Maak kennis met de cultuur en tradities van de bruisende hoofdstad Boedapest én de natuur van het Hongaarse platteland met onze op maat gesneden programma’s. U beslist wat u wilt, wij regelen het. Stadswandelingen rond diverse thema’s in Boedapest, natuurwandelingen door het natuurgebied langs de Donau of in het heuvelland rond het stadje Vác, een half uur van Boedapest vandaan, fietstochten op het Szentendre-eiland, uitstapjes in de Donaubocht met auto, fiets of boot. Ook verzorgen we concert- en theaterkaarten en andere reserveringen.
Verder bieden wij vlakbij Boedapest, in het barokke stadje Vác, een appartement
direct aan de Donau te huur aan. Het is geschikt voor twee tot zes personen en een perfecte uitvalsbasis voor gezinnen met kinderen of voor mensen die een bezoek aan de hoofdstad willen combineren met wandelen en fietsen in de natuur.
Kijk bij onze rondleidingen en fietstochten door Boedapest of leg ons uw wensen voor uw reis voor, zodat we kunnen kijken of we daar een programma mee kunnen maken.

14 April 2017

Open deuren langs de Donau op 22-23april

Normaal niet te bezichtigen: de synagoge in de Frankel Leo utca
Op 22 en 23 april vindt het jaarlijks terugkerende architectuurfestival Budapest 100 plaats. In eerdere jaren betekende dat dat overal in de stad woonhuizen en andere gebouwen die precies honderd jaar eerder waren gebouwd, hun deuren voor publiek openden. Bezoekers krijgen zo een unieke kans binnen te kijken in panden waar je anders nooit binnenkomt.
Dit jaar is het oorspronkelijke idee een beetje losgelaten. Niet zo gek, want honderd jaar geleden zat Hongarije midden in de Eerste Wereldoorlog en 1917 was bepaald geen topjaar als het om nieuwe bouwwerken en architectuur gaat. Daarom is dit keer er ditmaal voor gekozen om niet een bepaald jaar, maar een bepaald gebied in het zonnetje te zetten: de oevers van de Donau en de directe omgeving daarvan.
Langs en in de buurt van de Donau openen 58 panden, van woonhuizen, boten, voormalige fabrieken en een voormalig klooster, kantoren en universiteitsgebouwen, hun deuren voor bezoekers. Sommige zijn tweehonderd jaar oud, andere in de jaren zestig van de vorige eeuw of zelfs deze eeuw pas gebouwd. Zo kun je die dagen de op een binnenhof verscholen synagoge in de Frankel Leo utca bezoeken, die normaal niet toegankelijk is voor publiek.
Behalve dat de gebouwen toegankelijk zijn, zijn er ook speciale programma's, variërend van bewoners die op een bepaald uur vertellen hoe het was om in de jaren zestig in een appartementengebouw te leven tot tentoonstellingen en rondleidingen. Voor sommige van die programma-onderdelen is Hongaars spreken natuurlijk een vereiste, maar er is genoeg te beleven voor niet-Hongaarse architectuurliefhebbers.
Alle programmaonderdelen zijn gratis, maar voor sommige gebouwen is wel vooraf aanmelding vereist. Of eigenlijk, was, want binnen twee dagen nadat de aanmelding werd opengesteld, waren alle plaatsen bij die activiteiten al vergeven.
Het uitgebreide programmaboekje is helaas (vrijwel) alleen in het Hongaars, maar het geeft wel een goed overzicht welke gebouwen hun deuren hebben geopend. Rechts onder de foto zijn de openingstijden vermeld. Het is goed om te weten dat szombat zaterdag betekent en vasárnap zondag. Als er onder de openingstijden een langere tekst met het woord regisztráció, dan is het gebouw alleen na registratie te bezichtigen. Overigens is een enkele rondleiding, zoals op zaterdag om half twaalf bij de Várkertbazár aan de onderkant van de buchtheuvel, wel in het Engels en die staan ook in het Engels in het programmaboekje vermeld.
Een korter Engelstalig programma-overzicht is hier te vinden.



