Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

4 December 2016

Onbekend Boedapest: Kőbánya

Szent László-kerk, Kőbánya
De aan de zuidkant geleden arbeiderswijk Kőbánya/Kispest lijkt met zijn industriële geschiedenis niet de eerste plek om te bezoeken. Maar wie geïnteresseerd is in het werk van de bekendste Hongaarse jugendstil-architect Ödön Lechner vindt in deze wijk een zijn belangrijke ontwerp, de Szent László-kerk op het Szént László tér. De gebouw is een curieuze kruising tussen jugendstil (art nouveau, of szecesszió, zoals de stijl in Hongarije heet) en neogotiek. Dat komt omdat Lechner de afwerking van het gebouw overnam van de hoofdarchitect. Elek Barcza, die een neo-gotische kerk had ontworpen. Lechner had overigens iets anders in zijn hoofd. Maar zijn eerste ontwerp, een haast Byzantijns versierde kerk met centrale koepel, werd door de stad afgewezen als veel te oosters. Van binnen is de kerk vrij sober en vooral wit, al zijn de gebrandschilderde ramen, naar een ontwerp van Miksa Róth, de moeite waard.

Maar Kőbánya heeft meer te bieden. Een paar kilometer en één tramrit van de kerk vandaan staat bijvoorbeeld de fraaie oude Dreher-bierfabriek. De prachtige oude brouwerij met zijn enorme koperen vaten en kleurrijke jugendstilelementen is dagelijks open voor bezoekers. Aanmelden moet vooraf, via hun website. Tickets kosten pakweg 6 euro. Niet voor ouders met kleine kinderen overigens, want je moet minimaal achttien jaar oud zijn om aan de tour deel te kunnen nemem.

Kőbánya is ook de plek waar je  de Újköztemető, de grootste begraafplaats van Boedapest, vindt. De hoofdingang van het enorme, parkachtige gebied bevindt zich op de Kozma utca. Je vindt er prachtige, verstilde grafmonumenten. Omdat de graven niet geruimd worden, zijn oudere delen haast weer in bos veranderd waar je af en toe een grafsteen tussen ziet opdoemen. 
Maar de begraafplaats vooral bekend vanwege de percelen 298–301, waar in 1989 de helden van de opstand van 1956 plechtig werden herbegraven. Hier is het graf te vinden van Imre Nagy de hervormingsgezinde communist die in 1956 enigszins tegen wil en dank de leiding van de kortstondige regering van nationale eenheid op zich nam, en die daar in 1958 voor ter dood veroordeeld zou worden. Samen met zijn medebeklaagden werd Nagy opgehangen in de Kozmagevangenis die vlakbij de begraafplaats staat. Vervolgens werden ze in een massagraf net buiten de begraafplaats gedumpt. Hun plechtige herbegrafenis op 16 juni 1989 trok honderdduizenden belangstellenden en markeerde eigenlijk het begin van het einde van het communisme in Hongarije.
Foto Runa Hellinga
Graftombe op de Israelitische Begraafplaats
Naast de algemene begraafplaats bevindt zich, ook de op Kozma utca 6, de Israelitische Begraafplaats, de belangrijkste joodse begraafplaats van de stad. Er staan prachtige grafmonumenten, deels ontworpen door vooraanstaande joodse jugendstil-architecten zoals Béla Lajta, die hier overigens ook zelf begraven ligt. Op de Israelitische Begraafplaats bevindt zich ook een groot aantal massagraven waar na de Tweede Wereldoorlog slachtoffers van de Holocaust zijn herbegraven.

Ook Wekerle telep, een tuindorp uit het begin van de vorige eeuw, is een bezoek waard. De wijk werd in 1912 gebouwd op initiatief van minister Sándor Wekerle, die naar het voorbeeld van tuinsteden elders in Europa een sociale arbeiderswijk wilde creëren. De wijk bestaat uit villa-achtige gebouwen die verhullen dat de eigenlijke woningen tamelijk klein waren. Maar mensen hadden wel een tuin, er stonden fruitbomen en er was een hoop groen. Het centrale plein is een fraai voorbeeld van het werk van architect Károly Kós, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van een groep van architecten die zich vooral door de boerenkunst van Hongaarse dorpen in Transsylvanië lieten inspireren. De porten die toegang geven tot het plein doen sterk denken aan de poorten van Transsylvaanse boerderijen.




