Maak kennis met de cultuur en tradities van de bruisende hoofdstad Boedapest én de natuur van het Hongaarse platteland even ten noorden van de stad met onze op maat gesneden programma’s.

U beslist wat u wilt, wij regelen het en begeleiden u desgewenst: stadswandelingen rond diverse thema’s in Boedapest, natuurwandelingen door het natuurgebied langs de rivier de Donau of in het heuvelland rond het stadje Vác, een half uur van Boedapest vandaan, fietstochten op het Szentendre-eiland, uitstapjes in de Donaubocht met auto, fiets of boot. Uiteraard zorgen we als u dat wilt ook voor de boeking van concert- en theaterkaarten en andere reserveringen.
Daarnaast bieden wij vlak bij Boedapest twee appartementen aan: één direct aan de Donau in het barokke stadje Vác en één iets verderop, aan de rand van het dorp Nográdsáp. Beide appartementen zijn geschikt voor twee tot vier personen en vormen een perfecte uitvalsbasis voor én de hoofdstad én het platteland. Maar bent u met meer mensen of wilt u om andere redenen liever andere accommodatie, dan kunnen we die uiteraard ook voor u regelen.
Kijk bij onze rondleidingen door Boedapest of bij de wandelingen, fietsroutes en andere programma's in de omgeving van de hoofdstad de of leg ons uw wensen voor, zodat we kunnen kijken of we daar een programma mee kunnen maken.

Engelstalige rondleidingen in het Museum voor Schone Kunsten

Zo'n tien jaar geleden was het Museum voor Schone Kunsten op het Hősök tere, naast de Nationale Galerie het toonaangevende museum voor klassieke kunst in Hongarije, nog een ingeslapen instituut waar je de stofnesten kon wegblazen tussen de mummies, van achter de schilderijen en uit de haren van de suppoosten. Het museum beschikte over een vaste collectie, en dat was dat. Er werden geen tentoonstellingen gehouden, er werden geen werken aan andere musea uitgeleend en er werd geen kunst geleend. Het leek zelfs een goede vraag of de toenmalige directeur wel door had dat er andere musea bestonden.
Met de komst in 2004 van de huidige directeur László Baán is het museum een plek geworden die het bezoeken zeker waard is. Het museum is gespecialiseerd in buitenlandse kunst, want Hongaarse schilderkunst heeft al sinds het einde van de 19de eeuw een eigen plaats in de Nationale Galerie. De collectie kan zich qua omvang niet meten met grote internationale musea, maar dat maakt een bezoek meteen ook wat overzichtelijker. En er worden met de regelmaat van de klok tentoonstellingen gehouden die elders niet misstaan.
Niet ieder Hongaars museum is ingesteld op buitenlandse bezoekers, maar het Museum voor Schone Kunsten doet er alles aan om een anderstalig publiek te verwelkomen.

New Yorkse opera's in Boedapests mooiste bioscoop

Café van het Uránia Filmtheater
De Opera aan de Andrássy út in Boedapest is een prachtig gebouw, en het is zeker de moeite waard om er een keer een rondleiding te doen. Maar een bezoek aan een opera? Mijn eigen ervaringen zijn zeer gemengd, moet ik bekennen. Ik ben vaker teleurgesteld dan tevreden uit de zaal gekomen en een aantal keren in de pauze weggegaan.
Daar zijn verschillende oorzaken voor, maar een heel belangrijke is toch wel, dat de Hongaarse opera financieel gewoon niet dezelfde mogelijkheden heeft als opera's elders in de wereld. Topmusici zoeken hun heil elders, vaak om financiële, maar deels ook om artistieke redenen. Veel voorstellingen zijn bovendien in het Hongaars, zij het tegenwoordig wel met boventiteling, en dat is ook een wat verwarrende ervaring, vind ik zelf.
Maar er zijn alternatieven voor operaliefhebbers: de live HD-transmissies van de New York Metropolitan Opera, die plaatsvinden in het Uránia Nationale Filmtheater op de Rákóczi út 21 en in het Paleis der Kunsten bij de Rákóczi-brug (die ondanks zijn naam op een totaal andere plek ligt). Twee totaal verschillende gebouwen: het Paleis der Kunsten is een indrukwekkend voorbeeld van moderne architectuur, terwijl Uránia gevestigd is in een rijk versierd pand uit het eind van de 19de eeuw, waar oorspronkelijk een cabaret inzat voor het "Wetenschappelijk Theater" en daarna, in 1917, de eerste Hongaarse bioscoop werd.