6 April 2017

Pasen op zijn Hongaars

Foto Runa Hellinga
Hongaarse paaseieren zijn kunstwerkjes
Wie van kerstmarkten houdt, zal de paasmarkt die dezer dagen op het Vörösmarty tér in het hart van Boedapest wordt gehouden, zeker waarderen. Het is een prima plek om originele cadeautjes te vinden of om op een warme lentedag te lunchen. Beschilderde paaseieren spelen uiteraard een hoofdrol, want het beschilderen van paaseieren is Hongarije (en heel Centraal- en Oost-Europa) een ware kunst. Oorspronkelijk werden de eieren rood gekleurd, ter herinnering aan het bloed dat Christus met Pasen heeft vergoten. De eieren worden eerst leeggemaakt door aan beide kanten een gaatje te prikken en het eiwit en eigeel eruit te blazen. Daarna worden ze beschilderd in fraaie, vaak traditionele patronen, maar ook met miniatuur schilderijtjes. Naast beschilderen worden eieren trouwens ook op andere manieren bewerkt. De meest opmerkelijke tradite zijn misschien wel de paaseieren van de smid.
Maar de paasmarkt heeft meer te bieden. Net als op de kerstmarkt vind je er producten van talloze Hongaarse handwerklieden, van heel traditioneel aardewerk tot modern design. Talloze kraampjes bieden Hongaars streetfood: gebraden worsten, gevulde koolbladeren en stevige stoofpotten. Bier en wijn ontbreken niet en op het perk in het midden van het plein staan tafeltjes en schommelbanken, waar je kunt bijkomen van een dagje slenteren in de stad.
Eten is belangrijk met Pasen. Traditioneel is de paasham die je weken voor Pasen al op alle markten en bij alle slagers ziet hangen. Ze worden overigens niet zo gegeten, maar eerst gebraden gekookt. Wie het weekend (8 en 9 april) voor Pasen in de stad is, kan het proeven op het festival van de Hongaarse smaken (Magyar Izék) in de Várkertbazár, aan de Donau aan de voet van de burchtheuvel. Kleine producenten verkopen er hun specialiteiten, en naast speciale paasgerechten vind je er eigen gemaakte jam, palinka (drank gestookt van verschillende soorten vruchten), worsten, kazen, honing en noem maar op.
Eten speelt ook de hoofdrol op het Paaslam-festival dat van 15 tot 17 april bij het Vajdahunyad kasteel, het merkwaardige sprookjesgebouw in het Varosliget wordt gehouden. Er is muziek, er zijn handwerkactiviteiten voor de kinderen, er zijn konijnen (als plaatsvervangers van de paashaas) en lammetjes om te aaien en er zijn vooral veel lammetjes om op te eten. Tal van restaurants werken samen en bieden de bezoekers een rijke keuze aan traditionele en moderne lamsgerechten. 
In Boedapest zul je weinig merken van het verschijnsel van de locsolkodás. Op Tweede Paasdag gingen jongens traditioneel op stap om de meisjes van het dorp, en vooral de meisjes waarop ze een oogje hadden, een emmer water over het lijf te gooien. Deze wat merkwaardige manier van hof maken in inmiddels in de meeste dorpen vervangen door een paar druppels parfum. Het zijn ook niet alleen maar meer de jonge meisjes die worden besprenkeld en de jonge mannen die sprenkelen. Mannen van alle leeftijden trekken door het dorp om vrouwen van alle leeftijden van parfum te voorzien, liefst in ruil voor iets lekkers en een glas palinka, of, voor de jongsten chocolade-eieren. Een beetje sneu voor kleine meisjes, die behalve druppels goedkope parfum niets krijgen, dat wel.
Wie deze paastraditie van nabij wil zien, kan terecht bij het openluchtmuseum (skanzen) in Szentendre, waar beide paasdagen een uitgebreid programma is met concerten, volksdans, demonstraties van bakkers, eierschilders en een paaseierententoonstelling, Op maandag om 10, 12 en 2 uur zijn er demonstraties van de locsolkodás. Helaas is de inhoud van het programma slechts in het Hongaars te vinden op de website van het museum, maar aangezien de tekst vrij simpel is, kan Google translate zeker helpen.