5 November 2016

Gratis openbaar vervoer voor ouderen

foto Runa Hellinga
De stoeltjeslift naar János hegy is helaas niet gratis
Niet goed voor de Hongaarse schatkist, wel voor ouderen: het openbaar vervoer in Boedapest en in de rest van Hongarije is geheel gratis voor iedereen boven de 65. Dat geldt dus zowel voor de bus en de tram, als voor de metro, de trolleybussen de tandradbaan die door het twaalfde district naar Normafa. het natuurgebied in de Budabergen aan de rand van de stad, rijdt.
Ook treinen en streekvervoer zijn gratis, net als - door de week - de bootjes van het openbaar vervoer op de Donau in Boedapest. In het weekend moet je voor die bootjes als oudere wel betalen.
Dat het openbaar vervoer gratis is, geldt overigens alleen voor Hongaarse ouderen en voor EU-burgers boven de 65. Amerikanen, Australiërs en andere houders van niet EU-paspoorten komen er niet voor in aanmerking. Je hoeft er verder niets speciaals voor te doen, je kunt zo iedere bus of trein instappen, maar op verzoek van een controleur moet je wel kunnen aantonen dat je boven de 65 en EU-burger bent. Een identiteitskaart of paspoort is dus wel noodzakelijk. Een kopie daarvan wordt ook geaccepteerd.
Hou er wel rekening mee dat vervoersmiddelen die vooral als toeristische attractie worden gezien, niet gratis zijn, zelfs als ze door het Boedapester vervoersbedrijf BKK worden gerund. Dat geldt bijvoorbeeld voor het kabeltreintje bij de Burchtheuvel, dat mensen van het Clark Adam tér aan de Donau naar de top brengt. Dat treintje is zelfs behoorlijk prijzig, 1200 forint (een kleine vier euro) voor een ritje dat luttele minuten duurt. 
Wie dat geld (en de wachttijd voor het treintje) wil besparen, kan in tien minuten naar boven lopen, of bus 16 nemen. Die stopt op hetzelfde Clark Adam tér, maar vertrekt ook vanaf het Széll Kálman tér aan de andere kant van de burcht. Echt veel verliezen doe je niet als je het kabeltreintje niet neemt, boven op de Burchtheuvel is het uitzicht echt veel mooier.
Niet gratis is ook de stoeltjeslift die vanaf Zugliget naar János hegy (de Jánosberg) gaat. Wel leuk om te doen, trouwens, al moet je geen last van hoogtevrees hebben. De lift brengt je heel stilletjes, eerst vlak over de daken en tuinen van een villawijk, daarna over bossen, naar de hoogste punt van de Budabergen. Vlakbij het bovenste station is de uitzichttoren die ooit gebouwd werd voor koningin (keizerin) Elisabeth (Sissi), met prachtig uitzicht over de hele stad en het omringende land.
Ook voor de kindertrein door de Budabergen moet je als oudere betalen. Het zal niet verbazen dat deze trein, die grotendeels door kinderen wordt gerund, vooral aan kinderen korting geeft. Ook andere smalspoortreintjes in het land, zoals bijvoorbeeld het treintje dat van Kismaros naar Királyrét in de Börzsöny voert, hebben geen speciale regeling voor ouderen. Sommigen hebben wel voordelige familiekaartjes (családjegy) voor gezinnen met kinderen.

