Maak kennis met de cultuur en tradities van de bruisende hoofdstad Boedapest én de natuur van het Hongaarse platteland met onze op maat gesneden programma’s. U beslist wat u wilt, wij regelen het. Stadswandelingen rond diverse thema’s in Boedapest, natuurwandelingen door het natuurgebied langs de Donau of in het heuvelland rond het stadje Vác, een half uur van Boedapest vandaan, fietstochten op het Szentendre-eiland, uitstapjes in de Donaubocht met auto, fiets of boot. Ook verzorgen we concert- en theaterkaarten en andere reserveringen.
Verder bieden wij vlakbij Boedapest, in het barokke stadje Vác, een appartement
direct aan de Donau te huur aan. Het is geschikt voor twee tot zes personen en een perfecte uitvalsbasis voor gezinnen met kinderen of voor mensen die een bezoek aan de hoofdstad willen combineren met wandelen en fietsen in de natuur.
Kijk bij onze rondleidingen en fietstochten door Boedapest of leg ons uw wensen voor uw reis voor, zodat we kunnen kijken of we daar een programma mee kunnen maken.

28 May 2017

(Tijdelijk) gesloten bezienswaardigheden

Foto Runa Hellinga
Kettingbrug in Budapest: twee jaar dicht voor verkeer.
Toeristen die Budapest bezoeken, moeten er rekening mee houden: er is het komend jaar nogal wat tijdelijk gesloten in de stad. Om te beginnen natuurlijk het Museum voor Schone Kunsten, dat al sinds 2015 dicht is voor een grondige renovatie waarbij onder meer de laatste schade van de Tweede Wereldoorlog eindelijk wordt gerepareerd. Dat betekent dat het museum er bij de heropening, die gepland is voor het najaar van 2018, niet alleen 2000 vierkante meter extra tentoonstellingsruimte bij krijgt, maar ook een beter museumrestaurant met een echte keuken en ruimte voor andere activiteiten.
Nu heeft lang niet iedereen het Museum voor Schone Kunsten op het programma staan, maar de renovatie van de Kettingbrug (Lánchíd) in het centrum van de stad zal niemand kunnen ontgaan. Budapests beroemdste brug gaat 2,5 jaar lang dicht voor gemotoriseerd verkeer. De brug blijft wel toegankelijk voor voetgangers, maar die moeten rekening houden met stevige bouwwerkzaamheden. Niet alleen het aan alle kanten golvende wegdek wordt vervangen, maar de brug krijgt een totale, grondige renovatie. waarbij de voetgangerspaden aan beide zijden volkomen worden afgebroken en opnieuw gebouwd, de toegankelijkheid van de brug wordt verbeterd, het ijzerwerk een onderhoudsbeurt krijgt en de verlichting wordt vernieuwd, om maar een paar zaken te noemen.
Ook de Opera moet er komend jaar aan geloven. In mei zijn de laatste voorstellingen van het seizoen, maar in september heropent het gebouw zijn deuren voorlopig niet voor publiek. Op het programma van de komende maanden staat een volledige vernieuwing van de technische toneel- en decorinstallaties. Liefhebbers van opera kunnen wel nog terecht in het Erkel Színház, maar een bezoek aan dat theater is vooral interessant voor muziekliefhebbers, want niets in het strakke, sobere gebouw doet vermoeden dat dit ooit in uitbundige art nouveau was ontworpen. Bij een renovatie in 1949 verdwenen alle versieringen binnenin en in 1961 werd de oude gevel vervangen door communistische nieuwbouw.
Hoewel er nog tot november een tentoonstelling over schoeisel uit de hele wereld te zien is, zijn de medewerkers van het Etnografisch Museum tegenover het parlement ook bezig zich op sluiting voor te bereiden, in hun geval niet omdat het gebouw opgeknapt gaat worden, maar omdat het museum in zijn geheel moet verhuizen om plaats te maken voor de Hongaarse Opperste Gerechtshof, dezelfde instantie waarvoor het bouwwerk trouwens oorspronkelijk is gebouwd. Het Etnografisch Museum verhuist, dat is althans de bedoeling, naar het nieuwe museumkwartier, maar wanneer het daar daadwerkelijk kan intrekken, is de vraag, vooralsnog vlot de bouw daarvan niet zo snel als de regering zou willen.
Wie goede herinneringen heeft aan de houten achtbaan in het Vidámpark, het pretpark bij het Városliget (het Stadspark), zal voorlopig even moeten wachten. Het pretpark zelf is gesloten en het terrein wordt onderdeel van de dierentuin die ernaast ligt. Een groot deel van de attracties is gesloopt, maar de historische attracties zoals de houten achtbaan, de prachtige carrousel en nog enkele andere, blijven behouden en zijn straks, als de dierentuin zijn uitbreidingen heeft gebouwd, weer voor bezoekers toegankelijk. Maar nu dus even niet.  

