Een reis aan het voorbereiden naar Boedapest of Hongarije? Zakelijke of verhuisplannen? Een schoolproject?
Als voormalige correspondenten en gidsen helpen we u graag om wijs te worden uit dit land met zijn bewogen geschiedenis, boeiende cultuur en uitzonderlijke taal, via lezingen in kleiner en groter gezelschap of praktische hulp bij de organisatie van reizen. Daarnaast zijn we beschikbaar als reisbegeleiders.

28 June 2017

Nuttige inenting tegen tekenziekte

Foto Runa Hellinga
Wandelland Hongarije
Hongarije is een prachtig land om te wandelen en ook in de directe omgeving van Boedapest vind je een paar prachtige natuurgebieden met een uitgebreid netwerk aan wandelpaden. Maar helaas kruipen er, net als in Nederland, ook teken rond. En die brengen in Hongarije niet alleen in de Ziekte van Lyme over die iedereen helaas zo langzamerhand wel kent, maar ook de veel minder bekende tekenencefalitis, een door teken veroorzaakte hersenvliesontsteking. Minder bekend in Nederland althans, omdat de ziekte daar tot 2016 niet voorkwam.
Wie een week of twee weken na een tekenbeet koortsig, vermoeid en misselijk wordt, doet er goed aan een arts op te zoeken. De ziekte verloopt namelijk in twee fasen, eerst knap je weer op, en een week later slaat de echte hersenvliesontsteking pas toe. 
Vervelend, maar er is een lichtpuntje: in tegenstelling tot de ziekte van Lyme bestaat er namelijk een inenting tegen tekenencefalitis. Je moet er wel op tijd mee beginnen, want je hebt drie inentingen met nodig, waarvan de tweede een tot drie maanden na de eerste en de tweede vijf tot twaalf maanden na de eerste wordt gegeven. Er bestaat een ook versnelde procedure, waarbij de tweede inenting twee weken na de eerste wordt gegeven. Pas twee weken na de tweede inenting heb je voldoende bescherming. Wie het hele programma heeft doorlopen, is drie tot vijf jaar beschermd en moet dan een herhalingsinenting halen. 
Voor wie in Hongarije woont, is die inenting sowieso een aanrader, maar gezien het feit dat tekenencefalitis inmiddels in een groot deel van Europa voorkomt en in Nederland ook de eerste gevallen zijn gemeld, kan het voor natuurliefhebbers en tuineigenaren (want ook daar kun je teken oplopen) geen kwaad zich in te laten enten. In Nederland zijn nog maar weinig teken besmet, maar in Oostenrijk komt de ziekte zo vaak voor dat de inenting tamelijk standaard is geworden. 
Wie niet is ingeënt, kan alleen maar doen wat je ook moet doen om Lyme te voorkomen. opletten en maatregelen nemen om te voorkomen dat je door teken wordt gebeten: dat wil zeggen je insmeren met een middel met DEET erin, dat zowel muggen als teken afweert en jezelf na een wandeling goed controleren. Lichte kleding maakt het ook makkelijker om te zien of er een teek over je broek loopt.
Zelf veeg ik tegenwoordig ook tijdens wandelingen na een stuk hoog gras of na een smal een pad tussen struikgewas meteen even mijn benen af. Teken zijn dol op een wat bosachtige omgeving met een vochtige ondergrond en met een lage begroeiing van bosbessen, varens of gras, van waaraf ze over kunnen stappen op een toevallige passant in de vorm van een hert. Ze springen niet, bewegen niet erg snel en zitten normaal gesproken niet hoger (en meestal lager) dan 75 centimeter. Als ze eenmaal een gastheer te pakken hebben, gaan ze op hun dooie akkertje op zoek naar een prettige plek om zich vast te zuigen, liefst een beetje beschut, een lies of oksel bijvoorbeeld, of veilig onder een broek of sok. Het kan best een tijd duren voor ze zich echt vastzetten. Tot dat moment is het schrikken, maar vormen ze nog geen gevaar.
Hoe sneller je ze vindt, hoe beter, want het duurt bij Lyme iets van 24 tot 36 uur voordat de Boreliabacterie echt gevaarlijk wordt (dat geldt overigens niet tekenencefalitis, die ziekte wordt helaas wel meteen overgebracht). Wie een uurtje na een wandeling een teek vindt, hoeft dus niet meteen in paniek te raken. Verwijder een vastzittende teek door hem met een puntige pincet of tekentang zo dicht mogelijk bij de kop vast te pakken en recht eruit te trekken. Of eruit te draaien, daarover verschillen de meningen. Zelf draai ik, en mijn ervaring is dat ze er dan mooi heel uitkomen. Gebruik in ieder geen olie of zo om de teek te verdoven, dat irriteert het beestje alleen maar en dat verhoogt de kans op besmetting. Noteer eventueel wanneer en op welke plek je gebeten bent, dat kan bij eventuele latere problemen nuttige informatie voor de arts zijn.
Overigens, honden kunnen wel tegen Lyme worden ingeënt. Rond de eeuwwisseling was er voor mensen trouwens ook een vaccin. Maar volgens de antivaccinatie-lobby veroorzaakte dat vaccin artritis. Het leidde ertoe dat de vraag al snel zo afnam, dat de fabrikant het uit de handel haalde. Uit onderzoek onder degenen die het vaccin in de paar jaar dat het bestond wel hadden gekregen, bleek dat het arthritisverhaal onzin was. Voor de talloze mensen die pas maanden of jaren na de besmetting ontdekten dat ze Lyme hebben en als gevolg daarvan de rest van hun leven kampen met een reeks aan klachten en symptomen een zure wetenschap.
Op het moment dat ik dit schrijf, zit er overigens weer wat schot in een mogelijke inenting tegen Lyme. want een Oostenrijks bedrijf is bezig met de ontwikkeling van een nieuw vaccin.
Dus er is hoop.

