Maak kennis met de cultuur en tradities van de bruisende hoofdstad Boedapest én de natuur van het Hongaarse platteland met onze op maat gesneden programma’s. U beslist wat u wilt, wij regelen het. Stadswandelingen rond diverse thema’s in Boedapest, natuurwandelingen door het natuurgebied langs de Donau of in het heuvelland rond het stadje Vác, een half uur van Boedapest vandaan, fietstochten op het Szentendre-eiland, uitstapjes in de Donaubocht met auto, fiets of boot. Ook verzorgen we concert- en theaterkaarten en andere reserveringen.
Verder bieden wij vlakbij Boedapest, in het barokke stadje Vác, een appartement
direct aan de Donau te huur aan. Het is geschikt voor twee tot zes personen en een perfecte uitvalsbasis voor gezinnen met kinderen of voor mensen die een bezoek aan de hoofdstad willen combineren met wandelen en fietsen in de natuur.
Kijk bij onze rondleidingen en fietstochten door Boedapest of leg ons uw wensen voor uw reis voor, zodat we kunnen kijken of we daar een programma mee kunnen maken.

13 January 2018

De belangrijkste concertzalen en musea op een rijtje

Foto Runa Hellinga
Robert Capa Fotomuseum

Er zijn in Boedapest tal van kleinere muziekgelegenheden, theaters en musea, maar wie een paar dagen in de stad is, zal hooguit tijd voor een enkele voorstelling en één of twee musea hebben. Daarom bij deze een overzicht van de belangrijkste culturele instellingen, plus een enkele die speciaal de liefhebber interessant is. Kijk bij de blog over online tickets kopen voor tips over het boeken van kaartjes.
Theaters missen in dit overzicht, omdat Hongaarse theatervoorstellingen vanwege de taal voor de gemiddelde toerist helaas niet te volgen zijn.
Muziek
Opera: Het oude Opera gebouw is heel mooi, maar helaas is op moment van schrijven dicht vanwege een renovatie van de technische voorzieningen. Het Erkel Theater – waar ook voorstellingen worden gegeven – is architectonisch niet echt interessant. Veel operavoorstellingen hebben een Engelstalige ondertiteling meelopen. Voor een overzicht van het programma: klik op de 'alendar' rechts boven een datum aan en er verschijnt het programma voor de hele maand. tickets kunnen via de website zelf worden gekocht.
Palace of Arts heeft de beste programmering in Boedapest voor klassieke muziek, ballet, maar ook jazzconcerten en wereldmuziek.
Hier zijn ook de meeste voorstellingen van Recirquel, modern circus (een beetje a la Cirque de Soleil) van Hongaarse bodem en zeer de moeite waard. Het Paleis heeft buitengewoon goede akoestiek en ligt even ten zuiden van het centrum (maar is goed bereikbaar met het openbaar vervoer, lijn 2 stopt vlakbij). Voor een programma-overzicht: klik op 'event' en dan'event calendar'. Tickets kunnen via de website zelf worden gekocht.


