Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

26 September 2016

Hongaars design

Magma
Beton als materiaal voor oorbellen, het zou niet mijn eerste gedachte zijn, maar de Hongaarse ontwerpster Zsófia Weidinger kijkt daar duidelijk anders tegenaan. Zij combineert beton en zilver- en goudverf tot simpele, maar door hun materiaal en vorm opvallende sieraden.
Weidinger behoort tot een nieuwe generatie Hongaarse ontwerpers die zich geheel los hebben gemaakt van wat over het algemeen als typisch Hongaars wordt gezien en waarin volksmotieven een belangrijke rol spelen. Eerder dan bloemrijke motieven laten moderne designers zich inspireren door de Japanse kunst.
Weidinger is niet de enige die beton als materiaal heeft gekozen, al kiezen de meeste Hongaarse ontwerpers toch voor meer gebruikelijke materialen als aardewerk, metaal, textiel of leer. Sommigen, zoals Weidinger, verkopen hun producten vooral online. Maar wie geïnteresseerd is in modern design, vindt in Boedapest interessante winkels.
Csendesstore in de Magyar utca 18 combineert de sfeer van een ouderwetse Winkel van Sinkel met een ruim aanbod aan van alles en nog wat, van moderne keramiek, houtsnijwerk en handgeweven kleden tot biologische jam. Je vindt er het werk van Gábor Somoskői, een Hongaarse keramist met een achtergrond als antropoloog, maar ook handgeschilderde kaarten en palinka, van vruchten gestookte sterke drank uit kleine stokerijen. Het is haast onmogelijk om er weg te gaan zonder iets gekocht te hebben.
Mono is een grote designwinkel gevestigd in het hart van Pest. Of eigenlijk, twee winkels, op een steenworp afstand van elkaar. De ene, Monofashion, op de Kossuth Lajos utca 20, is gespecialiseerd in kleding van moderne Hongaarse modeontwerpers, de andere, Mono Art en Design, zit vier huizen verder op nummer 12 en verkoopt design en kunst.
Op de Boedaburcht wemelt het van de gewone souvenirwinkels met deels prachtig borduur- en aardewerk (en deels ongelooflijke kitsch), maar wie iets meer eigentijds zoekt, kan onder meer terecht bij een van de twee vestigingen van FIAN.  De ene zit in de Úri utca. 26-28, de andere in de Fortuna u. 18.
Ook in de Uri utca, op nummer 26 tot 28, zit Magma Hungarian Art and Design. Het is de tweede vestiging van deze winkel, die een aanzienlijk grotere showroom op de Petőfi Sándor u
tca 11 in Pest heeft.
Magma is interessant voor degenen die zoeken naar iets dat herkenbaar Hongaars is, zonder meteen fokloristisch te worden, want de zaak verkoopt werk van een zeer divers gezelschap aan Hongaarse ontwerpers en kunstenaars, waaronder ook mensen die teruggrijpen naar de Hongaarse tradities, maar daar een eigen draai aan geven. Het aanbod varieert van sieraden, glas en kunstboeken tot servies, tassen en grafiek. De galerie heeft ook een webshop.
In het zevende district, de joodse wijk, vind je veel kleinere winkels. Artushka, in de Klausal utca 4, verkoopt misschien eerder handwerk dan design, maar wie een leuker kindercadeautje zoekt of een vrolijke beker is hier zeker aan het goede adres. De zaak heeft kleine en grote handgemaakte beesten, sieraden, aardewerk en originele koelkastmagneten.
Vlak om de hoek, op Klausal tér 1, zit Laoni. Eigenaresse Ilona Ács ontwerpt kleurrijke tassen, portemonnees en accessoires, die, zoals ze zelf zegt, niet alleen mooi moeten zijn, maar ook praktisch en functioneel. Ze werkt ook samen met andere ontwerpers.