18 May 2017

Perfecte ijsjes

Foto Runa Hellinga
Een ijsbloem van Gelato Rosa
Onlangs at ik met een Poolse een ijsje in Boedapest. Ze vertelde dat ze als kind, in de communistische tijd, wel eens in Hongarije op vakantie was geweest. Wat haar levendig bijstond, was de smaak van het Hongaarse schepijs: die smaakten, in tegenstelling tot de Poolse, naar het fruit of de noten die er volgens het bordje inzaten.
Er is niet veel veranderd in die tijd: Hongaars ijs kan zich meten met Italiaans ijs, zeker in de betere ijssalons van Boedapest. Vermijd de bakken met Carte d'Or (hoewel die zeker niet slecht zijn) en ga voor een van de ijssalons met zelfgemaakt ijs, veelal aangeduid met házi (huis) of főzött jégkrém, letterlijk gekookt ijscrème.
In een stad vol goed ijs springen een paar plekken er toch uit. Om te beginnen, in het hart van Pest, vlak bij de Basiliek, Gelato Rosa. De zaak heeft niet alleen verrukkelijk ijs in bijzondere smaken als citroen/basilisum, mango, donkere chocolade of wasabi-hazelnoot. Maar ze maken er ook nog een kunstwerkje van door het horentje te vullen met een krans van van ijs gemaakte bloemblaadjes. Bovendien zijn er altijd een aantal smaken die geschikt zijn voor mensen die geen lactose kunnen verdragen, diabetici en veganisten. Gelato Rosa is zo populair dat er inmiddels twee vestigingen zijn, allebei vlak bij de Basiliek.
Op de Nagymező utca 7 staat er vaak een rij buiten op straat te wachten voor Fragola, en niet zonder reden. Fragola is een keten met meerdere zaken in de hele stad http://www.fragolafagylaltozo.hu/bolt_sajat.html en ze zijn gespecialiseerd in bijzondere smaken. Als gorgonzola- of camembertijs te ver gaat, ze hebben ook meer gebruikelijke smaken in de aanbieding, zoals aardbei of braam. Maar hun zoute pindaijs en gemberijs zijn ook echt de moeite van het proberen waard. Het gorgonzola-ijs is trouwens ook verrassend smakelijk.
Ietwat uit de loop, maar zeer de moeite waard is Artigiana Gelati, een Italiaanse ijssalon die direct na de val van het communisme zijn deuren opende. De zaak mocht blij zijn dat Hongaren al een zwak voor goed ijs hadden - ik zag ooit op een gure herfstdag die eerder om warme chocolade vroeg een in een winterjas geklede oude dame verzaligd aan een horentje likken - want het ijs was voor Hongaarse begrippen niet goedkoop. Maar wel goed, en die traditie heeft de zaak tot de dag van vandaag weten te handhaven,  Artigiana Gelati zit in de Csaba utca 8, vlak bij het Széll Kálman tér. Op maandag gesloten.
En dan is er Daubner, geheel uit de loop voor toeristen, maar de zaak waarvoor Budapesters bereid zijn om te rijden èn in de rij te staan, niet in de laatste plaats vanwege de ijstaarten waar deze patisserie om bekend staat. Volgens velen verkoopt Daubner simpelweg al minstens twee decennia het beste ijs in de stad, maar wie dat wil proeven, moet er wel wat voor over hebben; een rit naar de Szépvölgyi út 50 en een kwartier in de rij. Minstens, en in het weekend waarschijnlijk nog langer. Het gebak is trouwens ook zeer goed.