28 May 2017

(Tijdelijk) gesloten bezienswaardigheden

Foto Runa Hellinga
Kettingbrug in Budapest: twee jaar dicht voor verkeer.
Toeristen die Budapest bezoeken, moeten er rekening mee houden: er is het komend jaar nogal wat tijdelijk gesloten in de stad. Om te beginnen natuurlijk het Museum voor Schone Kunsten, dat al sinds 2015 dicht is voor een grondige renovatie waarbij onder meer de laatste schade van de Tweede Wereldoorlog eindelijk wordt gerepareerd. Dat betekent dat het museum er bij de heropening, die gepland is voor het najaar van 2018, niet alleen 2000 vierkante meter extra tentoonstellingsruimte bij krijgt, maar ook een beter museumrestaurant met een echte keuken en ruimte voor andere activiteiten.
Nu heeft lang niet iedereen het Museum voor Schone Kunsten op het programma staan, maar de renovatie van de Kettingbrug (Lánchíd) in het centrum van de stad zal niemand kunnen ontgaan. Budapests beroemdste brug gaat 2,5 jaar lang dicht voor gemotoriseerd verkeer. De brug blijft wel toegankelijk voor voetgangers, maar die moeten rekening houden met stevige bouwwerkzaamheden. Niet alleen het aan alle kanten golvende wegdek wordt vervangen, maar de brug krijgt een totale, grondige renovatie. waarbij de voetgangerspaden aan beide zijden volkomen worden afgebroken en opnieuw gebouwd, de toegankelijkheid van de brug wordt verbeterd, het ijzerwerk een onderhoudsbeurt krijgt en de verlichting wordt vernieuwd, om maar een paar zaken te noemen.
Ook de Opera moet er komend jaar aan geloven. In mei zijn de laatste voorstellingen van het seizoen, maar in september heropent het gebouw zijn deuren voorlopig niet voor publiek. Op het programma van de komende maanden staat een volledige vernieuwing van de technische toneel- en decorinstallaties. Liefhebbers van opera kunnen wel nog terecht in het Erkel Színház, maar een bezoek aan dat theater is vooral interessant voor muziekliefhebbers, want niets in het strakke, sobere gebouw doet vermoeden dat dit ooit in uitbundige art nouveau was ontworpen. Bij een renovatie in 1949 verdwenen alle versieringen binnenin en in 1961 werd de oude gevel vervangen door communistische nieuwbouw.
Hoewel er nog tot november een tentoonstelling over schoeisel uit de hele wereld te zien is, zijn de medewerkers van het Etnografisch Museum tegenover het parlement ook bezig zich op sluiting voor te bereiden, in hun geval niet omdat het gebouw opgeknapt gaat worden, maar omdat het museum in zijn geheel moet verhuizen om plaats te maken voor de Hongaarse Opperste Gerechtshof, dezelfde instantie waarvoor het bouwwerk trouwens oorspronkelijk is gebouwd. Het Etnografisch Museum verhuist, dat is althans de bedoeling, naar het nieuwe museumkwartier, maar wanneer het daar daadwerkelijk kan intrekken, is de vraag, vooralsnog vlot de bouw daarvan niet zo snel als de regering zou willen.
Wie goede herinneringen heeft aan de houten achtbaan in het Vidámpark, het pretpark bij het Városliget (het Stadspark), zal voorlopig even moeten wachten. Het pretpark zelf is gesloten en het terrein wordt onderdeel van de dierentuin die ernaast ligt. Een groot deel van de attracties is gesloopt, maar de historische attracties zoals de houten achtbaan, de prachtige carrousel en nog enkele andere, blijven behouden en zijn straks, als de dierentuin zijn uitbreidingen heeft gebouwd, weer voor bezoekers toegankelijk. Maar nu dus even niet.  