8 September 2016

Chaos op de Burchtheuvel

Foto Runa Hellinga
Wie dezer dagen naar Boedapest gaat, kan zich er maar beter op voorbereiden: de Burchtheuvel aan de Boedazijde van de Donau gaat momenteel totaal op de schop. Dat is een paar jaar geleden ook al gebeurd om de bestrating te vervangen, maar nu is een groot deel van de gebouwen aan de beurt.
De belangrijkste reden: de regering heeft besloten dat een aantal ministeries van Pest naar de burcht moeten verhuizen. Daarnaast krijgt premier Viktor Orbán er nieuwe werkruimte. Het voormalige Karmelietenklooster vlakbij het paleis, waar jarenlang het Nationale Danstheater onderdak in had, wordt voor dat doel omgebouwd.
Verder is de bedoeling dat het na de oorlog zeer slecht opgeknapte koninklijke paleis in oude glorie wordt hersteld. Daarbij is ook voorzien in het herstellen van een aantal representatieve ruimten en de bouw van een paleismuseum. De nu in het paleis aanwezige musea, waaronder de Nationale Galerie, zullen volgens die plannen naar andere locaties verhuizen.
Ook elders op de burcht worden enkele bouwwerken die sinds de Tweede Wereldoorlog niet zijn hersteld, alsnog opgeknapt of zelfs helemaal opnieuw gebouwd. Zo wordt de paardenstal van het paleis, waarvan de ruïnes in 1954 zijn afgebroken, weer opgebouwd. Daarnaast zijn er vijf ondergrondse garages bij de burcht gepland. Momenteel kunnen alleen vergunninghouders in de wijk parkeren. 
Wat je ook van deze, volgens de huidige begroting iets van 645 miljoen kostende operatie mag denken, één ding is zeker: voor toeristen wordt een bezoek aan de burcht voorlopig wat minder leuk. Hoe lang de bouwwerkzaamheden gaan duren, is onduidelijk. Een regeringswoordvoerder had het over mogelijk zo'n 15 jaar.
Blijft natuurlijk staan dat de Burcht een prachtig uitzicht over de stad biedt, en bovendien is de Mathiaskerk absoluut een bezoek waard, ook met bouwwerkzaamheden in de omgeving. Maar hou rekening met opengebroken straten, afgeschermde en ontoegankelijke gebouwen en het soort overlast dat bouwwerkzaamheden normaal veroorzaken. Daarnaast is er in Boedapest gelukkig heel veel anders te zien dat minstens zo mooi is als de Burcht.