14 April 2017

Open deuren langs de Donau op 22-23april

Normaal niet te bezichtigen: de synagoge in de Frankel Leo utca
Op 22 en 23 april vindt het jaarlijks terugkerende architectuurfestival Budapest 100 plaats. In eerdere jaren betekende dat dat overal in de stad woonhuizen en andere gebouwen die precies honderd jaar eerder waren gebouwd, hun deuren voor publiek openden. Bezoekers krijgen zo een unieke kans binnen te kijken in panden waar je anders nooit binnenkomt.
Dit jaar is het oorspronkelijke idee een beetje losgelaten. Niet zo gek, want honderd jaar geleden zat Hongarije midden in de Eerste Wereldoorlog en 1917 was bepaald geen topjaar als het om nieuwe bouwwerken en architectuur gaat. Daarom is dit keer er ditmaal voor gekozen om niet een bepaald jaar, maar een bepaald gebied in het zonnetje te zetten: de oevers van de Donau en de directe omgeving daarvan.
Langs en in de buurt van de Donau openen 58 panden, van woonhuizen, boten, voormalige fabrieken en een voormalig klooster, kantoren en universiteitsgebouwen, hun deuren voor bezoekers. Sommige zijn tweehonderd jaar oud, andere in de jaren zestig van de vorige eeuw of zelfs deze eeuw pas gebouwd. Zo kun je die dagen de op een binnenhof verscholen synagoge in de Frankel Leo utca bezoeken, die normaal niet toegankelijk is voor publiek.
Behalve dat de gebouwen toegankelijk zijn, zijn er ook speciale programma's, variërend van bewoners die op een bepaald uur vertellen hoe het was om in de jaren zestig in een appartementengebouw te leven tot tentoonstellingen en rondleidingen. Voor sommige van die programma-onderdelen is Hongaars spreken natuurlijk een vereiste, maar er is genoeg te beleven voor niet-Hongaarse architectuurliefhebbers.
Alle programmaonderdelen zijn gratis, maar voor sommige gebouwen is wel vooraf aanmelding vereist. Of eigenlijk, was, want binnen twee dagen nadat de aanmelding werd opengesteld, waren alle plaatsen bij die activiteiten al vergeven.
Het uitgebreide programmaboekje is helaas (vrijwel) alleen in het Hongaars, maar het geeft wel een goed overzicht welke gebouwen hun deuren hebben geopend. Rechts onder de foto zijn de openingstijden vermeld. Het is goed om te weten dat szombat zaterdag betekent en vasárnap zondag. Als er onder de openingstijden een langere tekst met het woord regisztráció, dan is het gebouw alleen na registratie te bezichtigen. Overigens is een enkele rondleiding, zoals op zaterdag om half twaalf bij de Várkertbazár aan de onderkant van de buchtheuvel, wel in het Engels en die staan ook in het Engels in het programmaboekje vermeld.
Een korter Engelstalig programma-overzicht is hier te vinden.