3 March 2017

Een van de mooiste cafés in Boedapest dicht

foto Runa Hellinga
Bookcafé
Droevig nieuws voor boek- en caféliefhebbers: sinds begin maart is een van Budapests mooiste café's, het Bookcafé in de Alexandra-boekwinkel op de Andrássy út, gesloten voor bezoekers. Formeel op 'technische redenen', maar achter zulke technische redenen schuilen in Hongarije vaak financiële problemen, en dat is ook nu het geval. Het Bookcafé zelf was weliswaar buitengewoon populair, maar het maakt deel uit van de Alexandra-boekwinkels die al langere tijd in zwaar weer verkeren. Enkele weken geleden werd bekend dat er een onderzoek is gestart wegens financiële malversaties in het concern.
Het Bookcafé is/was gevestigd in de Lotz-zaal, een restant van een casino dat hier in de 19de eeuw floreerde. Toen Samuel Goldberger het casinogebouw in 1908 kocht met het doel het gebouw te slopen en op dezelfde plaats het eerste warenhuis van Budapest te bouwen, wist de architect hem te overtuigen de prachtige balzaal van het casino, met fresco's van Károly Lotz, de beroemdste Hongaarse frescoschilder van die tijd, te behouden.
In 2010 opende de Alexandra boekwinkelketen zijn vlaggenschipwinkel in het voormalige warenhuispand. Behalve een grote boekwinkel zat er een wijnwinkel in de zaak en verder dus het  Bookcafé, dat al snel hoge ogen gooide als een van de mooiste cafés van Europa. Het werd dan ook al snel zeer populair, onder Budapesters en onder toeristen en was een perfecte plek voor een lichte lunch of een glas wijn aan het einde van de middag.
Er is overigens enige hoop dat het café niet al te lang gesloten blijft. Lira, een andere boekwinkelketen, heeft inmiddels belangstelling getoond om alle Alexandrawinkels over te nemen. Hopelijk krijgt ook het Bookcafé daarmee een doorstart. Tot dan zullen bezoekers het met de fraaie jugendstil-gevel van het gebouw moeten doen.

21 February 2017

Trolleys, trams en een tandradbaan

De 54 meter lange Combino
Als het om openbaar vervoer gaat, is Boedapest een soort levend openluchtmuseum. Er zijn vast andere steden te vinden waar je zoveel verschillende soorten vervoersmiddelen in gebruik vindt, maar het zal hard zoeken worden. Uiteraard zijn er bussen en trams (waaronder de langste stadstram ter wereld). Maar daarnaast heeft de stads trolleybussen, een van de oudste en een hypermoderne metro, een kabelbaan, een tandradbaan, een stoeltjeslift, een smalspoortreintje, En lijndiensten op de rivier. En elk van die vervoermiddelen vertelt ook een stukje van de geschiedenis van de stad.
Dat Hongarije op Londen na met metrolijn 1 de oudste metro van Europa heeft, komt omdat het land in 1896 zijn 1000-jarige bestaan wilde vieren. In het Városliget, het stadspark, werd ter gelegenheid daarvan een grote nationale tentoonstelling georganiseerd. De kortste weg daarheen was de fraaie Andrássy út (die toen overigens anders heette). Alleen: langs die straat woonden vooral hele rijke mensen die geen openbaar vervoer voor hun deur langs wilden. Stel je voor, al dat gewone volk in de straat. De oplossing: een geul graven en dat openbaar vervoer dan maar onder de grond stoppen.
Je kunt veel kwaads van Jozef Stalin zeggen, maar toen hij zeventig werd, was de man in een royale bui. Warschau eindigde dankzij zijn goedgevigheid met het Cultuurpaleis dat er een beetje uitziet alsof iemand de top van het Empire State Building in Warschau heeft afgezaagd. Budapest kreeg van de communistische dictator een trolleybus, reden waarom de meeste trolleybussen in de stad nog steeds een lijnnummer ergens in de zeventig hebben.
De funiculair, de kabelbaan (niet te verwarrend met de tandradbaan, een soort tram met extra tandrad die vanuit Buda helemaal de berg oprijdt) waarmee veel toeristen de burcht opgaan, werd voor de oorlog gebouwd en diende oorspronkelijk helemaal geen toeristisch doen. De toenmalige Hongaarse leider Miklós Horthy richtte de burcht in als regeringscentrum (net als de huidige premier Viktor Orbán, trouwens). Niet de meest toegankelijke plaats van de stad, maar de kabellift moest zorgen dat ambtenaren toch snel en goedkoop naar hun werk konden komen, Die tijden zijn voorbij, voor ambtenaren is de lift tegenwoordig te duur. Wie vier euro te duur vindt: er rijden ook zeer regelmatig kleine stadsbusjes de burcht op.
Toeristen zullen het zelden gewaar worden, maar er rijdt in Budapest een groot aantal types trams, van de moderne, 54 meter meter lange Combino's op de Grote Ring tot voertuigen die in de jaren zeventig gebouwd zijn door de Hongaarse firma Ganz. En van alles daartussen in: in buitenwijken rijden tweedehandstrams uit Hannover en Den Haag, in de tachtiger jaren werden Tsjechische Tatra's aangekocht en onlangs schafte de BKK nieuwe Spaanse trams aan. Aangezien het meeste materieel op de rails blijft tot het echt op is, zijn al die voertuigen nog wel ergens te bewonderen.
En dan is er natuurlijk nog het kindertreintje door de Budabergen. Ooit in 1947 gebouwd als een echt communistisch kinderproject: de trein werd (en wordt) grotendeels door kinderen gerund. Voorwaarde om erop te mogen rijden, is dat je het goed doet op school, want je moet er lessen voor verzuimen. In de communistische tijd was het voorrecht uitsluitend voorbehouden aan kinderen die lid van de communistische jeugdbeweging, de Pioniers.

