Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

12 December 2014

Monumenten en jonge pioniertjes, op minischaal

Het meer van Tata
Boedapest heeft volwassenen voldoende te bieden, maar leuke dingen als Eurodisneyland zijn er niet echt. Voor Attila Kocsis was dat aanleiding tot de bouw van zijn Miniversum, een soort Madurodam van Hongarije, alleen op veel kleinere schaal.Maar terwijl Madurodam Nederland op een schaal van 1 op 25 weergeeft, is het Miniversum op een schaal van één op 100. En bovendien is de miniwereld overdekt, dus perfect om te bezoeken op een regenachtige dag.
Sinds Miniversum deze zomer opende, heeft het al 60.000 bezoekers getrokken. Kinderen vinden het prachtig, maar je hoeft geen kind te zijn, of zelfs maar een kind bij je te hebben, om gecharmeerd te raken van de kleine, maar uiterst gedetailleerde wereld die Kocsis en zijn medewerkers hebben geschapen. Miniversum biedt meer dan liefdevolle kopieën van interessante gebouwen in Boedapest en de rest van Hongarije, zoals het Heldenplein, het klooster van Pannonhalma en het centrum van Sopron. Het wil de bezoeker ook te laten proeven van het dagelijks leven in Hongarije, zowel in Boedapest als daarbuiten. 
De straten, pleinen, dorpen en velden zijn gevuld met minder dan twee centimeter hoge figuurtjes die wandelen, een ijsje eten, boodschappen doen, ramen lappen, door de politie worden aangehouden, hout hakken, demonstreren, kippen voeren, zwemmen en zonnen en, in een speciale 18+ afdeling, zelf verstolen in de bosjes liggen te vrijen (met kleren aan, dat wel) of tippelen op een parkeerplaats voor vrachtauto's. Kortom, alles wat in het echte leven gebeurt, kan in Miniversum ook gebeuren.
Hongaarse glazenwassers
Allerlei soorten treinen brengen beweging in het landschap, en het is de bedoeling dat er op den duur ook autoverkeer komt. Daarnaast zijn er overal knopjes om op te drukken, en ergens gebeurt dan iets. Vaak is het zoeken: dan blijken de kippetjes bij de boerderij te scharrelen, sproeit een fonteintje of komt er ergens een ooievaar aanvliegen. Kinderen vinden het zoeken heel leuk, zegt Kocsis, maar ouderen hadden graag een bordje gehad waar ze moeten kijken.
De details zijn ongelooflijk. In een garage zie je de tangen en het gereedschap hangen, bij een dorp bloeit een heel veld met zonnebloemen en bij het meer van Tata zijn zelfs de gerepareerde plekken in de muur en de treurwilg aan de rand nauwelijks van echt te onderscheiden. Niet alle gebouwen in het Miniversum zijn overigens exacte kopieën. In Boedapest werd de Andrássy út (de straat waar het Miniversum gevestigd is), nagebouwd, maar zonder de Opera, en deels met panden die er helemaal niet staan. 
De achtergrond daarvan is deels praktisch, de Opera was gewoon te groot, deels financieel, het werd onbetaalbaar om alle modellen zelf te vervaardigen. Om diezelfde reden heeft Kocsis zich niet tot Hongarije beperkt, maar is er ook nog een stuk Duitsland en een stuk Oostenrijk: in die landen waren ook kant en klare modellen te krijgen. De eigen modellen zijn overigens duidelijk het levendigst.
Miniversum is een project in ontwikkeling. Onlangs werden tien scenes uit het leven onder het communisme toegevoegd. Ergens staan Jonge Pioniertjes naar een toespraak van een partijbons te luisteren, elders zijn boeren op hun landbouwcoöperatie aan het werk en in een typisch communistische flatwijk staan de Trabantjes geparkeerd en kun je een blik werpen in de lokale ABC-winkel, compleet met de zo typerende geblokte vloer. Want de details houden niet op bij de buitenkant. Ook is er een stukje IJzeren Gordijn nagebouwd. Bij ieder stukje communistisch Hongarije wordt in meerdere talen iets over het leven toen uitgelegd.
Nacht in Miniversum
Het Miniversum is alle dagen open, vanaf negen uur 's ochtends tot zeven uur 's avonds en op vrijdag en zaterdag tot negen uur 's avonds. In de winter, als het vroeg donker is, gaat het miniland tussen vijf en half zeven twee keer een half uur op nachtstand: dan gaat het licht uit, en de tienduizenden lantarentjes, verlichte raampjes en etalageverlichting aan. Voor groepen (vier tot acht personen) is er (na aanmelding vooraf) ook nog de mogelijkheid om deel te nemen aan de "Moord op de Orientexpres", een raadselspel waarbij aan de hand van allerlei clous een moord moet worden opgelost.
Toegang: 1900 forint per persoon, 4900 forint voor een familie (maximaal twee volwassenen en maximaal drie kinderen). 