Liszt Music Academy: www.zeneakademia.hu  . Dit is een prachtig jugendstil gebouw, wat een concert (zeker in de grote zaal) altijd de moeite waard maakt. Er zijn ook de nodige mooie concerten, de meeste vrij traditioneel klassiek (de Hongaren zijn niet zo van een moderne aanpak), maar er zitten echte pareltjes tussen. Voor een programma-overzicht; (klik op de datum van waaraf je wilt kijken, en er verschijnt een programmering. tickets kunnen via de website zelf worden gekocht.
Trafó: www.trafo.hu Dit omgebouwde industriele gebouw is het centrum van modern eigentijds theater, dans en performance art. Een deel ervan is Hongaars, maar er zit ook het nodige tussen in het Engels of waar gesproken woord weinig rol speelt. De zaal is klein, de stoeltjes ongemakkelijk en zitplaatsen niet genummerd (dringen dus als de zaaldeuren open gaan), maar het kan zeer de moeite waard zijn. Voor een programma-overzicht: 'Program calendar'. Tickets kunnen op de website worden gekocht.
Volksdansen: De voorstellingen van de staatsvolksdansensembles worden afwisselend in het Danube Palace, het Pesti Vigado en het Buda Vigado gehouden.   De voorstellingen duren tweemaal drie kwartier met een korte pauze tussenin. De ervaringen zijn gemengd. De dansers kennen hun vak, daar is geen twijfel over mogelijk. Maar het is belangrijk om te weten dat er in het Danube Palace geen podium is, zodat degenen die niet op de voorste rij zitten, vooral tegen de hoofden van de mensen voor hen aankijken. Bovendien is het is allemaal zeer toeristisch. Een aardig alternatief is op vrijdagavond eten in restaurant Araz. Er is een buffet  van allerlei traditioneel Hongaars eten en terwijl u eet, krijgt u een korte voorstelling van volksdans en volksmuziek (met steeds een korte uitleg). (klik op Hungarian taste - Hungarian music).
Jazzconcerten: wie geïnteresseerd is in Hongaarse jazz kan terecht in de Opus Jazz Club van Budapest Music Centre, (BMC). Na het kopen van een ticket moet je ook een tafeltje reserveren (eten en naar muziek luisteren tegelijkertijd dus). Het BMC heeft daarnaast een concertzaal met nadruk op moderne klassieke muziek.
Klezmermuziek: iedere vrijdagavond organiseert het Spinozaház. Het Spinozaház is een restaurant met een (apart) klein theater. Er is plek voor pakweg zeventig mensen. De kaartjes voor de voorstelling zijn los te krijgen, maar het liefst verkopen ze een pakket met na de voorstelling een traditionele Hongaars-Joodse maaltijd.
Er zijn af en toe ook klassieke concerten in de Matthiaskerk (een of twee keer per maand, www.eng.concertbudapest.com) en de Basiliek (op maandagmiddag om 17. 00 uur en vrijdagavond om 19.00 uur. Het gaat vooral om orgelconcerten en koormuziek van bekende componisten (www.organconcert.hu). De concerten verschillen erg in kwaliteit, en zijn wel een beetje op toeristen toegesneden. Maar de omgeving is indrukwekkend.

Musea
Het aantal musea is op dit moment een beetje beperkt, want het Museum voor Schone Kunsten, het Museum voor Volkskunst en het Museum voor Toegepaste Kunst (in de toekomst Architectuur Museum) zijn dicht vanwege renovaties dan in afwachting van een heel nieuw onderkomen.
Hongaarse Nationale Galerie:  Het voornaamste museum voor Hongaarse schilderkunst van de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw: romantiek, impressionisme, modernen. Prachtige en interessante schilderijen die duidelijk maken dat Hongaarse kunstenaars tot pakweg 1940  volop deel uitmaakten van de Europese kunstontwikkelingen. Er zijn ook regelmatig interessante tentoonstellingen. Het museum zit in het Paleis op de Burchtheuvel en herbergt momenteel ook een deel van de collectie van het Museum voor Schone Kunsten
Ludwig Museum voor hedendaagse kunst:  Het belangrijkste museum voor contemporaine kunst in Boedapest, met ook (maar niet alleen) aandacht voor kunstenaars uit Oost-Europa in de communistische en post-communistische tijd.
Fotomusea: er zijn er twee, vlak bij elkaar. Het Capa Centrum is vernoemd naar Robert Capa en het Mai Mano naar een fotograaf aan het Habsburgse hof. Wisselende tentoonstellingen, het MaiMano heeft ook een interessante winkel met fotoboeken e.d.
Hospital in the rock: een in authentieke staat bewaard gebleven militair ziekenhuis uit de Tweede Wereldoorlog in de tunnels en gangen onder in de burchtheuvel, plus een later gebouwde atoomschuilkelder. Rondleidingen starten op het hele uur en duren een uur. Ook interessant voor kinderen, maar ze moeten niet te klein zijn.
Geschiedenisliefhebbers kunnen terecht in het Nationaal Museum waar de geschiedenis van het land uitgebreid wordt belicht. Het is, om meerdere redenen, zelf ook een historisch gebouw. Niet alleen begon er volgens de overleveringen ooit een opstand, ook is het het eerste museum dat Hongarije rijk was.
Voor ouders met kinderen en treinliefhebbers is het Park voor de Geschiedenis van de Spoorwegen een aanrader. Een groot openluchtmuseum met prachtig oud materieel, waar je vaak nog in mag ook.
Er zijn nog een hele reeks kleinere musea, zoals musea voor Frans Liszt en Bela Bartok, het Holocaust museum, het Castle Museum over de geschiedenis van Boedapest,
Speciale vermelding verdienen de musea in Oud Boeda (Óbuda);  het Vasarély museum (de oervader van de OpArt, www.vasarely.hu) en het Imre Varga museum (prachtig modern beeldhouwwerk, www.budapestgaleria.hu) liggen bijna naast elkaar en even verderop vindt u ook het Museum van Handel en Toerisme (veel leuker dan de naam doet vermoeden, met o.a. oude winkeltjes en straatjes, www.mkvm.hu/indexen.php ), en natuurlijk het Aquincum Museum (uitgebreide opgravingen van de Romeinse stad Aquincum die hier ooit lag, www.aquincum.hu). Voor een uitgebreidere beschrijving van die musea, lees de blog Weg van het Massatoerisme: Óbuda.

