrassingen komen te staan als je overal parkeerautomaten aantreft.
Maar los van het geld: parkeermeters hebben altijd het nadeel dat je in de gaten moeten houden wanneer je parkeertijd afloopt. En in het centrum mag je vaak niet langer dan twee uur staan. Daarom zijn parkeergarages een betere optie voor wie echt in het centrum wil parkeren. Hieronder een lijstje:
Bazilika Garage BP V, ingang Sas utca,
Mercure Buda BP I, Kosciuszko Tádé utca 15,
Kastrum BP V Aranykéz utca 4-6,
Centrum Parkoló BP V, Szervitatér 8,
Corvin parkeergarage BP VIII, Futó utca 52,
Páva Parkeergarage BP IX, Mester utca 30-32.
Lipót Garage BP V, onder het Szabadság tér, ingang Széchenyi utca
Erzsébet tér BP V, Erzsébet tér,
MOM Park Office Building BP XII, ingang Csörsz utca 45,
Millennium Office Towers BP IX, ingang Lechner Ödön fasor 6).
Mammut winkelcentrum, BP XII, Szena tér
Het openbaar vervoer in Boedapest is uitstekend, en overal aan de rand vind je vervoersmiddelen die je rechtstreeks naar het centrum brengen. (Lees voor informatie over dag-, week en groepskaarten het stuk Budapest Card: nuttig of niet)
27 February 2013
Goede zigeunermuziek
![]() |
| Karpatia |
Ook een aanrader wat muziek en eten betreft is het 100 Éves in de Pesti Barnabás utca 2. De primás is de 22-jarige Lajos Sárközi junior, één van de meest veelbelovende violisten op dit moment. Het prijsniveau is er redelijk, maar de wijnen zijn aan de dure kant.,
Als derde is er Kárpátia op het Ferenciek tere 7-8. Als je er binnenkomt, springt het rijk beschilderde interieur dat uit de jaren twintig van de vorige eeuw stamt, meteen in het oog. Het orkest daar staat onder leiding van Lajos Sárközi senior. Goede muziek, goed eten, maar Karpatia behoort wel tot de duurdere restaurants in de stad en komt aanzienlijk duurder uit dan de andere twee. Maar het interieur is een bezoek waard, al zullen sommigen het misschien wat oubollig of overdadig vinden.
Wat verder buiten het centrum vind je ook zigeunerorkesten, en ligt het prijsniveau vaak wat later. Zo heeft het Uj Sipos visrestaurant op het Fő tér in het derde district zigeunermuziek. Wie niet van vis houdt, hoeft zich geen zorgen te maken. Hoewel de kaart een groot aantal visgerechten biedt (vooral zoetwatervis), kunnen vleeseters er ook terecht.
Ook in het derde district, in de Mokus utca 22, een straatje dat tot de laatste restanten van het oude Óbuda behoort, is Kéhli, met een Hongaars-joodse en Swabisch (Hongaars-Duits) georiënteerde kaart en net als Uj Sipos, prijzen die eerder op de gewone Hongaar dan op de toerist zijn afgestemd. Plus uiteraard zigeunermuziek. Overigens geldt overal dat de musici voor hun inkomen ook rekenen op de goedgeefsheid van het publiek.
Muziek wordt ook aangeboden op een aantal rondvaarten, vaak in combinatie met een diner bij kaarslicht. Dat klinkt romantischer dan het is, want de kwaliteit van het eten is niet bijzonder goed, en bovendien varen de boten een aantal malen heen en weer om de vaartijd vol te maken. Wie graag een boottocht wil maken en ook zigeunermuziek wil horen, doet er dus verstandig aan die twee apart te plannen.
100 Éves: tel 003612300329
Karpátia: tel 003613173596
Dunacorso: tel 003613186362
Uj Sipos: tel 003613888745
Kéhli: tel 003613680613
Voor meer informatie over de achtergronden van de zigeunermuziek, lees de reisgids Hongarije, meer dan een reisgids van Henk Hirs of Boedapest, een verhalende reisgids van Runa Hellinga
11 February 2013
De synagoge van Györ
| Zittende vrouw, Margit Kóvács |
De moeite waard is in ieder geval de tentoonstelling van het werk van de Hongaarse kunstenares Margit Kóvács in haar geboortehuis, het Kresztaház, Apáca u. 1, dagelijks behalve maandag van t10 tot 18 uur. Kóvács maakte beelden van aardewerk in een zeer herkenbare, eigen stijl. Ze werkte lange jaren in Szentendre, destijds meer een kunstenaarskolonie dan een toeristenstadje. Ook daar is een museum aan haar werk gewijd.