27 November 2014

Museum voor Toegepaste Kunsten: onbekend maakt onbemind

Hal van het museum
Met een beetje geluk kom je langs het Museum voor Toegepaste Kunsten als je van het vliegveld Boedapest binnenrijdt. Met zijn kleurige gevel en groene-gele koepel is het gebouw opvallend genoeg, maar decennia van verwaarlozing hebben het geen goed gedaan. Het gaat voor een deel verborgen achter een houten stellage die moet voorkomen dat voorbijgangers een vallend stuk gevel op hun hoofd krijgen en achter hoge bomen.

Renovatieplannen zijn er al eeuwig, en het is doodzonde dat het er maar niet van komt, want het museum is onmiskenbaar een van Boedapests meest opvallende jugendstilgebouwen. De verwaarloosde buitenkant wekt ook niet direct hoge verwachtingen over de tentoonstellingen binnenin. En dat is echt jammer, want het museum is zeker een bezoek waard.
Om te beginnen al vanwege het gebouw zelf, een vroeg ontwerp van Hongarije's belangrijkste jugendstilarchitect Ödön Lechner. Hij speelde een belangrijke rol in het debat dat in die jaren, eind negentiende eeuw, onder Hongaarse architecten woedde over de zoektocht naar een eigen, Hongaarse bouwstijl. Bij gebrek aan historische voorbeelden - de Hongaren waren per slot van rekening oorspronkelijk keen nomadenvolk met tenten en paarden - zocht Lechner zijn inspiratie aanvankelijk in Azië, waar de Hongaarse stammen ooit vandaan waren gekomen. Het museum, dat met zijn bogen en zuilen wel iets wegheeft van een oosters paleis, is daar een goed voorbeeld van.
Wie even langer kijkt, ziet achter stellage en bomen een rijk versierde gevel. Die versiering wordt nog duidelijker zichtbaar in het voorportaal. Binnen oogt het gebouw soberder. Het is weliswaar heel erg versierd met bloemenmotieven en oosterse bogen, maar al die versieringen zijn wit. Voor de oorlog was het kleurrijker, maar de restauratie van de oorlogsschade is destijds betrekkelijk simpel aangepakt. De combinatie van witte muren en een enorm glazen dak - een bouwkundig hoogstandje in die dagen - zorgt voor een hele lichte ruimte.

22 November 2014

Oudejaarsavond in Boedapest

De jaarwisseling in Hongarije verloopt een stuk kalmer dan we in Nederland gewend zijn. Het afsteken van vuurwerk is geen traditionele gewoonte en in het verleden was de verkoop van vuurwerk verboden. Tegenwoordig wordt er wel vuurwerk verkocht, maar er zijn maar weinig mensen die daar hun geld aan uitgeven. Natuurlijk knallen om twaalf uur wel de champagnekurken. Verder zijn er van die huiselijke gebruiken waar je als toerist weinig aan hebt: mensen eten bij voorkeur linzen, omdat die de vorm van geldstukken hebben. Veel geldstukken. Verder hoort er traditioneel varken op het menu te staan, omdat het varken met zijn wroetende het geluk opgraaft, terwijl je kip moet mijden, want de kip gooit met zijn krabbende poten alles naar achteren.

Gelukkig voor toeristen is Oud en Nieuw ook een feest dat buitenshuis wordt gevierd, zeker in Boedapest. Onderstaande is slechts een kleine selectie.


