Maak kennis met de cultuur en tradities van de bruisende hoofdstad Boedapest én de natuur van het Hongaarse platteland met onze op maat gesneden programma’s. U beslist wat u wilt, wij regelen het. Stadswandelingen rond diverse thema’s in Boedapest, natuurwandelingen door het natuurgebied langs de Donau of in het heuvelland rond het stadje Vác, een half uur van Boedapest vandaan, fietstochten op het Szentendre-eiland, uitstapjes in de Donaubocht met auto, fiets of boot. Ook verzorgen we concert- en theaterkaarten en andere reserveringen.
Verder bieden wij vlakbij Boedapest, in het barokke stadje Vác, een appartement
direct aan de Donau te huur aan. Het is geschikt voor twee tot zes personen en een perfecte uitvalsbasis voor gezinnen met kinderen of voor mensen die een bezoek aan de hoofdstad willen combineren met wandelen en fietsen in de natuur.
Kijk bij onze rondleidingen en fietstochten door Boedapest of leg ons uw wensen voor uw reis voor, zodat we kunnen kijken of we daar een programma mee kunnen maken.

3 March 2017

Een van de mooiste cafés in Boedapest dicht

foto Runa Hellinga
Bookcafé
Droevig nieuws voor boek- en caféliefhebbers: sinds begin maart is een van Budapests mooiste café's, het Bookcafé in de Alexandra-boekwinkel op de Andrássy út, gesloten voor bezoekers. Formeel op 'technische redenen', maar achter zulke technische redenen schuilen in Hongarije vaak financiële problemen, en dat is ook nu het geval. Het Bookcafé zelf was weliswaar buitengewoon populair, maar het maakt deel uit van de Alexandra-boekwinkels die al langere tijd in zwaar weer verkeren. Enkele weken geleden werd bekend dat er een onderzoek is gestart wegens financiële malversaties in het concern.
Het Bookcafé is/was gevestigd in de Lotz-zaal, een restant van een casino dat hier in de 19de eeuw floreerde. Toen Samuel Goldberger het casinogebouw in 1908 kocht met het doel het gebouw te slopen en op dezelfde plaats het eerste warenhuis van Budapest te bouwen, wist de architect hem te overtuigen de prachtige balzaal van het casino, met fresco's van Károly Lotz, de beroemdste Hongaarse frescoschilder van die tijd, te behouden.
In 2010 opende de Alexandra boekwinkelketen zijn vlaggenschipwinkel in het voormalige warenhuispand. Behalve een grote boekwinkel zat er een wijnwinkel in de zaak en verder dus het  Bookcafé, dat al snel hoge ogen gooide als een van de mooiste cafés van Europa. Het werd dan ook al snel zeer populair, onder Budapesters en onder toeristen en was een perfecte plek voor een lichte lunch of een glas wijn aan het einde van de middag.
Er is overigens enige hoop dat het café niet al te lang gesloten blijft. Lira, een andere boekwinkelketen, heeft inmiddels belangstelling getoond om alle Alexandrawinkels over te nemen. Hopelijk krijgt ook het Bookcafé daarmee een doorstart. Tot dan zullen bezoekers het met de fraaie jugendstil-gevel van het gebouw moeten doen.