6 April 2017

Pasen op zijn Hongaars

Foto Runa Hellinga
Hongaarse paaseieren zijn kunstwerkjes
Wie van kerstmarkten houdt, zal de paasmarkt die dezer dagen op het Vörösmarty tér in het hart van Boedapest wordt gehouden, zeker waarderen. Het is een prima plek om originele cadeautjes te vinden of om op een warme lentedag te lunchen. Beschilderde paaseieren spelen uiteraard een hoofdrol, want het beschilderen van paaseieren is Hongarije (en heel Centraal- en Oost-Europa) een ware kunst. Oorspronkelijk werden de eieren rood gekleurd, ter herinnering aan het bloed dat Christus met Pasen heeft vergoten. De eieren worden eerst leeggemaakt door aan beide kanten een gaatje te prikken en het eiwit en eigeel eruit te blazen. Daarna worden ze beschilderd in fraaie, vaak traditionele patronen, maar ook met miniatuur schilderijtjes. Naast beschilderen worden eieren trouwens ook op andere manieren bewerkt. De meest opmerkelijke tradite zijn misschien wel de paaseieren van de smid.
Maar de paasmarkt heeft meer te bieden. Net als op de kerstmarkt vind je er producten van talloze Hongaarse handwerklieden, van heel traditioneel aardewerk tot modern design. Talloze kraampjes bieden Hongaars streetfood: gebraden worsten, gevulde koolbladeren en stevige stoofpotten. Bier en wijn ontbreken niet en op het perk in het midden van het plein staan tafeltjes en schommelbanken, waar je kunt bijkomen van een dagje slenteren in de stad.
Eten is belangrijk met Pasen. Traditioneel is de paasham die je weken voor Pasen al op alle markten en bij alle slagers ziet hangen. Ze worden overigens niet zo gegeten, maar eerst gebraden gekookt. Wie het weekend (8 en 9 april) voor Pasen in de stad is, kan het proeven op het festival van de Hongaarse smaken (Magyar Izék) in de Várkertbazár, aan de Donau aan de voet van de burchtheuvel. Kleine producenten verkopen er hun specialiteiten, en naast speciale paasgerechten vind je er eigen gemaakte jam, palinka (drank gestookt van verschillende soorten vruchten), worsten, kazen, honing en noem maar op.
Eten speelt ook de hoofdrol op het Paaslam-festival dat van 15 tot 17 april bij het Vajdahunyad kasteel, het merkwaardige sprookjesgebouw in het Varosliget wordt gehouden. Er is muziek, er zijn handwerkactiviteiten voor de kinderen, er zijn konijnen (als plaatsvervangers van de paashaas) en lammetjes om te aaien en er zijn vooral veel lammetjes om op te eten. Tal van restaurants werken samen en bieden de bezoekers een rijke keuze aan traditionele en moderne lamsgerechten. 
In Boedapest zul je weinig merken van het verschijnsel van de locsolkodás. Op Tweede Paasdag gingen jongens traditioneel op stap om de meisjes van het dorp, en vooral de meisjes waarop ze een oogje hadden, een emmer water over het lijf te gooien. Deze wat merkwaardige manier van hof maken in inmiddels in de meeste dorpen vervangen door een paar druppels parfum. Het zijn ook niet alleen maar meer de jonge meisjes die worden besprenkeld en de jonge mannen die sprenkelen. Mannen van alle leeftijden trekken door het dorp om vrouwen van alle leeftijden van parfum te voorzien, liefst in ruil voor iets lekkers en een glas palinka, of, voor de jongsten chocolade-eieren. Een beetje sneu voor kleine meisjes, die behalve druppels goedkope parfum niets krijgen, dat wel.
Wie deze paastraditie van nabij wil zien, kan terecht bij het openluchtmuseum (skanzen) in Szentendre, waar beide paasdagen een uitgebreid programma is met concerten, volksdans, demonstraties van bakkers, eierschilders en een paaseierententoonstelling, Op maandag om 10, 12 en 2 uur zijn er demonstraties van de locsolkodás. Helaas is de inhoud van het programma slechts in het Hongaars te vinden op de website van het museum, maar aangezien de tekst vrij simpel is, kan Google translate zeker helpen.

3 March 2017

Een van de mooiste cafés in Boedapest dicht

foto Runa Hellinga
Bookcafé
Droevig nieuws voor boek- en caféliefhebbers: sinds begin maart is een van Budapests mooiste café's, het Bookcafé in de Alexandra-boekwinkel op de Andrássy út, gesloten voor bezoekers. Formeel op 'technische redenen', maar achter zulke technische redenen schuilen in Hongarije vaak financiële problemen, en dat is ook nu het geval. Het Bookcafé zelf was weliswaar buitengewoon populair, maar het maakt deel uit van de Alexandra-boekwinkels die al langere tijd in zwaar weer verkeren. Enkele weken geleden werd bekend dat er een onderzoek is gestart wegens financiële malversaties in het concern.
Het Bookcafé is/was gevestigd in de Lotz-zaal, een restant van een casino dat hier in de 19de eeuw floreerde. Toen Samuel Goldberger het casinogebouw in 1908 kocht met het doel het gebouw te slopen en op dezelfde plaats het eerste warenhuis van Budapest te bouwen, wist de architect hem te overtuigen de prachtige balzaal van het casino, met fresco's van Károly Lotz, de beroemdste Hongaarse frescoschilder van die tijd, te behouden.
In 2010 opende de Alexandra boekwinkelketen zijn vlaggenschipwinkel in het voormalige warenhuispand. Behalve een grote boekwinkel zat er een wijnwinkel in de zaak en verder dus het  Bookcafé, dat al snel hoge ogen gooide als een van de mooiste cafés van Europa. Het werd dan ook al snel zeer populair, onder Budapesters en onder toeristen en was een perfecte plek voor een lichte lunch of een glas wijn aan het einde van de middag.
Er is overigens enige hoop dat het café niet al te lang gesloten blijft. Lira, een andere boekwinkelketen, heeft inmiddels belangstelling getoond om alle Alexandrawinkels over te nemen. Hopelijk krijgt ook het Bookcafé daarmee een doorstart. Tot dan zullen bezoekers het met de fraaie jugendstil-gevel van het gebouw moeten doen.