Op meerdere plaatsen in de stad zijn open-luchtpodia met muziek en stalletjes met eten, drinken en koopwaar: op het Nyugati tér (voor het Nyugati station), het Oktagon even verderop en op het Vörösmarty tér vlakbij de Donau. Ook in een paar verbindende straten (Andrassy út, Liszt Ferenc tér, Deák tér en Deák utca) staan stalletjes. Daar is dus van alles te doen, zeker vanaf 22.00 uur tot na middernacht.

De naburige Joodse wijk is dé uitgaanswijk van de stad en in het hart van de wijk de Gozsdu udvár, is vanaf negen uur 's avonds een Nieuwjaarsfeest. Tal van cafés, restaurants en clubs organiseren speciale Szilveszter Parties met bands, maar daar hangt vaak wel een prijstoegangskaartje aan vast. 

De Liszt muziekacademie heeft de 31e een oudejaarsconcert. Tussen 22.45 en 01.00 uur treedt daar het Amadinda Percussion Orkest op samen met de Hongaarse rockster Gabor Presser (van grote Hongaarse bands in de jaren 70 en 80). Meer info en kaarten reserveren op de site van de muziekacademie.

Wie van operette houdt, kan terecht bij het Silveszteri Operettgala in het Pesti Vigadó, De voorstelling begint om 22 uur, en na afloop heb je prachtig uitzicht op het vuurwerk over de Donau. Kaartjes zijn verkrijgbaar via deze site, die helaas alleen in het Hongaars is. Klik op jegyvasár (kaartverkoop) en kosarhoz. (naar het mandje).

Wie van zwemmen houdt kan terecht bij de grote party in het Széchenyibad, met techno en house muziek. Voor info en kaarten: kijk op www.cinetrip.hu Niet voor echte koukleumen overigens: het Széchenyibad is een openluchtbad. De baden zelf zijn weliswaar warm, maar je kunt boven water een behoorlijk koude neus krijgen.

En dan is er toch ook nog wel vuurwerk, al haalt het het niet bij wat we in Nederland gewend zijn. Het mooiste is het vuurwerk over de Donau, maar ook op het Heldenplein, bij de open podia en op diverse andere plaatsen in de stad wordt om twaalf uur vuurwerk afgestoken, veelal georganiseerd door hotels of clubs.

Het openbaar vervoer rijdt de hele avond. Na twaalf uur zijn er nachtbussen (herkenbaar aan de negen als eerste cijfer), terwijl ook een aantal normale lijnen de hele nacht door blijft rijden.

12 November 2014

Kunst: de muurschilderingen van Neopaint

Rubik kubus. foto Neopaint
Dankzij de kunstenaars van Neopaint verandert het zevende district van Boedapest de laatste maanden in snel tempo in een reusachtige openluchtgalerie. Neopaint, een groep graffiti-kunstenaars die van hun jeugdhobby hun werk hebben gemaakt, kreeg van de gemeente toestemming om de overal in de wijk aanwezige vuurwanden te verfraaien.
Het gaat om de huizenhoge, kale, verwaarloosde muren die zichtbaar worden als het buurpand wordt afgebroken. Meestal zijn ze raamloos, soms hebben ze hele kleine wc-raampjes die in het verleden op een luchtschacht uitkeken en in alle gevallen zijn ze spuuglelijk. Tot de kunstenaars van Neopaint langskomen en de kale muur veranderen in een landschap, een gevel met een groentewinkel, een enorme Rubik-kubus, of een ode aan de beste voetballers die Hongarije ooit heeft gekend.
De kunstenaars van Neopaint zijn allemaal als tiener ooit begonnen graffiti-tags. De meesten van hen verdienen hun geld met decoratieve wandschilderingen in gebouwen of spectaculaire blikvangers voor bedrijven bij bijvoorbeeld beurzen. Ze werken niet alleen in Hongarije, maar tot aan Parijs en Dubai aan toe.
Ze maken deels nog steeds gebruik van graffititechnieken, maar combineren die met andere technieken en ze zijn in staat een enorme wand binnen hele korte tijd te versieren, Hun huizenhoge wandschilderingen hebben niets meer met traditionele graffiti te maken. De kunstwerken zijn echt overal in de wijk te vinden, en vormen een welkome aanvulling in deze toch al zo levendige buurt in het hart van Pest.