21 February 2017

Trolleys, trams en een tandradbaan

De 54 meter lange Combino
Als het om openbaar vervoer gaat, is Boedapest een soort levend openluchtmuseum. Er zijn vast andere steden te vinden waar je zoveel verschillende soorten vervoersmiddelen in gebruik vindt, maar het zal hard zoeken worden. Uiteraard zijn er bussen en trams (waaronder de langste stadstram ter wereld). Maar daarnaast heeft de stads trolleybussen, een van de oudste en een hypermoderne metro, een kabelbaan, een tandradbaan, een stoeltjeslift, een smalspoortreintje, En lijndiensten op de rivier. En elk van die vervoermiddelen vertelt ook een stukje van de geschiedenis van de stad.
Dat Hongarije op Londen na met metrolijn 1 de oudste metro van Europa heeft, komt omdat het land in 1896 zijn 1000-jarige bestaan wilde vieren. In het Városliget, het stadspark, werd ter gelegenheid daarvan een grote nationale tentoonstelling georganiseerd. De kortste weg daarheen was de fraaie Andrássy út (die toen overigens anders heette). Alleen: langs die straat woonden vooral hele rijke mensen die geen openbaar vervoer voor hun deur langs wilden. Stel je voor, al dat gewone volk in de straat. De oplossing: een geul graven en dat openbaar vervoer dan maar onder de grond stoppen.
Je kunt veel kwaads van Jozef Stalin zeggen, maar toen hij zeventig werd, was de man in een royale bui. Warschau eindigde dankzij zijn goedgevigheid met het Cultuurpaleis dat er een beetje uitziet alsof iemand de top van het Empire State Building in Warschau heeft afgezaagd. Budapest kreeg van de communistische dictator een trolleybus, reden waarom de meeste trolleybussen in de stad nog steeds een lijnnummer ergens in de zeventig hebben.
De funiculair, de kabelbaan (niet te verwarrend met de tandradbaan, een soort tram met extra tandrad die vanuit Buda helemaal de berg oprijdt) waarmee veel toeristen de burcht opgaan, werd voor de oorlog gebouwd en diende oorspronkelijk helemaal geen toeristisch doen. De toenmalige Hongaarse leider Miklós Horthy richtte de burcht in als regeringscentrum (net als de huidige premier Viktor Orbán, trouwens). Niet de meest toegankelijke plaats van de stad, maar de kabellift moest zorgen dat ambtenaren toch snel en goedkoop naar hun werk konden komen, Die tijden zijn voorbij, voor ambtenaren is de lift tegenwoordig te duur. Wie vier euro te duur vindt: er rijden ook zeer regelmatig kleine stadsbusjes de burcht op.
Toeristen zullen het zelden gewaar worden, maar er rijdt in Budapest een groot aantal types trams, van de moderne, 54 meter meter lange Combino's op de Grote Ring tot voertuigen die in de jaren zeventig gebouwd zijn door de Hongaarse firma Ganz. En van alles daartussen in: in buitenwijken rijden tweedehandstrams uit Hannover en Den Haag, in de tachtiger jaren werden Tsjechische Tatra's aangekocht en onlangs schafte de BKK nieuwe Spaanse trams aan. Aangezien het meeste materieel op de rails blijft tot het echt op is, zijn al die voertuigen nog wel ergens te bewonderen.
En dan is er natuurlijk nog het kindertreintje door de Budabergen. Ooit in 1947 gebouwd als een echt communistisch kinderproject: de trein werd (en wordt) grotendeels door kinderen gerund. Voorwaarde om erop te mogen rijden, is dat je het goed doet op school, want je moet er lessen voor verzuimen. In de communistische tijd was het voorrecht uitsluitend voorbehouden aan kinderen die lid van de communistische jeugdbeweging, de Pioniers.

14 January 2017

Terrassen in de winter

Overdekt en verwarmd terras: Szimpla kert, 
Boedapest in de winter is een totaal andere stad dan in de zomer. Min 15 graden, een bevroren Donau, pakken sneeuw: het heeft zijn prachtige kanten, maar het stelt je als toerist wel voor beperkingen. Waan je je in juli met een overvloed aan terrassen al snel ergens in een mediterrane stad, in de winter realiseer je je wat het betekent dat Hongarije een landklimaat heeft: het kan er echt koud zijn..
Terrasverwarming is in Boedapest nog niet heel erg populair, maar dat neemt niet weg dat er wel winterse terrassen zijn. Alleen zijn die in tegenstelling tot sommige Nederlandse terrassen over het algemeen echt volkomen overdekt en afgesloten, anders is er niet tegenaan te stoken. 

Een overzichtje, van simpel tot chique, te beginnen met waarschijnlijk het mooiste winterterras van de stad als het om het uitzicht gaat: het Margareta terras in een toren van het Vissersbastion op de Burcht. Het is onderdeel van de Halaszbástya, het restaurant dat in het bastion gevestigd is. Je kunt er alleen wat drinken en het is niet altijd vrij toegankelijk, omdat het ook wel eens door gezelschappen wordt afgehuurd. 's Winters hebben ze, naast alle andere dranken, glühwein op de kaart staan. Goedkoop is het niet, net zomin als het restaurant, maar dat is op zich wel een aanrader, je eet er echt heel goed. 