13 October 2016

Monumenten voor 1956

Foto Runa Hellinga
Monument voor 1956, Kossuth tér
Op 23 oktober is het 60 jaar geleden dat de Hongaren in opstand kwamen tegen de communistische dictatuur en om dat te vieren hangt Boedapest dezer dagen vol met affiches van helden van 1956. Wie komende week tram 4 of 6 instapt, krijgt bij iedere halte te horen wat op die plek tijdens de opstand is gebeurd. Na 4 november verdwijnen de bandjes weer. Maar Hongaren zijn dol op monumenten en gedenktekens en wie geïnteresseerd is in die opstand en in het communisme in zijn algemeenheid, heeft ook de rest van het jaar voldoende te bekijken.
Monumenten die de opstand herdenken vind je echt overal in de stad, eigenlijk teveel om ze allemaal te willen bekijken. Maar ieder van die beelden en gedenkstenen heeft zijn eigen verhaal. Van de jonge medische studenten die een ambulancedienst hadden opgezet, de kinderen die sneuvelden en de vlag met een gat tot de kunstenaars die zich inzetten tijdens de opstand: allemaal hebben ze wel ergens hun plekje op een plein of muur gevonden.
Een goed startpunt voor een 1956-tocht is het plein voor het parlement, waar destijds meerdere malen werd gedemonstreerd, waaronder één keer met zeer bloedige afloop. Op de derde dag van de opstand vielen op dat plein tientallen doden toen op de demonstranten werd geschoten. Nog steeds is niet opgehelderd wie precies achter die schietpartij zat. Aan de linker kant van het plein voert een trap tussen met kogels doorboorde stalen platen naar een kleine tentoonstelling over die gebeurtenis. Vooral de virtuele tank die op de bezoekers toe rolt, maakt grote indruk. 
Even verderop, bij het voormalige ministerie van landbouw, geven ijzeren ballen op de zuilen aan waar destijds de kogels insloegen. De vriendelijke oudere heer op het nabije bruggetje is Imre Nagy, de hervormingsgezinde communist die destijds een beetje tegen wil en dank leider van de opstand werd en dat uiteindelijk ook met zijn leven moest bekopen. Zijn monument geeft meteen ook aan hoe gecompliceerd geschiedenis kan zijn, en hoe gevoelig: veel Hongaren vandaag de dag willen niet echt graag weten dat communisten ook een rol in 1956 speelden, en niet alleen als de boeman aan de 'andere kant'.
Het beste zie je dat misschien wel op het János Pál pápa tér (Paus Johannes Paulusplein), het vroegere Köztársaság tér (Republiekplein). Of beter, je ziet het juist niet, want wat hier schreeuwend afwezig is, is een monument voor de slachtoffers van alleen maar kan worden omschreven als een lynchpartij door de opstandelingen. Op het plein stond destijds het kantoor van de Boedapester afdeling van de Arbeiderspartij, zoals de Hongaarse communistische partij heette. 
Onder de opstandelingen ging het verhaal dat onder dat hoofdkwartier een gevangenis zat, waar iets van 150 anticommunisten opgesloten zaten. Het leidde op 30 oktober tot de bestorming van het gebouw en tot het opknopen van een aantal mensen die zich binnen bevonden. Volgens de menigte ging het om geheim agenten, in werkelijkheid om dienstplichtige soldaten. In de dagen daarna werd gespit naar de geheime ondergrondse gevangenis, sommigen zweren dat ze stemmen hebben gehoord die 'help' riepen, maar gevonden is er nooit iets.
Corvin-bioscoop
In de communistische tijd herinnerde een groot monument aan de heldhaftige helden die hun leven hadden gegeven om het partijhoofdkwartier te verdedigen tegen de contrarevolutionairen. In het gebouw zelf hing een gedenksteen, al werd die na de val van het communisme achter een gordijn verstopt. In 2006 bedacht iemand hoe je toch een monument voor de gebeurtenissen op het plein kon neerzetten, zonder te hoeven reppen over de pijnlijke kanten van de zaak: met een buste van de Franse fotograaf Jean-Pierre Pedrazzini die tijdens de gevechten op het plein dodelijk gewond raakte,
Van een heel ander karakter is het beeldje bij de Corvin-bioscoop dat herdenkt hoe jongens, kinderen nog, in die buurt de wapens grepen om Budapest te verdedigen toen de Sovjet-tanks op de ochtend van 3 november weer de stad inrolden en een einde maakten aan wat kortstondig een succesvolle actie van verzet tegen de Sovjet-overheersing leek, Op de muren van de bioscoop zijn tientallen namen te lezen van mensen die destijds sneuvelden.
En dan is er nog het grote monument dat in 2006, bij de vijftigjarige herdenking, onder veel protesten werd onthuld. Protesten, omdat velen meenden dat de toenmalige socialistische premier geen recht had een monument voor 1956 te onthullen, maar ook, omdat een deel van de bevolking het te modern en abstract vond. Het bestaat uit een V-vorm van zuilen van verschillende metalen, die samen een een menigte vormen die aan het uiteinde nog dun en verdeeld is, maar in de punt zo verenigd dat ze in staat is om de hardste weerstand, zelfs de stenen bodem, te breken. Eerlijk is eerlijk, ik heb slechts één keer meer gemaakt dat iemand, een twaalfjarige jongen, die symboliek meteen begreep.