Neopaint is sinds 2010 actief aan het lobbyen voor het gebruik van hun technieken bij de renovatie van brandmuren in Boedapest. In het eerste jaar maakten ze drie wandschilderingen, waarmee ze wilden laten zien dat het geen kapitaal hoeft te kosten om een troosteloos stuk wijk een heel nieuw uiterlijk te geven.
Een van hun eerste kunstwerken in het zevende district was een zonnig landschap op een wand naast een kleine speelplaats, die daardoor in één klap van een wat treurig ogend buurtspeeltuintje veranderde in een plek waar je als moeder graag met de kleine heengaat.
Kleurige Stad: muurschildering in de Kazinczy utca
Maar hun echte doorbraak kwam twee jaar geleden in een samenwerkingsproject met het stadsbestuur van het zevende district en verffabrikant Trilak. Die samenwerking leidde tot een officieel brandmuur-rehabilitatieproject en een golf aan nieuwe schilderijen, meer dan vijftien in 2013 en 2014. En het aantal blijft groeien.

Overigens wees iemand me erop dat Neopaint niet de enige is die muurschilderingen maakt in het zevende district. In het kader van het Színes Város Strongbow Festival (Kleurige Stad Strongbow Festival) hebben meerdere kunstenaars afgelopen najaar bijgedragen aan de openluchtgalerie die het zevende district langzamerhand wordt.

Hieronder een lijst met Neopaint-schilderingen. De lijst is zeker niet volledig, ook al, omdat er steeds nieuwe schilderijen bijkomen

Zevende district:
De meest typische straat van Pest – Király utca 11.
Landschap – Király u. 25.
Kaart van Boedapest - Kazinczy utca 52
De wedstrijd van de eeuw – Rumbach Sebestyén utca 10.
Sissy – Rumbach Sebestyén u. 9.
Rubik kubus - Rumbach Sebestyén utca 7
Knoop opnieuw! – Dessewffy utca 30–36.
Namaakgevel – Kertész u. 30.
Zeilen – Dohány u. 32–34.
De Grote Ring anno, Continental Hotel – Dohány u. 42.
Kristalboom – Wesselényi u. 30.
Vluchtelingenkind – Gozsdu udvar
Sprookjesstad – Baross Gábor lagere school, Hernád u. 42.
De Grote Ring anno, Madách Imre Gimnázium – Barcsay u. 5.
Naaister – Akácfa u. 41.
Groentewinkel – Klauzál tér

Andere districten:
Namaakgevel – Budapest XII., Márvány utca
Hongaarse acteurs – Budapest IX., Rákóczi híd pesti hídfő
Budapest anno - Budapest V., Városháza tér
HÉV (trein) – Budapest III., Szentlélek tér
Super 8 – Budapest VIII., Kőfaragó u. 8.
Taxi – Budapest VIII., Asztalos Sándor u. 16.


2 November 2014

Niet missen: Nederlandse schilders van de Gouden Eeuw


Afgelopen donderdag opende in het Museum voor Schone Kunsten de tentoonstelling met schilderijen van Rembrandt en andere Nederlandse schilders uit de Gouden Eeuw. Het is wat vreemd om in het buitenland naar een tentoonstelling van Nederlandse schilders te gaan, maar mocht u voor 15 februari 2015 in Boedapest zijn: mis die kans niet.