Midden in de stad, op het Erzsébet tér, bevindt zich het Fröccsterasz. De naam is een beetje misleidend, want hoewel het in de zomer echt een terras is, verhuist de zaak in de winter naar binnen en is het dan meer een hele grote bar met restaurant, gevestigd in het gebouw waarvandaan twintig jaar geleden de regionale bussen vertrekken. Bar, restaurant, en op vrijdag live muziek. En fröccs natuurlijk, een mix van wijn en sodawater die je in verschillende verdunningen kunt bestellen. In Oostenrijk noemen ze hetzelfde drankje een Gespritzter.   

Niet zover hier vandaan, in de Holló utca 6, of eigenlijk op het gebouw, is het Gozsdu Sky terras, een overdekt dakterras met verwarming. Open vanaf zes uur 's avonds tot middernacht en in het weekend later. De toegang is via de zesde verdieping van de parkeergarage van het gebouw.

Mazel Tov, in de Akácfa utca 47, is eigenlijk niet zozeer een terras als een overdekt binnenhof met vloerverwarming onder de terracotta tegels. Gelegen in het hart van het joodse district (de lambrisering of de muur verbergt een van de weinige overgebleven stukken van de muur die van november 1944 tot januari 1945 het ghetto afsloot) en met een wisselend menu dat geïnspireerd wordt door de Hongaars-joodse Israëlische en naast hummus ook solet biedt, de stevige bonenschotel die in Hongarije traditioneel met sjabbat  werd gegeten omdat je die vrijdagmiddag al op een klein pitje kon zetten, zodat je zaterdag bij de lunch een warme maaltijd had.

De ruïnebars waar de joodse wijk bekend om is, zijn in de winter over het algemeen gesloten. Uitzondering is de moeder van alle ruïnebars, Szimpla, Kazinczy u. 14., Net als Mazel Tov bevindt Szimpla zich op een binnenplaats die inmiddels voor een deel is overdekt. De inrichting is op zich al een bezoek waard, maar dat weten inmiddels veel mensen: Szimpla trekt jaarlijks iets van een miljoen bezoekers, waarvan velen alleen maar komen om een kijkje te nemen. 's Avonds zijn er gratis concerten en je kunt er waterpijp roken en simpel eten, de kaart bestaat vooral uit hamburgers. Iedere zondag is er, zomer en winter, een boerenmarkt waar producenten hun eigen waren brengen, van thuisgemaakte worsten en palinka tot zelf gevonden truffels (de paddenstoelen, niet de bonbons).

In dezelfde straat, op Kazinczy utca 48 is nog een andere ruïnetuin, Ellàtò kert, die 's winters open is. Net als Szimpla een plek die vooral mikt op jongeren, en als het buiten echt koud is, wordt het er niet echt warm: de tuin wordt 's winters afgedekt met een simpel plastic dak.  Ze hebben er handgemaakt bier en Mexikaans eten.

Veel van de cafés en restaurants in de Gozsdu udvar (Gozsduhof) tussen de Dob utca en de Király utca hebben trouwens het hele jaar door een overdekt terras, in de zomer tegen de regen en omdat het in de zon te warm is, in de winter tegen de kou. 

Van een heel ander kaliber is Spoon, een boot op de Donau die op het bovendek een overdekt terras heeft. Het uitzicht op de rivier is schitterend, maar Spoon behoort wel tot de meer toeristische plekken en goedkoop is het restaurant niet.