14 August 2016

Lángos, streetfood op zijn Hongaars

Je hebt fastfood, en dat is ongezond, en je hebt streetfood, en dat is modieus. Fastfood eet je bij McDonalds, waar een fatsoenlijk mens niet komt, en streetfood eet je in markthallen of op heuse streetfoodfestivals, waar je graag komt, omdat het hip is. Streetfood is lokaal, of als het niet lokaal is, dan is het eten dat in andere delen van de wereld wel lokaal is.
De Hongaarse langos vind je niet bij McDonalds, maar wel in markthallen, strandtentjes en festivals. Langos valt dus absoluut onder de categorie streetfood, als kun je er grote vraagtekens erbij of dat betekent dat hij gezonder is dan een hamburger. Maar één ding is zeker: lekker is-ie wel. Ik ken mensen voor wie een lángos bovenaan de lijst staat met dingen die ze moeten doen als ze in Budapest zijn.
Je kunt een langos het beste vergelijken met een grote, platte oliebol of een soort gefrituurde, luchtige pizzabodem. Soms gaat er aardappel in. Je eet hem warm, net uit het vet en traditioneel bestreken met zure room en/of geraspte kaas en olie met knoflook. Fijngesneden ham erop is ook niet ongewoon.
Maar ook langos is aan ontwikkeling onderhevig. Tamelijk nieuw zijn de gevulde langos, een beetje zoals een calzone, een gevulde pizza. De vulling kan bestaan uit zuurkool of worst met mosterd en mierikswortel. Moderne varianten worden belegd met rucola of lenteuien. En natuurlijk knoflookolie, op een echte langos hoort knoflookolie.
Dat verklaart meteen wat op een traditionele langos niet thuishoort: zaken als suiker, nutella of jam, Al verkoopt Langi Plusz, op de eerste verdieping van de Grote Markt in Boedapest die smaken wel. Maar, zoals de eigenaar zelf zegt, het zijn vooral toeristen die voor zoet gaan. Hongaren houden het op hartig, maar ook in die categorie biedt de zaak ongewone opties, zoals komkommer, uien en feta. Dertig verschillende soorten lángos staan er op het menu.
Maar wie op zoek is naar een minder toeristische - en aanzienlijk goedkopere - langos, kan beter naar een andere markthal gaan. Of naar Krumplis Lángos, ietwat buiten de loop van iedere toerist gevestigd in de voetgangerstunnel onder het Flórián tér in Óbuda. Krumpli is aardappel, en aardappels is waar de zaak zijn lángos van bakt, volgens sommigen de beste van Boedapest. In ieder geval staan de klanten ervoor in de rij. Wie toch in de onderdoorgang is: die biedt ook toegang tot de ruïne van het Romeinse badhuis dat hier ooit stond.
De beste lángos schijnt zich sowieso in buitengewesten te bevinden. Op de Kossuth Lajos üdülőpart 44, op het Római Part, bijvoorbeeld. Ook al in Óbuda, aan de Donau. Maar zover hoeft een mens niet te reizen voor een goede lángos. Behalve in de Grote Markt vind je het centrum ook lángos in Karaván, Kazinczy utca 18, in de joodse wijk. Lángos máshogy, Langos anders, heet de zaak, en samen met de hippe ligging wijst dat erop dat we hier met een moderne variant te maken hebben. Wie een traditionele lángos wil, kan er prima terecht, maar een lángos met gegrilde paprika, rode-uien-jam of schapenkwark is ook niet te versmaden.
En dan is er nog het Retró Lángos büfé, bij de metrohalte op de Arany János utca. Ondanks zijn naam ook een moderne lángoszaak, die naast de traditionele zure room en kaas ook schapenkwark met dille of Bolognese-saus in de aanbieding heeft. Om de hoek, in de Hold utca, zit  trouwens de Belvárosi piac, de binnenstadsmarkt. Ook daar is lángos te koop. 
Machtig is het Hongaarse straateten zeker, vooral als je voor de traditionele variant gaat. Maar als je met meerderen bent, kun je altijd vragen of ze hem doorsnijden. Je kunt per slot van rekening beter bijbestellen als een halve niet genoeg blijkt te zijn, dan weggooien. Maar een halve is voor de meeste Nederlanders genoeg, is mijn ervaring. Het blijft fascinerend om te zien hoeveel slanke Hongaarse meisjes en kleine kinderen zo'n hele langos zonder problemen naar binnen werken.

24 July 2016

Vliegen naar Boedapest

Boedapest ligt ruim 1400 kilometer van Amsterdam. Samen met de inmiddels haast spreekwoordelijke files op de Duitse autowegen en de kosten van tolwegen in Oostenrijk en Hongarije, maakt dat vliegen eigenlijk de meest voor de hand liggende reiswijze is als je naar de Hongaarse hoofdstad wilt. Dat geldt zeker als je slechts voor een paar dagen gaat en in klein gezelschap. In Boedapest zelf is een auto totaal zinloos, maar wie met een gezin een aantal weken naar Hongarije op vakantie gaat, en ook nog wat van het land wil zien, kan waarschijnlijk beter met de auto gaan, alle files ten spijt. 