De kans om zo'n enorme, en uitgelezen collectie schilderijen uit onze Gouden Eeuw keert namelijk niet zo snel terug, niet in Boedapest, maar ook niet elders in de wereld. Dat zeg ik niet op eigen gezag, maar op dat van een aantal Nederlandse curatoren die hier vorige week waren om schilderijen voor de tentoonstelling af te leveren.
Het gaat om meer dan 170 schilderijen van zo'n 100 schilders, waaronder 20 werken van Rembrandt. Daaronder bevindt zich zijn oudst bekende schilderij en zijn eerste en laatste zelfportret. Veertig van de werken komen uit de collectie van het Museum voor Schone Kunsten zelf, de rest uit Nederlandse musea, het Louvre, Stockholm, Aken, New York, London,, Los Angeles, noem maar op. Het is dat de Hongaarse staat zich garant heeft gesteld, want anders is de organisatie van een tentoonstelling van deze omvang tegenwoordig eigenlijk alleen al vanwege de transportkosten en de verzekeringspremie onbetaalbaar. Vandaar dat dit zo'n buitengewone kans is.
Rembrandts oudste schilderij
Rondlopend op de tentoonstelling realiseerde ik me voor het eerst echt goed wat de Nederlandse schilderkunst van de Gouden Eeuw zo bijzonder maakte. Wat de schilderijen bindt en onderscheidt van schilderkunst elders uit dezelfde tijd, zijn het licht, de glasheldere portretten van mensen die zo het doek zouden kunnen afstappen, de uitbeelding van het gewone leven en van (betrekkelijk) gewone mensen. Zelfs de heiligen - die zijn er natuurlijk ook - blijven mensen van vlees en bloed. De schilderijen zijn allemaal voorzien van uitgebreide uitleg. De omvang heeft maar één nadeel: eigenlijk is een enkel bezoek niet genoeg om het allemaal goed te behappen.
De tentoonstelling is overigens ook de laatste gelegenheid om het Museum voor Schone Kunsten voorlopig te bezoeken. Direct na afloop van deze expositie sluit het museum voor vier jaar zijn deuren voor een grootscheepse opknapbeurt. Gelijktijdig gaat ook de bouw van het naburige Museumkwartier van start, waar alle grote musea van Boedapest vanaf 2018 onderdak moeten krijgen.

15 October 2014

Nieuw: de Kasteeltuinbazaar op de Burcht

Toegang tot de Kasteeltuin Bazaar

Ergens in september is hij dat eindelijk echt open gegaan: de net geheel gerestaureerde 'Várkert Bazár', de Kasteeltuin Bazaar, op de helling van de Burchtheuvel. Toegang tot de tuin is gratis en biedt een prachtige wandeling vanaf de Donau omhoog naar de burcht. Vanaf de toegangspoort op het Miklós Ybl plein aan de oever loop je door de mooi aangelegde neorenaissance tuin waar zich ook een klein festivalterrein bevindt, via oude verdedigingswerken en -muren gestaag omhoog. Het uitzicht over de Donau, de Kettingbrug en het Parlement is prachtig en langzaam rijst het majestueuze paleis voor je op. In minder dan een half uur kom je uit op het plein voor de hoofdingang van de Nationale Galerie. Voor wie het hele stuk lopen te ver vindt: er is een overdekte, gratis roltrap die je tot halverwege brengt.
De Kasteeltuinbazaar werd tussen 1875 en 1883 gebouwd met de bedoeling het paleis boven op de burcht een statige toegang te geven. In de bazaar zelf kwamen kleine winkeltjes. Maar dit stuk Donauoever lag altijd een beetje buiten de loop en en daarom was het moeilijk huurders te vinden. De winkeltjes werden daarom - even weinig succesvol - vervangen door ateliers. In de oorlog werden de gebouwen zwaar beschadigd, en de reparatie (van restauratie was geen sprake) deed meer kwaad dan goed. De tuin speelde in de communistische tijd wel een belangrijke rol in het jongerenleven van de stad. Er waren concerten en het gebied gold een beetje als een vrijhaven. Tegenwoordig staat de bazaar, samen met de hele Donau-oever en het centrum van Boedapest, als beschermd stadsgezicht op de Werelderfgoedlijst van Unesco.
Uitzicht vanaf de bazaar
Gezien de problemen in het verleden om huurders voor de winkels te vinden is het waarschijnlijk verstandig dat bij de huidige restauratie meteen besloten is de gebouwen een culturele functie te geven. Even ten zuiden van de toegangspoort zit de ingang naar het nieuwe onderkomen van het Nationale Danstheater. Letterlijk onderkomen, want het theater is gevestigd in kelders onder de tuin. In de hal van het theater bevindt zich ook een houten schaalmodel van de stad Boeda (toegang gratis). 
Het Zuidelijke Paleis naast het danstheater is bestemd voor tijdelijke tentoonstellingen, terwijl Hungarikon museum in het Noordelijke Paleis aan de andere kant van de poort een niet al te grote, maar wel wat curieuze verzameling van objecten biedt die eigendom waren van of gemaakt zijn door beroemde Hongaren en internationale persoonlijkheden. Je vindt er ondermeer een hoed van John Lennon, een dirigeerstok van Béla Bartok, en een schilderij van de hand van Tony Curtis, maar ook iets van de Frans-Hongaarse kunstenaar en grondlegger van de cybernetische stroming Nicolas Schöffer, een shirt van een Hongaarse waterpologrootheid en een grappig werkje gemaakt voor cineast István Szabó. Van sommige dingen is niet helemaal duidelijk wat ze met Hongarije te maken hebben (de hoed van Lennon?) want de begeleidende tekst is helaas minimaal. Goedkoop is het museum overigens niet. Toegang kost 2400 forint (7,50 euro). Een gecombineerd toegangskaartje met met de tijdelijke tentoonstelling in het Zuidelijk Paleis kost 3000 forint.