14 January 2017

Terrassen in de winter

Overdekt en verwarmd terras: Szimpla kert, 
Boedapest in de winter is een totaal andere stad dan in de zomer. Min 15 graden, een bevroren Donau, pakken sneeuw: het heeft zijn prachtige kanten, maar het stelt je als toerist wel voor beperkingen. Waan je je in juli met een overvloed aan terrassen al snel ergens in een mediterrane stad, in de winter realiseer je je wat het betekent dat Hongarije een landklimaat heeft: het kan er echt koud zijn..
Terrasverwarming is in Boedapest nog niet heel erg populair, maar dat neemt niet weg dat er wel winterse terrassen zijn. Alleen zijn die in tegenstelling tot sommige Nederlandse terrassen over het algemeen echt volkomen overdekt en afgesloten, anders is er niet tegenaan te stoken. 

Een overzichtje, van simpel tot chique, te beginnen met waarschijnlijk het mooiste winterterras van de stad als het om het uitzicht gaat: het Margareta terras in een toren van het Vissersbastion op de Burcht. Het is onderdeel van de Halaszbástya, het restaurant dat in het bastion gevestigd is. Je kunt er alleen wat drinken en het is niet altijd vrij toegankelijk, omdat het ook wel eens door gezelschappen wordt afgehuurd. 's Winters hebben ze, naast alle andere dranken, glühwein op de kaart staan. Goedkoop is het niet, net zomin als het restaurant, maar dat is op zich wel een aanrader, je eet er echt heel goed. 

Midden in de stad, op het Erzsébet tér, bevindt zich het Fröccsterasz. De naam is een beetje misleidend, want hoewel het in de zomer echt een terras is, verhuist de zaak in de winter naar binnen en is het dan meer een hele grote bar met restaurant, gevestigd in het gebouw waarvandaan twintig jaar geleden de regionale bussen vertrekken. Bar, restaurant, en op vrijdag live muziek. En fröccs natuurlijk, een mix van wijn en sodawater die je in verschillende verdunningen kunt bestellen. In Oostenrijk noemen ze hetzelfde drankje een Gespritzter.   

Niet zover hier vandaan, in de Holló utca 6, of eigenlijk op het gebouw, is het Gozsdu Sky terras, een overdekt dakterras met verwarming. Open vanaf zes uur 's avonds tot middernacht en in het weekend later. De toegang is via de zesde verdieping van de parkeergarage van het gebouw.

Mazel Tov, in de Akácfa utca 47, is eigenlijk niet zozeer een terras als een overdekt binnenhof met vloerverwarming onder de terracotta tegels. Gelegen in het hart van het joodse district (de lambrisering of de muur verbergt een van de weinige overgebleven stukken van de muur die van november 1944 tot januari 1945 het ghetto afsloot) en met een wisselend menu dat geïnspireerd wordt door de Hongaars-joodse Israëlische en naast hummus ook solet biedt, de stevige bonenschotel die in Hongarije traditioneel met sjabbat  werd gegeten omdat je die vrijdagmiddag al op een klein pitje kon zetten, zodat je zaterdag bij de lunch een warme maaltijd had.

De ruïnebars waar de joodse wijk bekend om is, zijn in de winter over het algemeen gesloten. Uitzondering is de moeder van alle ruïnebars, Szimpla, Kazinczy u. 14., Net als Mazel Tov bevindt Szimpla zich op een binnenplaats die inmiddels voor een deel is overdekt. De inrichting is op zich al een bezoek waard, maar dat weten inmiddels veel mensen: Szimpla trekt jaarlijks iets van een miljoen bezoekers, waarvan velen alleen maar komen om een kijkje te nemen. 's Avonds zijn er gratis concerten en je kunt er waterpijp roken en simpel eten, de kaart bestaat vooral uit hamburgers. Iedere zondag is er, zomer en winter, een boerenmarkt waar producenten hun eigen waren brengen, van thuisgemaakte worsten en palinka tot zelf gevonden truffels (de paddenstoelen, niet de bonbons).