Het Gellértbad: vooral op zondag een bezoek waard

Thermaalgedeelte in het Gellértbad
Boedapest adverteert zichzelf als het grootste kuuroord ter wereld, en terecht. Heel Hongarije is gebouwd op een enorme bel heet water, en wie daarvan wil profiteren, heeft in Boedapest een ruime keuze. Aan de ene kant zijn er de Turkse baden, de meest zichtbare erfenis van anderhalve eeuw Turkse bezetting. Daarnaast zijn rond de vorige eeuwwisseling en daarna meerdere thermaalbaden gebouwd. Het Gellért- en het Széchenyibad zijn het bekendste, en worden in iedere reisgids aangeraden.
Mijn eigen voorkeur gaat uit naar het Széchenyibad, waar je, omringd door classicistische beelden, midden in de winter in een bassin met een temperatuur van 37 graden kunt dobberen, terwijl de sneeuw op je neer dwarrelt. En het heeft meer te bieden dan dat: buiten is, behalve dit warme bad, een iets minder warm bad met een soort wildwaterbaan en een zwembad, en in de bijgebouwen vind je allerlei hete, minder hete en ijskoude baden, plus een sauna. Toeristen gaan meestal via de achteringang naar binnen, maar een ommetje via de hoofdingang, die toegang geeft tot het echte thermaalbad waar vooral mensen op doktersvoorschrift heengaan, is een aanrader vanwege de fraaie mozaïeken.
Hoewel het Gellértbad in de meeste gidsen bovenaan prijkt als badattractie,

Een bezoek aan Boedapest in sneltreinvaart

Hongaarse wandelpaden ontraadseld

Hongarije is een ideaal wandelland. De heuvels en bergen zijn zelden erg stijl en er zijn maar weinig plekken waar meer van een wandelaar wordt gevraagd dan een goed stel benen. Overal vind je veldwegen en bospaden en zeer zelden loop je tegen een hek of een bord aan dat de doorgang aan. Met 373 waargenomen vogelsoorten, een rijke flora en tal van vlindersoorten die in West-Europa niet of nauwelijks voorkomen, is er voor wandelaars natuurliefhebbers in Hongarije veel te beleven. Steeds meer dorpen ontdekken dat. Om toeristen te trekken zetten ze de laatste tijd wandelpaden uit in hun omgeving. Maar ook in de directe omgeving van Boedapest kun je prima wandelen. Direct aan de rand van Boeda begint een uitgestrekt natuurgebied met tal van wandelpaden. Een simpele stadsbus is genoeg om er te komen. Normafa, bereikbaar met bus 21 vanaf het Széll Kálman tér, biedt bijvoorbeeld een prachtig uitzicht over de stad, je vindt er een paar restaurants en café's, een station van de Kindertrein, een reeks wandelpaden en in de winter een hoop wintervertier. Van veel gebieden bestaan gedetailleerde kaarten en zeker in natuurgebieden is vaak een fijnmazig net van wandelingen uitgezet. Makkelijk is dat overal in het land hetzelfde markeringssysteem wordt gebruikt,

De Budapest Card, nuttig of niet?

Al zullen Hongaren het niet altijd met me eens zijn, het openbaar vervoer in Boedapest verdient een pluim. Het rijdt frequent en is fijnmazig, en eigenlijk ben je gek als je in Boedapest in de auto stapt. Er is één maar: als je op losse kaartjes rijdt, is het belachelijk duur. Dat komt door het totaal verouderde kaartjessysteem, waarbij je iedere keer dat je overstapt, opnieuw moet afstempelen. En met losse kaartjes die 320 forint, meer dan een euro kosten, tikt dat rap aan.
Een abonnement is de oplossing, en veel toeristen schaffen daarom de Budapest Card aan. Die maakt het niet alleen mogelijk om 48 of 72 uur onbeperkt door de stad te rijden, maar geeft ook kortingen op tal van attracties in Boedapest, van musea tot boottochten, rondleidingen en zwembaden. Een aantal musea, zoals het Museum voor Schone Kunsten op het Hősök tere, de Nationale Galerie en het Museum voor de Geschiedenis van Boedapest zijn helemaal gratis, net als toegang tot de dierentuin. Andere plaatsen geven kortingen, die kunnen variëren van 10 tot 60 procent. Nadeel: aan die kortingsmogelijkheid hangt een behoorlijk prijskaartje. Er bestaan ook gewone 24 en 72 uur kaarten voor het openbaar vervoer, en die zijn aanzienlijk goedkoper.