2 October 2014

Rondleidingen in het Museum voor Schone Kunsten

Het Museum voor Schone Kunsten aan het Plein der Helden (Hösök tére) behoort misschien niet tot de 'grote musea' in de wereld, maar er is genoeg te zien dat een bezoek de moeite waard maakt. In de collectie, die grotendeels afkomstig is van de oude Hongaarse aristocratie, bevinden zich ook werken van schilders als Goya, Rembrandt, Titiaan, Van Ruisdael, Jan Steen, Rafael en Breughel. Bovendien worden er regelmatig interessante tentoonstellingen gehouden. En tamelijk uniek is het systeem van individuele rondleidingen door goed opgeleide vrijwilligers.

Museum voor Schone Kunsten
Omdat in een grijs verleden ooit het besluit is genomen om nationale van internationale kunst te scheiden, vind je in het museum alleen internationale kunstenaars. Een van de dingen die het voor heeft op veel 'grote musea'  is de omvang. Het is behapbaar, en naar verhouding een stuk minder druk dan musea in Londen of Parijs. Dat geldt zeker voor de speciale tentoonstellingen, die zich qua niveau tegenwoordig kunnen meten met exposities elders, maar waar je veel meer dan elders nog de rust en ruimte om alles te bekijken.
Vroeger was het museum een buitengewoon stoffig geheel waar niets gebeurde en waar knorrige suppoosten er oog op hielden dat iedereen zich gepast gedroeg. Maar in de afgelopen tien jaar heeft het een radicale vernieuwing ondergaan. Nog niet alle afdelingen zijn aangepakt, maar een groot deel van de collectie, waaronder de Duitse, Nederlands/Vlaamse en Spaanse afdeling op moderne manier worden gepresenteerd. Verder zijn er allerlei activiteiten in het museum gekomen, waaronder individuele, Engelstalige rondleidingen. Individueel is ook echt individueel: je kunt zo meedoen, maar als je met meer dan twee mensen bent, moet je je apart aanmelden. 
Die rondleidingen worden gegeven door vrijwilligers die daar een speciale cursus voor hebben gevolgd. Het zijn mensen die het doen uit enthousiasme en liefde voor de kunst. Er zijn algemene rondleidingen, en rondleidingen die gespecialiseerd zijn in een bepaald thema, zoals de Nederlandse collectie, beeldhouwkunst of de renaissance. Op de website van het museum is een overzicht te vinden wanneer gidsen zijn voor een bepaalde toer. De toer zelf is gratis, maar je betaalt uiteraard wel toegang tot het museum
Behalve rondleidingen houdt het museum ook regelmatig kunstlezingen. Die zijn in de eerste plaats bedoeld voor mensen die zich hebben opgegeven voor de cursus voor vrijwillige gidsen, maar ze zijn voor iedereen toegankelijk. Meer informatie over die lezingen is te vinden op dezelfde pagina als het overzicht van de rondleidingen. Wie niet deelneemt aan de gidsencursus betaalt 2500 forint per keer. Alle lezingen zijn net als de rondleidingen in het Engels.

Meer weten over de geschiedenis van het Museum voor Schone Kunsten en het Plein der Helden? Lees Runa Hellinga's Boedapest, een verhalende reisgids, over de geschiedenis en de sociale en culturele ontwikkelingen van deze prachtige stad.