Er zijn in Nederland drie maatschappijen die directe vluchten naar Liszt Ferenc Airport bij Boedapest aanbieden: de KLM met vier rechtstreekse vluchten per dag vanaf Schiphol, Transavia met momenteel één en vanaf eind augustus twee dagelijkse vluchten vanaf Rotterdam/Den Haag, en de Hongaarse price fighter Wizzair, die twee keer per dag vanaf Eindhoven vliegt. Wie in het zuiden van het land woont, kan natuurlijk ook nog terecht in Düsseldorf, waar de Duitse Eurowings twee maal daags een rechtstreekse vlucht onderhoudt, of in Brussel.
Keuze genoeg dus, en het loont om rond te kijken, want dat Wizzair en Transavia goedkope maatschappijen zijn, wil nog niet per se zeggen dat ze op een bepaalde datum ook echt goedkoper zijn dan met de KLM. Veel hangt af van aanbiedingen en het moment waarop je boekt. Over het algemeen geldt: ruim van tevoren kun je leuke tickets vinden, maar heel dicht tegen de vertrekdatum soms juist ook - die laatste vrije stoelen willen de maatschappijen toch wel graag vol hebben. Vliegtickets.nl en Cheaptickets.nl zijn bekende sites om tickets te zoeken, maar het nadeel daarvan is dat ze bemiddelen bij de boeking en je extra kosten aan hun service kwijt bent. Skyscanner daarentegen zoekt gewoon op de opgegeven data welke vluchten de verschillende maatschappijen bieden, en je kunt er ook 'Nederland' als vertrekpunt instellen in plaats van een bepaalde luchthaven. Dat levert meteen een vergelijking tussen alle beschikbare vluchten op. Boeken doe je via de website van de betreffende maatschappij.

Bagage

Maar alleen met een zitplaats ben je er niet. Hoewel alle maatschappijen tegenwoordig de boekingskosten en de luchthavenbelasting meteen in de ticketprijs verwerken, is er één post die in de prijsopgave buiten blijft: de bagage. Bij alle maatschappijen, ook de KLM, betaal je extra voor ruimbagage.  Bij alle maatschappijen is het bovendien goedkoper om je bagage op het internet te boeken dan pas op het vliegveld. Bij Wizzair en Transavia is het véél goedkoper, afhankelijk van het gewicht kan het verschil tussen online of op de luchthaven bagage boeken zo vijftig euro per koffer bedragen. Wie veel te vervoeren heeft, is bij Wizzair goed uit: daar mag je per passagier maximaal zes koffers van 32 kilo meenemen.
De bagagetarieven verschillen behoorlijk per maatschappij. KLM hanteert een standaard tarief van 25 euro voor een koffer van maximaal 23 kilo. Wizzair hanteert twee tarieven, voor koffers tot 23 en koffers tot 32 kilo. Bovendien verschillen de prijzen in het laag- en het hoogseizoen. bij Transavia lopen de tarieven per vijf kilo op, 
Zowel bij de KLM als bij Transavia is handbagage gratis, met een maximum van twaalf kilo bij de KLM en tien kilo bij Transavia. Bij Wizzair betaal je zodra je tas groter is dan 42 x 32 x 25 cm. Alle maatschappijen hanteren een maximum voor grote handbagage dat zo ergens in de buurt van de 55x40x25 centimeter ligt. De precieze maten verschillen, en wie niet voor iedere maatschappij een andere koffer wil aanschaffen, doet goed aan de aanschaf van een tas: een paar centimeter extra in de ene of andere richting zijn makkelijker weg te frommelen bij een zachte buitenkant.

Luchthaven

Een ander punt is de bereikbaarheid van de luchthaven. Een vlucht mag goedkoop zijn, als je vervolgens een klap geld aan parkeerkosten of treinkaartjes betaalt, ben je dat voordeel mogelijk meteen weer kwijt. Bovendien is het ene vliegveld makkelijker bereikbaar dan het andere,
Wat dat betreft heeft vliegveld Eindhoven, toch het tweede vliegveld van het land, een behoorlijke handicap tegenover Schiphol dat een eigen NS-station heeft, maar ook tegenover vliegveld Zestienhoven (of Rotterdam The Hague Airport, zoals het tegenwoordig heet), vanwaaruit Transavia vertrekt. Zowel in Rotterdam als in Eindhoven moet je de bus nemen. Dat is geen probleem in Rotterdam, maar wie op zondagochtend met een vroege vlucht vanaf Eindhoven Airport vertrekt, heeft maar twee opties: of met de auto gaan, of een taxi vanaf het station. Op zondag gaat de eerste bus van Station Eindhoven gaat pas namelijk pas om elf minuten over acht. Dan ben je er om half negen, precies op tijd om in te checken voor vluchten vanaf een uur of half elf. Ach ja, je wilt als stad meetellen bij de grote steden, of je wilt het niet.
Daar staat tegenover dat de luchthaven van Eindhoven net als Zestienhoven klein en handzaam is, wat zeker een voordeel is voor mensen die slecht ter been zijn. Je moet er geen vertraging hebben, want dan wordt die kleinschaligheid een beetje vervelend, maar het heeft zeker zijn voordelen.