4 December 2016

Onbekend Boedapest: Kőbánya

Szent László-kerk, Kőbánya
De aan de zuidkant geleden arbeiderswijk Kőbánya/Kispest lijkt met zijn industriële geschiedenis niet de eerste plek om te bezoeken. Maar wie geïnteresseerd is in het werk van de bekendste Hongaarse jugendstil-architect Ödön Lechner vindt in deze wijk een zijn belangrijke ontwerp, de Szent László-kerk op het Szént László tér. De gebouw is een curieuze kruising tussen jugendstil (art nouveau, of szecesszió, zoals de stijl in Hongarije heet) en neogotiek. Dat komt omdat Lechner de afwerking van het gebouw overnam van de hoofdarchitect. Elek Barcza, die een neo-gotische kerk had ontworpen. Lechner had overigens iets anders in zijn hoofd. Maar zijn eerste ontwerp, een haast Byzantijns versierde kerk met centrale koepel, werd door de stad afgewezen als veel te oosters. Van binnen is de kerk vrij sober en vooral wit, al zijn de gebrandschilderde ramen, naar een ontwerp van Miksa Róth, de moeite waard.

Maar Kőbánya heeft meer te bieden. Een paar kilometer en één tramrit van de kerk vandaan staat bijvoorbeeld de fraaie oude Dreher-bierfabriek. De prachtige oude brouwerij met zijn enorme koperen vaten en kleurrijke jugendstilelementen is dagelijks open voor bezoekers. Aanmelden moet vooraf, via hun website. Tickets kosten pakweg 6 euro. Niet voor ouders met kleine kinderen overigens, want je moet minimaal achttien jaar oud zijn om aan de tour deel te kunnen nemem.

Kőbánya is ook de plek waar je  de Újköztemető, de grootste begraafplaats van Boedapest, vindt. De hoofdingang van het enorme, parkachtige gebied bevindt zich op de Kozma utca. Je vindt er prachtige, verstilde grafmonumenten. Omdat de graven niet geruimd worden, zijn oudere delen haast weer in bos veranderd waar je af en toe een grafsteen tussen ziet opdoemen. 
Maar de begraafplaats vooral bekend vanwege de percelen 298–301, waar in 1989 de helden van de opstand van 1956 plechtig werden herbegraven. Hier is het graf te vinden van Imre Nagy de hervormingsgezinde communist die in 1956 enigszins tegen wil en dank de leiding van de kortstondige regering van nationale eenheid op zich nam, en die daar in 1958 voor ter dood veroordeeld zou worden. Samen met zijn medebeklaagden werd Nagy opgehangen in de Kozmagevangenis die vlakbij de begraafplaats staat. Vervolgens werden ze in een massagraf net buiten de begraafplaats gedumpt. Hun plechtige herbegrafenis op 16 juni 1989 trok honderdduizenden belangstellenden en markeerde eigenlijk het begin van het einde van het communisme in Hongarije.
Foto Runa Hellinga
Graftombe op de Israelitische Begraafplaats
Naast de algemene begraafplaats bevindt zich, ook de op Kozma utca 6, de Israelitische Begraafplaats, de belangrijkste joodse begraafplaats van de stad. Er staan prachtige grafmonumenten, deels ontworpen door vooraanstaande joodse jugendstil-architecten zoals Béla Lajta, die hier overigens ook zelf begraven ligt. Op de Israelitische Begraafplaats bevindt zich ook een groot aantal massagraven waar na de Tweede Wereldoorlog slachtoffers van de Holocaust zijn herbegraven.

Ook Wekerle telep, een tuindorp uit het begin van de vorige eeuw, is een bezoek waard. De wijk werd in 1912 gebouwd op initiatief van minister Sándor Wekerle, die naar het voorbeeld van tuinsteden elders in Europa een sociale arbeiderswijk wilde creëren. De wijk bestaat uit villa-achtige gebouwen die verhullen dat de eigenlijke woningen tamelijk klein waren. Maar mensen hadden wel een tuin, er stonden fruitbomen en er was een hoop groen. Het centrale plein is een fraai voorbeeld van het werk van architect Károly Kós, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van een groep van architecten die zich vooral door de boerenkunst van Hongaarse dorpen in Transsylvanië lieten inspireren. De porten die toegang geven tot het plein doen sterk denken aan de poorten van Transsylvaanse boerderijen.