21 February 2017

Trolleys, trams en een tandradbaan

De 54 meter lange Combino
Als het om openbaar vervoer gaat, is Boedapest een soort levend openluchtmuseum. Er zijn vast andere steden te vinden waar je zoveel verschillende soorten vervoersmiddelen in gebruik vindt, maar het zal hard zoeken worden. Uiteraard zijn er bussen en trams (waaronder de langste stadstram ter wereld). Maar daarnaast heeft de stads trolleybussen, een van de oudste en een hypermoderne metro, een kabelbaan, een tandradbaan, een stoeltjeslift, een smalspoortreintje, En lijndiensten op de rivier. En elk van die vervoermiddelen vertelt ook een stukje van de geschiedenis van de stad.
Dat Hongarije op Londen na met metrolijn 1 de oudste metro van Europa heeft, komt omdat het land in 1896 zijn 1000-jarige bestaan wilde vieren. In het Városliget, het stadspark, werd ter gelegenheid daarvan een grote nationale tentoonstelling georganiseerd. De kortste weg daarheen was de fraaie Andrássy út (die toen overigens anders heette). Alleen: langs die straat woonden vooral hele rijke mensen die geen openbaar vervoer voor hun deur langs wilden. Stel je voor, al dat gewone volk in de straat. De oplossing: een geul graven en dat openbaar vervoer dan maar onder de grond stoppen.
Je kunt veel kwaads van Jozef Stalin zeggen, maar toen hij zeventig werd, was de man in een royale bui. Warschau eindigde dankzij zijn goedgevigheid met het Cultuurpaleis dat er een beetje uitziet alsof iemand de top van het Empire State Building in Warschau heeft afgezaagd. Budapest kreeg van de communistische dictator een trolleybus, reden waarom de meeste trolleybussen in de stad nog steeds een lijnnummer ergens in de zeventig hebben.
De funiculair, de kabelbaan (niet te verwarrend met de tandradbaan, een soort tram met extra tandrad die vanuit Buda helemaal de berg oprijdt) waarmee veel toeristen de burcht opgaan, werd voor de oorlog gebouwd en diende oorspronkelijk helemaal geen toeristisch doen. De toenmalige Hongaarse leider Miklós Horthy richtte de burcht in als regeringscentrum (net als de huidige premier Viktor Orbán, trouwens). Niet de meest toegankelijke plaats van de stad, maar de kabellift moest zorgen dat ambtenaren toch snel en goedkoop naar hun werk konden komen, Die tijden zijn voorbij, voor ambtenaren is de lift tegenwoordig te duur. Wie vier euro te duur vindt: er rijden ook zeer regelmatig kleine stadsbusjes de burcht op.
Toeristen zullen het zelden gewaar worden, maar er rijdt in Budapest een groot aantal types trams, van de moderne, 54 meter meter lange Combino's op de Grote Ring tot voertuigen die in de jaren zeventig gebouwd zijn door de Hongaarse firma Ganz. En van alles daartussen in: in buitenwijken rijden tweedehandstrams uit Hannover en Den Haag, in de tachtiger jaren werden Tsjechische Tatra's aangekocht en onlangs schafte de BKK nieuwe Spaanse trams aan. Aangezien het meeste materieel op de rails blijft tot het echt op is, zijn al die voertuigen nog wel ergens te bewonderen.
En dan is er natuurlijk nog het kindertreintje door de Budabergen. Ooit in 1947 gebouwd als een echt communistisch kinderproject: de trein werd (en wordt) grotendeels door kinderen gerund. Voorwaarde om erop te mogen rijden, is dat je het goed doet op school, want je moet er lessen voor verzuimen. In de communistische tijd was het voorrecht uitsluitend voorbehouden aan kinderen die lid van de communistische jeugdbeweging, de Pioniers.

14 January 2017

Terrassen in de winter

Overdekt en verwarmd terras: Szimpla kert, 
Boedapest in de winter is een totaal andere stad dan in de zomer. Min 15 graden, een bevroren Donau, pakken sneeuw: het heeft zijn prachtige kanten, maar het stelt je als toerist wel voor beperkingen. Waan je je in juli met een overvloed aan terrassen al snel ergens in een mediterrane stad, in de winter realiseer je je wat het betekent dat Hongarije een landklimaat heeft: het kan er echt koud zijn..
Terrasverwarming is in Boedapest nog niet heel erg populair, maar dat neemt niet weg dat er wel winterse terrassen zijn. Alleen zijn die in tegenstelling tot sommige Nederlandse terrassen over het algemeen echt volkomen overdekt en afgesloten, anders is er niet tegenaan te stoken. 