4 January 2018

Vooraf online tickets kopen is zeker verstandig

Foto Runa Hellinga
Concertzaal van de Liszt Academie
Wie in Boedapest een voorstelling wil bezoeken, doet er goed aan op tijd plaatsen te boeken, dat wil zeggen echt ruim voor vertrek, want zeker klassieke concerten zijn vaak snel uitverkocht. Gelukkig maakt het internet dat tegenwoordig een stuk simpeler dan vroeger. Uiteraard hebben organisaties als de Opera en de concertzalen van het Paleis der Kunsten en de Liszt Ferenc Muziekacademie hun eigen websites met programma-overzichten. Maar wie overzicht wil krijgen wat er op een bepaalde datum allemaal gaande is, kan ook terecht op een aantal programma-sites die meteen de optie bieden om tickets te kopen.
De grootste sites zijn jegymester.hu en jegy.hu. Hun aanbod beperkt zich niet alleen tot concerten en toneelvoorstellingen, je kunt er ook museumkaartjes voor tentoonstellingen en tickets voor sportevenementen boeken. Beide bieden tickets aan voor concerten en evenementen in en buiten Boedapest en de mogelijkheid om op datum, categorie en plaats te selecteren. Jegymester is bovendien de officiële verkoper van kaartjes voor de rondleidingen in het parlement.
Beide sites behartigen de kaartverkoop voor grote culturele instellingen als voor kleinere podia en clubs. Opmerkelijk is dat Jegy op het eerste gezicht bij sommige zalen meer concerten aanbiedt dan Jegymester, maar wie goed kijkt, ziet dat dat komt omdat Jegymester alleen die voorstellingen laat zien waar nog kaartjes voor te krijgen zijn. 
Beide hebben officieel een Engelstalige site, hoewel die bij Jegymester beter functioneert dan bij Jegy. Af en toe Google Translate erbij gebruiken kan, ondanks de soms verrassende vertalingen, hoe dan nuttig zijn. Maar wie over een bepaald concert of een bepaalde voorstelling echt meer informatie wil, kan vaak het beste naar de website van de organisator gaan. Die hebben meestal (maar helaas ook niet altijd), wel een Engelse versie.
Overigens, programma-aanbieders hebben over het algemeen ook een eigen ticketverkoop, al word je ook daar vaak doorgestuurd naar een online-ticketbureau als Jegy. Sommige grote evenementen, zoals het Sziget-festival, houden de verkoop van tickets geheel in eigen hand en hun aanbod zul je op de ticketsites dus niet vinden. Wie iets niet kan vinden op de ticketsites, doet er dus goed aan om even bij de organisatoren zelf te kijken.
Betalen kan eigenlijk alleen gelijktijdig met het boeken, met een creditcard. De online-betalingen lopen vrijwel altijd via de Hongaarse OTP-bank, soms ook via andere banken als de CIB of de Budapest Bank. Paypal begint in Hongarije populairder te worden, maar helaas maken de ticketsites er nog geen gebruik van.
De betalingswebsites zijn over het algemeen in het Hongaars, maar wijzen zich min of meer vanzelf, zeker als je eenmaal weet dat kártyaszám kaartnummer betekent en dat név naam is. Wat even iets is om op te letten, is dat de OTP behalve de gewone creditcard-gegevens ook wil weten welke bank (of organisatie) de kaart heeft uitgegeven. Het het vakje waar dat ingevuld moet worden, staat ergens rechtsboven en je kijkt er makkelijk overheen.