5 November 2016

Gratis openbaar vervoer voor ouderen

foto Runa Hellinga
De stoeltjeslift naar János hegy is helaas niet gratis
Niet goed voor de Hongaarse schatkist, wel voor ouderen: het openbaar vervoer in Boedapest en in de rest van Hongarije is geheel gratis voor iedereen boven de 65. Dat geldt dus zowel voor de bus en de tram, als voor de metro, de trolleybussen de tandradbaan die door het twaalfde district naar Normafa. het natuurgebied in de Budabergen aan de rand van de stad, rijdt.
Ook treinen en streekvervoer zijn gratis, net als - door de week - de bootjes van het openbaar vervoer op de Donau in Boedapest. In het weekend moet je voor die bootjes als oudere wel betalen.
Dat het openbaar vervoer gratis is, geldt overigens alleen voor Hongaarse ouderen en voor EU-burgers boven de 65. Amerikanen, Australiërs en andere houders van niet EU-paspoorten komen er niet voor in aanmerking. Je hoeft er verder niets speciaals voor te doen, je kunt zo iedere bus of trein instappen, maar op verzoek van een controleur moet je wel kunnen aantonen dat je boven de 65 en EU-burger bent. Een identiteitskaart of paspoort is dus wel noodzakelijk. Een kopie daarvan wordt ook geaccepteerd.
Hou er wel rekening mee dat vervoersmiddelen die vooral als toeristische attractie worden gezien, niet gratis zijn, zelfs als ze door het Boedapester vervoersbedrijf BKK worden gerund. Dat geldt bijvoorbeeld voor het kabeltreintje bij de Burchtheuvel, dat mensen van het Clark Adam tér aan de Donau naar de top brengt. Dat treintje is zelfs behoorlijk prijzig, 1200 forint (een kleine vier euro) voor een ritje dat luttele minuten duurt. 
Wie dat geld (en de wachttijd voor het treintje) wil besparen, kan in tien minuten naar boven lopen, of bus 16 nemen. Die stopt op hetzelfde Clark Adam tér, maar vertrekt ook vanaf het Széll Kálman tér aan de andere kant van de burcht. Echt veel verliezen doe je niet als je het kabeltreintje niet neemt, boven op de Burchtheuvel is het uitzicht echt veel mooier.
Niet gratis is ook de stoeltjeslift die vanaf Zugliget naar János hegy (de Jánosberg) gaat. Wel leuk om te doen, trouwens, al moet je geen last van hoogtevrees hebben. De lift brengt je heel stilletjes, eerst vlak over de daken en tuinen van een villawijk, daarna over bossen, naar de hoogste punt van de Budabergen. Vlakbij het bovenste station is de uitzichttoren die ooit gebouwd werd voor koningin (keizerin) Elisabeth (Sissi), met prachtig uitzicht over de hele stad en het omringende land.
Ook voor de kindertrein door de Budabergen moet je als oudere betalen. Het zal niet verbazen dat deze trein, die grotendeels door kinderen wordt gerund, vooral aan kinderen korting geeft. Ook andere smalspoortreintjes in het land, zoals bijvoorbeeld het treintje dat van Kismaros naar Királyrét in de Börzsöny voert, hebben geen speciale regeling voor ouderen. Sommigen hebben wel voordelige familiekaartjes (családjegy) voor gezinnen met kinderen.