16 June 2016

Drinkwater uit de kraan en uit flessen

Drinkwaterreservoir in Boedapest
Op een of andere manier heeft via het internet het idee postgevat dat je in Boedapest niet uit de kraan kunt drinken. Nu is het inderdaad niet overal in Hongarije raadzaam om kraanwater te drinken. Met name in het zuidoosten van het land kun je je beter tot flessenwater beperken. Maar in Boedapest, en trouwens in grote delen van Hongarije, is het kraanwater volkomen veilig. Hooguit proeft het af en toe een beetje sterk naar chloor, maar ook dat probleem is minder geworden de laatste tijd.
Al met al zo'n 2,5 miljoen Hongaren wonen in gebieden waar je het kraanwater beter niet voor consumptie kunt gebruiken. Bacterieel is het overal in orde, maar in delen van het land wordt het door - deels natuurlijke - chemische stoffen vervuild. Arsenicum, dat vanuit karstgesteente het water in komt, is het meest beruchte probleem. Overigens is arsenicum in het water vooral een probleem voor mensen die echt in zo'n regio wonen, omdat de stof zich bij langdurig gebruik in het lichaam opbouwt. Iemand die in zo'n regio een keertje een glas water drinkt, zal er niets aan overhouden. Maar toch, liever niet dan wel, uiteraard. Het gaat om de rode gebieden op onderstaande kaart. 
Ook in de gele gebieden kun je het drinkwater beter vermijden: daar wordt voor de productie van drinkwater grondwater gebruikt dat door overmatig gebruik van kunstmest met nitraten vervuild is geraakt en nitraat wordt in het lichaam omgezet in nitriet, een stof die je niet teveel binnen moet krijgen. Overigens krijg je door het eten van ham, salami, spek, kaas en (met name blad-)groente ook nitraat (en nitriet) binnen. De gezondheidsrisico's voor volwassenen zijn niet erg groot, maar voor babyvoeding wordt aangeraden om in gebieden met nitraatrijk drinkwater flessenwater te gebruiken. Overmatig veel spinazie aan de kleine voeren is trouwens ook niet zo gezond.
De groene gebieden op de kaart zijn regio's waar veel ijzer in de grond zit. Dat is vooral visueel niet zo prettig, maar voor de gezondheid niet echt schadelijk. Met de witte gebieden, waaronder dus Boedapest en de dorpen rond het Balatonmeer, is niets aan de hand en daar kun je het water zo drinken.
Voor wie desodanks de voorkeur aan flessenwater geeft, is het goed om te weten dat de Hongaren alles omdraaien. Ze stellen zich voor met eerst hun achternaam en dan pas hun voornaam (of misschien beter, eerst in familienaam en dan hun doopnaam), ze schrijven de datum achterstevoren en ze schrijven bij een adres eerst de stad en dan de straat. En bij mineraalwater geldt dat ons rood blauw is, en omgekeerd. Dus zitten de bubbels in de flessen met de blauwe dop, en water zonder prik in flessen met een rode dop. 
Wie het alleen om de bubbels te doen is, en niet zozeer om het 'gezonde' mineraalwater, kan in restaurants trouwens ook om sodawater (spuitwater) vragen. Dat is een stuk goedkoper. Het is overigens alleen aan te raden in gebieden waar je het drinkwater kunt drinken, want sodawater wordt lokaal, vaak ter plekke, gemaakt van drinkwater. Niet alle restaurants hebben het, maar de meeste wel, want Hongaren gebruiken het ook voor 'fröccs', de populaire zomerdrank van met water aangelengde wijn.

5 June 2016

Wat is er te doen in juni?

