Maak kennis met de cultuur en tradities van de bruisende hoofdstad Boedapest én de natuur van het Hongaarse platteland met onze op maat gesneden programma’s. U beslist wat u wilt, wij regelen het. Stadswandelingen rond diverse thema’s in Boedapest, natuurwandelingen door het natuurgebied langs de Donau of in het heuvelland rond het stadje Vác, een half uur van Boedapest vandaan, fietstochten op het Szentendre-eiland, uitstapjes in de Donaubocht met auto, fiets of boot. Ook verzorgen we concert- en theaterkaarten en andere reserveringen.
Verder bieden wij vlakbij Boedapest, in het barokke stadje Vác, een appartement
direct aan de Donau te huur aan. Het is geschikt voor twee tot zes personen en een perfecte uitvalsbasis voor gezinnen met kinderen of voor mensen die een bezoek aan de hoofdstad willen combineren met wandelen en fietsen in de natuur.
Kijk bij onze rondleidingen en fietstochten door Boedapest of leg ons uw wensen voor uw reis voor, zodat we kunnen kijken of we daar een programma mee kunnen maken.

23 July 2017

De oudste kerk van Budapest

Belvárosi Plébániatemplom
Ze had er bijna niet meer gestaan, de Binnenstadskerk van Mariahemelvaart, de Belvárosi Plébániatemplom op het Marciús 15 tér aan de Donau. Toen na de oorlog het herstel van de door de Duitsers opgeblazen Erzsébet híd aan de orde kwam, werd het besluit genomen de smallere oude brug te vervangen door een zesbaans brede brug die op de toekomst was ingericht. 
De kerk stond in de weg voor die plannen en er was sprake van sloop. Uiteindelijk werd besloten het gebouw te behouden en de brug een beetje aan te passen. Wie bij de rechter buitenmuur kijkt, ziet dat de brug er nu met een wat vreemde slinger vlak langs loopt.
Gelukkig maar, want het is misschien niet de mooiste kerk van de stad, maar wel een belangrijk en interessant historisch monument. De kerk is een beetje een ratjetoe van bouwstijlen, want iedereen voegde er in de loop van de eeuwen wat aan toe en die geschiedenis is goed zichtbaar in de muren. Het gebouw werd gebouwd op een oudere Romeinse tempel en in 1046 werd de heilige Gellért, de bisschop die koning István hielp met het kerstenen van de Hongaarse heidenen, hier begraven. In de 14de eeuw werd de Romaanse kerk in Gotische stijl omgebouwd, later werden er Renaissance elementen aan toegevoegd.
De renovatie, die in 2010 begon, leidde tot een opmerkelijke ontdekking: onder de verflagen die de muur bedekten, bleken de 14de eeuwse fresco's vrijwel gaaf bewaard te zijn. Eeuwenlang werd gedacht dat de Turken, die Boedapest anderhalve eeuw bezet hebben en de kerk in een moskee veranderden, de muren hadden gewit, maar waarschijnlijk zijn de schilderingen al voordat de Turken Pest innamen, overgeschilderd met een beschermende laag om ze voor vernietiging te beschermen.
Wat ook bleek, is dat de kerk van oudsher rijk beschilderd was, zoals met gotische kerken eigenlijk altijd het geval is. De kleurige beschildering op de gotische bogen is daar nog een overblijfsel van. Opmerkelijk is ook een ietwat schuinstaande nis in de zuidoostelijke hoek: het is de naar Mekka gerichte mihrab uit de tijd dat de kerk een moskee was.
De kerk is dagelijks geopend van negen tot half vijf en op zondag van negen tot 22 uur. Tijdens diensten is het gebouw niet toegankelijk voor toeristen. Het entree is 1000 forint, studenten, gezinnen en groepen boven de tien krijgen korting. 