2 December 2017

Pas op met onafhankelijke taxi's

foto Runa Hellinga
Taxi van een groot taxibedrijf
Het leek allemaal zo mooi geregeld: een paar jaar geleden moesten alle taxi's in Boedapest geel overgespoten worden en werden vaste tarieven ingevoerd. Dat gele jasje werkt perfect, sindsdien zie je de taxi's al van ver staan. Aan de andere kant geeft de eenvormigheid iedere taxi automatisch een betrouwbare uitstraling, en dat is niet geheel terecht.
De vaste tarieven (officieel maximumtarieven, maar in praktijk gaat geen enkele taxi eronder) van 450 forint (anderhalve euro) startgeld, 280 forint per kilometer en 70 forint per minuut wachtgeld werken tot zekere hoogte ook wel. Chauffeurs kunnen in ieder geval niet meer stiekum een nachttarief aanzetten, want dat bestaat niet meer. Maar helaas zijn de problemen daarmee nog niet per se opgelost.
Wie in een taxi van een groter bedrijf stapt, zoals Tele5 Taxi, Buda Taxi, City Taxi, Főtaxi of Radio Taxi stapt, is meestal verzekerd van betrouwbare service, al zijn er ook daar wel eens chauffeurs die de rit onnodig lang maken. Het grote probleem zijn de vele onafhankelijke chauffeurs, herkenbaar aan het opschrift 'Független szolgáltató'. Je vindt ze vooral op taxistandplaatsen, dus het is daar altijd even opletten bij wie je in de wagen stapt.
Officieel moeten onafhankelijke chauffeurs aan dezelfde regels voldoen als andere taxi's. Ze  hebben een gecontroleerde taximeter, moeten een rekening uit kunnen schrijven en bovendien een kaartlezer voor credit cards hebben. Maar niemand kan hen verplichten de kortste route te rijden, en daar worden met name toeristen die de stad niet kennen slachtoffer van.
De taximaffia heeft ook andere trucs. Zo zijn er chauffeurs die weliswaar het vaststaande tarief rekenen, maar bij wie de meter niet iedere kilometer, maar iedere vier kilometer verspringt en dan meteen vier kilometer meer aanslaat. Als je pech hebt, verspringt de meter net voor aankomst en betaal je vier kilometer te veel. Ook blijkt er software in omloop die het mogelijk maakt de meter met behulp van een afstandsbediening die de chauffeur in zijn zak heeft, het tarief verhoogt en die die tariefsverhoging na afloop van de rit uit het geheugen verwijdert. 
Bij aankomst op het vliegveld zullen de meeste toeristen gebruik maken van Főtaxi, het bedrijf dat officieel bij de vertrekhal mag staan. Meestal gaat dat goed, al schijnen er ook chauffeurs te zijn die omrijden. Je kunt op het vliegveld ook een ander bedrijf bellen, al is het dan even opletten geblazen om niet in handen van de maffia te vallen: er zijn onafhankelijke chauffeurs die in de gaten houden of iemand klaarblijkelijk op een taxi staat te wachten en zich dan voordoen als de bestelde wagen. Even kijken of het logo van de maatschappij op de bestelde wagen staat is dus altijd raadzaam. Bovendien vragen taxicentrales altijd naar de paasagiersnaam en geven die ook door aan hun chauffeur.
Ook elders in de stad kun je uiteraard een taxi bellen (voor telefoonnummers zie lijstje beneden). Grotere bedrijven zoals bijvoorbeeld City Taxi, Budataxi en Főtaxi hebben Engels sprekende telefonisten. Wie een taxicentrale belt, zal behalve om zijn naam gevraagd worden om het adres (niet alleen de straat, maar ook het precieze huisnummer, (restaurant Piroska in de Huppelepupstraat voldoet niet) en om zijn telefoonnummer.
Een andere optie is gebruik maken van een taxi-app. Uber is in Budapest verboden, maar Taxify, een soortgelijke service die zich in tegenstelling tot Uber wel aan de nationale taxiwetgeving houdt, is in  opkomst. Taxify maakt gebruik van onafhankelijke chauffeurs, maar net als bij Uber is bedrog uitgesloten, omdat je bij het bestellen van de rit meteen ziet hoe lang en hoe duur die wordt. Ook het betalen gaat via de app.
Wie er geen bezwaar tegen heeft om voor een bezoek aan Boedapest apart een taxi-app te installeren, kan ook terecht bij de eigen apps voor Android en Iphone van City Taxi en Budapest taxi. Beide zijn ook Engelstalig, geven de mogelijkheid een taxi te bestellen, laten zien hoe lang het duurt voor dat die komt, tonen de route en de te verwachten ritprijs en hebben een optie om de taxi via de app te betalen.
Wie een kaart-app met gsm op zijn telefoon heeft, kan in geval van twijfel natuurlijk altijd zelf de route intikken en zo de rit volgen. Dat voorkomt geknoei met software weliswaar niet, maar je ziet dan wel of de chauffeur daadwerkelijk de kortste weg neemt. 