13 October 2016

Monumenten voor 1956

Foto Runa Hellinga
Monument voor 1956, Kossuth tér
Op 23 oktober is het 60 jaar geleden dat de Hongaren in opstand kwamen tegen de communistische dictatuur en om dat te vieren hangt Boedapest dezer dagen vol met affiches van helden van 1956. Wie komende week tram 4 of 6 instapt, krijgt bij iedere halte te horen wat op die plek tijdens de opstand is gebeurd. Na 4 november verdwijnen de bandjes weer. Maar Hongaren zijn dol op monumenten en gedenktekens en wie geïnteresseerd is in die opstand en in het communisme in zijn algemeenheid, heeft ook de rest van het jaar voldoende te bekijken.
Monumenten die de opstand herdenken vind je echt overal in de stad, eigenlijk teveel om ze allemaal te willen bekijken. Maar ieder van die beelden en gedenkstenen heeft zijn eigen verhaal. Van de jonge medische studenten die een ambulancedienst hadden opgezet, de kinderen die sneuvelden en de vlag met een gat tot de kunstenaars die zich inzetten tijdens de opstand: allemaal hebben ze wel ergens hun plekje op een plein of muur gevonden.
Een goed startpunt voor een 1956-tocht is het plein voor het parlement, waar destijds meerdere malen werd gedemonstreerd, waaronder één keer met zeer bloedige afloop. Op de derde dag van de opstand vielen op dat plein tientallen doden toen op de demonstranten werd geschoten. Nog steeds is niet opgehelderd wie precies achter die schietpartij zat. Aan de linker kant van het plein voert een trap tussen met kogels doorboorde stalen platen naar een kleine tentoonstelling over die gebeurtenis. Vooral de virtuele tank die op de bezoekers toe rolt, maakt grote indruk. 
Even verderop, bij het voormalige ministerie van landbouw, geven ijzeren ballen op de zuilen aan waar destijds de kogels insloegen. De vriendelijke oudere heer op het nabije bruggetje is Imre Nagy, de hervormingsgezinde communist die destijds een beetje tegen wil en dank leider van de opstand werd en dat uiteindelijk ook met zijn leven moest bekopen. Zijn monument geeft meteen ook aan hoe gecompliceerd geschiedenis kan zijn, en hoe gevoelig: veel Hongaren vandaag de dag willen niet echt graag weten dat communisten ook een rol in 1956 speelden, en niet alleen als de boeman aan de 'andere kant'.
Het beste zie je dat misschien wel op het János Pál pápa tér (Paus Johannes Paulusplein), het vroegere Köztársaság tér (Republiekplein). Of beter, je ziet het juist niet, want wat hier schreeuwend afwezig is, is een monument voor de slachtoffers van alleen maar kan worden omschreven als een lynchpartij door de opstandelingen. Op het plein stond destijds het kantoor van de Boedapester afdeling van de Arbeiderspartij, zoals de Hongaarse communistische partij heette. 
Onder de opstandelingen ging het verhaal dat onder dat hoofdkwartier een gevangenis zat, waar iets van 150 anticommunisten opgesloten zaten. Het leidde op 30 oktober tot de bestorming van het gebouw en tot het opknopen van een aantal mensen die zich binnen bevonden. Volgens de menigte ging het om geheim agenten, in werkelijkheid om dienstplichtige soldaten. In de dagen daarna werd gespit naar de geheime ondergrondse gevangenis, sommigen zweren dat ze stemmen hebben gehoord die 'help' riepen, maar gevonden is er nooit iets.
Corvin-bioscoop
In de communistische tijd herinnerde een groot monument aan de heldhaftige helden die hun leven hadden gegeven om het partijhoofdkwartier te verdedigen tegen de contrarevolutionairen. In het gebouw zelf hing een gedenksteen, al werd die na de val van het communisme achter een gordijn verstopt. In 2006 bedacht iemand hoe je toch een monument voor de gebeurtenissen op het plein kon neerzetten, zonder te hoeven reppen over de pijnlijke kanten van de zaak: met een buste van de Franse fotograaf Jean-Pierre Pedrazzini die tijdens de gevechten op het plein dodelijk gewond raakte,
Van een heel ander karakter is het beeldje bij de Corvin-bioscoop dat herdenkt hoe jongens, kinderen nog, in die buurt de wapens grepen om Budapest te verdedigen toen de Sovjet-tanks op de ochtend van 3 november weer de stad inrolden en een einde maakten aan wat kortstondig een succesvolle actie van verzet tegen de Sovjet-overheersing leek, Op de muren van de bioscoop zijn tientallen namen te lezen van mensen die destijds sneuvelden.
En dan is er nog het grote monument dat in 2006, bij de vijftigjarige herdenking, onder veel protesten werd onthuld. Protesten, omdat velen meenden dat de toenmalige socialistische premier geen recht had een monument voor 1956 te onthullen, maar ook, omdat een deel van de bevolking het te modern en abstract vond. Het bestaat uit een V-vorm van zuilen van verschillende metalen, die samen een een menigte vormen die aan het uiteinde nog dun en verdeeld is, maar in de punt zo verenigd dat ze in staat is om de hardste weerstand, zelfs de stenen bodem, te breken. Eerlijk is eerlijk, ik heb slechts één keer meer gemaakt dat iemand, een twaalfjarige jongen, die symboliek meteen begreep.