26 September 2016

Hongaars design

Magma
Beton als materiaal voor oorbellen, het zou niet mijn eerste gedachte zijn, maar de Hongaarse ontwerpster Zsófia Weidinger kijkt daar duidelijk anders tegenaan. Zij combineert beton en zilver- en goudverf tot simpele, maar door hun materiaal en vorm opvallende sieraden.
Weidinger behoort tot een nieuwe generatie Hongaarse ontwerpers die zich geheel los hebben gemaakt van wat over het algemeen als typisch Hongaars wordt gezien en waarin volksmotieven een belangrijke rol spelen. Eerder dan bloemrijke motieven laten moderne designers zich inspireren door de Japanse kunst.
Weidinger is niet de enige die beton als materiaal heeft gekozen, al kiezen de meeste Hongaarse ontwerpers toch voor meer gebruikelijke materialen als aardewerk, metaal, textiel of leer. Sommigen, zoals Weidinger, verkopen hun producten vooral online. Maar wie geïnteresseerd is in modern design, vindt in Boedapest interessante winkels.
Csendesstore in de Magyar utca 18 combineert de sfeer van een ouderwetse Winkel van Sinkel met een ruim aanbod aan van alles en nog wat, van moderne keramiek, houtsnijwerk en handgeweven kleden tot biologische jam. Je vindt er het werk van Gábor Somoskői, een Hongaarse keramist met een achtergrond als antropoloog, maar ook handgeschilderde kaarten en palinka, van vruchten gestookte sterke drank uit kleine stokerijen. Het is haast onmogelijk om er weg te gaan zonder iets gekocht te hebben.
Mono is een grote designwinkel gevestigd in het hart van Pest. Of eigenlijk, twee winkels, op een steenworp afstand van elkaar. De ene, Monofashion, op de Kossuth Lajos utca 20, is gespecialiseerd in kleding van moderne Hongaarse modeontwerpers, de andere, Mono Art en Design, zit vier huizen verder op nummer 12 en verkoopt design en kunst.
Op de Boedaburcht wemelt het van de gewone souvenirwinkels met deels prachtig borduur- en aardewerk (en deels ongelooflijke kitsch), maar wie iets meer eigentijds zoekt, kan onder meer terecht bij een van de twee vestigingen van FIAN.  De ene zit in de Úri utca. 26-28, de andere in de Fortuna u. 18.
Ook in de Uri utca, op nummer 26 tot 28, zit Magma Hungarian Art and Design. Het is de tweede vestiging van deze winkel, die een aanzienlijk grotere showroom op de Petőfi Sándor u
tca 11 in Pest heeft.
Magma is interessant voor degenen die zoeken naar iets dat herkenbaar Hongaars is, zonder meteen fokloristisch te worden, want de zaak verkoopt werk van een zeer divers gezelschap aan Hongaarse ontwerpers en kunstenaars, waaronder ook mensen die teruggrijpen naar de Hongaarse tradities, maar daar een eigen draai aan geven. Het aanbod varieert van sieraden, glas en kunstboeken tot servies, tassen en grafiek. De galerie heeft ook een webshop.
In het zevende district, de joodse wijk, vind je veel kleinere winkels. Artushka, in de Klausal utca 4, verkoopt misschien eerder handwerk dan design, maar wie een leuker kindercadeautje zoekt of een vrolijke beker is hier zeker aan het goede adres. De zaak heeft kleine en grote handgemaakte beesten, sieraden, aardewerk en originele koelkastmagneten.
Vlak om de hoek, op Klausal tér 1, zit Laoni. Eigenaresse Ilona Ács ontwerpt kleurrijke tassen, portemonnees en accessoires, die, zoals ze zelf zegt, niet alleen mooi moeten zijn, maar ook praktisch en functioneel. Ze werkt ook samen met andere ontwerpers.