In dezelfde straat, op Kazinczy utca 48 is nog een andere ruïnetuin, Ellàtò kert, die 's winters open is. Net als Szimpla een plek die vooral mikt op jongeren, en als het buiten echt koud is, wordt het er niet echt warm: de tuin wordt 's winters afgedekt met een simpel plastic dak.  Ze hebben er handgemaakt bier en Mexikaans eten.

Veel van de cafés en restaurants in de Gozsdu udvar (Gozsduhof) tussen de Dob utca en de Király utca hebben trouwens het hele jaar door een overdekt terras, in de zomer tegen de regen en omdat het in de zon te warm is, in de winter tegen de kou. 

Van een heel ander kaliber is Spoon, een boot op de Donau die op het bovendek een overdekt terras heeft. Het uitzicht op de rivier is schitterend, maar Spoon behoort wel tot de meer toeristische plekken en goedkoop is het restaurant niet.

4 December 2016

Onbekend Boedapest: Kőbánya

Szent László-kerk, Kőbánya
De aan de zuidkant geleden arbeiderswijk Kőbánya/Kispest lijkt met zijn industriële geschiedenis niet de eerste plek om te bezoeken. Maar wie geïnteresseerd is in het werk van de bekendste Hongaarse jugendstil-architect Ödön Lechner vindt in deze wijk een zijn belangrijke ontwerp, de Szent László-kerk op het Szént László tér. De gebouw is een curieuze kruising tussen jugendstil (art nouveau, of szecesszió, zoals de stijl in Hongarije heet) en neogotiek. Dat komt omdat Lechner de afwerking van het gebouw overnam van de hoofdarchitect. Elek Barcza, die een neo-gotische kerk had ontworpen. Lechner had overigens iets anders in zijn hoofd. Maar zijn eerste ontwerp, een haast Byzantijns versierde kerk met centrale koepel, werd door de stad afgewezen als veel te oosters. Van binnen is de kerk vrij sober en vooral wit, al zijn de gebrandschilderde ramen, naar een ontwerp van Miksa Róth, de moeite waard.

Maar Kőbánya heeft meer te bieden. Een paar kilometer en één tramrit van de kerk vandaan staat bijvoorbeeld de fraaie oude Dreher-bierfabriek. De prachtige oude brouwerij met zijn enorme koperen vaten en kleurrijke jugendstilelementen is dagelijks open voor bezoekers. Aanmelden moet vooraf, via hun website. Tickets kosten pakweg 6 euro. Niet voor ouders met kleine kinderen overigens, want je moet minimaal achttien jaar oud zijn om aan de tour deel te kunnen nemem.

Kőbánya is ook de plek waar je  de Újköztemető, de grootste begraafplaats van Boedapest, vindt. De hoofdingang van het enorme, parkachtige gebied bevindt zich op de Kozma utca. Je vindt er prachtige, verstilde grafmonumenten. Omdat de graven niet geruimd worden, zijn oudere delen haast weer in bos veranderd waar je af en toe een grafsteen tussen ziet opdoemen. 
Maar de begraafplaats vooral bekend vanwege de percelen 298–301, waar in 1989 de helden van de opstand van 1956 plechtig werden herbegraven. Hier is het graf te vinden van Imre Nagy de hervormingsgezinde communist die in 1956 enigszins tegen wil en dank de leiding van de kortstondige regering van nationale eenheid op zich nam, en die daar in 1958 voor ter dood veroordeeld zou worden. Samen met zijn medebeklaagden werd Nagy opgehangen in de Kozmagevangenis die vlakbij de begraafplaats staat. Vervolgens werden ze in een massagraf net buiten de begraafplaats gedumpt. Hun plechtige herbegrafenis op 16 juni 1989 trok honderdduizenden belangstellenden en markeerde eigenlijk het begin van het einde van het communisme in Hongarije.
Foto Runa Hellinga
Graftombe op de Israelitische Begraafplaats
Naast de algemene begraafplaats bevindt zich, ook de op Kozma utca 6, de Israelitische Begraafplaats, de belangrijkste joodse begraafplaats van de stad. Er staan prachtige grafmonumenten, deels ontworpen door vooraanstaande joodse jugendstil-architecten zoals Béla Lajta, die hier overigens ook zelf begraven ligt. Op de Israelitische Begraafplaats bevindt zich ook een groot aantal massagraven waar na de Tweede Wereldoorlog slachtoffers van de Holocaust zijn herbegraven.