Een overzichtje, van simpel tot chique, te beginnen met waarschijnlijk het mooiste winterterras van de stad als het om het uitzicht gaat: het Margareta terras in een toren van het Vissersbastion op de Burcht. Het is onderdeel van de Halaszbástya, het restaurant dat in het bastion gevestigd is. Je kunt er alleen wat drinken en het is niet altijd vrij toegankelijk, omdat het ook wel eens door gezelschappen wordt afgehuurd. 's Winters hebben ze, naast alle andere dranken, glühwein op de kaart staan. Goedkoop is het niet, net zomin als het restaurant, maar dat is op zich wel een aanrader, je eet er echt heel goed. 

Midden in de stad, op het Erzsébet tér, bevindt zich het Fröccsterasz. De naam is een beetje misleidend, want hoewel het in de zomer echt een terras is, verhuist de zaak in de winter naar binnen en is het dan meer een hele grote bar met restaurant, gevestigd in het gebouw waarvandaan twintig jaar geleden de regionale bussen vertrekken. Bar, restaurant, en op vrijdag live muziek. En fröccs natuurlijk, een mix van wijn en sodawater die je in verschillende verdunningen kunt bestellen. In Oostenrijk noemen ze hetzelfde drankje een Gespritzter.   

Niet zover hier vandaan, in de Holló utca 6, of eigenlijk op het gebouw, is het Gozsdu Sky terras, een overdekt dakterras met verwarming. Open vanaf zes uur 's avonds tot middernacht en in het weekend later. De toegang is via de zesde verdieping van de parkeergarage van het gebouw.

Mazel Tov, in de Akácfa utca 47, is eigenlijk niet zozeer een terras als een overdekt binnenhof met vloerverwarming onder de terracotta tegels. Gelegen in het hart van het joodse district (de lambrisering of de muur verbergt een van de weinige overgebleven stukken van de muur die van november 1944 tot januari 1945 het ghetto afsloot) en met een wisselend menu dat geïnspireerd wordt door de Hongaars-joodse Israëlische en naast hummus ook solet biedt, de stevige bonenschotel die in Hongarije traditioneel met sjabbat  werd gegeten omdat je die vrijdagmiddag al op een klein pitje kon zetten, zodat je zaterdag bij de lunch een warme maaltijd had.

De ruïnebars waar de joodse wijk bekend om is, zijn in de winter over het algemeen gesloten. Uitzondering is de moeder van alle ruïnebars, Szimpla, Kazinczy u. 14., Net als Mazel Tov bevindt Szimpla zich op een binnenplaats die inmiddels voor een deel is overdekt. De inrichting is op zich al een bezoek waard, maar dat weten inmiddels veel mensen: Szimpla trekt jaarlijks iets van een miljoen bezoekers, waarvan velen alleen maar komen om een kijkje te nemen. 's Avonds zijn er gratis concerten en je kunt er waterpijp roken en simpel eten, de kaart bestaat vooral uit hamburgers. Iedere zondag is er, zomer en winter, een boerenmarkt waar producenten hun eigen waren brengen, van thuisgemaakte worsten en palinka tot zelf gevonden truffels (de paddenstoelen, niet de bonbons).

In dezelfde straat, op Kazinczy utca 48 is nog een andere ruïnetuin, Ellàtò kert, die 's winters open is. Net als Szimpla een plek die vooral mikt op jongeren, en als het buiten echt koud is, wordt het er niet echt warm: de tuin wordt 's winters afgedekt met een simpel plastic dak.  Ze hebben er handgemaakt bier en Mexikaans eten.

Veel van de cafés en restaurants in de Gozsdu udvar (Gozsduhof) tussen de Dob utca en de Király utca hebben trouwens het hele jaar door een overdekt terras, in de zomer tegen de regen en omdat het in de zon te warm is, in de winter tegen de kou. 

Van een heel ander kaliber is Spoon, een boot op de Donau die op het bovendek een overdekt terras heeft. Het uitzicht op de rivier is schitterend, maar Spoon behoort wel tot de meer toeristische plekken en goedkoop is het restaurant niet.