29 June 2017

Van en naar het vliegveld

Liszt Ferenc Airport
Van en naar het vliegveld, het blijft een onderwerp om over te schrijven, al was het maar omdat die trip vrijwel overal ter wereld met een beetje pech het duurste ritje is dat je maakt tijdens je bezoek. Bij de verschillende opties die Boedapest al had, komt vanaf 8 juli een directe busverbinding van het openbaar vervoer die vertrekt vanaf het Deák tér in het centrum van Pest. De bus vereist een speciaal buskaartje en de rit wordt met 900 forint (een kleine drie euro) iets duurder dan de goedkoopste optie met het gewone openbaar vervoer, metrolijn M3 naar eindpunt Köbánya en van daaruit met snelbus 200E naar het vliegveld, die twee euro kost.
De nieuwe 100E is duidelijk herkenbaar aan het grote opschrift 'Airport'. De bus stopt behalve op startpunt Deák tér ook bij het Kálvin tér en verder nergens. De eerste bus vertrekt zeven dagen per week om 4 uur 's ochtends vanuit het centrum, nog voor de eerste metro gaat. De eerste twee bussen 's ochtends hebben nog een extra halte bij het Astoriahotel. Vanaf het vliegveld vertrekt de laatste bus om half één 's nachts, zodat ook de laatste reizigers die op het vliegveld aankomen, hem kunnen halen.
Er is maar één maar: voorlopig rijdt de bus niet vaker dan twee keer per uur. Wie weet dat Boedapest jaarlijks twee miljoen bezoekers ontvangt en ook hoe druk de huidige buslijn naar het vliegveld, de 200E vanaf metrostation Köbánya kan zijn, realiseert zich dat dat erg weinig is. De meeste reizigers zullen er waarschijnlijk graag een euro extra voor overhebben om meteen in het centrum van de stad te worden afgezet. Tot de BKK inziet dat er waarschijnlijk meer bussen op deze lijn nodig zijn, is het dus een kwestie van op tijd zijn om een plekje te bemachtigen.
Wie bereid is wat meer geld uit te geven, en zeker te zijn van een zitplaats, kan ook nog terecht bij Flibco, een nieuwe shuttle service die dagelijks zo'n 48 keer op en neer pendelt tussen de luchthaven en meerdere haltes in Boedapest. De shuttles stoppen bij het Nyugati-station, het Keleti-station, het Déli-station, Deák tér en het Népligeti Park. Kosten: 9 euro per persoon. Vooral interessant voor één of twee reizigers, want met zijn drieën ben je met een betrouwbare taxi niet zo heel veel meer geld kwijt. 