8 September 2016

Chaos op de Burchtheuvel

Foto Runa Hellinga
Wie dezer dagen naar Boedapest gaat, kan zich er maar beter op voorbereiden: de Burchtheuvel aan de Boedazijde van de Donau gaat momenteel totaal op de schop. Dat is een paar jaar geleden ook al gebeurd om de bestrating te vervangen, maar nu is een groot deel van de gebouwen aan de beurt.
De belangrijkste reden: de regering heeft besloten dat een aantal ministeries van Pest naar de burcht moeten verhuizen. Daarnaast krijgt premier Viktor Orbán er nieuwe werkruimte. Het voormalige Karmelietenklooster vlakbij het paleis, waar jarenlang het Nationale Danstheater onderdak in had, wordt voor dat doel omgebouwd.
Verder is de bedoeling dat het na de oorlog zeer slecht opgeknapte koninklijke paleis in oude glorie wordt hersteld. Daarbij is ook voorzien in het herstellen van een aantal representatieve ruimten en de bouw van een paleismuseum. De nu in het paleis aanwezige musea, waaronder de Nationale Galerie, zullen volgens die plannen naar andere locaties verhuizen.
Ook elders op de burcht worden enkele bouwwerken die sinds de Tweede Wereldoorlog niet zijn hersteld, alsnog opgeknapt of zelfs helemaal opnieuw gebouwd. Zo wordt de paardenstal van het paleis, waarvan de ruïnes in 1954 zijn afgebroken, weer opgebouwd. Daarnaast zijn er vijf ondergrondse garages bij de burcht gepland. Momenteel kunnen alleen vergunninghouders in de wijk parkeren. 
Wat je ook van deze, volgens de huidige begroting iets van 645 miljoen kostende operatie mag denken, één ding is zeker: voor toeristen wordt een bezoek aan de burcht voorlopig wat minder leuk. Hoe lang de bouwwerkzaamheden gaan duren, is onduidelijk. Een regeringswoordvoerder had het over mogelijk zo'n 15 jaar.
Blijft natuurlijk staan dat de Burcht een prachtig uitzicht over de stad biedt, en bovendien is de Mathiaskerk absoluut een bezoek waard, ook met bouwwerkzaamheden in de omgeving. Maar hou rekening met opengebroken straten, afgeschermde en ontoegankelijke gebouwen en het soort overlast dat bouwwerkzaamheden normaal veroorzaken. Daarnaast is er in Boedapest gelukkig heel veel anders te zien dat minstens zo mooi is als de Burcht.