Interessante en mooie culturele shows en optredens in een ontspannen atmosfeer op de mooiste openluchtpodia van de stad, dat is de essentie van het traditionele Boedapest Zomerfestival. De locaties zijn het Open-lucht podium van het Margit Eiland, de Watertoren van het Margit Eiland en het podium in het  Városmajor Park in Boeda. De optredens zijn van zeer uiteenlopend van aard, van rock, jazz, en klassiek, tot opera, folklor, ballet en musical. Hoogtepunten deze maand zijn het openingsconcert op 10 juni door het  Nationaal Philharmonisch Orkest met romantische klassieken van Ravel, Gershwin en Dvorak, de opera La Traviata van Guiseppe Verdi, een jazz concert van Stacey Kent, en een Shakespearekomedie in het Engels door een Brits gezelschap. 
Voor uitgebreide informatie over wat er in juni te doen is in Boedapest zie de Uitkrant.

4 May 2016

Tolwegen en verkeersboetes

Op alle rode wegen moet betaald worden
Hongarije kent, net als veel Europese landen, een systeem van tolwegen. Daar vallen alle snelwegen onder, maar ook een aantal tweebaans-autowegen. De wegen worden aangeduid met een bord met daarop het woord 'matrica/vignette'. Matrica betekent letterlijk sticker, maar dat is een restant van het verleden, toen je inderdaad een sticker op je ruit moest plakken en er tolhuisjes waren om dat te controleren. Tegenwoordig komt aan het hele systeem geen sticker meer te pas. Ook geen tolhuisjes, trouwens.
Je koopt een virtuele sticker bij benzinestations, en daarbij wordt je kenteken geregistreerd. De tiendaagse tol voor een personenauto kost 2975 forint (pakweg 9,5 euro) voor tien dagen (de kortste termijn) en 4780 forint (15,50) voor een maand. Een busje of camper betaalt 5950 forint (ruim 19 euro) voor tien dagen of 9560 forint (haast 31 euro) voor een maand.
Handig aan het feit dat de tol puur virtueel is, is dat je hem ook op het internet kunt kopen. Er zijn meerdere bedrijven die die service bieden. Je betaalt weliswaar een klein bedrag extra, maar daar staat het gemak tegenover dat je niet aan de grens hoeft te stoppen. Sommige websites bieden de tol ook in euro's aan. Dat is géén verstandig idee, de prijs die ze dan berekenen, is zeer ongunst. Bij e-autopalyamatrica kun je je niet vergissen, dat bedrijf biedt de stickers uitsluitend in forinten aan. Let er bij het definitieve afrekenen op dat je ook dan echt in forinten betaalt, niet in euro's. Dat is een stuk gunstiger.
De normale tol is geldig in het hele land. Daarnaast bestaan er ook nog provinciale stickers. Die zijn net als de landelijke stickers puur virtueel. kosten 5000 forint (ruim 16 euro) voor personenauto's en zijn een heel jaar geldig. De meeste toeristen hebben er niet veel aan, maar wie toevallig regelmatig in het westen van het land moet zijn en slechts in één provincie de snelwegen gebruikt, kan met zo'n jaarsticker goedkoper uit zijn. Er zijn natuurlijk ook nationale jaarstickers. Die zijn vooral de moeite waard voor mensen die vaak in Hongarije zijn en regelmatig door het land rijden.
Langs de snelweg staan, op wisselende plekken, controleauto's die van iedere auto nagaan of het kenteken in het systeem zit. Zo nee, dan volgt een boete die bij personenauto's rond de 46 euro bedraagt als je binnen dertig dagen betaalt, maar oploopt tot haast 200 euro als je die termijn overschrijdt. 
Aangezien de controleauto's je niet ter plekke aanhouden, wordt de boete opgestuurd naar het huisadres. In principe ben je niet verplicht zo'n thuis toegestuurde buitenlandse boete te betalen, maar dat kan ertoe leiden dat je in een Europees opsporingsregister komt te staan en dat je de eerst volgende keer dat je een grenscontrole passeert (bijvoorbeeld op een vliegveld) wordt als wanbetaler aangehouden.