28 June 2017

Nuttige inenting tegen tekenziekte

Foto Runa Hellinga
Wandelland Hongarije
Hongarije is een prachtig land om te wandelen en ook in de directe omgeving van Boedapest vind je een paar prachtige natuurgebieden met een uitgebreid netwerk aan wandelpaden. Maar helaas kruipen er, net als in Nederland, ook teken rond. En die brengen in Hongarije niet alleen in de Ziekte van Lyme over die iedereen helaas zo langzamerhand wel kent, maar ook de veel minder bekende tekenencefalitis, een door teken veroorzaakte hersenvliesontsteking. Minder bekend in Nederland althans, omdat de ziekte daar tot 2016 niet voorkwam.
Wie een week of twee weken na een tekenbeet koortsig, vermoeid en misselijk wordt, doet er goed aan een arts op te zoeken. De ziekte verloopt namelijk in twee fasen, eerst knap je weer op, en een week later slaat de echte hersenvliesontsteking pas toe. 
Vervelend, maar er is een lichtpuntje: in tegenstelling tot de ziekte van Lyme bestaat er namelijk een inenting tegen tekenencefalitis. Je moet er wel op tijd mee beginnen, want je hebt drie inentingen met nodig, waarvan de tweede een tot drie maanden na de eerste en de tweede vijf tot twaalf maanden na de eerste wordt gegeven. Er bestaat een ook versnelde procedure, waarbij de tweede inenting twee weken na de eerste wordt gegeven. Pas twee weken na de tweede inenting heb je voldoende bescherming. Wie het hele programma heeft doorlopen, is drie tot vijf jaar beschermd en moet dan een herhalingsinenting halen. 
Voor wie in Hongarije woont, is die inenting sowieso een aanrader, maar gezien het feit dat tekenencefalitis inmiddels in een groot deel van Europa voorkomt en in Nederland ook de eerste gevallen zijn gemeld, kan het voor natuurliefhebbers en tuineigenaren (want ook daar kun je teken oplopen) geen kwaad zich in te laten enten. In Nederland zijn nog maar weinig teken besmet, maar in Oostenrijk komt de ziekte zo vaak voor dat de inenting tamelijk standaard is geworden. 
Wie niet is ingeënt, kan alleen maar doen wat je ook moet doen om Lyme te voorkomen. opletten en maatregelen nemen om te voorkomen dat je door teken wordt gebeten: dat wil zeggen je insmeren met een middel met DEET erin, dat zowel muggen als teken afweert en jezelf na een wandeling goed controleren. Lichte kleding maakt het ook makkelijker om te zien of er een teek over je broek loopt.
Zelf veeg ik tegenwoordig ook tijdens wandelingen na een stuk hoog gras of na een smal een pad tussen struikgewas meteen even mijn benen af. Teken zijn dol op een wat bosachtige omgeving met een vochtige ondergrond en met een lage begroeiing van bosbessen, varens of gras, van waaraf ze over kunnen stappen op een toevallige passant in de vorm van een hert. Ze springen niet, bewegen niet erg snel en zitten normaal gesproken niet hoger (en meestal lager) dan 75 centimeter. Als ze eenmaal een gastheer te pakken hebben, gaan ze op hun dooie akkertje op zoek naar een prettige plek om zich vast te zuigen, liefst een beetje beschut, een lies of oksel bijvoorbeeld, of veilig onder een broek of sok. Het kan best een tijd duren voor ze zich echt vastzetten. Tot dat moment is het schrikken, maar vormen ze nog geen gevaar.
Hoe sneller je ze vindt, hoe beter, want het duurt bij Lyme iets van 24 tot 36 uur voordat de Boreliabacterie echt gevaarlijk wordt (dat geldt overigens niet tekenencefalitis, die ziekte wordt helaas wel meteen overgebracht). Wie een uurtje na een wandeling een teek vindt, hoeft dus niet meteen in paniek te raken. Verwijder een vastzittende teek door hem met een puntige pincet of tekentang zo dicht mogelijk bij de kop vast te pakken en recht eruit te trekken. Of eruit te draaien, daarover verschillen de meningen. Zelf draai ik, en mijn ervaring is dat ze er dan mooi heel uitkomen. Gebruik in ieder geen olie of zo om de teek te verdoven, dat irriteert het beestje alleen maar en dat verhoogt de kans op besmetting. Noteer eventueel wanneer en op welke plek je gebeten bent, dat kan bij eventuele latere problemen nuttige informatie voor de arts zijn.
Overigens, honden kunnen wel tegen Lyme worden ingeënt. Rond de eeuwwisseling was er voor mensen trouwens ook een vaccin. Maar volgens de antivaccinatie-lobby veroorzaakte dat vaccin artritis. Het leidde ertoe dat de vraag al snel zo afnam, dat de fabrikant het uit de handel haalde. Uit onderzoek onder degenen die het vaccin in de paar jaar dat het bestond wel hadden gekregen, bleek dat het arthritisverhaal onzin was. Voor de talloze mensen die pas maanden of jaren na de besmetting ontdekten dat ze Lyme hebben en als gevolg daarvan de rest van hun leven kampen met een reeks aan klachten en symptomen een zure wetenschap.
Op het moment dat ik dit schrijf, zit er overigens weer wat schot in een mogelijke inenting tegen Lyme. want een Oostenrijks bedrijf is bezig met de ontwikkeling van een nieuw vaccin.
Dus er is hoop.