18 May 2017

Perfecte ijsjes

Foto Runa Hellinga
Een ijsbloem van Gelato Rosa
Onlangs at ik met een Poolse een ijsje in Boedapest. Ze vertelde dat ze als kind, in de communistische tijd, wel eens in Hongarije op vakantie was geweest. Wat haar levendig bijstond, was de smaak van het Hongaarse schepijs: die smaakten, in tegenstelling tot de Poolse, naar het fruit of de noten die er volgens het bordje inzaten.
Er is niet veel veranderd in die tijd: Hongaars ijs kan zich meten met Italiaans ijs, zeker in de betere ijssalons van Boedapest. Vermijd de bakken met Carte d'Or (hoewel die zeker niet slecht zijn) en ga voor een van de ijssalons met zelfgemaakt ijs, veelal aangeduid met házi (huis) of főzött jégkrém, letterlijk gekookt ijscrème.
In een stad vol goed ijs springen een paar plekken er toch uit. Om te beginnen, in het hart van Pest, vlak bij de Basiliek, Gelato Rosa. De zaak heeft niet alleen verrukkelijk ijs in bijzondere smaken als citroen/basilisum, mango, donkere chocolade of wasabi-hazelnoot. Maar ze maken er ook nog een kunstwerkje van door het horentje te vullen met een krans van van ijs gemaakte bloemblaadjes. Bovendien zijn er altijd een aantal smaken die geschikt zijn voor mensen die geen lactose kunnen verdragen, diabetici en veganisten. Gelato Rosa is zo populair dat er inmiddels twee vestigingen zijn, allebei vlak bij de Basiliek.
Op de Nagymező utca 7 staat er vaak een rij buiten op straat te wachten voor Fragola, en niet zonder reden. Fragola is een keten met meerdere zaken in de hele stad http://www.fragolafagylaltozo.hu/bolt_sajat.html en ze zijn gespecialiseerd in bijzondere smaken. Als gorgonzola- of camembertijs te ver gaat, ze hebben ook meer gebruikelijke smaken in de aanbieding, zoals aardbei of braam. Maar hun zoute pindaijs en gemberijs zijn ook echt de moeite van het proberen waard. Het gorgonzola-ijs is trouwens ook verrassend smakelijk.
Ietwat uit de loop, maar zeer de moeite waard is Artigiana Gelati, een Italiaanse ijssalon die direct na de val van het communisme zijn deuren opende. De zaak mocht blij zijn dat Hongaren al een zwak voor goed ijs hadden - ik zag ooit op een gure herfstdag die eerder om warme chocolade vroeg een in een winterjas geklede oude dame verzaligd aan een horentje likken - want het ijs was voor Hongaarse begrippen niet goedkoop. Maar wel goed, en die traditie heeft de zaak tot de dag van vandaag weten te handhaven,  Artigiana Gelati zit in de Csaba utca 8, vlak bij het Széll Kálman tér. Op maandag gesloten.
En dan is er Daubner, geheel uit de loop voor toeristen, maar de zaak waarvoor Budapesters bereid zijn om te rijden èn in de rij te staan, niet in de laatste plaats vanwege de ijstaarten waar deze patisserie om bekend staat. Volgens velen verkoopt Daubner simpelweg al minstens twee decennia het beste ijs in de stad, maar wie dat wil proeven, moet er wel wat voor over hebben; een rit naar de Szépvölgyi út 50 en een kwartier in de rij. Minstens, en in het weekend waarschijnlijk nog langer. Het gebak is trouwens ook zeer goed.