| Synagoge Györ |
Tegenwoordig huisvest het gebouw een museum en een deel van de plaatselijke universiteit, en daaraan heeft het ongetwijfeld te danken dat het van buiten en van binnen in oude glorie is hersteld. Hoewel de synagoge niet meer voor diensten wordt gebruikt, is het rijk versierde interieur volkomen intact, inclusief de schrijn voor de Thora. Een aanrader.
Voor meer informatie over Györ, zie de reisgids van journalist Henk Hirs.
En verder: op de Baross Gábor utca 21 bevindt zich een geheel vernieuwd toeristenbureau, met onder meer een informatieve en interactieve tentoonstelling over de stad en de omgeving.
2 February 2013
De oude Burcht van Boeda.
De Boedaburcht. Iedereen denkt dan meteen aan de burchtheuvel die fier aan de Boedazijde van de Donau oprijst. Maar de eerste Boedaburcht was ergens heel anders. En de restanten daarvan bestaan nog steeds. Ze staan er ietwat verloren en verlopen bij, op een wat onaanzienlijk grasveldje tussen de hoge grauwe flatgebouwen van Óbuda, het noordelijkste deel van Boeda. En toch was dit kleine stukje muur ooit de oostelijke Pretoriaanse Poort van een grote Romeinse burcht die er meer dan tien eeuwen heeft gestaan en die in de eerste paar honderd jaar van het Hongaarse koninkrijk bekend stond als “de Burcht van Boeda.”
Op de plek waar nu het Fö tér van Óbuda ligt, bouwden de Romeinen in de eerste eeuw na Christus een militair kamp en daar omheen ontwikkelt zich de stad Aquincum die op haar hoogtepunt 30-40-duizend inwoners telde. Ik heb altijd gedacht dat de val het Romeinse Rijk tussen de vierde en zesde eeuw, ook het einde van Aquincum betekende. Maar dat ligt dus net even anders.
Na de val van het rijk neemt de stad, die sinds keizer Constantijn christelijk was, uiteraard in belang en omvang af. Zij wordt herhaaldelijk veroverd en geplunderd, onder andere door Attila de Hun. Maar zij blijft toch altijd bewoond. De binnenvallende Hongaren vestigen zich er ook en er is zelfs sprake van dat stamleider Árpád hier in de buurt is begraven. Ergens in deze tijd gaat de plaats Boeda heten en daarna wordt de oude Romeinse burcht die nog steeds overeind staat, de burcht van Boeda genoemd. Begin 13e eeuw bouwen de Hongaarse koningen er hun koninklijk paleis.
Pas na de verwoestende inval van de Mongolen in 1241 komt de huidige Burchtheuvel in beeld, als Koning Béla IV besluit om overal in het land sterke stenen burchten te bouwen. Dan wordt op die heuvel tegenover Pest een fort met een paleis gebouwd, plus een hele nieuwe woonwijk voor Duitse immigranten en voor de Hongaren die tot dan toe aan de voet van die heuvel woonden. Zo ontstaat het nieuwe Boeda, terwijl de nederzetting rond het oude Romeinse fort Óbuda (Oud-Boeda) gaat heten. Het paleis en het fort daar doen nog eeuwen dienst, onder meer als paleis van de Hongaarse koningin. Het geheel raakt pas in verval als de Ottomanen Hongarije veroveren. De laatste restanten van de Romeinse burcht worden pas in de 18e eeuw (!) afgebroken.
Maar voor wie een beetje zoekt, is er verborgen tussen en onder de hoge flats nog van alles te zien: naast de Pretoriaanse Poort onder andere ook pal onder de fly-over die van de Árpád brug komt de restanten van een Romeins bad (niet ver van de metro ingang) en een paar honderd meter noordelijk de Herculus villa en de resten van een christelijk kerkje uit de Romeinse tijd
Meer achtergronden tips en nuttige info vindt u in onze e-boeken Boedapest, een verhalende reisgids en de net geactualiseerde uitgave Hongarije, meer dan een reisgids. Voor meer informatie, zie ons boekenaanbod.