Ook Wekerle telep, een tuindorp uit het begin van de vorige eeuw, is een bezoek waard. De wijk werd in 1912 gebouwd op initiatief van minister Sándor Wekerle, die naar het voorbeeld van tuinsteden elders in Europa een sociale arbeiderswijk wilde creëren. De wijk bestaat uit villa-achtige gebouwen die verhullen dat de eigenlijke woningen tamelijk klein waren. Maar mensen hadden wel een tuin, er stonden fruitbomen en er was een hoop groen. Het centrale plein is een fraai voorbeeld van het werk van architect Károly Kós, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van een groep van architecten die zich vooral door de boerenkunst van Hongaarse dorpen in Transsylvanië lieten inspireren. De porten die toegang geven tot het plein doen sterk denken aan de poorten van Transsylvaanse boerderijen.




5 November 2016

Gratis openbaar vervoer voor ouderen

foto Runa Hellinga
De stoeltjeslift naar János hegy is helaas niet gratis
Niet goed voor de Hongaarse schatkist, wel voor ouderen: het openbaar vervoer in Boedapest en in de rest van Hongarije is geheel gratis voor iedereen boven de 65. Dat geldt dus zowel voor de bus en de tram, als voor de metro, de trolleybussen de tandradbaan die door het twaalfde district naar Normafa. het natuurgebied in de Budabergen aan de rand van de stad, rijdt.
Ook treinen en streekvervoer zijn gratis, net als - door de week - de bootjes van het openbaar vervoer op de Donau in Boedapest. In het weekend moet je voor die bootjes als oudere wel betalen.
Dat het openbaar vervoer gratis is, geldt overigens alleen voor Hongaarse ouderen en voor EU-burgers boven de 65. Amerikanen, Australiërs en andere houders van niet EU-paspoorten komen er niet voor in aanmerking. Je hoeft er verder niets speciaals voor te doen, je kunt zo iedere bus of trein instappen, maar op verzoek van een controleur moet je wel kunnen aantonen dat je boven de 65 en EU-burger bent. Een identiteitskaart of paspoort is dus wel noodzakelijk. Een kopie daarvan wordt ook geaccepteerd.
Hou er wel rekening mee dat vervoersmiddelen die vooral als toeristische attractie worden gezien, niet gratis zijn, zelfs als ze door het Boedapester vervoersbedrijf BKK worden gerund. Dat geldt bijvoorbeeld voor het kabeltreintje bij de Burchtheuvel, dat mensen van het Clark Adam tér aan de Donau naar de top brengt. Dat treintje is zelfs behoorlijk prijzig, 1200 forint (een kleine vier euro) voor een ritje dat luttele minuten duurt. 
Wie dat geld (en de wachttijd voor het treintje) wil besparen, kan in tien minuten naar boven lopen, of bus 16 nemen. Die stopt op hetzelfde Clark Adam tér, maar vertrekt ook vanaf het Széll Kálman tér aan de andere kant van de burcht. Echt veel verliezen doe je niet als je het kabeltreintje niet neemt, boven op de Burchtheuvel is het uitzicht echt veel mooier.
Niet gratis is ook de stoeltjeslift die vanaf Zugliget naar János hegy (de Jánosberg) gaat. Wel leuk om te doen, trouwens, al moet je geen last van hoogtevrees hebben. De lift brengt je heel stilletjes, eerst vlak over de daken en tuinen van een villawijk, daarna over bossen, naar de hoogste punt van de Budabergen. Vlakbij het bovenste station is de uitzichttoren die ooit gebouwd werd voor koningin (keizerin) Elisabeth (Sissi), met prachtig uitzicht over de hele stad en het omringende land.
Ook voor de kindertrein door de Budabergen moet je als oudere betalen. Het zal niet verbazen dat deze trein, die grotendeels door kinderen wordt gerund, vooral aan kinderen korting geeft. Ook andere smalspoortreintjes in het land, zoals bijvoorbeeld het treintje dat van Kismaros naar Királyrét in de Börzsöny voert, hebben geen speciale regeling voor ouderen. Sommigen hebben wel voordelige familiekaartjes (családjegy) voor gezinnen met kinderen.