14 April 2017

Open deuren langs de Donau op 22-23april

Normaal niet te bezichtigen: de synagoge in de Frankel Leo utca
Op 22 en 23 april vindt het jaarlijks terugkerende architectuurfestival Budapest 100 plaats. In eerdere jaren betekende dat dat overal in de stad woonhuizen en andere gebouwen die precies honderd jaar eerder waren gebouwd, hun deuren voor publiek openden. Bezoekers krijgen zo een unieke kans binnen te kijken in panden waar je anders nooit binnenkomt.
Dit jaar is het oorspronkelijke idee een beetje losgelaten. Niet zo gek, want honderd jaar geleden zat Hongarije midden in de Eerste Wereldoorlog en 1917 was bepaald geen topjaar als het om nieuwe bouwwerken en architectuur gaat. Daarom is dit keer er ditmaal voor gekozen om niet een bepaald jaar, maar een bepaald gebied in het zonnetje te zetten: de oevers van de Donau en de directe omgeving daarvan.
Langs en in de buurt van de Donau openen 58 panden, van woonhuizen, boten, voormalige fabrieken en een voormalig klooster, kantoren en universiteitsgebouwen, hun deuren voor bezoekers. Sommige zijn tweehonderd jaar oud, andere in de jaren zestig van de vorige eeuw of zelfs deze eeuw pas gebouwd. Zo kun je die dagen de op een binnenhof verscholen synagoge in de Frankel Leo utca bezoeken, die normaal niet toegankelijk is voor publiek.
Behalve dat de gebouwen toegankelijk zijn, zijn er ook speciale programma's, variërend van bewoners die op een bepaald uur vertellen hoe het was om in de jaren zestig in een appartementengebouw te leven tot tentoonstellingen en rondleidingen. Voor sommige van die programma-onderdelen is Hongaars spreken natuurlijk een vereiste, maar er is genoeg te beleven voor niet-Hongaarse architectuurliefhebbers.
Alle programmaonderdelen zijn gratis, maar voor sommige gebouwen is wel vooraf aanmelding vereist. Of eigenlijk, was, want binnen twee dagen nadat de aanmelding werd opengesteld, waren alle plaatsen bij die activiteiten al vergeven.
Het uitgebreide programmaboekje is helaas (vrijwel) alleen in het Hongaars, maar het geeft wel een goed overzicht welke gebouwen hun deuren hebben geopend. Rechts onder de foto zijn de openingstijden vermeld. Het is goed om te weten dat szombat zaterdag betekent en vasárnap zondag. Als er onder de openingstijden een langere tekst met het woord regisztráció, dan is het gebouw alleen na registratie te bezichtigen. Overigens is een enkele rondleiding, zoals op zaterdag om half twaalf bij de Várkertbazár aan de onderkant van de buchtheuvel, wel in het Engels en die staan ook in het Engels in het programmaboekje vermeld.
Een korter Engelstalig programma-overzicht is hier te vinden.