28 May 2017

(Tijdelijk) gesloten bezienswaardigheden

Foto Runa Hellinga
Kettingbrug in Budapest: twee jaar dicht voor verkeer.
Toeristen die Budapest bezoeken, moeten er rekening mee houden: er is het komend jaar nogal wat tijdelijk gesloten in de stad. Om te beginnen natuurlijk het Museum voor Schone Kunsten, dat al sinds 2015 dicht is voor een grondige renovatie waarbij onder meer de laatste schade van de Tweede Wereldoorlog eindelijk wordt gerepareerd. Dat betekent dat het museum er bij de heropening, die gepland is voor het najaar van 2018, niet alleen 2000 vierkante meter extra tentoonstellingsruimte bij krijgt, maar ook een beter museumrestaurant met een echte keuken en ruimte voor andere activiteiten.
Nu heeft lang niet iedereen het Museum voor Schone Kunsten op het programma staan, maar de renovatie van de Kettingbrug (Lánchíd) in het centrum van de stad zal niemand kunnen ontgaan. Budapests beroemdste brug gaat 2,5 jaar lang dicht voor gemotoriseerd verkeer. De brug blijft wel toegankelijk voor voetgangers, maar die moeten rekening houden met stevige bouwwerkzaamheden. Niet alleen het aan alle kanten golvende wegdek wordt vervangen, maar de brug krijgt een totale, grondige renovatie. waarbij de voetgangerspaden aan beide zijden volkomen worden afgebroken en opnieuw gebouwd, de toegankelijkheid van de brug wordt verbeterd, het ijzerwerk een onderhoudsbeurt krijgt en de verlichting wordt vernieuwd, om maar een paar zaken te noemen.
Ook de Opera moet er komend jaar aan geloven. In mei zijn de laatste voorstellingen van het seizoen, maar in september heropent het gebouw zijn deuren voorlopig niet voor publiek. Op het programma van de komende maanden staat een volledige vernieuwing van de technische toneel- en decorinstallaties. Liefhebbers van opera kunnen wel nog terecht in het Erkel Színház, maar een bezoek aan dat theater is vooral interessant voor muziekliefhebbers, want niets in het strakke, sobere gebouw doet vermoeden dat dit ooit in uitbundige art nouveau was ontworpen. Bij een renovatie in 1949 verdwenen alle versieringen binnenin en in 1961 werd de oude gevel vervangen door communistische nieuwbouw.
Hoewel er nog tot november een tentoonstelling over schoeisel uit de hele wereld te zien is, zijn de medewerkers van het Etnografisch Museum tegenover het parlement ook bezig zich op sluiting voor te bereiden, in hun geval niet omdat het gebouw opgeknapt gaat worden, maar omdat het museum in zijn geheel moet verhuizen om plaats te maken voor de Hongaarse Opperste Gerechtshof, dezelfde instantie waarvoor het bouwwerk trouwens oorspronkelijk is gebouwd. Het Etnografisch Museum verhuist, dat is althans de bedoeling, naar het nieuwe museumkwartier, maar wanneer het daar daadwerkelijk kan intrekken, is de vraag, vooralsnog vlot de bouw daarvan niet zo snel als de regering zou willen.
Wie goede herinneringen heeft aan de houten achtbaan in het Vidámpark, het pretpark bij het Városliget (het Stadspark), zal voorlopig even moeten wachten. Het pretpark zelf is gesloten en het terrein wordt onderdeel van de dierentuin die ernaast ligt. Een groot deel van de attracties is gesloopt, maar de historische attracties zoals de houten achtbaan, de prachtige carrousel en nog enkele andere, blijven behouden en zijn straks, als de dierentuin zijn uitbreidingen heeft gebouwd, weer voor bezoekers toegankelijk. Maar nu dus even niet.  

18 May 2017

Perfecte ijsjes

Foto Runa Hellinga
Een ijsbloem van Gelato Rosa
Onlangs at ik met een Poolse een ijsje in Boedapest. Ze vertelde dat ze als kind, in de communistische tijd, wel eens in Hongarije op vakantie was geweest. Wat haar levendig bijstond, was de smaak van het Hongaarse schepijs: die smaakten, in tegenstelling tot de Poolse, naar het fruit of de noten die er volgens het bordje inzaten.
Er is niet veel veranderd in die tijd: Hongaars ijs kan zich meten met Italiaans ijs, zeker in de betere ijssalons van Boedapest. Vermijd de bakken met Carte d'Or (hoewel die zeker niet slecht zijn) en ga voor een van de ijssalons met zelfgemaakt ijs, veelal aangeduid met házi (huis) of főzött jégkrém, letterlijk gekookt ijscrème.
In een stad vol goed ijs springen een paar plekken er toch uit. Om te beginnen, in het hart van Pest, vlak bij de Basiliek, Gelato Rosa. De zaak heeft niet alleen verrukkelijk ijs in bijzondere smaken als citroen/basilisum, mango, donkere chocolade of wasabi-hazelnoot. Maar ze maken er ook nog een kunstwerkje van door het horentje te vullen met een krans van van ijs gemaakte bloemblaadjes. Bovendien zijn er altijd een aantal smaken die geschikt zijn voor mensen die geen lactose kunnen verdragen, diabetici en veganisten. Gelato Rosa is zo populair dat er inmiddels twee vestigingen zijn, allebei vlak bij de Basiliek.
Op de Nagymező utca 7 staat er vaak een rij buiten op straat te wachten voor Fragola, en niet zonder reden. Fragola is een keten met meerdere zaken in de hele stad http://www.fragolafagylaltozo.hu/bolt_sajat.html en ze zijn gespecialiseerd in bijzondere smaken. Als gorgonzola- of camembertijs te ver gaat, ze hebben ook meer gebruikelijke smaken in de aanbieding, zoals aardbei of braam. Maar hun zoute pindaijs en gemberijs zijn ook echt de moeite van het proberen waard. Het gorgonzola-ijs is trouwens ook verrassend smakelijk.
Ietwat uit de loop, maar zeer de moeite waard is Artigiana Gelati, een Italiaanse ijssalon die direct na de val van het communisme zijn deuren opende. De zaak mocht blij zijn dat Hongaren al een zwak voor goed ijs hadden - ik zag ooit op een gure herfstdag die eerder om warme chocolade vroeg een in een winterjas geklede oude dame verzaligd aan een horentje likken - want het ijs was voor Hongaarse begrippen niet goedkoop. Maar wel goed, en die traditie heeft de zaak tot de dag van vandaag weten te handhaven,  Artigiana Gelati zit in de Csaba utca 8, vlak bij het Széll Kálman tér. Op maandag gesloten.
En dan is er Daubner, geheel uit de loop voor toeristen, maar de zaak waarvoor Budapesters bereid zijn om te rijden èn in de rij te staan, niet in de laatste plaats vanwege de ijstaarten waar deze patisserie om bekend staat. Volgens velen verkoopt Daubner simpelweg al minstens twee decennia het beste ijs in de stad, maar wie dat wil proeven, moet er wel wat voor over hebben; een rit naar de Szépvölgyi út 50 en een kwartier in de rij. Minstens, en in het weekend waarschijnlijk nog langer. Het gebak is trouwens ook zeer goed.