14 August 2016

Lángos, streetfood op zijn Hongaars

Je hebt fastfood, en dat is ongezond, en je hebt streetfood, en dat is modieus. Fastfood eet je bij McDonalds, waar een fatsoenlijk mens niet komt, en streetfood eet je in markthallen of op heuse streetfoodfestivals, waar je graag komt, omdat het hip is. Streetfood is lokaal, of als het niet lokaal is, dan is het eten dat in andere delen van de wereld wel lokaal is.
De Hongaarse langos vind je niet bij McDonalds, maar wel in markthallen, strandtentjes en festivals. Langos valt dus absoluut onder de categorie streetfood, als kun je er grote vraagtekens erbij of dat betekent dat hij gezonder is dan een hamburger. Maar één ding is zeker: lekker is-ie wel. Ik ken mensen voor wie een lángos bovenaan de lijst staat met dingen die ze moeten doen als ze in Budapest zijn.
Je kunt een langos het beste vergelijken met een grote, platte oliebol of een soort gefrituurde, luchtige pizzabodem. Soms gaat er aardappel in. Je eet hem warm, net uit het vet en traditioneel bestreken met zure room en/of geraspte kaas en olie met knoflook. Fijngesneden ham erop is ook niet ongewoon.
Maar ook langos is aan ontwikkeling onderhevig. Tamelijk nieuw zijn de gevulde langos, een beetje zoals een calzone, een gevulde pizza. De vulling kan bestaan uit zuurkool of worst met mosterd en mierikswortel. Moderne varianten worden belegd met rucola of lenteuien. En natuurlijk knoflookolie, op een echte langos hoort knoflookolie.
Dat verklaart meteen wat op een traditionele langos niet thuishoort: zaken als suiker, nutella of jam, Al verkoopt Langi Plusz, op de eerste verdieping van de Grote Markt in Boedapest die smaken wel. Maar, zoals de eigenaar zelf zegt, het zijn vooral toeristen die voor zoet gaan. Hongaren houden het op hartig, maar ook in die categorie biedt de zaak ongewone opties, zoals komkommer, uien en feta. Dertig verschillende soorten lángos staan er op het menu.
Maar wie op zoek is naar een minder toeristische - en aanzienlijk goedkopere - langos, kan beter naar een andere markthal gaan. Of naar Krumplis Lángos, ietwat buiten de loop van iedere toerist gevestigd in de voetgangerstunnel onder het Flórián tér in Óbuda. Krumpli is aardappel, en aardappels is waar de zaak zijn lángos van bakt, volgens sommigen de beste van Boedapest. In ieder geval staan de klanten ervoor in de rij. Wie toch in de onderdoorgang is: die biedt ook toegang tot de ruïne van het Romeinse badhuis dat hier ooit stond.
De beste lángos schijnt zich sowieso in buitengewesten te bevinden. Op de Kossuth Lajos üdülőpart 44, op het Római Part, bijvoorbeeld. Ook al in Óbuda, aan de Donau. Maar zover hoeft een mens niet te reizen voor een goede lángos. Behalve in de Grote Markt vind je het centrum ook lángos in Karaván, Kazinczy utca 18, in de joodse wijk. Lángos máshogy, Langos anders, heet de zaak, en samen met de hippe ligging wijst dat erop dat we hier met een moderne variant te maken hebben. Wie een traditionele lángos wil, kan er prima terecht, maar een lángos met gegrilde paprika, rode-uien-jam of schapenkwark is ook niet te versmaden.
En dan is er nog het Retró Lángos büfé, bij de metrohalte op de Arany János utca. Ondanks zijn naam ook een moderne lángoszaak, die naast de traditionele zure room en kaas ook schapenkwark met dille of Bolognese-saus in de aanbieding heeft. Om de hoek, in de Hold utca, zit  trouwens de Belvárosi piac, de binnenstadsmarkt. Ook daar is lángos te koop. 
Machtig is het Hongaarse straateten zeker, vooral als je voor de traditionele variant gaat. Maar als je met meerderen bent, kun je altijd vragen of ze hem doorsnijden. Je kunt per slot van rekening beter bijbestellen als een halve niet genoeg blijkt te zijn, dan weggooien. Maar een halve is voor de meeste Nederlanders genoeg, is mijn ervaring. Het blijft fascinerend om te zien hoeveel slanke Hongaarse meisjes en kleine kinderen zo'n hele langos zonder problemen naar binnen werken.

24 July 2016

Vliegen naar Boedapest

Boedapest ligt ruim 1400 kilometer van Amsterdam. Samen met de inmiddels haast spreekwoordelijke files op de Duitse autowegen en de kosten van tolwegen in Oostenrijk en Hongarije, maakt dat vliegen eigenlijk de meest voor de hand liggende reiswijze is als je naar de Hongaarse hoofdstad wilt. Dat geldt zeker als je slechts voor een paar dagen gaat en in klein gezelschap. In Boedapest zelf is een auto totaal zinloos, maar wie met een gezin een aantal weken naar Hongarije op vakantie gaat, en ook nog wat van het land wil zien, kan waarschijnlijk beter met de auto gaan, alle files ten spijt. 

Er zijn in Nederland drie maatschappijen die directe vluchten naar Liszt Ferenc Airport bij Boedapest aanbieden: de KLM met vier rechtstreekse vluchten per dag vanaf Schiphol, Transavia met momenteel één en vanaf eind augustus twee dagelijkse vluchten vanaf Rotterdam/Den Haag, en de Hongaarse price fighter Wizzair, die twee keer per dag vanaf Eindhoven vliegt. Wie in het zuiden van het land woont, kan natuurlijk ook nog terecht in Düsseldorf, waar de Duitse Eurowings twee maal daags een rechtstreekse vlucht onderhoudt, of in Brussel.
Keuze genoeg dus, en het loont om rond te kijken, want dat Wizzair en Transavia goedkope maatschappijen zijn, wil nog niet per se zeggen dat ze op een bepaalde datum ook echt goedkoper zijn dan met de KLM. Veel hangt af van aanbiedingen en het moment waarop je boekt. Over het algemeen geldt: ruim van tevoren kun je leuke tickets vinden, maar heel dicht tegen de vertrekdatum soms juist ook - die laatste vrije stoelen willen de maatschappijen toch wel graag vol hebben. Vliegtickets.nl en Cheaptickets.nl zijn bekende sites om tickets te zoeken, maar het nadeel daarvan is dat ze bemiddelen bij de boeking en je extra kosten aan hun service kwijt bent. Skyscanner daarentegen zoekt gewoon op de opgegeven data welke vluchten de verschillende maatschappijen bieden, en je kunt er ook 'Nederland' als vertrekpunt instellen in plaats van een bepaalde luchthaven. Dat levert meteen een vergelijking tussen alle beschikbare vluchten op. Boeken doe je via de website van de betreffende maatschappij.