26 September 2016

Hongaars design

Magma
Beton als materiaal voor oorbellen, het zou niet mijn eerste gedachte zijn, maar de Hongaarse ontwerpster Zsófia Weidinger kijkt daar duidelijk anders tegenaan. Zij combineert beton en zilver- en goudverf tot simpele, maar door hun materiaal en vorm opvallende sieraden.
Weidinger behoort tot een nieuwe generatie Hongaarse ontwerpers die zich geheel los hebben gemaakt van wat over het algemeen als typisch Hongaars wordt gezien en waarin volksmotieven een belangrijke rol spelen. Eerder dan bloemrijke motieven laten moderne designers zich inspireren door de Japanse kunst.
Weidinger is niet de enige die beton als materiaal heeft gekozen, al kiezen de meeste Hongaarse ontwerpers toch voor meer gebruikelijke materialen als aardewerk, metaal, textiel of leer. Sommigen, zoals Weidinger, verkopen hun producten vooral online. Maar wie geïnteresseerd is in modern design, vindt in Boedapest interessante winkels.
Csendesstore in de Magyar utca 18 combineert de sfeer van een ouderwetse Winkel van Sinkel met een ruim aanbod aan van alles en nog wat, van moderne keramiek, houtsnijwerk en handgeweven kleden tot biologische jam. Je vindt er het werk van Gábor Somoskői, een Hongaarse keramist met een achtergrond als antropoloog, maar ook handgeschilderde kaarten en palinka, van vruchten gestookte sterke drank uit kleine stokerijen. Het is haast onmogelijk om er weg te gaan zonder iets gekocht te hebben.
Mono is een grote designwinkel gevestigd in het hart van Pest. Of eigenlijk, twee winkels, op een steenworp afstand van elkaar. De ene, Monofashion, op de Kossuth Lajos utca 20, is gespecialiseerd in kleding van moderne Hongaarse modeontwerpers, de andere, Mono Art en Design, zit vier huizen verder op nummer 12 en verkoopt design en kunst.
Op de Boedaburcht wemelt het van de gewone souvenirwinkels met deels prachtig borduur- en aardewerk (en deels ongelooflijke kitsch), maar wie iets meer eigentijds zoekt, kan onder meer terecht bij een van de twee vestigingen van FIAN.  De ene zit in de Úri utca. 26-28, de andere in de Fortuna u. 18.
Ook in de Uri utca, op nummer 26 tot 28, zit Magma Hungarian Art and Design. Het is de tweede vestiging van deze winkel, die een aanzienlijk grotere showroom op de Petőfi Sándor u
tca 11 in Pest heeft.
Magma is interessant voor degenen die zoeken naar iets dat herkenbaar Hongaars is, zonder meteen fokloristisch te worden, want de zaak verkoopt werk van een zeer divers gezelschap aan Hongaarse ontwerpers en kunstenaars, waaronder ook mensen die teruggrijpen naar de Hongaarse tradities, maar daar een eigen draai aan geven. Het aanbod varieert van sieraden, glas en kunstboeken tot servies, tassen en grafiek. De galerie heeft ook een webshop.
In het zevende district, de joodse wijk, vind je veel kleinere winkels. Artushka, in de Klausal utca 4, verkoopt misschien eerder handwerk dan design, maar wie een leuker kindercadeautje zoekt of een vrolijke beker is hier zeker aan het goede adres. De zaak heeft kleine en grote handgemaakte beesten, sieraden, aardewerk en originele koelkastmagneten.
Vlak om de hoek, op Klausal tér 1, zit Laoni. Eigenaresse Ilona Ács ontwerpt kleurrijke tassen, portemonnees en accessoires, die, zoals ze zelf zegt, niet alleen mooi moeten zijn, maar ook praktisch en functioneel. Ze werkt ook samen met andere ontwerpers.