6x6 Taxi: +36-1-666-6666
Barát Taxi: +36-70-773-2000
Buda Taxi: 2-333-333
Budapest Taxi: 4-333-333
City Taxi: 2-111-111
Főtaxi: 2- 222-222
Max Taxi: 2-222-333
MB Elit Taxi: 232-32-32
Mobil Taxi: 333-2222
Penta Taxi: 555-55-33
Police Taxi: 278-5290
Rádió Taxi: 7-777-777
Taxi 2000: 2-000-000
Taxi4: 4-444-444
Taxi Plus: 7-888-999
Tele5 Taxi: 5-555-555
Volán Taxi: 361-4-3333-22
Zóna Taxi: 365-55-55

30 November 2017

National Galerie is zeker een bezoek waard

Foto Runa Hellinga
Toegestane kunst uit de jaren zestig
Met drie musea (het Museum voor Schone Kunsten, het Museum voor Toegepaste Kunst en het Etnografisch Museum) die wegens renovatie of nieuwbouw gesloten zijn, begint het museumaanbod in Boedapest wat dun te worden. Maar het museum dat voor kunstliefhebbers misschien het meest de moeite waard is om te bezoeken, de Nationale Galerie in het paleis op de Burchtheuvel, is gelukkig (nog) open.
Nog, want er zijn grootse plannen voor de bouw van een nieuwe museumwijk en bovendien voor de restauratie van het paleis, dus het zit er dik in dat de Nationale Galerie op zeker moment een tijd gesloten zal zijn. Maar tot die tijd: als je maar één museum wilt bekijken in Boedapest, zou ik dit bovenaan zetten.
Niet zozeer omdat er zoveel beroemde schilderijen hangen, maar juist omdat er zoveel onbekende schilderijen hangen. Dat zegt niets over de kwaliteit van de werken, maar wel over de Hongaarse (kunst-)historie. Decennialang ging het museumbeleid gebukt onder totale passiviteit. Tijdelijke tentoonstellingen, samenwerking met buitenlandse musea, het was er allemaal niet bij.
Het gevolg is dat namen als Tivadar Csontváry. József Rippl-Rónay of Károly Ferenczy niemand wat zeggen, al zou dat zeer waarschijnlijk geheel anders liggen als ze elders in musea hadden gehangen. Kortom, de Nationale Galerie is niet de plek om heen te gaan om eindelijk samen met 1000 Japanners de Mona Lisa te bekijken, maar wel om, in betrekkelijke rust, kennis te maken met onbekende meesterwerken.
Dat is aan het feit dat het museum zijn tentoonstellingen de afgelopen jaren drastisch heeft verbeterd. Niet alleen hangen de schilderijen beter, maar de vaak uitgebreide begeleidende informatie plaatst de kunst in zijn tijd en is bovendien ook nog in uitstekend Engels geschreven, wat lang niet altijd het geval is in Hongaarse musea.
De vaste collectie loopt van middeleeuwse Gotische altaarstukken over late renaissance en barok tot aan Hongaarse kunst na 1945. Zeer de moeite waard is de geheel vernieuwde tentoonstelling van negentiende eeuwse schilderkunst, de bloeitijd van de Hongaarse schilderkunst.
Foto Runa Hellinga
Catalogus Péter Korniss
Daarnaast zijn er momenteel twee tijdelijke tentoonstellingen die zeer de moeite waard zijn. Tot 7 januari is er een tentoonstelling van de foto's van Péter Korniss. Onder de titel 'Voortgaande herinneringen' geeft de tentoonstelling een overzicht van Korniss foto's van 1976 tot nu. In de eerste jaren concentreerde hij zich erg op het leven in de Hongaarse dorpen in Roemenië. Het zijn beelden die grotendeels net zo goed twee eeuwen genomen hadden kunnen zijn: vrouwen in klederdracht, vaak nog op blote voeten, in de winter in hoge laarzen ploeterend door de modder, in de hooitijd met vrachten hooi op de rug. 
Een andere serie volgt het leven van Hongaarse arbeiders en dorpelingen in de communistische tijd, terwijl een van zijn laatste series teruggrijpt naar de oudste foto's: de meisjes van toen, die, nog steeds in klederdracht, vaak in Boedapest als schoonmaakster werken. Voor veel Hongaren zijn de foto's een feest van herkenning, voor buitenlanders is het verbazingwekkend hoe kort geleden dit alles eigenlijk is.
De tentoonstelling 'Within Frames' (tot 18 februari)  geeft een overzicht van Hongaarse kunst tussen 1958 en 1968. Het was een tijd waarin Hongarije zich ontwikkelde van een Stalinistische dictatuur tot wat later vaak de vrolijkste barak in het communistische kamp werd genoemd, een land waar aanzienlijk meer was toegestaan dan in andere Oostbloklanden, zolang mensen zich maar aan de door de partij vastgestelde kaders hielden: een beetje kritisch zijn mocht, maar bepaalde onderwerpen waren taboe. De tentoonstelling wordt dan ook bepaald door de drie t's: Tiltott, Tűrt, Támogatott, ofwel Verboden, Getolereerd en Ondersteund. De verboden kunst was alleen zichtbaar op private tentoonstellingen die maar vaak maar een paar dagen hingen tot de geheime dienst optrad. 