Bagage

Maar alleen met een zitplaats ben je er niet. Hoewel alle maatschappijen tegenwoordig de boekingskosten en de luchthavenbelasting meteen in de ticketprijs verwerken, is er één post die in de prijsopgave buiten blijft: de bagage. Bij alle maatschappijen, ook de KLM, betaal je extra voor ruimbagage.  Bij alle maatschappijen is het bovendien goedkoper om je bagage op het internet te boeken dan pas op het vliegveld. Bij Wizzair en Transavia is het véél goedkoper, afhankelijk van het gewicht kan het verschil tussen online of op de luchthaven bagage boeken zo vijftig euro per koffer bedragen. Wie veel te vervoeren heeft, is bij Wizzair goed uit: daar mag je per passagier maximaal zes koffers van 32 kilo meenemen.
De bagagetarieven verschillen behoorlijk per maatschappij. KLM hanteert een standaard tarief van 25 euro voor een koffer van maximaal 23 kilo. Wizzair hanteert twee tarieven, voor koffers tot 23 en koffers tot 32 kilo. Bovendien verschillen de prijzen in het laag- en het hoogseizoen. bij Transavia lopen de tarieven per vijf kilo op, 
Zowel bij de KLM als bij Transavia is handbagage gratis, met een maximum van twaalf kilo bij de KLM en tien kilo bij Transavia. Bij Wizzair betaal je zodra je tas groter is dan 42 x 32 x 25 cm. Alle maatschappijen hanteren een maximum voor grote handbagage dat zo ergens in de buurt van de 55x40x25 centimeter ligt. De precieze maten verschillen, en wie niet voor iedere maatschappij een andere koffer wil aanschaffen, doet goed aan de aanschaf van een tas: een paar centimeter extra in de ene of andere richting zijn makkelijker weg te frommelen bij een zachte buitenkant.

Luchthaven

Een ander punt is de bereikbaarheid van de luchthaven. Een vlucht mag goedkoop zijn, als je vervolgens een klap geld aan parkeerkosten of treinkaartjes betaalt, ben je dat voordeel mogelijk meteen weer kwijt. Bovendien is het ene vliegveld makkelijker bereikbaar dan het andere,
Wat dat betreft heeft vliegveld Eindhoven, toch het tweede vliegveld van het land, een behoorlijke handicap tegenover Schiphol dat een eigen NS-station heeft, maar ook tegenover vliegveld Zestienhoven (of Rotterdam The Hague Airport, zoals het tegenwoordig heet), vanwaaruit Transavia vertrekt. Zowel in Rotterdam als in Eindhoven moet je de bus nemen. Dat is geen probleem in Rotterdam, maar wie op zondagochtend met een vroege vlucht vanaf Eindhoven Airport vertrekt, heeft maar twee opties: of met de auto gaan, of een taxi vanaf het station. Op zondag gaat de eerste bus van Station Eindhoven gaat pas namelijk pas om elf minuten over acht. Dan ben je er om half negen, precies op tijd om in te checken voor vluchten vanaf een uur of half elf. Ach ja, je wilt als stad meetellen bij de grote steden, of je wilt het niet.
Daar staat tegenover dat de luchthaven van Eindhoven net als Zestienhoven klein en handzaam is, wat zeker een voordeel is voor mensen die slecht ter been zijn. Je moet er geen vertraging hebben, want dan wordt die kleinschaligheid een beetje vervelend, maar het heeft zeker zijn voordelen.