6 April 2017

Pasen op zijn Hongaars

Foto Runa Hellinga
Hongaarse paaseieren zijn kunstwerkjes
Wie van kerstmarkten houdt, zal de paasmarkt die dezer dagen op het Vörösmarty tér in het hart van Boedapest wordt gehouden, zeker waarderen. Het is een prima plek om originele cadeautjes te vinden of om op een warme lentedag te lunchen. Beschilderde paaseieren spelen uiteraard een hoofdrol, want het beschilderen van paaseieren is Hongarije (en heel Centraal- en Oost-Europa) een ware kunst. Oorspronkelijk werden de eieren rood gekleurd, ter herinnering aan het bloed dat Christus met Pasen heeft vergoten. De eieren worden eerst leeggemaakt door aan beide kanten een gaatje te prikken en het eiwit en eigeel eruit te blazen. Daarna worden ze beschilderd in fraaie, vaak traditionele patronen, maar ook met miniatuur schilderijtjes. Naast beschilderen worden eieren trouwens ook op andere manieren bewerkt. De meest opmerkelijke tradite zijn misschien wel de paaseieren van de smid.
Maar de paasmarkt heeft meer te bieden. Net als op de kerstmarkt vind je er producten van talloze Hongaarse handwerklieden, van heel traditioneel aardewerk tot modern design. Talloze kraampjes bieden Hongaars streetfood: gebraden worsten, gevulde koolbladeren en stevige stoofpotten. Bier en wijn ontbreken niet en op het perk in het midden van het plein staan tafeltjes en schommelbanken, waar je kunt bijkomen van een dagje slenteren in de stad.
Eten is belangrijk met Pasen. Traditioneel is de paasham die je weken voor Pasen al op alle markten en bij alle slagers ziet hangen. Ze worden overigens niet zo gegeten, maar eerst gebraden gekookt. Wie het weekend (8 en 9 april) voor Pasen in de stad is, kan het proeven op het festival van de Hongaarse smaken (Magyar Izék) in de Várkertbazár, aan de Donau aan de voet van de burchtheuvel. Kleine producenten verkopen er hun specialiteiten, en naast speciale paasgerechten vind je er eigen gemaakte jam, palinka (drank gestookt van verschillende soorten vruchten), worsten, kazen, honing en noem maar op.
Eten speelt ook de hoofdrol op het Paaslam-festival dat van 15 tot 17 april bij het Vajdahunyad kasteel, het merkwaardige sprookjesgebouw in het Varosliget wordt gehouden. Er is muziek, er zijn handwerkactiviteiten voor de kinderen, er zijn konijnen (als plaatsvervangers van de paashaas) en lammetjes om te aaien en er zijn vooral veel lammetjes om op te eten. Tal van restaurants werken samen en bieden de bezoekers een rijke keuze aan traditionele en moderne lamsgerechten. 
In Boedapest zul je weinig merken van het verschijnsel van de locsolkodás. Op Tweede Paasdag gingen jongens traditioneel op stap om de meisjes van het dorp, en vooral de meisjes waarop ze een oogje hadden, een emmer water over het lijf te gooien. Deze wat merkwaardige manier van hof maken in inmiddels in de meeste dorpen vervangen door een paar druppels parfum. Het zijn ook niet alleen maar meer de jonge meisjes die worden besprenkeld en de jonge mannen die sprenkelen. Mannen van alle leeftijden trekken door het dorp om vrouwen van alle leeftijden van parfum te voorzien, liefst in ruil voor iets lekkers en een glas palinka, of, voor de jongsten chocolade-eieren. Een beetje sneu voor kleine meisjes, die behalve druppels goedkope parfum niets krijgen, dat wel.
Wie deze paastraditie van nabij wil zien, kan terecht bij het openluchtmuseum (skanzen) in Szentendre, waar beide paasdagen een uitgebreid programma is met concerten, volksdans, demonstraties van bakkers, eierschilders en een paaseierententoonstelling, Op maandag om 10, 12 en 2 uur zijn er demonstraties van de locsolkodás. Helaas is de inhoud van het programma slechts in het Hongaars te vinden op de website van het museum, maar aangezien de tekst vrij simpel is, kan Google translate zeker helpen.

3 March 2017

Een van de mooiste cafés in Boedapest dicht

foto Runa Hellinga
Bookcafé
Droevig nieuws voor boek- en caféliefhebbers: sinds begin maart is een van Budapests mooiste café's, het Bookcafé in de Alexandra-boekwinkel op de Andrássy út, gesloten voor bezoekers. Formeel op 'technische redenen', maar achter zulke technische redenen schuilen in Hongarije vaak financiële problemen, en dat is ook nu het geval. Het Bookcafé zelf was weliswaar buitengewoon populair, maar het maakt deel uit van de Alexandra-boekwinkels die al langere tijd in zwaar weer verkeren. Enkele weken geleden werd bekend dat er een onderzoek is gestart wegens financiële malversaties in het concern.
Het Bookcafé is/was gevestigd in de Lotz-zaal, een restant van een casino dat hier in de 19de eeuw floreerde. Toen Samuel Goldberger het casinogebouw in 1908 kocht met het doel het gebouw te slopen en op dezelfde plaats het eerste warenhuis van Budapest te bouwen, wist de architect hem te overtuigen de prachtige balzaal van het casino, met fresco's van Károly Lotz, de beroemdste Hongaarse frescoschilder van die tijd, te behouden.
In 2010 opende de Alexandra boekwinkelketen zijn vlaggenschipwinkel in het voormalige warenhuispand. Behalve een grote boekwinkel zat er een wijnwinkel in de zaak en verder dus het  Bookcafé, dat al snel hoge ogen gooide als een van de mooiste cafés van Europa. Het werd dan ook al snel zeer populair, onder Budapesters en onder toeristen en was een perfecte plek voor een lichte lunch of een glas wijn aan het einde van de middag.
Er is overigens enige hoop dat het café niet al te lang gesloten blijft. Lira, een andere boekwinkelketen, heeft inmiddels belangstelling getoond om alle Alexandrawinkels over te nemen. Hopelijk krijgt ook het Bookcafé daarmee een doorstart. Tot dan zullen bezoekers het met de fraaie jugendstil-gevel van het gebouw moeten doen.