8 November 2017

Metro Boedapest in de verbouwing

Metro M3
Het was hoogste tijd, maar daarom niet minder lastig: sinds 4 november wordt serieus gewerkt aan de renovatie van de blauwe metrolijn M3. Het is de langste metrolijn van Boedapest, en bovendien de lijn die toeristen gebruiken als ze met het openbaar vervoer naar het vliegveld willen reizen, dus als bezoeker van Budapest loop je grote kans er ook mee te maken te krijgen.
De metro ligt er, op dit moment althans, niet helemaal uit. Dat wil zeggen, door de week overdag rijdt het grootste deel van de lijn. Alleen het laatste, noordelijke stuk tussen eindhalte Újpest en Lehel tér is geheel gesloten. Toeristen zullen daar niet veel last van hebben, want het betreft een deel van de stad waar ze zelden komen. 
Maar 's avonds na 20.30 uur en het hele weekend ligt de hele lijn er compleet uit, en dat betekent voor toeristen die op zondag naar het vliegveld willen dat ze geen gebruik van de lijn kunnen maken. Als de metro niet rijdt, zijn er overigens wel vervangende bussen (pótlóbusz), maar die rijden door het stadsverkeer en zijn daardoor automatisch een stuk langzamer dan de metro zelf. Daar staat tegenover dat die vervangende bussen af en aan rijden, je hoeft er zelden meer dan een minuut of twee op te wachten. 
Gelukkig zijn er alternatieven voor mensen die liever niet op een dure taxi aangewezen zijn om naar het vliegveld te gaan. Sinds juni rijdt er ieder half uur vanaf het Deák tér in het centrum van Pest een bus direct naar het vliegveld. De vertrektijden vanuit de stad zijn op het hele en het halve uur. Vanaf het vliegveld vertrekt de bus op sommige uren om kwart voor en kwart over, op andere uren om tien over half en tien over het hele uur. Het kaartje is met 900 forint wel wat duurder dan de gewone metro en bus samen kosten en met de gesloten M3 is de kans groot dat die bus in het weekend erg druk is. 
Een andere optie is de trein. In het weekend gaat er vier keer per een trein vanaf het Nyugati-station richting 'Ferihegy' of 'airport' (en verder). Door de week rijden er meer, pakweg zes per uur. Een beetje afhankelijk van de trein duurt de rit tussen de 20 en de 25 minuten. Een waarschuwing is wel op zijn plaats: twee van die vier of zes treinen zijn intercity's waar je formeel een aanvullend sneltreinkaartje voor moet hebben. Wie daar zonder zo'n kaartje opstapt, loopt een risico op problemen met de conducteur. Kosten: 465 forint, pakweg anderhalve euro, voor een gewoon kaartje, en 615 forint, 2 euro voor de intercity. 
In tegenstelling tot wat de informatieborden doen vermoeden, stoppen de treinen niet echt bij de luchthaven, maar bij Ferihegy, de oude terminal 1 die sinds enkele jaren niet meer voor gewoon vervoer wordt gebruikt. Dat is ook de naam die de borden op het perron vermelden. Direct buiten het treinstation stopt bus 200E, de gewone bus naar het vliegveld. Die bus rijdt iedere zeven tot tien minuten.