14 April 2017

Open deuren langs de Donau op 22-23april

Normaal niet te bezichtigen: de synagoge in de Frankel Leo utca
Op 22 en 23 april vindt het jaarlijks terugkerende architectuurfestival Budapest 100 plaats. In eerdere jaren betekende dat dat overal in de stad woonhuizen en andere gebouwen die precies honderd jaar eerder waren gebouwd, hun deuren voor publiek openden. Bezoekers krijgen zo een unieke kans binnen te kijken in panden waar je anders nooit binnenkomt.
Dit jaar is het oorspronkelijke idee een beetje losgelaten. Niet zo gek, want honderd jaar geleden zat Hongarije midden in de Eerste Wereldoorlog en 1917 was bepaald geen topjaar als het om nieuwe bouwwerken en architectuur gaat. Daarom is dit keer er ditmaal voor gekozen om niet een bepaald jaar, maar een bepaald gebied in het zonnetje te zetten: de oevers van de Donau en de directe omgeving daarvan.
Langs en in de buurt van de Donau openen 58 panden, van woonhuizen, boten, voormalige fabrieken en een voormalig klooster, kantoren en universiteitsgebouwen, hun deuren voor bezoekers. Sommige zijn tweehonderd jaar oud, andere in de jaren zestig van de vorige eeuw of zelfs deze eeuw pas gebouwd. Zo kun je die dagen de op een binnenhof verscholen synagoge in de Frankel Leo utca bezoeken, die normaal niet toegankelijk is voor publiek.
Behalve dat de gebouwen toegankelijk zijn, zijn er ook speciale programma's, variërend van bewoners die op een bepaald uur vertellen hoe het was om in de jaren zestig in een appartementengebouw te leven tot tentoonstellingen en rondleidingen. Voor sommige van die programma-onderdelen is Hongaars spreken natuurlijk een vereiste, maar er is genoeg te beleven voor niet-Hongaarse architectuurliefhebbers.
Alle programmaonderdelen zijn gratis, maar voor sommige gebouwen is wel vooraf aanmelding vereist. Of eigenlijk, was, want binnen twee dagen nadat de aanmelding werd opengesteld, waren alle plaatsen bij die activiteiten al vergeven.
Het uitgebreide programmaboekje is helaas (vrijwel) alleen in het Hongaars, maar het geeft wel een goed overzicht welke gebouwen hun deuren hebben geopend. Rechts onder de foto zijn de openingstijden vermeld. Het is goed om te weten dat szombat zaterdag betekent en vasárnap zondag. Als er onder de openingstijden een langere tekst met het woord regisztráció, dan is het gebouw alleen na registratie te bezichtigen. Overigens is een enkele rondleiding, zoals op zaterdag om half twaalf bij de Várkertbazár aan de onderkant van de buchtheuvel, wel in het Engels en die staan ook in het Engels in het programmaboekje vermeld.
Een korter Engelstalig programma-overzicht is hier te vinden.