21 February 2017

Trolleys, trams en een tandradbaan

De 54 meter lange Combino
Als het om openbaar vervoer gaat, is Boedapest een soort levend openluchtmuseum. Er zijn vast andere steden te vinden waar je zoveel verschillende soorten vervoersmiddelen in gebruik vindt, maar het zal hard zoeken worden. Uiteraard zijn er bussen en trams (waaronder de langste stadstram ter wereld). Maar daarnaast heeft de stads trolleybussen, een van de oudste en een hypermoderne metro, een kabelbaan, een tandradbaan, een stoeltjeslift, een smalspoortreintje, En lijndiensten op de rivier. En elk van die vervoermiddelen vertelt ook een stukje van de geschiedenis van de stad.
Dat Hongarije op Londen na met metrolijn 1 de oudste metro van Europa heeft, komt omdat het land in 1896 zijn 1000-jarige bestaan wilde vieren. In het Városliget, het stadspark, werd ter gelegenheid daarvan een grote nationale tentoonstelling georganiseerd. De kortste weg daarheen was de fraaie Andrássy út (die toen overigens anders heette). Alleen: langs die straat woonden vooral hele rijke mensen die geen openbaar vervoer voor hun deur langs wilden. Stel je voor, al dat gewone volk in de straat. De oplossing: een geul graven en dat openbaar vervoer dan maar onder de grond stoppen.
Je kunt veel kwaads van Jozef Stalin zeggen, maar toen hij zeventig werd, was de man in een royale bui. Warschau eindigde dankzij zijn goedgevigheid met het Cultuurpaleis dat er een beetje uitziet alsof iemand de top van het Empire State Building in Warschau heeft afgezaagd. Budapest kreeg van de communistische dictator een trolleybus, reden waarom de meeste trolleybussen in de stad nog steeds een lijnnummer ergens in de zeventig hebben.
De funiculair, de kabelbaan (niet te verwarrend met de tandradbaan, een soort tram met extra tandrad die vanuit Buda helemaal de berg oprijdt) waarmee veel toeristen de burcht opgaan, werd voor de oorlog gebouwd en diende oorspronkelijk helemaal geen toeristisch doen. De toenmalige Hongaarse leider Miklós Horthy richtte de burcht in als regeringscentrum (net als de huidige premier Viktor Orbán, trouwens). Niet de meest toegankelijke plaats van de stad, maar de kabellift moest zorgen dat ambtenaren toch snel en goedkoop naar hun werk konden komen, Die tijden zijn voorbij, voor ambtenaren is de lift tegenwoordig te duur. Wie vier euro te duur vindt: er rijden ook zeer regelmatig kleine stadsbusjes de burcht op.
Toeristen zullen het zelden gewaar worden, maar er rijdt in Budapest een groot aantal types trams, van de moderne, 54 meter meter lange Combino's op de Grote Ring tot voertuigen die in de jaren zeventig gebouwd zijn door de Hongaarse firma Ganz. En van alles daartussen in: in buitenwijken rijden tweedehandstrams uit Hannover en Den Haag, in de tachtiger jaren werden Tsjechische Tatra's aangekocht en onlangs schafte de BKK nieuwe Spaanse trams aan. Aangezien het meeste materieel op de rails blijft tot het echt op is, zijn al die voertuigen nog wel ergens te bewonderen.
En dan is er natuurlijk nog het kindertreintje door de Budabergen. Ooit in 1947 gebouwd als een echt communistisch kinderproject: de trein werd (en wordt) grotendeels door kinderen gerund. Voorwaarde om erop te mogen rijden, is dat je het goed doet op school, want je moet er lessen voor verzuimen. In de communistische tijd was het voorrecht uitsluitend voorbehouden aan kinderen die lid van de communistische jeugdbeweging, de Pioniers.