5 November 2017

Herfstwandelingen in Boedapest


Uitzicht vanaf de Gellértberg
De herfst is, samen met het voorjaar, eigenlijk de perfecte tijd om Boedapest te bezoeken. September en oktober hebben meestal prachtig nazomerweer, met koele ochtenden, maar zeer aangename temperaturen overdag. De Hongaren noemen de oude-wijven-zomer. En bij dat mooie herfstweer horen ook prachtige herfstkleuren. November is weliswaar koeler, maar kent vaak ook nog hele mooie dagen. Bij deze een paar plekken in Boedapest waar het najaar op zijn mooist is.


Foto Runa Hellinga
Kerepesi Begraafplaats
Prachtig, en midden in de stad is het park op hellingen van de Gellértberg, het makkelijkst te bereiken bij het Gellérthotel bij de Szabadságbrug. Het park strekt zich uit rond de heuvel. Niet zo ver van het hotel is een speeltuin met gigantische glijbanen, een prima plek om met kinderen heen te gaan. Wie en beetje meer naar rechts aanhoudt, komt terecht op een pad dat helemaal omhoog voert naar het Vrijheidsbeeld en de citadel, vanwaar je een geweldig uitzicht over de stad hebt. Op zeker moment splitst dat in een pad omhoog, naar de citadel, en een pad naar rechts, in de richting van de Erzsébet brug. De wandeling naar rechts biedt een prachtig uitzicht over de Donau en eindigt bij het Gellért-monument, van waar je zonder al te veel problemen naar de Burchtheuvel kunt lopen. Jammer genoeg zijn de paden niet gemarkeerd, maar echt fout lopen kun je niet. Ze zijn ook niet moeilijk te begaan, alleen bij tijd en wijle wel redelijk stijl (met trappen), en daarom minder geschikt voor mensen met een slechte conditie.

Ook het Margit Eiland is een goede plek voor romantische wandelingen: de vele bomen, de rivier om je heen, het zicht op de overkant. Er zijn diverse plekken waar je wat kunt eten en drinken en vergeet niet langs te gaan bij de muziek fontein vlakbij de Margit Brug die nog tot 31 oktober werkt. De fontein speelt op gezette tijden (10:30am en 6, 7:30, en 9pm) allerlei soorten muziek, van Vivaldi en Brahms tot Simon&Garfunkel en de Rolling Stones.

Misschien niet ieders pakkie-an, maar juist in de herfst erg de moeite waard is een wandeling over de Heldenbegraafplaats (Kerepesi temető) op de Fiumi ut. Het is de plaats waar alle beroemde Hongaren begraven liggen. Je vindt er prachtige grafmonumenten en rijk versierde mausolea, omringd door een park met enorme bomen. Regelrecht romantisch wordt de begraafplaats met Allerzielen, als Hongaren de graven van hun geliefden bezoeken en versieren met bloemen en kaarsen.

Foto Runa Hellinga
Normafa
Tenslotte kun je natuurlijk fantastisch wandelen op Normafa (De boom van Norma), de favoriete plek voor zondagmiddag wandelingen van veel Boedapesters. Bij de parkeerplaats/bushalte (bus 21) liggen een paar grote weides vanwaar je een fabuleus uitzicht hebt over de hele stad. Paralel aan de straat een stukje het bos in loopt een makkelijk begaanbaar pad naar de Erzsébet uitkijktoren en de János heuvel een paar kilometer verderop, en weer terug. Wie niet terug wil lopen, kan bij de Janoshegy ook de stoeltjeslift omlaag nemen (bij het benedenste station vertrekt een bus naar de stad). Wie langer wil lopen, kon vanaf Normafa urenlang wandelen via een uitgebreid netwerk van gemarkeerde wegen.Wie aan het eind honger heeft, kan terecht bij het oude Ski huis (Sí ház), tegenwoordig Norma Kert restaurant (bij de parkeerplaats) voor een stevige bonensoep en een glas Glühwein.