6 April 2017

Pasen op zijn Hongaars

Foto Runa Hellinga
Hongaarse paaseieren zijn kunstwerkjes
Wie van kerstmarkten houdt, zal de paasmarkt die dezer dagen op het Vörösmarty tér in het hart van Boedapest wordt gehouden, zeker waarderen. Het is een prima plek om originele cadeautjes te vinden of om op een warme lentedag te lunchen. Beschilderde paaseieren spelen uiteraard een hoofdrol, want het beschilderen van paaseieren is Hongarije (en heel Centraal- en Oost-Europa) een ware kunst. Oorspronkelijk werden de eieren rood gekleurd, ter herinnering aan het bloed dat Christus met Pasen heeft vergoten. De eieren worden eerst leeggemaakt door aan beide kanten een gaatje te prikken en het eiwit en eigeel eruit te blazen. Daarna worden ze beschilderd in fraaie, vaak traditionele patronen, maar ook met miniatuur schilderijtjes. Naast beschilderen worden eieren trouwens ook op andere manieren bewerkt. De meest opmerkelijke tradite zijn misschien wel de paaseieren van de smid.
Maar de paasmarkt heeft meer te bieden. Net als op de kerstmarkt vind je er producten van talloze Hongaarse handwerklieden, van heel traditioneel aardewerk tot modern design. Talloze kraampjes bieden Hongaars streetfood: gebraden worsten, gevulde koolbladeren en stevige stoofpotten. Bier en wijn ontbreken niet en op het perk in het midden van het plein staan tafeltjes en schommelbanken, waar je kunt bijkomen van een dagje slenteren in de stad.
Eten is belangrijk met Pasen. Traditioneel is de paasham die je weken voor Pasen al op alle markten en bij alle slagers ziet hangen. Ze worden overigens niet zo gegeten, maar eerst gebraden gekookt. Wie het weekend (8 en 9 april) voor Pasen in de stad is, kan het proeven op het festival van de Hongaarse smaken (Magyar Izék) in de Várkertbazár, aan de Donau aan de voet van de burchtheuvel. Kleine producenten verkopen er hun specialiteiten, en naast speciale paasgerechten vind je er eigen gemaakte jam, palinka (drank gestookt van verschillende soorten vruchten), worsten, kazen, honing en noem maar op.
Eten speelt ook de hoofdrol op het Paaslam-festival dat van 15 tot 17 april bij het Vajdahunyad kasteel, het merkwaardige sprookjesgebouw in het Varosliget wordt gehouden. Er is muziek, er zijn handwerkactiviteiten voor de kinderen, er zijn konijnen (als plaatsvervangers van de paashaas) en lammetjes om te aaien en er zijn vooral veel lammetjes om op te eten. Tal van restaurants werken samen en bieden de bezoekers een rijke keuze aan traditionele en moderne lamsgerechten. 
In Boedapest zul je weinig merken van het verschijnsel van de locsolkodás. Op Tweede Paasdag gingen jongens traditioneel op stap om de meisjes van het dorp, en vooral de meisjes waarop ze een oogje hadden, een emmer water over het lijf te gooien. Deze wat merkwaardige manier van hof maken in inmiddels in de meeste dorpen vervangen door een paar druppels parfum. Het zijn ook niet alleen maar meer de jonge meisjes die worden besprenkeld en de jonge mannen die sprenkelen. Mannen van alle leeftijden trekken door het dorp om vrouwen van alle leeftijden van parfum te voorzien, liefst in ruil voor iets lekkers en een glas palinka, of, voor de jongsten chocolade-eieren. Een beetje sneu voor kleine meisjes, die behalve druppels goedkope parfum niets krijgen, dat wel.
Wie deze paastraditie van nabij wil zien, kan terecht bij het openluchtmuseum (skanzen) in Szentendre, waar beide paasdagen een uitgebreid programma is met concerten, volksdans, demonstraties van bakkers, eierschilders en een paaseierententoonstelling, Op maandag om 10, 12 en 2 uur zijn er demonstraties van de locsolkodás. Helaas is de inhoud van het programma slechts in het Hongaars te vinden op de website van het museum, maar aangezien de tekst vrij simpel is, kan Google translate zeker helpen.