31 August 2017

Weg van het massatoerisme: Óbuda

Viktor Vasarely
Een beetje zoals Buda voor de komst van het massatoerisme, zo voelt het oude centrum van Boedapests noordelijke stadsdeel Óbuda. Verborgen tussen de afritten van de Árpád-brug en hoge communistische flatwijken liggen aan beide zijden van de brug nog restanten van wat eigenlijk de oudste wijk van de stad is, met straatjes en pleinen met barokhuizen, een enkel restaurant en een opmerkelijk aantal musea. En het is eigenlijk heel makkelijk te bereiken: neem vanaf het Battyány tér of de Margitbrug de HÉV, de bovengrondse metro die naar Békásmegyer of Szentendre gaat en stap uit bij het Szentlélek tér (afhankelijk van waar je instapt drie of vier haltes).
Je vindt in Óbuda geen souvenirwinkels, geen groepen Japanners met selfiesticks, geen tourbussen. Wel af en toe een filmcrew die dankbaar gebruik maakt van een decor dat decennia geleden lijkt te zijn bevroren. En, zoals gezegd, je vindt er een opmerkelijk aantal musea, vijf stuks maar liefst, niet mis voor een wijk waar vrijwel geen toerist komt. Bovendien zijn er de restanten van wat echt het oudste deel van Boedapest is, namelijk de Romeinse opgraving Aquincum
Lajos Kassák
Het zijn niet eens suffe, vergeten musea, een deel ervan is de omweg zeker waard, vooral voor mensen die de stad iets langer dan anderhalve dag bezoeken en voor liefhebbers van moderne kunst.
Recent opende het vernieuwde Vasarely-museum zijn deuren. Het maakt deel uit van de Nationale Galerie op de burcht en besteedt uitvoerig aandacht aan deze Hongaarse kunstenaar die een groot deel van zijn leven in Frankrijk woonde en geldt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de op-art, optical art, een abstracte kunstvorm die gebruik maakt van tal van optische illusies. Er was al eerder een museum voor deze kunstenaar in Óbuda, maar dat was inderdaad wat suf en stoffig. Het nieuwe museum besteedt uitvoerig aandacht aan zijn kunstzinnige ontwikkeling en doet ook zijn grootste doeken recht. 1033, Budapest Szentlélek tér 6.
Iets minder bekend, maar voor liefhebbers van moderne kunst zeker ook interessant, is het museum om de hoek dat gewijd is aan de Hongaarse schrijver en kunstenaar Lajos Kassák, overtuigd communist en een van de leidende figuren van de Hongaarse avant garde. Het museum besteedt zowel aandacht aan zijn literaire als aan zijn grafische werk, maar organiseert ook tijdelijke exposities rond andere kunstenaars. Fő tér 1.
Naast het Kassák museum is een historisch museum over het stadsdeel Óbuda dat voor buitenlanders minder interessant is omdat de tentoonstelling helemaal in het Hongaars is, maar in de Laktanya utca net voorbij het Fő tér, het centrale plein van het oude Óbuda, bevindt zich een museum gewijd aan de moderne Hongaarse beeldhouwer Imre Vargá, waaraan een oudere post op dit blog uitgebreid aandacht besteedt.
Foto Runa Hellinga
Communistische supermarkt in het museum voor handel en toerisme
Het oude Óbuda gaat verder aan de andere kant van de Arpád-brug, vanaf het Szentlélek tér bereikbaar via een onderdoorgang. Daar, in een paar straatjes die zich wat groots aankondigen als de gastronomische en culturele Krudy-wijk, bevindt zich het verrassend leuke museum voor handel en toerisme, een feest van oude winkel-interieurs, vooroorlogs en uit de communistische tijd, volledig ingerichte historische keukens en pakweg het volledige interieur van een gegoede burgermanswoning uit het einde van de 19de eeuw, inclusief een buitengewoon onhandige douche. Verder zijn er allerlei interactieve activiteiten voor kinderen om te voelen, ruiken en puzzelen. Het grootste deel van het museum is tweetalig, al hangt een deel van de Engelse teksten niet op de muur, maar is die wel beschikbaar op geplastificeerde kaarten op een houder aan de muur van iedere tentoonstellingsruimte.
Die tweetaligheid gaat helaas alleen op voor de vaste tentoonstelling. Jammer, want buitenlanders zouden vast ook geïnteresseerd zijn in een tentoonstelling over de activiteiten van de communistische geheime diensten in Hongaarse cafés, restaurants en hotels. Om maar één ding te noemen: In het beroemde restaurant Gundel, waar alle staatshoofden die Hongarije aandeden, werden uitgenodigd, was alleen het schoonmaakpersoneel 'spionvrij'. Bij horecagelegenheden was gebruik van de garderobe vaak verplicht. En nu weet ik waarom: het garderobepersoneel was vaak in dienst van de geheime dienst. In jaszakken zwerven interessante zaken rond.